Zo veel mensen, zoveel meningen

Voeding is een beladen onderwerp. Voedingsadviezen reiken als het ware tot in uw keuken en komen daardoor heel dicht in uw persoonlijke leefomgeving. Dit kan ongemakkelijk voelen en misschien zelfs weerstand oproepen. Daarbij komt dat we tegenwoordig gebombardeerd worden met ‘nieuws’ over gezonde voeding. In de media rollen de voor- en tegenstanders vaak over elkaar heen en dit maakt het lastig om zelf een afgewogen mening te vormen. Hoe komt het toch dat we het niet eens lijken te worden over de vraag wat gezonde voeding is?

Tot dertig jaar geleden was het allemaal niet zo ingewikkeld. We aten wat onze moeder of vrouw op tafel zette. Zij had haar kookkunsten weer afgekeken van haar moeder. De keuze was beperkt tot wat er op dat moment bij de groenteboer te koop was. In de zomer at u aardbeien en in de winter boerenkool. Tegenwoordig ligt dat beduidend anders. U kunt het hele jaar door aardbeien kopen, maar ook exotische avocado’s, asperges, sperziebonen, tomaten, enzovoorts. Bovendien staat het grootste gedeelte van de supermarkt vol met bewerkte producten, pakjes en zakjes en kant-en-klaarmaaltijden, die ons leven makkelijker moeten maken. In werkelijkheid is het juist moeilijker geworden om een goede keuze te maken, en we gaan daarom op zoek naar informatie die ons kan helpen bij die keuze.

Met de opkomst van het internet is de communicatie over voeding naar het grote publiek in een stroomversnelling geraakt. Door het stijgen van de welvaart hadden veel meer mensen opeens tijd om over gezonde voeding na te denken. Sinds die tijd is er een hoop verwarrende informatie gecommuniceerd die achteraf soms ook fout bleek. Tien jaar geleden mochten we van het Voedingscentrum bijvoorbeeld geen vis met spinazie eten vanwege de schadelijke stofjes die dan gevormd kunnen worden. Sinds 2014 is dit advies na uitgebreid onderzoek echter teruggetrokken.1 Hoewel het goed is dat het Voedingscentrum zijn advies durfde aan te passen, zorgde het wel voor verwarring. Want wat moeten we nog geloven?
Er zijn een aantal factoren waardoor we het niet altijd eens worden over de vraag wat gezonde voeding is:

Er zijn wetenschappelijke studies die zowel de gezondheid als de schadelijkheid van een bepaald voedingsmiddel of voedingsstof aantonen. Zelfs onder wetenschappers bestaan er dus voor- en tegenstanders op het gebied van voeding.

Bij veel onderzoek wordt slechts naar een klein onderdeel van de voeding gekeken. De vertaling van dit soort onderzoek naar een groot publiek is complex en laat ruimte voor verschillende interpretaties.

We worden overspoeld door nieuws over voeding. Een boodschap moet kort en krachtig zijn om een groot publiek te bereiken, waardoor de nuance nogal eens verdwijnt. Een goed voorbeeld hiervan is de berichtgeving over superfoods. Het eten van enkele eetlepels zaden zou al goed zijn om verschillende welvaartsziekten te voorkomen.

U begrijpt dat dit veel genuanceerder ligt en de problematiek rondom welvaartsziekten complexer is.
Er zijn veel selfmade voedingsexperts zonder gedegen opleiding die de daadwerkelijke experts overstemmen.

Uitdagingen van voedingsonderzoek

Wetenschappelijk onderzoek naar voeding is complex. Om dat duidelijk te maken, is het goed om eerst eens te kijken hoe gedegen onderzoek eruitziet. De volgende beschrijving wordt in de wetenschap ook wel de ‘gouden standaard’ van wetenschappelijk onderzoek genoemd: de dubbelblind gerandomiseerde studie met controlegroep of RCT. Om te beginnen willen onderzoekers graag een zo groot mogelijke groep mensen bekijken die min of meer gelijk zijn, bijvoorbeeld mannen tussen de 18-30 jaar die niet roken en twee keer per week sporten. Deze groep mannen moet dan willekeurig worden opgedeeld in twee groepen. Beide groepen dienen alles precies hetzelfde te doen op één factor na. Het eten van dezelfde maaltijden, in dezelfde hoeveelheden en het liefst op hetzelfde moment. Eén groep neemt daarnaast een supplement met een actieve stof uit voeding, bijvoorbeeld omega-3 vetzuren, en de andere groep neemt een placebo (een neppil). Bij voorkeur weten ook de onderzoekers niet wie welke pil krijgt. Om de effecten op de lange termijn te bepalen, moeten beide groepen jarenlang gevolgd worden.2

U ziet nu vast een aantal uitdagingen ontstaan. Vindt u maar eens een grote groep mensen die gedurende jaren alles hetzelfde wil doen en daarbij zelf geen inspraak heeft in de voeding die ze eet. Bovendien gaat dit nog maar om één te onderzoeken stof en niet eens om een volledig voedingspatroon. Veel onderzoek wordt bij gezonde mannen gedaan, maar zijn de uitkomsten dan ook van toepassing op vrouwen?
Het zijn ontzettend dure onderzoeken, waarvoor moeilijk financiering te vinden is. De (farmaceutische) industrie heeft er geen interesse in, want zij kan de resultaten van een onderzoek naar een voedingspatroon niet omzetten in een pil waaraan geld kan worden verdiend. Naast allerlei praktische uitdagingen zijn er dus ook financiële problemen waar wetenschappers mee te maken krijgen.

Verschillende typen onderzoek

Om de geschetste problemen gedeeltelijk op te lossen worden onderzoeken anders opgezet. Veel studies worden bijvoorbeeld gedaan met muizen. Zo hebben wetenschappers in ieder geval een grote, homogene groep die gemakkelijk op een gelijke manier behandeld kan worden. Bovendien zijn alle muizen genetisch identiek. Hieraan kleven echter andere nadelen, want wat zeggen de resultaten van dergelijk onderzoek over de effecten van een voeding(sstof) in mensen?

Als er wel naar de effecten in mensen gekeken wordt, dan gebeurt dit vaak door terug te kijken in de tijd of door mensen langdurig te volgen. Testpersonen mogen doen en laten wat ze willen en met vragenlijsten wordt gekeken wat ze precies gegeten hebben. Vervolgens kan met ingewikkelde berekeningen bepaald worden of er een relatie bestaat tussen het regelmatig eten van bepaalde voeding en het ontstaan van ziekte. Het gaat hier om een correlatie en niet om een oorzakelijk verband. Maar dat laatste is juist datgene wat we graag zouden willen weten.

De afgelopen jaren is er een trend ontstaan waarin burgers actief helpen bij wetenschappelijk onderzoek, de zogenaamde Citizen Science projecten. Iedereen met interesse in een specifiek onderzoek kan meehelpen met het verzamelen van data. Hierdoor wordt het doen van onderzoek goedkoper. In september 2018 is het driejarig project Mijn Eigen Onderzoek gelanceerd, waarin de inzet en vindingrijkheid van patiënten met vermoeidheid- en buikklachten wordt gebruikt om te kijken of werkzaamheid van therapieën sneller getoetst kan worden. Hierbij verschilt de behandeling per patiënt en is het te meten effect afhankelijk van wat de patiënt met de behandeling wil bereiken.

Dit project is duidelijk vooruitstrevend en vernieuwend te noemen. In plaats van een controlegroep, zijn mensen hun eigen graadmeter. Iedereen is immers uniek en reageert anders op een therapie.3

Interpretatie van voedingsonderzoek

Na alle inspanningen om een goed onderzoek op te zetten en de resultaten met ingewikkelde berekeningen te analyseren, wil men graag een effect tussen de twee onderzoeksgroepen zien. Als dit er is, dan is dit verschil ‘statistisch significant’. Dit betekent echter niet dat dit verschil ook klinisch relevant is. Om terug te komen op het omega-3 voorbeeld. Als uit dit onderzoek zou blijken dat iemand 1 gram omega-3 vetzuren per dag moet gebruiken om de bloeddruk 1 punt te laten dalen, dan kan dit een statistisch significant verschil zijn. Maar in de praktijk heeft u daar helaas erg weinig aan. Via de media komen dit soort resultaten echter niet altijd even goed uit de verf.

Het interpreteren van voedingsonderzoek is ingewikkeld en biedt selfmade voedingsexperts en marketeers tevens een voedingsbodem om publiciteit te genereren. De kans dat je in de media verschijnt is namelijk vaak groter als je chargeert, dan wanneer je een genuanceerd verhaal vertelt zonder echte nieuwswaarde. In het kader ‘Wel of geen koolhydraten’ vindt u hierover een voorbeeld.

Wetenschappers kunnen helpen

Om de communicatie rondom voeding beter te laten verlopen, zouden wetenschappers zich meer in de discussie moeten mengen. Dit is echter makkelijker gezegd dan gedaan. Uiteindelijk blijft hun inbreng een van de vele meningen en wil dit niet zeggen dat hun boodschap door het grote publiek gehoord wordt. Daarbij komt dat wetenschappers gewend zijn om met collegawetenschappers te praten en met hen een discussie aan te gaan. In de online-wereld of op televisie liggen de verhoudingen anders, en is er minder ruimte voor diepgaande discussie en nuance. Ondanks dat dit ontmoedigend kan werken, zou het een taak van de wetenschapper moeten zijn om bij foute berichtgeving het échte verhaal te vertellen.

ommunicatie met de media zal zich dan moeten uitbreiden van het praten over onderzoeksresultaten, naar het deelnemen aan de maatschappelijke discussie. Dit is ook nodig, omdat er zo veel gecommuniceerd wordt over voedingsonderzoek dat alleen een expert de beschikbare informatie nog kan ontrafelen. Gelukkig gaan steeds meer hoogleraren de uitdaging aan. Overigens hoeven wetenschappers het niet allemaal zelf te doen. Ook kenniscentra kunnen een rol in spelen in kennisoverdracht, zoals Micropia in Amsterdam dat doet op het gebied van darmgezondheid.4

Concluderend

Goed onderzoek naar de effecten van voeding op de gezondheid is moeilijk uit te voeren, lastig te financieren en de uitkomsten zijn vaak ingewikkeld. Bovendien willen we graag een simpele boodschap horen, zodat we deze gemakkelijk kunnen uitvoeren. Helaas werkt het in de praktijk niet zo en diep van binnen weet u dat wel. Hierbij zult u dus ook de hand in eigen boezem moeten steken. U moet zelf met gezond verstand naar aangeboden informatie kijken. Als iets te mooi klinkt om waar te zijn, dan zal het waarschijnlijk niet waar zijn. We weten allemaal vrij goed wat we moeten eten en het is helemaal niet zo ingewikkeld. Komt u er met gezond verstand niet uit? Laat dan uw onderbuikgevoel spreken, dat weet meestal wel raad.

Literatuur
1. Mag ik vis met spinazie of sla eten? | Voedingscentrum. Available from: https://www.voedingscentrum.nl/nl/service/vraag-en-antwoord/gezonde-voeding-en-voedingsstoffen/mag-ik-vis-met-spinazie-of-sla-eten.aspx
2. Twisk JWR. Inleiding in de toegepaste biostatistiek
3. Mijn eigen onderzoek – MD | OG. Available from: https://mdog.nl/mijn-eigen-onderzoek/
4. Osterhaus A, Vanlangendonck C. Communiceren op uw gezondheid. 2015.

Wie hebben er een mening?

Waar Nederland tijdens een internationaal voetbaltoernooi bijna 17 miljoen bondscoaches heeft, tellen we dagelijks bijna net zo veel voedingsexperts. De meeste mensen hebben wel hun ideeën bij gezonde voeding. De grote vraag is waarop deze mening precies is gebaseerd. Waar haalt u uw informatie vandaan? Uitsluitend in dit tijdschrift of volgt u mensen online? Gebruikt u de adviezen van het Voedingscentrum of vindt u die om wat voor reden dan ook onbetrouwbaar? En hoe bepaalt u of informatie betrouwbaar is?

Tegenwoordig is marketing erg belangrijk om een boodschap gehoord te krijgen. Dat betekent dat goede marketeers een groot publiek weten te bereiken, maar helaas niet altijd de juiste boodschap overdragen. Ook steeds meer artsen vinden een podium. En hoewel zij perfect weten hoe het menselijk lichaam functioneert, is het moeilijk in te schatten hoe het gesteld is met hun kennis over voeding. In de volledige artsenopleiding krijgen zij gemiddeld maar 22 uur les over gezond eten.

Daarbij komt dat er ook veel selfmade experts te vinden zijn (vaak de goede marketeers). Zij weten een simpele boodschap te brengen die het grote publiek aanspreekt.1

Het is bijzonder dat de gemiddelde Nederlander voor van alles naar een expert gaat, van financieel advies tot een loopbaanadviseur, maar dat we voor informatie over de relatie tussen voeding en gezondheid de mening van de buurvrouw ook hoog waarderen. Dit is geen verwijt, maar geeft aan hoe complex het probleem is.

Literatuur
1. https://www.foodlog.nl/artikel/feiten-niet-de-waarheid-maar-begin-discussie-over-gezonde-voeding/

Wel of geen koolhydraten?

Op dit moment staan de media bol van nieuws over koolhydraatarme voeding. Die zou diabetes type 2 kunnen genezen, en het laten staan van koolhydraten zou in het algemeen goed zijn voor de gezondheid. Het is een mooi voorbeeld van selectieve berichtgeving. Op de lange termijn is een koolhydraatarme voeding namelijk helemaal niet zo gezond. Bovendien zijn de effecten bij diabetes type 2 na ongeveer een jaar niet beter dan met een ‘normale’ voeding.1

Amerikaanse wetenschappers onderzochten de effecten van koolhydraten op de gezondheid en dit onderzoek is recent gepubliceerd in The Lancet. Zij analyseerden het voedingspatroon van ruim vijftienduizend deelnemers en voerden een meta-analyse uit met de resultaten van meer dan vierhonderdduizend mensen. De deelnemers werden gemiddeld 25 jaar gevolgd. Uit dit grootschalige onderzoek bleek dat de mensen die 50-55 energieprocent aan koolhydraten consumeerden de hoogste levensverwachting hadden. Mensen die echter minder dan 40 energieprocent of meer dan 70 energieprocent aan koolhydraten aten, werden het minst oud. Koolhydraten komen in veel verschillende voedingsmiddelen voor, waaronder groenten, fruit, aardappelen, peulvruchten en granen. Ongezondere keuzen zijn snoep, koek en frisdrank.

Bij een grotere consumptie van koolhydraten is de kans groot dat iemand te weinig eiwitten en vetten binnenkrijgt. Eet men te weinig koolhydraten dan ontstaat de kans op een tekort aan vitaminen, mineralen en vezels.2

Het gaat dus om de kwaliteit van de koolhydraten die worden geconsumeerd, zoals volkoren granen. Maar dat wist u vast al en heeft eigenlijk geen nieuwswaarde. Toch blijven met name ‘voedingsexperts’ volhouden dat koolhydraatarme voeding gezond is. In individuele situaties kan dit misschien het geval zijn, maar voor de grote populatie is dit niet zo.

Literatuur
1. Am J Clin Nutr. 2018 Aug 1;108(2):300-331.
2. Lancet Public Health. 2018 Sep;3(9):e419-e428.

Hoe scheidt u het kaf van het koren?

Het is een uitdaging om te bepalen hoe betrouwbaar uitspraken over voeding zijn. Ik wil u toch graag wat handvatten aanreiken.
Allereerst is het goed om te bekijken welke achtergrond iemand heeft. Gaat het om een ervaringsdeskundige, een geïnteresseerde leek, een wetenschapper, diëtist of een arts? Dit kan al iets zeggen over de betrouwbaarheid van informatie.

Bekijk ook eens andere uitspraken of informatie van de betreffende persoon. Zijn deze genuanceerd of gechargeerd? Durft iemand een breed verhaal te vertellen, zodat u een afgewogen mening kunt vormen of wordt er vooral gehamerd op een theorie?

Bekijk de bronnen die iemand aanhaalt. Worden uitspraken gebaseerd op iemand anders zijn mening of op wetenschappelijke studies? En hoe zijn die studies globaal uitgevoerd? In muizen of in mensen? Zijn tien personen onderzocht of tienduizend mensen?

Laat uw onderbuik (of boerenverstand) meepraten. Als de boodschap is dat u vooral iedere dag een paar eetlepels chiazaad en een avocado moet eten, dan voelt u ook wel aan dat dit haaks staat op het principe van een gevarieerde voeding. Dit soort adviezen kunt u dus rustig met een korreltje zout nemen.

Cindy de Waard is natuurgeneeskundige en farmaceutisch wetenschapper. Zij heeft zich enkele jaren beziggehouden met wetenschappelijk onderzoek op het gebied van darmgezondheid en zij focust zich momenteel op het behandelen van mensen met darmgerelateerde klachten. Naast haar werkzaamheden als therapeut geeft zij als tekstschrijver en docent/spreker gezondheidsvoorlichting. Door het maken van de vertaalslag van wetenschappelijk onderzoek naar praktische informatie hoopt zij een brug te kunnen slaan tussen complementaire en reguliere gezondheidszorg. Meer informatie kunt u vinden op de website www.jouwgezondedarmen.nl
 

Wilt u dit artikel lezen?

Als abonnee kunt u dit artikel gratis lezen door in te loggen op uw account. Nog geen abonnee? Sluit nu een abonnement af.

Andere artikelen van Cindy de Waard

Parasitaire darminfecties

Beter naar je gevoel (leren) luisteren deel 2

Luister (niet) altijd naar je gevoel; Deel 1

Wat leren traditionele voeding en leefpatronen ons?

Aderverkalking: Een Stille Bedreiging voor de Gezondheid

Column dr. Wendy Lin; Handzenuw in de knel

Anderhalf jaar geleden kwam een man in mijn praktijk. Hij was net gepensioneerd. Zijn hele leven was hij internationaal correspondent geweest, dus hij had veel tijd achter zijn toetsenbord doorgebracht. Tuinieren was de hobby waarin hij altijd zijn rust had gevonden....

Cindy de Waard avatar

Over de auteur

Cindy de Waard is natuurgeneeskundige en farmaceutisch wetenschapper. Zij heeft zich enkele jaren beziggehouden met wetenschappelijk onderzoek op het gebied van darmgezondheid en richt zich op dit moment op het behandelen van mensen met darm gerelateerde klachten. Naast haar werkzaamheden als therapeut geeft zij gezondheidsvoorlichting met als doel het belang van een gezonde darm onder de aandacht te brengen.
Lees meer artikelen van Cindy de Waard