Met de term hersenmist – ook wel brain fog genoemd – wordt een gevoel van mentale traagheid of verwarring beschreven. Mensen die hier last van hebben, ervaren vaak concentratie- en geheugenproblemen en geestelijke vermoeidheid. Er zijn nogal wat oorzaken die tot hersenmist kunnen leiden, maar met de juiste voeding en suppletie is hier wél iets aan te doen.
Cindy de Waard
Hersenmist of brain fog voelt voor veel mensen alsof er watten in hun hoofd zitten of een mist die niet wegtrekt. Dit kan ervoor zorgen dat je moeite hebt met helder nadenken, concentreren, informatie onthouden en verwerken.
Het is geen op zichzelf staande aandoening, maar een symptoom dat bij veel verschillende gezondheidsproblemen kan voorkomen. Hersenmist kan optreden bij verstoringen in de hersenfunctie, hormonale schommelingen, infecties of auto-immuunziekten, zoals glutenallergie.
Ook stress, een verstoorde slaap, medicijngebruik en chemotherapie kunnen een rol spelen. Daarnaast komt het regelmatig voor bij aandoeningen als depressie, migraine, bloedarmoede, schildklierproblemen (zoals de ziekte van Hashimoto), diabetes, fibromyalgie, chronisch vermoeidheidssyndroom, slaapstoornissen en burn-out.
Hersenmist is geen op zichzelf staande aandoening, maar een symptoom
Hersenmist kan kortom door een breed scala aan factoren worden veroorzaakt. Daarom is een gestructureerde aanpak noodzakelijk om die oorzaak te achterhalen. Omdat hersenmist soms een teken kan zijn van een ernstiger onderliggend probleem, is het belangrijk om hiermee naar de huisarts te gaan.
In samenwerking met een arts kan medicatie en suppletie worden ingezet die de mist laat optrekken en niet juist verergert (zie kader). In dit artikel wordt verder ingegaan op het effect van voeding, suppletie, slaap en de darmflora.
Medicijnen & supplementen
Medicijnen en supplementen kunnen soms hersenmist veroorzaken, vooral als ze invloed hebben op hormonen of het zenuwstelsel. Slaapmiddelen, pijnstillers en antidepressiva staan erom bekend dit effect te hebben. Bijvoorbeeld benzodiazepines, zoals diazepam, en slaapmiddelen als zolpidem, verstoren de overgang van informatie van het korte- naar het langetermijngeheugen.
Ook oudere antihistaminica, die soms worden gebruikt om beter te slapen, kunnen het denkvermogen beïnvloeden. Verder kunnen opioïden als morfine en oxycodon, en sommige anti-depressiva, zoals amitriptyline, zorgen voor een gevoel van mentale vaagheid.
Bij ouderen komen deze effecten vaker voor, omdat zij vaak meerdere medicijnen tegelijk gebruiken, wat de kans op bijwerkingen vergroot. Bovendien breekt het lichaam bij het ouder worden medicijnen langzamer af en is de hersenbarrière minder sterk, waardoor ouderen gevoeliger zijn voor deze effecten. Statines (cholesterolverlagers) worden ook in verband gebracht met hersenmist.
Cholesterol is belangrijk voor een goede werking van de hersenen. Sommige statines, zoals atorvastatine en simvastatine, kunnen in de hersenen doordringen en de cholesterolstofwisseling daar verstoren.
Bij supplementen kunnen bepaalde stoffen ook hersenmist veroorzaken. Een voorbeeld is ijzer. Mensen met hemochromatose, een aandoening waarbij te veel ijzer in het lichaam wordt opgeslagen, lopen risico op cognitieve achteruitgang. Ook mensen die te veel ijzer via supplementen binnenkrijgen, kunnen problemen ervaren.
IJzer kan ontstekingen in de hersenen veroorzaken en wordt in verband gebracht met neurodegeneratieve ziektes. Naast medicijnen en supplementen mag uiteraard ook het effect van drugs- en alcoholgebruik niet worden onderschat. Alcohol heeft een directe invloed op het brein en kan het geheugen en de concentratie verminderen. Cannabis kan soortgelijke effecten hebben en bij langdurig gebruik het denkvermogen aantasten.
Bronnen
- Farmacotherapeutisch Kompas, via
- www.farmacotherapeutischkompas.nl/.
- Solan M. Stuck in a brain fog? Look in your medicine cabinet – Harvard Health, via www.health.harvard.edu.
- Journal of Pharmacovigilance 2014:02(04).
- BMJ Case Reports 2012:jul02(1).
- NeuroImage 2021:230;11792.
De relatie tussen de darmen en hersenmist is een onderwerp dat steeds meer aandacht krijgt. Een ongezonde darmflora kan bijdragen aan hersenmist en soms kan zelfs het gebruik van probiotica dit soort klachten veroorzaken. Uit onderzoek bij mensen met PDS-achtige darmklachten (PDS staat voor prikkelbare darm syndroom) bleek dat hersenmist samenhangt met een overgroei van bacteriën in de dunne darm.
Dit wordt ook wel SIBO genoemd. Mensen met zo’n overgroei hadden vaker een verhoogde concentratie D-lactaat in het bloed, zo bleek. Dit is een stof die wordt geproduceerd door bepaalde bacteriën, zoals lactobacillen en streptokokken en in mindere mate door bifidobacteriën.
Over het algemeen worden deze bacteriën gezien als gunstig voor de darmflora. Maar dit fenomeen lijkt te verklaren waarom probiotica met deze bacteriesoorten bij sommige mensen een hersenmist veroorzaakt. Kleinschalig onderzoek onder mensen met hersenmist die probiotica gebruikten liet zien dat de klachten bij de meerderheid van de deelnemers verdwenen als zij daarmee stopten.
Dit wijst erop dat een overmaat aan deze bacteriën in de darmen mogelijk kan leiden tot cognitieve problemen, vooral bij mensen met SIBO.1,2

In de complementaire gezondheidszorg wordt ook vaak een verband gelegd tussen hersenmist en een candida-infectie in de darm. Candida is een gist die de slijmvliezen en de huid kan koloniseren. Chronische infecties door deze gist worden in verband gebracht met aandoeningen als gewrichtsontsteking (reumatoïde artritis) en de ziekte van Alzheimer.
Wanneer candida het bloed bereikt, kunnen diffuse symptomen optreden. Bij ernstige infecties kan zelfs een delier ontstaan. Dieronderzoek liet zien dat een lichte infectie met candida tot verstoringen in de hersenfunctie kan leiden. Dit uitte zich onder andere in geheugenproblemen, veroorzaakt door ontstekingsreacties in de hersenen.3 Dit laatste wordt ook wel neuro-inflammatie genoemd.
Een ongezonde darmflora kan bijdragen aan brain fog
Hoewel niet altijd wordt erkend dat candida-infecties in de darm het bloed kunnen bereiken, zijn er aanwijzingen dat dit bij zowel dieren als mensen gebeurt. Bij mensen met de ziekte van Alzheimer wordt bijvoorbeeld vaker een schimmelbelasting in het bloed en de hersenen gevonden dan bij gezonde mensen.
Schimmels en gisten kunnen hersenmist veroorzaken door een afweerreactie op te wekken of door giftige stoffen (mycotoxines) te produceren. Deze stoffen kunnen via besmet voedsel of schimmelrijke lucht in huis het lichaam binnendringen en bijdragen aan cognitieve problemen. Ze kunnen ook in de darm zelf worden geproduceerd door de aanwezige overgroei aan schimmels en gisten.4
De rol van voeding
Voeding kan een belangrijke rol spelen bij hersenmist, zowel door specifieke voedingsstoffen als door reacties van het afweersysteem op bepaalde voedingsmiddelen. Bij glutenallergie (coeliakie) komt hersenmist vaak voor, vooral voordat de diagnose is gesteld.
Het lichaam maakt bij coeliakie antilichamen aan tegen gluten die niet alleen de darmen beschadigen, maar ook de hersenen kunnen beïnvloeden. Als een glutenvrij dieet niet strikt wordt gevolgd, kan hersenmist daarom een terugkerend probleem zijn.5
Bij mensen met niet-allergische glutenovergevoeligheid wordt het mechanisme minder goed begrepen, maar onderzoek toont aan dat ongeveer de helft van deze mensen last heeft van hersenmist, geheugenproblemen en concentratiestoornissen. MRI-scans laten zien dat gluten op een andere, nog onbegrepen, manier toch invloed kunnen hebben op de hersenen.6,7
Naast gluten worden ook andere voedingsmiddelen in verband gebracht met hersenmist, waaronder zuivel en pinda’s. Hoewel de precieze oorzaak nog niet duidelijk is, zijn er een paar mogelijke verklaringen voor. Zuivel bevat stoffen (zoals caseïne) die op opioïden lijken, wat concentratieproblemen kan veroorzaken. Pinda’s zijn regelmatig besmet met mycotoxines, giftige stoffen geproduceerd door schimmels, die eveneens hersenmist kunnen uitlokken.
Het afweersysteem speelt een directe rol bij hersenmist. Dat zie je bijvoorbeeld bij mensen met histamine-intolerantie of mestcelactivatiesyndroom (MCAS). Histamine, een stof die het lichaam aanmaakt tijdens een allergische reactie, werkt in de hersenen als een neurotransmitter en beïnvloedt de alertheid en het geheugen.
Wanneer de histaminespiegel in de hersenen te hoog is, kan dit leiden tot neuro-inflammatie en daarmee gepaard gaande cognitieve klachten.8 Voedingsmiddelen die rijk zijn aan histamine of histaminevrijmakers, zoals gefermenteerde producten als wijn, kaas en zuurkool, kunnen bij mensen met een verminderde histamine-afbraak leiden tot hersenmist.
Of voeding hersenmist veroorzaakt, hangt af van allergieën of intoleranties
Sommige mensen ervaren hersenmist door het gebruik van de kunstmatige zoetstof aspartaam. Dit wordt vooral gezien bij mensen met de stofwisselingsziekte PKU (fenylketonurie); een zeldzame genetische aandoening. Bij deze aandoening kan het lichaam het aminozuur fenylalanine, dat vrijkomt bij de afbraak van aspartaam, door een enzymdefect niet goed verwerken.
Hierdoor hoopt fenylalanine zich op in de hersenen, wat giftig is en hersenproblemen veroorzaakt. Ook mensen die alleen drager zijn van het gendefect kunnen klachten krijgen, omdat hun enzym minder goed werkt. Hoewel zij fenylalanine wel kunnen afbreken, gebeurt dit niet snel genoeg, waardoor alsnog een schadelijke ophoping kan ontstaan.9
Een ander aminozuur dat mogelijk hersenmist veroorzaakt, is tryptofaan. Onder bepaalde omstandigheden, zoals een lage hoeveelheid energie in de cel, wordt tryptofaan niet omgezet in serotonine, maar in kynurenine en quinolinezuur. Quinolinezuur is giftig voor de hersenen en kan zo bijdragen aan hersenmist.10
Persoonlijke gevoeligheden
Of voedingsmiddelen hersenmist veroorzaken, hangt dus af van persoonlijke overgevoeligheden, allergieën of intoleranties. Voedingsmiddelen met veel toegevoegde suikers en bewerkte koolhydraten kunnen ervoor zorgen dat de bloedsuikerspiegel snel stijgt en daalt. Dit kan leiden tot vermoeidheid, prikkelbaarheid en een gevoel van mentale vaagheid.11
Alcohol heeft een directe invloed op de hersenen. Het kan de communicatie tussen zenuwcellen verstoren en klachten geven als concentratieproblemen en geheugenverlies, vooral als het in grote hoeveelheden wordt geconsumeerd. Cafeïne kan in kleine hoeveelheden helpen om scherper te blijven, maar te veel cafeïne kan nervositeit, slaapproblemen en een opgejaagd gevoel veroorzaken.

Voor sommige mensen met auto-immuunziekten kunnen bepaalde groenten, zoals tomaten, paprika’s, aubergines en aardappelen, ontstekingsreacties veroorzaken. Dit kan ook leiden tot hersenmist. Voedingsmiddelen als spinazie, rabarber en amandelen bevatten oxalaten, die bij sommige mensen ontstekingsreacties kunnen veroorzaken, wat hersenmist indirect kan beïnvloeden.
Mononatriumglutamaat, beter bekend als MSG, vet-sin of E621, kan leiden tot hoofdpijn, vermoeidheid en hersenmist-achtige klachten. Omdat iedereen anders reageert op voeding, kan het zinvol zijn om een voedingsdagboek bij te houden. Daarmee kun je verbanden ontdekken tussen wat je eet en wanneer je last krijgt van hersenmist.
Met behulp van een voedingsdagboek kun je verbanden leggen
Wanneer het lichaam voedingsstoffen niet goed opneemt, bijvoorbeeld door problemen in de stofwisseling, spijsvertering of darmflora, kunnen er tekorten ontstaan aan essentiële bouw- en voedingsstoffen. Dit belemmert een goede hersenfunctie. B-vitaminen spelen hierin een belangrijke rol.
Vitaminen als B12, folaat (B9) en thiamine (B1) zijn nodig voor een gezond zenuwstelsel. Een tekort aan vitamine B12 kan bijvoorbeeld de aanmaak van myeline verstoren, de beschermlaag rondom zenuwen, wat kan leiden tot neurologische klachten. Ook kan een tekort aan B12 bloedarmoede veroorzaken, waardoor de zuurstofvoorziening naar de hersenen vermindert.
Een thiamine-tekort verhoogt oxidatieve stress in de hersenen en kan daardoor lichte ontstekingen veroorzaken, terwijl een gebrek aan folaat tot bloedarmoede en cognitieve problemen kan leiden. Bovendien hebben deze vitaminen een belangrijke functie in de energiestofwisseling.
Zonder voldoende B-vitaminen kan er onvoldoende adenosinetrifosfaat (ATP) worden geproduceerd, de belangrijkste energiebron van het lichaam. Kortom: voeding en voedingsstoffen hebben een grote invloed op de hersenfunctie.12
Bronnen
1. Clinical and translational gastroenterology 2018:9(6).
2. Clinical and translational Gastroenterology 2018:9(11);207.
3. Nature Communications 2019:10(1);1-15.
4. Atern Ther Health Med 2022:28(3);8-12.
5. Journal of Gastroenterology and Hepatology 2017:32;90-93.
6. Acta Neurologica Belgica 2018:118(1);21-27.
7. PloS one 2020:15(8).
8. International Journal of Molecular Sciences 2019:20(3).
9. Neurological Sciences 2018:39(1);161-164.
10. Biomolecules 2022:12(7);998.
11. Nutritional Neuroscience 2022:25(8);1623-1632.
12. Annals of the New York Academy of Sciences 2021:9(1);1498.
Goed slapen
Een goede nachtrust kan hersenmist voorkomen of verminderen. Tijdens de slaap vinden herstelprocessen plaats die essentieel zijn voor een goede hersenfunctie, zoals de opruiming van afvalstoffen en het versterken van verbindingen tussen hersencellen. Slechte of onvoldoende slaap kan leiden tot cognitieve problemen, zoals geheugenverlies, concentratieproblemen en mentale vermoeidheid. Daarnaast verstoort een chronisch slaaptekort de regulatie van neurotransmitters en hormonen die belangrijk zijn voor de cognitieve functie, wat de symptomen van hersenmist kan verergeren.
Een goede slaap betekent dat je voldoende diepe en ononderbroken rust krijgt. Dit zorgt ervoor dat je lichaam en hersenen zich goed kunnen herstellen. Het is belangrijk dat je slaap lang genoeg is om verschillende fasen van slaap door te maken, zoals de diepe slaap en de remslaap, die nodig zijn voor je gezondheid en helder denken. Je slaap moet rustig zijn, zonder veel onderbrekingen, zodat je kunt herstellen en je hersenen goed kunnen opruimen. Na een goede nacht slaap moet je je verfrist voelen en energiek wakker worden, zonder moe of verward te zijn. Een comfortabele, rustige en donkere omgeving helpt ook om goed te slapen.
Bron
- Nat Rev Neurosci. 2017 May 18;18(7):404–418.
