Was de theorie van Darwin wel het hele verhaal?

De ‘zelfzuchtige’ genen blijken meer dimensies te hebben dan werd aangenomen.

In zijn boek The Selfish Gene (Onze zelfzuchtige genen,. uitgeverij Contact, Amsterdam 1976) stelt Richard Dawkins dat onze genen zelfgeleide projectielen zijn met maar één doel voor ogen: de eeuwigheid. Daarbij gebruiken ze ons alleen maar als vervoermiddel, dat weer weggegooid wordt zodra ze zich genoeg vermenigvuldigd hebben. Dit idee, een uitwerking van de theorie van Darwin, wordt tegenwoordig krachtig weersproken.

De Franse plant- en dierkundige en biologisch filosoof Jean-Baptiste Lamarck (1744-1829) stelde dat de evolutie zich voltrekt doordat de gewoonten, neigingen en milieu-invloeden van iemands voorouders tot nieuw verworven eigenschappen leiden die geërfd worden door zijn afstammelingen.

Dit werd ten stelligste ontkend door aanhangers van de mechanistische erfelijkheidswetten van Mendel. Deze beschouwen de mens als een machine, samengesteld uit afzonderlijke delen met hun eigen eigenschappen.

Charles Darwin zelf onderschreef de theorie van Lamarck, maar de jongste lichting Darwinisten van de 20ste eeuw zag er niets in. In 1809 publiceerde Lamarck het tweedelige La Philosophie Zoologique (‘de filosofie van het dierenrijk’), waarin hij beschreef hoe volgens hem de evolutie op aarde plaatsvindt. Samuel Hahnemann, die zes jaar na de dood van Lamarck in Parijs aankwam, verwerkte zijn denkbeelden grotendeels in de theorie van overerfde ziekteverwekkers in de homeopathie.

In de vroege jaren vijftig van de vorige eeuw werd overtuigend bewijs gevonden voor de theorie dat we verworven eigenschappen erven, zoals Lamarck stelde1,2,3. Het bewijs kwam naar voren in experimenten van C.M. Waddington, die fruitvliegjes in een vroege levensfase blootstelde aan abnormale omgevingsprikkels. Hierdoor kregen ze afwijkingen die echter pas acht generaties later zichtbaar werden, terwijl de oorspronkelijke prikkels al lang niet meer aanwezig waren.

Met andere woorden, er had een zogenaamde ‘epigenetische’ aanpassing plaatsgevonden. Dit proces is volgens de gangbare homeopathische inzichten meer dan een toevalstreffer4.
Onderzoekers hebben de laatste vijftien jaar veel bijgedragen aan ons inzicht in de biochemische mechanismen die betrokken zijn bij epigenetische aanpassing.

Epigenetica beschrijft de manier waarop de genetische activiteit binnen een cel wordt gereguleerd: welke genen worden in- of uitgeschakeld en hoe wordt de werking afgezwakt? Een voorbeeld om het duidelijk te maken. De cellen in de alvleesklier en in onze ogen bevatten exact hetzelfde DNA, maar ze zien er verschillend uit en hebben een andere werking.

Dat komt door de specifieke omgeving waarbinnen ze werkzaam zijn. Hoewel het precieze mechanisme nog niet compleet ontrafeld is, staat vast dat dit proces een doorslaggevende rol speelt bij het ontstaan van kanker, geboorteafwijkingen, en bij elke ziekte die gepaard gaat met abnormale groei van weefsels en organen, en bij een laag bloedsuikergehalte bij de geboorte.

Er wordt veel epigenetisch onderzoek gedaan, en de uitkomsten daarvan zijn wellicht ook van toepassing op mensen. Zo werd er onderzoek gedaan bij Zuid-Amerikaanse agoutimuizen, die door hun genen een helder perzikgele vacht hebben, maar ook vroeg overlijden ten gevolge van obesitas (ziekelijk overgewicht), kanker of suikerziekte.

In het onderzoek werden zwangere agoutimuizen gevoerd met vitamine B12, choline (dat de vetomzetting in het lichaam regelt), foliumzuur en betaïne (een stof die in bietjes zit). Daardoor bleken ze slanke nakomelingen te krijgen met een bruine vacht die een hoge leeftijd bereikten5.

Ook zijn er studies uitgevoerd die met menselijke proefpersonenen waarin onderozcht werd wat voor effect het had op het ongeboren kind wanneer de moeder tijdens de zwangerschap honger leed. Die ondervoeding bleek niet alleen te leiden tot een reeks ontwikkelingsstoornissen en aandoeningen tijdens de volwassenheid (zoals een laag geboortegewicht, suikerziekte, obesitas, hartziekten, borstkanker en andere kankers), maar hun kleinkinderen bleken ook kleiner dan normaal6,7.

De voeding van onze moeder en zelfs onze grootmoederheeft dus gevolgen voor onze eigen gezondheidstoestand. Epigenetische effecten zijn trouwens niet altijd nadelig, er zijn namelijk ook effecten gevonden die tegen kanker beschermen. Zo bleek er lunasin vrij te komen in muizen en ratten die deze stof aten. Lunasin is een peptide met een kankerbeschermende werking en komt voor in gerst, sojabonen en tarwe.

Hoewel lunasin tegen kanker beschermtm kan het echter geen bestaande kanker genezen8. In Toronto, Canada, werd uit onderzoek opgemaakt dat met name DNA-veranderingen van belang zijn bij het ontstaan van schizofrenie en bipolaire stoornis. Deze DNA-veranderingen waren niet alleen te zien in de frontale hersenschors maar ook in het sperma9. Overerfde epigenetische afwijkingen zouden er dus toe kunnen bijdragen dat er in bepaalde families zo vaak bipolaire stoornis en schizofrenie voorkomen, aldus Jonathan Mill, hoofdauteur van het onderzoeksrapport 10.

Een ander Candees onderzoek ( van de McGill University in Montreal) onthulde belangrijke verschillen in de hersenen van zelfmoordenaars vergeleken met andere overledenen. Hoewel de genetische sequenties (de DNA-volgorde) identiek was, bleek er een verschil in genetische marking (chemische coating).

In alle dertien onderzochte zelfmoordgevallen bleken de betrokkenen in hun jeugd misbruikt te zijn. De oorzaak van de epigenetische veranderingen zou dus een kindertrauma kunnen zijn, al is dit moeilijk met zekerheid te stellen11. Kortom,  factoren als dieet, milieu, sociale omgeving, gifstoffen, chronische infecties en familieband blijken de genetische code  en de expressie daarvan te kunnen veranderen.

Deze veranderingen kunnen bovendien van grootvader op zoon en vervolgens op kleinzoon worden doorgegeven en van grootmoeder op (klein)dochter. Er is steeds meer bewijs dat deze stelling ondersteunt, en daarom zouden wij in onze huidige vervuilde leefomgeving extra alert moeten zijn, niet alleen vanwege onze eigen gezondheid maar ook die van onze kinderen en kleinkinderen. We zullen een radicale omslag moeten maken in ons denken over erfelijkheid en evolutie, waarbij we de mechanismen van Lamarck moeten combineren met de theorieën van Darwin en Dawkins.

Harald Gaier

Bronnen:

  1. Nature, 1952;169:278-279
  2. Sci Am,1953; 189:92-97
  3. Evolution, 1956;10:1-13
  4. Homeop Res, december 2006
  5. Mol Cell Biol, 2003l23:5293-5300
  6. Paediatr Perina Epidemiol,1992;6:240-253
  7. Eur J Hum Genet, 2002; 10:682-688
  8. Nutr Rev,2005;63:16-21
  9. Am J Hun Genet,2008;199:31-32
  10. New Sci,2008;199:31-32
  11. www.sciencedaily.com/releses/2008/05/080507084001.htm

Wilt u dit artikel lezen?

Als abonnee kunt u dit artikel gratis lezen door in te loggen op uw account. Nog geen abonnee? Sluit nu een abonnement af.

Andere artikelen van Harald Gaier

Een fijne boel

Een opknapbeurt voor uw botten

Kruid met superkracht

Geen pijn meer

Medicinale kruiden tegen migraine

Column dr. Wendy Lin; Handzenuw in de knel

Anderhalf jaar geleden kwam een man in mijn praktijk. Hij was net gepensioneerd. Zijn hele leven was hij internationaal correspondent geweest, dus hij had veel tijd achter zijn toetsenbord doorgebracht. Tuinieren was de hobby waarin hij altijd zijn rust had gevonden....

Harald Gaier avatar

Over de auteur

Harald Gaier is iemand naar wie anderen vaak verwijzen als het gaat om complementaire en alternatieve medische en diagnostische technieken. Zes jaar lang was hij als natuurgeneeskundig arts lid van de onderzoekscommissie van de Prince of Wales' Foundation for Integrated Health. Meest recentelijk was hij directeur van medisch onderzoek bij twee grote klinieken in Londen (The Hale Clinic en The Diagnostic Clinic). Zijn gepubliceerde werk omvat de Encyclopaedic Dictionary of Homeopathy en collegiaal getoetste artikelen over darmgerelateerd medisch onderzoek en medische economie.
Lees meer artikelen van Harald Gaier