Oud-huisarts Michael Smulders (1952) was jarenlang huisarts in Den Bosch, in een praktijk met ruimte voor homeopathie.
Na zijn pensionering bleef hij zich verdiepen in zijn vakgebied. De coronacrisis verscherpte zijn kritische blik, wat uitmondde in zijn boek Bodemloos en een pleidooi voor ‘gezondhoudzorg’: zorg die gezondheid actief ondersteunt.
Wie deze lente het Bossche Broek intrekt, een natuurgebied aan de rand van het centrum van Den Bosch, kan zomaar Michael Smulders tegen het lijf lopen. ‘Dit is voor veel mensen hun favoriete wandelgebied, en ook voor mij’, vertelt hij.
Al verplaatst hij zich met evenveel plezier naar de Waaldijk bij Zaltbommel. ‘Dan wandel ik over de dijk naar Rossum. Je loopt hoog en ziet aan de ene kant landbouw en aan de andere kant de scheepvaart en het water.’ Hij kan het niet genoeg benadrukken: we moeten vaker naar buiten, ook onze kinderen, weg van de schermpjes.
Het past binnen zijn pleidooi voor ‘gezondhoudzorg’, een term die hij aangereikt kreeg na de verschijning van zijn boek Bodemloos: zorg
voor de zorg, dat uitkwam in 2023. ‘Daarin stel ik de flinterdunne onderbouwingen van de coronamaatregelen en -vaccinaties aan de kaak.
De term gezondhoudzorg geeft goed weer wat ik zie als de oplossing. Het huidige systeem ‘gezondheidszorg’ noemen, is misleidend. Het is ziekenzorg geworden, omdat we onszelf te
lang hebben verwaarloosd.’
Hygiënische’ revolutie
In het verlengde hiervan bepleit Smulders een nieuwe ‘hygiënische’ revolutie. ‘Ik sta op het standpunt dat als we een besmettelijke ziekte hebben, de kans dat de epidemie weer uitdooft, samenhangt met de gezondheidstoestand van de bevolking en de toegankelijkheid van de gezondheidszorg.
Kijk je naar grafieken van besmettelijke ziekten, dan zie je daarin dat de lijn ongeveer honderd jaar geleden al naar beneden ging. In de periode van de opkomende industriële revolutie trokken steeds meer mensen naar de grote steden.
Zij gingen van een relatief ‘gezond’ platteland naar een ongezonde stad en leefden daar in armoede. Daar kwamen epidemieën opzetten. Dankzij de toegenomen hygiëne namen die vervolgens weer af. Pas daarna kwamen de vaccins.’
‘Ook ziektes waarvoor geen vaccinszijn uitgevonden, laten datzelfde verloop zien. De grootste revolutie in de geneeskunde was dan ook niet de komst van vaccins of antibiotica, maar van de riolering: het scheiden van drinkwater en rioolwater. De mensen die zich hiervoor sterk maakten, zijn bekend geworden als de ‘hygiënisten’.
En nu hebben we een nieuwe hygiënische revolutie nodig, gericht op onder andere hightechvervuiling. We zijn zelf vervuild geraakt, door bijvoorbeeld ultra-bewerkt voedsel en onnodige medicatie, maar ook onze leefomgeving is vervuild: door lucht- en bodemvervuiling, elektromagnetische straling en de lange beeldschermtijd.
Bovendien is de informatievoorziening rond gezondheid vervuild: door propaganda, consensusdenken en polarisatie. Big Tech, Big Pharma en Big Agro maken de dienst uit, met de reguliere pers als schoothondje.’
De informatievoorziening rond gezondheid is vervuild
Hij ziet in deze nieuwe hygiënische revolutie een rol weggelegd voor het Artsen Collectief, dat in 2020 werd opgericht als het Artsen Covid Collectief en tegenwicht bood aan het overheidsnarratief rond corona. Afgelopen najaar trad Smulders toe tot het bestuur van deze non-profit organisatie.
‘Het Artsen Collectief moet in mijn optiek een ontmoetingsplaats zijn waar zuivere informatie kan worden uitgewisseld, niet alleen tussen gezondheidsprofessionals onderling, maar ook tussen gezondheidsprofessionals en het publiek. ‘Schone’ informatie kan ook de burger versterken om een eigen weg te vinden in het door de overheid gestuurde gezondheidslabyrint.’
Studie psychologie
Smulders weet waarover hij praat: hij was 34 jaar huisarts in Den Bosch. Toch leek hij aanvankelijk psycholoog te worden. ‘Aan het eind van mijn middelbare schooltijd in Tilburg zocht ik een studie waarin mensen centraal staan. Ik dacht eerst aan biologie, maar kon niks met plantjes, en zo kwam ik uit bij psychologie. Dat leek me wel wat. Maar op een gegeven moment zei mijn zus: ‘Je kunt beter arts worden, als je iets met mensen wilt doen’. Ik ben me gaan verdiepen in wat de studie geneeskunde inhield, en dat sloot goed aan bij mijn interesse.’
Het werd de Rijksuniversiteit Utrecht, waar hij in het eerste jaar twee studies combineerde: geneeskunde én psychologie. ‘Die laatste kon ik toch niet loslaten. Na mijn propedeuse-examen psychologie heb ik daar alleen nog bepaalde vakken gevolgd: wetenschapsfilosofie, methodologie en statistiek. Daar heb ik veel aan gehad als arts. De gemiddelde huisarts weet niks van die vakgebieden en leest alleen de kop boven een wetenschappelijk artikel. Ik kan door mijn achtergrond die artikelen beter begrijpen.’
Tijdens de studie geneeskunde was een kritische houding hem niet vreemd. ‘Het feit dat ik psychologie ernaast deed, was eigenlijk al een punt van kritiek. Ik vond de medische opleiding heel eenzijdig somatisch. Er is toch meer in een mens dan alleen maar botjes en organen? Ik volgde onder meer het vak geschiedenis van de psychologie. Daar raakte ik bekend met verschillende therapeutische modellen, zoals de psychoanalyse en gedragstherapie.
Ik dacht: misschien is de universitaire geneeskunde ook maar één model, en zijn er meer modellen om mensen beter te maken. Zo raakte ik geïnteresseerd in andere geneeswijzen en kwam ik op het spoor van de homeopathie.’
Misschien is de universitaire geneeskunde ook maar één model
Isotherapie
In 1982 startte hij samen met collega Willem van Nijnatten een huisartspraktijk in Den Bosch. Het was in meerdere opzichten geen doorsnee praktijk. ‘Wij deelden de interesse in homeopathie en gingen daarmee aan de slag.’ Het bleek een gouden greep, want gaandeweg gingen steeds meer mensen op zoek naar een andere aanpak dan zij gewend waren van de reguliere zorg.
‘De vrouwen-, kraak- en milieubeweging liepen voorop, maar er ontwikkelde zich breed in de samenleving een kritische onderstroom. Velen waren bijvoorbeeld wel klaar met de hautaine artsen die aparte wachtkamers hadden voor particulier verzekerden en ziekenfondspatiënten. Ik weet niet of ze allemaal wisten wat homeopathie inhield, maar ze wisten wel dat ze een andere manier van geneeskunde wilden.’
Dat ‘andere’ kreeg op verschillende manieren handen en voeten. Zo paste Smulders onder meer isotherapie toe, een van de homeopathie afgeleide behandelvorm. Hierbij wordt een regulier geneesmiddel of vaccin dat klachten veroorzaakt, in homeopathische verdunning aan de patiënt gegeven.
‘Daarbij zagen we goede resultaten. Als kinderen ziek werden na een vaccinatie, gaven we een homeopathische verdunning van die prik. Zo losten we de schade van de vaccins zelf op. Hierdoor waren wij wat minder beducht voor de risico’s van de prikken, omdat we er als het ware een oplossing voor hadden.’
Toch herinnert hij zich dat hij ouders regelmatig adviseerde om de K-component in de DKTP-prik achterwege te laten. ‘Die veroorzaakte namelijk de meeste problemen: de kinkhoestcomponent.
Dan kreeg hun kind alleen een DTP-prik. Begin deze eeuw kwam de omslag van een cellulair naar een a-cellulair kinkhoestvaccin. Het was bekend dat die tweede vorm minder schadelijk was. Maar in ons land werd eerst de oude voorraad opgeprikt. Ik dacht: ik weet niet of we hier nou zo blij mee moeten zijn. Maar echt kritisch op vaccinatie was ik nog niet.’
Coronaloep
Dat veranderde pas na zijn pensionering tijdens de coronacrisis. ‘Mijn ogen zijn opengegaan. Toen ik door begon te krijgen hoe de coronavaccins, nog vóór ze op de markt waren, werden gepusht als de enige oplossing voor de coronacrisis, vielen de autoriteiten voor mij door de mand. In mijn visie moet de centrale rol die de patiënt heeft in het oplossen van zijn persoonlijke problematiek ondersteund worden door een open kijk op de verschillende geneeswijzen die Nederland rijk is.
De coronacrisis was een uitgelezen kans om dit op een praktische manier te illustreren. Maar de nadruk op vaccinatie drukte eigenlijk alle andere dingen weg. Pas tijdens de persconferentie van 17 november 2020 deed VWS-minister Hugo de Jonge voor het eerst een oproep om goed voor je gezondheid te zorgen, aanvullend op de restrictieve maatregelen. Nogal laat.’
Een epidemie moeten we niet laten verworden tot een ‘crisis’
Het was een leerzame periode, die Smulders inspireerde om voor het eerst van zijn leven een boek te schrijven. ‘In Bodemloos beschrijf ik de gezondheidszorg door de ‘coronaloep’. Die loep legt zwakke plekken bloot en biedt een oplossingsrichting die niet alleen kan werken bij de bestrijding van een epidemie, maar voor de gezondheid van de mensen in het algemeen.
Ik beschrijf een letterlijk fundamenteel andere aanpak van het gezondheidszorgsysteem en laat zien dat we een epidemie niet moeten laten verworden tot een ‘crisis’. Gebruik het juist als een kans om de bevolking ervan te doordringen dat wat je zelf kan doen de basis vormt: niet alleen defensief/passief besmetting voorkomen, maar ook werken aan je weerstand en positief investeren in gezondheid. Niet toevallig werkt deze aanpak ook bij chronische aandoeningen. Het is de sleutel tot een betaalbare zorg in de toekomst.’
Dubieuze verschuiving
De coronacrisis zorgde voor een dubieuze verschuiving van bekende paradigma’s rond vaccinatie. ‘Groepsimmuniteit kon voorheen worden bereikt als we allemaal een infectieziekte hadden doorgemaakt. Tijdens corona is dat geherdefinieerd als ‘allemaal gevaccineerd zijn’, terwijl de coronavaccins niet beschermden tegen overdracht van de ziekte.’
Ook de visie op vaccinatieschade, waaronder sterfte, is veranderd.
‘Je kunt niet meer ontkennen dat er mensen overleden zijn door coronavaccinatie. Maar nu wordt gezegd: ‘Het nut van de vaccinatiecampagne was dat heel veel levens gered zijn’. Uiteindelijk is de balans dus positief. Dat veronderstelt twee dingen: dat het nut is aangetoond én dat er heel weinig mensen gestorven zijn. Beide dingen zijn echter discutabel. Vroeger waren veroorzaakte sterfgevallen einde oefening voor een product. Nu worden ze gewogen. Maar hoe weeg je dat?’
Smulders behoort tot de artsen die aanvankelijk nauwelijks twijfelden aan de veiligheid van traditionele vaccins, maar wakker werden geschud door de gezondheidsschade van de mRNA-coronaprikken. Vervolgens onderwierpen zij ook de ‘gewone’ vaccins aan een nadere beschouwing.
Beroemde voorbeelden in de Verenigde Staten zijn cardioloog Peter McCullough en intensivist Pierre Kory, die zich gaandeweg ontpopten tot critici van het Amerikaanse vaccinatieprogramma. Smulders verdiepte zich op zijn beurt in het Nederlandse Rijksvaccinatieprogramma, en dan vooral in de voortdurend rondzingende mantra ‘veilig en effectief’, waarop kritiek al snel als ongewenst of ‘anti-vax’ wordt weggezet.
In 2023 richtte hij zijn pijlen op overheidsreclame voor het vaccin tegen het Humaan Papillomavirus (HPV), dat door seksueel contact kan worden overgedragen en in verband wordt gebracht met kanker. Dat leverde hem uiteindelijk een klinkende overwinning op bij de Stichting Reclame Code (SRC). Inzet van de procedure was deze reclameslogan van het Ministerie van VWS: ‘1 vaccin tegen 6 soorten kanker’.
De slogan stond centraal in een publiciteitsoffensief om jongeren van 18 tot en met 26 jaar aan het HPVvaccin te krijgen. ‘Het HPV-vaccin beschermt je tegen baarmoederhalskanker, kanker aan mond- en keelholte, de vagina, schaamlippen, de anus en de penis’, aldus een begeleidende overheidsfolder.
Misleidende reclame
Smulders diende halverwege 2023 zijn klacht in tegen de slogan bij de SRC. Die besliste enkele maanden later in het voordeel van het ministerie. Hij liet het er niet bij zitten: in december van dat jaar diende de zaak bij het College van Beroep, dat hem alsnog gelijk gaf. Het college bleek gevoelig voor een van zijn argumenten: de gebrekkige wetenschappelijke onderbouwing van de slogan. Zo werd het ministerie met zijn eigen wapen verslagen: het HPVadvies van de Gezondheidsraad.
‘Volgens het rapport van de raad is er geen bewijs dat de HPV-prik beschermt tegen kanker in de monden keelholte en tegen peniskanker’, zegt Smulders. ‘Het vaccin is ook niet geregistreerd voor die twee aandoeningen.’ Volgens het college gaf de slogan daarom een ‘te rooskleurig beeld van hetgeen men van de vaccinatie kan verwachten’. Het achtte de reclame-uiting in strijd met artikel 84 (lid 3 en lid 4) van de Geneesmiddelenwet. Vooral de verwijzing naar lid 4 was pijnlijk voor de Rijksoverheid, want die luidt: ‘Misleidende reclame is verboden’.
Smulders kijkt tevreden terug op de procedure. ‘Ik heb er veel tijd ingestoken, maar het was leerzaam. Je belandt ineens in een juridisch traject en moet allerlei dingen uitzoeken. Het werd mij duidelijk dat de werkzaamheid van het HPV-vaccin maar gedeeltelijk wetenschappelijk bewezen is en dat de bijwerkingen toch wel erg gebagatelliseerd zijn. Hoe meer je leest over het Rijksvaccinatieprogramma, hoe meer twijfels je krijgt.
Dat speelde ook in de coronacrisis: naarmate je beter geïnformeerd was, namen je twijfels toe. Twijfels horen eigenlijk een drijfveer te zijn om meer onderzoek te doen, om wetenschappelijk vooruit te komen. Maar vanuit Den Haag is in de coronatijd helaas iedere vorm van wetenschappelijke discussie gesmoord. Consensusdenken was belangrijker.’ ●
Meer informatie: michael-smulders.nl.
