01-07-2024

Column Jo Caris: Kwaliteit van leven

Jo Caris medischdossier.org

Bijdragen aan de kwaliteit van leven van de patiënt wordt als doel van de gezondheidszorg gezien. Bij invasieve behandelingen wordt eerst bekeken of de nadelen opwegen tegen de kwaliteitswinst. In de langdurige zorg worden veiligheidsmaatregelen – zoals beperking van bewegingsruimte – minder strikt genomen omdat dit de levensvreugde te veel zou beperken. Patiënten worden steeds vaker betrokken bij de besluitvorming over zorg, omdat de kwaliteit van leven het oogmerk is en niet de kwaliteit van de zorg. Kwaliteit van leven is moeilijk te meten al is er wel een analyse te maken.

Hoeveel drukte maken wij over minder dan 4 procent?

Levenskwaliteit bestaat namelijk uit drie componenten. De eerste is zingeving of motivatie: dat wat iemand wil. Denk aan werken, hobby’s uitoefenen of mensen ontmoeten. Op de tweede plaats staat capaciteit. Kan iemand dat wat hij/zij wil ook werkelijk doen? De derde component is gelegenheid. Krijgt iemand de kans om dat wat hij/zij wil te doen? Is hier ruimte voor en zijn er voldoende middelen? Het gewicht van elke component is per persoon of situatie anders. Gemiddeld genomen kunnen we uitgaan van een gelijk belang van elke component.

De component ‘capaciteit’ omvat drie onderdelen. De fysieke capaciteit om dingen te doen, zoals jezelf verzorgen of mensen bezoeken. De cognitieve capaciteit om gesprekken te voeren en situaties te begrijpen. En de sociale capaciteit: is iemand in staat contacten te leggen en te onderhouden? Ook hier varieert het belang per onderdeel, maar is er gemiddeld genomen een gelijk belang.

In de somatische, curatieve gezondheidszorg gaat het vooral om fysieke capaciteit. Die heeft drie pijlers en wordt bepaald door iemands aanleg, leefstijl en gekregen gezondheidszorg. De impact van aanleg en leefstijl is veel groter dan die van de gezondheidszorg. Maar laten we voor het gemak ook hier uitgaan van drie gelijke pijlers.

Samenvattend kent de kwaliteit van leven drie componenten. Elk component bestaat uit drie onderdelen. Eén van die onderdelen – de fysieke capaciteit – heeft drie pijlers. De curatieve gezondheidszorg vervult dus maximaal 1/3 (van de pijlers) van 1/3 (van de onderdelen) van 1/3 (van de componenten). Dat is omgerekend 1/27 deel ofwel 3,7 procent. Hoeveel drukte maken wij over minder dan 4 procent?

Een fysiek probleem kan de kwaliteit van leven uiteraard benadelen. Natuurlijk is het fantastisch als dat probleem wordt verholpen. Maar zou het kunnen dat we deze fysieke component en dit aandeel van de gezondheidszorg overaccentueren? Dat we aspecten als zingeving, cognitieve en sociale beperkingen en belemmerende omstandigheden te gemakkelijk vertalen naar vragen aan de gezondheidszorg?

Zou het kunnen dat op deze manier veel gezondheidszorg oneigenlijk wordt besteed; aan verkeerde aspecten van kwaliteit van leven? Zou dat gedeeltelijk verklaren waarom de kosten van de gezondheidszorg zo hoog zijn, in een land waar mensen gemiddeld erg gezond zijn in vergelijking met de rest van de wereld?  

Overbrugging van de voedingskloof

De toekomst in gezondheidszorg

Toekomst geestelijke gezondheidszorg

 

Wilt u dit artikel lezen?

Als abonnee kunt u dit artikel gratis lezen door in te loggen op uw account. Nog geen abonnee? Sluit nu een abonnement af.

Jo Caris

Over de auteur

Prof.dr Jo Caris was ruim dertig jaar bestuurder in meerdere sectoren van de gezondheidszorg en twaalf jaar bijzonder hoogleraar aan de Tilburg university. Momeneel is hij belangenbehartiger en docent aan de Internationale school voor Wijsbegeerte

Lees meer artikelen van Jo Caris