Wanneer het eten je vijand is

Steeds meer mensen komen tot de ontdekking dat zij tarwe en andere granen die gluten bevatten, niet goed verdragen. Nieuwe onderzoeksgegevens suggereren dat de oorzaak daarvan weleens zou kunnen liggen in de graanproducten die in babymelk zitten. Dezelfde gegevens wijzen erop dat coeliakie tegenwoordig misschien ongemerkt de oorzaak van veel auto-immuunziekten is.Het aantal mensen dat geen tarwe verdraagt, wordt steeds groter. Supermarkten in de VS en Europa ruimen al speciale schappen in voor klanten die niet tegen voedingsmiddelen met tarweproducten kunnen, zoals gewoon brood of pasta. Maar degenen bij wie is vastgesteld dat zij niet tegen tarwe kunnen oftewel aan coeliakie lijden, vormen slechts een zeer klein deel van de groep die aan deze aandoening lijdt.

Waarschijnlijk heeft zelfs een op de vijf mensen één simpel probleem gemeen: voor hen zijn tarwe en zelfs alle glutenhoudende granen giftig. In het algemeen hebben zij ook een breed scala van aandoeningen die ogenschijnlijk niets met elkaar te maken hebben. Tarwe veroorzaakt drie belangrijke problemen. De meest voorkomende is intolerantie voor tarwe en de meest dodelijke is tarweallergie, maar het meest besproken is coeliakie. Er zijn steeds meer aanwijzingen dat het aantal gevallen van coeliakie toeneemt. Er zijn letterlijk miljoenen mensen die onbewust slachtoffer zijn van deze sluipende, maar potentieel dodelijke ziekte.

De naam coeliakie klinkt een beetje ouderwets, alsof het een overblijfsel is uit het verleden of in elk geval een aandoening die zo zeldzaam is dat je je daarover geen zorgen hoeft te maken. Nog maar tien jaar geleden werd coeliakie inderdaad beschouwd als een ziekte die relatief weinig voorkwam. Volgens de deskundigen leed slechts 0,1 procent van de bevolking eraan. Maar dankzij betere diagnostische technieken is dat cijfer intussen flink naar boven bijgesteld, zodat de huidige officiële schattingen op 1 procent uitkomen1.

Hoewel we nu weten hoe gluten inwerkt op de ingewanden van coeliakiepatiënten, is het nog steeds een raadsel waar het probleem vandaan komt. Men heeft altijd gedacht dat het een erfelijke ziekte is, maar deskundigen vermoeden al geruime tijd dat er ook een omgevingsfactor bij betrokken is. Per slot van rekening heeft 70 procent van alle eeneiige tweelingen deze ziekte met elkaar gemeen, zodat er ook andere dan genetische factoren een rol moeten spelen.

Deense ontdekking

De Scandinaviërs hebben het meeste onderzoek gedaan naar invloeden uit de omgeving die coeliakie veroorzaken, gedeeltelijk omdat de ziekte zo vaak voorkomt in Noord-Europa. Zij denken de hoofdschuldige nu te hebben gevonden: de samenstelling van kunstmatige babyvoeding. De eerste aanwijzing was het gegeven dat de bevolking van Denemarken en Zweden genetisch gezien nagenoeg hetzelfde zijn, terwijl Zweden vijf tot tien keer zoveel coeliakiepatiënten telt. Deense onderzoekers die dit verschil onderzochten, ontdekten dat de Zweedse babymelkproducten tot veertig keer meer gluten bevatten dan de Deense. Zij concludeerden dat deze blootstelling aan gluten uit babymelkproducten op jonge leeftijd duidelijk een belangrijke oorzaak van coeliakie is en dat het lichaam gluten als een potentieel giftige stof ziet2.

Zweedse onderzoekers hebben vervolgens aangetoond dat het nadelige effect van gluten aanzienlijk kan afnemen als kinderen borstvoeding krijgen. Toen zij de medische dossiers van bijna 2000 kinderen uitgebreid onderzochten, ontdekten zij dat de kans op coeliakie drastisch verminderde als de moeder borstvoeding bleef geven nadat haar baby al was overgestapt op graanproducten. Dit betekent dat moedermelk antilichamen bevat die het nog onvolgroeide immuunsysteem van het kind in staat stellen gluten te verwerken3.  Onlangs heeft een Amerikaans onderzoek aangetoond dat contact met gluten tijdens de eerste drie maanden het meeste effect heeft en dat de kans op coeliakie daardoor wel 23 keer zo groot wordt4.

Gevolg van een virus

Andere onderzoekers vragen zich af of coeliakie misschien veroorzaakt wordt door een ernstige verkoudheid of griep. Professor William Dobbins van de universiteit van Michigan wijst erop dat verkoudheidsvirussen soms een molecuulstructuur hebben die lijkt op gliadine (een bestanddeel van gluten). Daardoor zouden ze mogelijk een schadelijke reactie in de ingewanden veroorzaken. Dobbins: ‘Vanaf het moment dat het immuunsysteem op het verkoudheidsvirus reageert, zal het steeds wanneer het gliadine tegenkomt denken dat het door het verkoudheidsvirus wordt aangevallen en zal het voortdurend proberen om dat af te weren.’5

Als Dobbins gelijk heeft, is de kans groot dat coeliakie op nog grotere schaal voorkomt dan we al dachten. Nieuwe aanwijzingen die deze conclusie aannemelijk maken, komen van een huisarts in Oxfordshire. Zoals veel huisartsen heeft dokter Harold Hin in Banbury een groot aantal patiënten die ‘zich de hele tijd moe voelen’. Omdat Hin vermoedde dat deze vermoeidheidsklachten althans voor een deel door coeliakie werden veroorzaakt, liet hij het bloed onderzoeken van de eerste 1000 patiënten die met deze vermoeidheidsverschijnselen op zijn spreekuur kwamen. Hij ontdekte dat dertig mensen uit deze groep coeliakie hadden, een diagnose die later werd bevestigd door laboratoriumonderzoek van weefsel van de ingewanden6.

Dit heeft ontzagwekkende implicaties. Dertig mensen lijkt niet veel, maar wanneer we dat getal extrapoleren naar de totale bevolking, komt het er niet langer op neer dat een persoon op iedere honderd mensen coeliakie heeft, maar misschien wel een op iedere dertig. Dat is bijna precies evenveel als het cijfer dat de Amerikaanse allergiedeskundige dr. James Braly aandraagt7. Braly gaat nog veel verder en stelt dat misschien wel een vijfde van de gehele bevolking lijdt aan wat hij ‘gevoeligheid voor gluten’ noemt.

De stelling van Braly is dat granen als voedingsmiddel de mens van oudsher vreemd is. Tenslotte waren onze verre voorouders in de eerste plaats jagers en verzamelaars van vruchten, noten en vlees. De overgang naar vaste landbouw en de verbouw van granen vond pas enkele duizenden jaren geleden plaats. Ons immuunsysteem heeft gewoon nog niet de tijd gehad om zich aan te passen. Dokter Braly, die zelf aan glutengevoeligheid en coeliakie lijdt, geeft een lange lijst van bijna tweehonderd symptomen die volgens hem door dit probleem worden veroorzaakt (zie kader).
De meeste deskundigen vinden dat Braly zich aan overdrijving schuldig maakt, maar naarmate de jaren verstrijken nemen de aanwijzingen sterk toe dat coeliakie inderdaad de genoemde problemen veroorzaakt. Zo is er een stortvloed aan klinische studies waaruit blijkt dat coeliakie de kans op auto-immuunstoornissen zoals artritis en diabetes8, leveraandoeningen, miskramen9, keel- en slokdarmkanker en kanker aan de dunne darm10, astma, longontsteking en tuberculose11 vergroot.

Alarmerender is dat de immuunreactie op gluten – naar nu blijkt – niet alleen in de ingewanden maar bijna overal in het lichaam schade kan aanrichten. Dit blijkt uit de ontdekking dat ongeveer 10 procent van de bevolking een antilichaam tegen het gliadinebestanddeel van gluten aanmaakt en toch geen van de klassieke symptomen van coeliakie vertoont. Dokter Alessio Fasano van de universiteit van Maryland, die het onderzoek uitvoerde waaruit dit blijkt, zegt hierover: ‘Wereldwijd komt coeliakie buiten de ingewanden vijftien keer vaker voor dan coeliakie in de ingewanden’12.

Buiten de ingewanden

Wat voor kwaad zou gliadine behalve in de ingewanden in het lichaam kunnen aanrichten? Marios Hadjivassiliou, een neuroloog verbonden aan het Royal Hallamshire Hospital in Sheffield, heeft een aantal antwoorden gevonden. Toen hij bij patiënten met ‘neurologisch disfunctioneren’ zonder aanwijsbare oorzaak een test deed op antilichamen tegen gliadine, vond hij bij meer dan de helft van hen deze antilichaampjes in het bloed, ook al hadden de meesten totaal geen ingewandsklachten.

Toch hadden zij ernstige neurologische problemen, bijvoorbeeld ataxie (een coördinatiestoornis met onzeker lopen, onhandigheid, onduidelijke spraak), perifere neuropathie (verlamd gevoel, zwakke spieren) en degeneratie van de spieren. ‘Het is een historisch misverstand dat glutengevoeligheid voornamelijk een aandoening van de dunne darm is,’ zegt dr. Hadjivassiliou. ‘Glutengevoeligheid kan ook primair – en soms zelfs uitsluitend – een neurologische aandoening zijn.’13

Ook andere onderzoekers hebben bevestigd wat enkele psychiaters al lang vermoedden: coeliakie is een belangrijke factor bij schizofrenie14 en depressie15. Er zijn zelfs aanwijzingen dat autisme misschien verband houdt met coeliakie. In een onderzoek bij autistische kinderen bleek dat hun concentratie, slaappatroon en taalontwikkeling verbeterden toen zij niet langer gluten te eten kregen16.

Al deze nieuwe onderzoeksgegevens ondersteunen de theorie dat coeliakie veel ernstiger is dan artsen twintig jaar geleden nog dachten. Sterker nog, de meesten van ons weten niet eens dat we het hebben. Er zijn namelijk gegronde aanwijzingen dat het wel tientallen jaren ‘klinisch ondergronds’ kan blijven17. Deskundigen vermoeden nu dat coeliakie net een ijsberg is: alleen de bovenste 10 procent is zichtbaar, terwijl daaronder een enorme massa schuilgaat die zich aan de klinische waarneming onttrekt.

Volgens een Nederlands onderzoek is de verhouding tussen wel en niet onderkende gevallen misschien wel 1:1418. Italiaanse artsen zijn tot dezelfde conclusies gekomen en omschrijven coeliakie als een complex ziektebeeld dat ‘sluipend’ en ‘latent’ aanwezig is, waarbij alleen de meest in het oog springende gevallen zichtbaar zijn19. Dit maakt het erg belangrijk dat er een nauwkeurige diagnose wordt gesteld, maar dat is niet gemakkelijk. De symptomen worden namelijk vaak verward met andere aandoeningen.

Coeliakie tast de opname van voedingsstoffen in de ingewanden aan, zodat de eerste tekenen van deze ziekte er vaak uitzien als een voedingstekort, zoals bloedarmoede, vermoeidheid of mondblaren. Tegelijkertijd moet coeliakie worden onderscheiden van een allergie of intolerantie voor tarwe, twee condities die subtiel anders zijn. Een echte tarweallergie veroorzaakt vrijwel onmiddellijk een reactie op tarwe, die zeer heftig kan zijn en een dodelijke anafylactische shock kan veroorzaken, vooral bij kinderen20. Het is een specifieke reactie van het immuunsysteem op tarwe-eiwitten in het algemeen, niet alleen op gluten.

Echte coeliakie beschadigt de wandbekleding van de dunne darm, met name de miljoenen haartjes (‘villi’) waarmee die bedekt is. Deze villi vormen een gigantisch oppervlak dat het lichaam gebruikt om de voedingsstoffen uit het eten te halen. Wanneer het gluten daarmee in contact komt, ontstaat bij sommige mensen een ontstekingsreactie die het immuunsysteem op het verkeerde been zet: het denkt dat de villi de indringers zijn. Het gevolg is dat het immuunsysteem een aanval op de villi inzet en die probeert te vernietigen, zodat de spijsvertering in het honderd loopt.
Een intolerantie voor tarwe daarentegen wordt veroorzaakt doordat de tarwe-eiwitten onvolledig verteerd worden óf doordat de doorlaatbaarheid van de dunne darm groter is geworden (‘lekke darm’). Het kan soms drie dagen duren voordat er symptomen optreden, waardoor het moeilijk is een diagnose te stellen. Ook zijn de symptomen nogal vaag. Toch kan iemands leven erdoor verwoest worden als de intolerantie niet tijdig wordt onderkend.

Evenals bij een tarweallergie is intolerantie voor tarwe niet noodzakelijk een reactie op gluten, maar mogelijk op andere bestanddelen van tarwe. Het kan een diagnostisch mijnenveld zijn om tussen deze drie aandoeningen die verband houden met tarwe, het juiste onderscheid te maken. De enige manier om ondubbelzinnig coeliakie vast te stellen is door een biopsie, waarbij een stukje weefsel uit de ingewanden wordt weggehaald en onderzocht. Dit is een vrij ingrijpende procedure, vooral als daarvoor twee keer weefsel moet worden weggehaald voor een definitieve bevestiging. Bloedproeven zijn echter ondanks recente verbeteringen nog steeds niet honderd procent betrouwbaar.

Probiotische doorbraak?

Op dit moment is coeliakie niet te genezen. Meestal vinden artsen dat de patiënt zich maar bij zijn of haar coeliakie moet neerleggen en ‘ermee moet leren leven’. Het is wellicht verrassend dat de farmaceutische industrie hier eveneens vanuit lijkt te gaan, want voor deze aandoening worden geen medicijnen voorgeschreven. Wel gloort er een potentiële doorbraak uit de hoek van de voedingsgeneeskunde, met name vanuit de probiotica. Dit zijn de heilzame darmbacteriën, meestal uit melk afkomstig, die al een revolutie teweeg hebben gebracht in de behandeling van ingewandsproblemen als diarree, de ziekte van Crohn en spastische darmen.

Overduidelijk is al vastgesteld dat twee belangrijke probiotische bacteriën, de lactobacillus en de bifidus, schadelijke micro-organismen in bedwang houden en een krachtig hulpmiddel vormen bij de spijsvertering, de opname van voedingsstoffen en de immuunfunctie in het algemeen. Ook wordt voorzichtig gedacht dat probiotica mogelijk nuttig zijn ter bestrijding van coeliakie. Hoewel er tot dusver geen klinische experimenten zijn gedaan om de waarde van probiotica voor coeliakie aan te tonen, zijn er wel veelzeggende argumenten die voor een eventuele oplossing met deze eenvoudige therapie pleiten.

Kijken we naar de puzzel van de coeliakie zelf. Waarom zou het lichaam gluten als een vijandige stof opvatten en daarmee aan zichzelf de verkeerde signalen afgeven en zichzelf schade toebrengen? Hoe kan zo’n eenvoudige stof als gluten het voor elkaar krijgen dat zo’n complex en ‘verstandig’ geheel als het immuunsysteem zich tegen zichzelf keert?  Een van de antwoorden is mogelijk dat het gluten misschien door een bepaalde schadelijke darmbacterie wordt opgenomen en dat het immuunsysteem daardoor op die bacterie reageert in plaats van op het gluten zelf. Als er zo’n pathogene (ziekteverwekkende), gluten etende bacterie bestaat, zou dat kunnen verklaren waarom soms de ene eeneiige tweeling wel coeliakie krijgt en de andere niet. Het verschil is misschien dat de ene tweeling toevallig meer probiotische darmbacteriën heeft dan de andere en daardoor de pathogene bacterie sterker onderdrukt.

Koolhydraatverbinding

Steun voor de theorie van de darmbacterie komt van twee recente Europese studies naar coeliakie. Zweedse onderzoekers hebben iets vreemds ontdekt aan de ingewanden van coeliakiepatiënten. Bij deze patiënten blijkt de darmwand ‘unieke koolhydraatstructuren’ te bevatten die bacteriën stimuleren zich aan het oppervlak te hechten21. Het feit dat bacteriën zich gemakkelijk aan de darmwand kunnen hechten bij coeliakiepatiënten, zou een belangrijke aanwijzing kunnen zijn om de oorzaak en de genezing van deze aandoening te vinden.

Nederlandse onderzoekers hebben deze theorie verder onderzocht en doen de suggestie dat het kwaadaardige, spruwachtige organisme Candida albicans een belangrijke oorzaak van coeliakie is. Zij denken dat dit organisme coeliakie oproept door zich aan de darmwand te hechten en daar antilichamen tegen gluten te vormen22. We staan nog maar aan het begin, maar als deze eerste resultaten juist blijken, zou de genezing van coeliakie heel goed kunnen bestaan uit een eenvoudige probioticakuur in plaats van een levenslang verbod op gluten.

BRONNEN:

1 Curr Opin Rheumatol, 2006; 18: 101-107
2 J Pediatr Gastroenterol Nutr, 1995; 21: 64-68
3 Am J Clin Nutr, 2002; 75: 914-921
4 JAMA, 2005; 293: 2410-2412
5 CSA/USA Conference, 7-9 oktober 1994
6 BMJ, 1999; 318: 164-167
7 J. Braly & R. Hoggan, Dangerous Grains. New York: Penguin-Putnam-Avery, 2002
8 Gastroenterology, 1999; 117: 303-310
9 Lancet, 2000; 356: 399-400
10 Gastroenterology, 2005; 128, Suppl. 1: S79-S86
11 Arch Intern Med, 2003; 14: 163: 1566-1572
12 Arch Intern Med, 2003; 163: 286-292
13 J Neurosurg Psychiatry, 2002; 72: 560-563
14 BMJ, 2004; 328: 438-439
15 Am J Gastroenterol, 1999; 94; 839-843
16 Autism, 1999; 3: 45-69
17 Pediatrics, 2001; 107: 768-770
18 Lancet, 1999; 353: 813-814
19 Acta Paediatr, 2000; 89: 140-141
20 Int Arch Allergy Immunol, 2004; 133: 168-173
21 Am J Gastroenterol, 2004; 99: 894-904
22 Lancet, 2003; 361: 2152-2154


De traditionele ‘behandeling’ van coeliakie
Hoewel artsen beweren dat coeliakie te behandelen is, is ‘behandelen’ niet het goede woord. Het zou eerlijker zijn toe te geven dat er geen conventionele behandeling voor bestaat, afgezien van geen gluten eten.
Nooit meer gluten eten klinkt simpel, maar dat is het niet – en wel om twee belangrijke redenen:
• Gluten zit in vrijwel alle voedsel. Het zit in tarwe, rogge en gerst, wat betekent dat brood, cornflakes, pasta, koekjes en beschuit van het menu geschrapt moeten worden – dat is voor de meeste mensen ruim 50 procent van hun normale dagelijkse voeding. Erger nog is dat vrijwel alle geconserveerde of bewerkte voedingsmiddelen verboden zijn omdat gluten vaak als bindmiddel wordt toegevoegd aan bijvoorbeeld ijs, pudding, smeerkaas, dressings, soep en vlees- of andere sauzen. Conserveren brengt ook het risico met zich mee dat er in de fabriek besmetting met tarwe plaatsvindt. Daarom kan haver, dat technisch gezien geen gluten bevat, toch een probleem zijn voor coeliakiepatiënten. In de productielijn in de fabriek kunnen namelijk sporen van gluten voorkomen en die kunnen al bij het minste of geringste klachten veroorzaken. Alles wat mout bevat, dat vaak als smaakstof of kleurstof wordt gebruikt, is ook taboe, omdat het van gerst wordt gemaakt. Zuivelproducten zijn eveneens verdacht, omdat het melkeiwit caseïne een zelfde moleculaire structuur heeft als gluten. Het is elke dag een enorme opgave om volledig glutenvrij eten te vinden.
• Vaak zijn mensen verslaafd aan gluten. Bepaalde peptiden of eiwitfragmenten die zowel in gluten als in caseïne worden aangetroffen, hebben moleculen die erg op morfine lijken. Deze stoffen worden exorfinen genoemd, omdat ze in de hersenen dezelfde werking hebben als morfine en even verslavend kunnen zijn1. Daardoor vindt de helft van alle coeliakiepatiënten het moeilijk zich aan een glutenvrij dieet te houden, ook al worden ze elke keer ziek als ze toch gluten eten. Ze zijn in feite verslaafd aan tarwe.
1 Life Sci, 1995; 57: 729-734


Coeliakie, tarwe-intolerantie of tarweallergie?

Waarschijnlijk hebt u coeliakie als u last hebt van:

Diarree
Dikke, zeer bleke faeces
Maagkrampen
Gewichtsverlies
Pijn in botten en gewrichten
Opgeblazen gevoel en winderigheid
Brandende of zere tong (door vitaminetekort)
Blaren, met name op de knieën, ellebogen en billen
Nachtzweet
Bloedarmoede
Prikkelbaarheid
Constant moe gevoel, ME
Haaruitval
Depressie
Schizofrenie

Waarschijnlijk hebt u een tarweallergie als u snel last hebt van:

Astma
Misselijkheid
Overgeven
Diarree
Huiduitslag
Hooikoorts
Hoofdpijn
Anafylactische shock

Waarschijnlijk hebt u een tarwe-intolerantie als u last hebt van:
Opgeblazen maag en krampen
Diarree
Winderigheid
Verstopping
Geïrriteerde darmen
Ziekte van Crohn
Hoofdpijn
Depressie
Mondblaren
Artritis
Huiduitslag
Jeukerige, schilferige huid
Vermoeidheid
Chronische moeheid
Onwel voelen
Depressie
Hyperactiviteit
Verstopte oren
Hunkering naar tarwe

Test uzelf op coeliakie

Probeer elke dag uitgebreid in een dagboek bij te houden wat u eet. Het is echter niet gemakkelijk symptomen aan bepaald voedsel te koppelen, omdat er soms wel een paar weken tussen het eten en de bijbehorende symptomen kunnen zitten. Een praktischer methode is om bewust flink wat brood en pasta te eten om de symptomen gericht op te wekken. Men denkt dat het niet helemaal nauwkeurig werkt simpelweg gluten uit de dagelijkse voeding te verwijderen.

Als u besluit te experimenteren met het volledig vermijden van gluten, zorg er dan wel voor dat u de juiste voedingsstoffen binnen krijgt. Omdat er dan heel veel voedingsmiddelen wegvallen, loopt u namelijk het risico van een tekort aan micronutriënten. Gebruik daarom een goed vitaminen- en mineralensupplement dat een breed scala bestrijkt en alle sporenelementen bevat. York Laboratories biedt nu een nieuwe ‘zelftest’ die volgens verscheidene gepubliceerde onderzoeken nuttig is gebleken (www.yorktest.com).

Coeliakie en voeding

Hoewel brood een hoofdbestanddeel van onze dagelijkse voeding is, is het geen erge straf alles met tarwe te laten staan, ook al lijkt dat in eerste instantie wel zo. U kunt namelijk vele verschillende andere voedingsmiddelen door meel mengen om daar brood, pasta, koekjes of taart van te maken. Hierna staat een goed broodrecept: het belangrijkste ingrediënt is xanthan gom, dat de plakkerige glutenmolecules vervangt zodat er deeg kan ontstaan. Glutenvrije verwerkbare voedingsmiddelen zijn onder andere rijst, tapioca, boekweit, maïs en soja. Sommige van deze meelsoorten worden gebruikt in industrieel geproduceerd glutenvrij brood en de meeste hebben dezelfde voedingswaarde als tarwe. Er is een breed scala van voedingsmiddelen die helemaal niets met granen te maken hebben: wortel- en bladgroenten, rijst, gierst en boekweit, aardappelen, noten en zaden, peulvruchten, honing, vlees, vis en eieren.

Soms hebben coeliakiepatiënten problemen met zuivelproducten omdat de caseïnemolecule in melk op gluten lijkt, maar de meesten van hen kunnen melk goed verdragen.
Voedingsmiddelen die gluten bevatten, worden vaak ook verwerkt. Dit betekent dat mensen met coeliakie vaak hun eigen voedsel bereiden met verse ingrediënten – een oplossing die van nature voedzamer is. Buitenshuis eten is het enige echte probleem, aangezien er maar weinig restaurants zijn die speciaal rekening houden met coeliakiepatiënten,. Veel eetgelegenheden krijgen langzamerhand wel meer oog voor tarwe-intolerantie. Wanneer u eenvoudig glutenvrij eten kiest, weet u echter nooit zeker of er in de keuken geen kruisbesmetting met tarwe heeft plaatsgehad, een probleem als u allergisch voor tarwe bent.

Het komt niet zozeer door het beperkte aantal etenswaren waardoor coeliakiepatiënten het gevaar lopen dat zij te weinig voedingsstoffen binnen krijgen, maar doordat het lichaam misschien onvoldoende voedingsstoffen uit het eten haalt vanwege de schade die de villi langs de darmwand hebben opgelopen. Natuurlijk is een tekort aan voedingsstoffen het grootst wanneer de patiënt nog gluten gebruikt, maar als het gluten eenmaal eruit is gehaald en de darmen tot rust zijn gekomen, loopt de patiënt nog steeds het gevaar van een tekort aan bepaalde voedingsstoffen.
Ruwweg een derde van alle coeliakiepatiënten heeft chronisch gebrek aan magnesium, hetgeen de kans op osteoporose vergroot1. Natuurlijke bronnen van magnesium, afgezien van granen, zijn noten, schaaldieren en donkergroene bladgroenten. Aan osteoporose verwant is de aandoening osteomalacie (gebrekkige mineralisatie van het bot), die vaak veroorzaakt wordt door een gebrek aan vitamine D – ook dit is een chronisch probleem bij coeliakie2. Vitamine A kan eveneens te weinig aanwezig zijn, met als gevolg nachtblindheid3. Om het niveau van deze twee vitamines op te krikken dient de coeliakiepatiënt regelmatig vettige vis, eieren en lever op het menu te zetten.

Glutenvrij broodrecept:
250 gr. rijstmeel
110 gr. fijn maïsmeel
50 gr. melkpoeder
2 theelepels xanthan gom
1 afgestreken theelepel zout
3 eieren
40 gr. poedersuiker
600 ml. lauw water
40 gr. verse gist
2 bakblikken voor een brood van 900 gr., bekleed met bakpapier

1 Osteoporos Int, 1996; 6: 453-461
2 Am J Med, 2000; 108: 296-300
3 Lancet, 1973; II: 1161-1164
 

Wilt u dit artikel lezen?

Als abonnee kunt u dit artikel gratis lezen door in te loggen op uw account. Nog geen abonnee? Sluit nu een abonnement af.

Andere archief artikelen

Uitgelezen; Wie ben ik als niemand kijkt

Liesbeth Woertman onderzoekt in dit boek het leven van vrouwen in vooral de derde levensfase (na de pensionering) en de laatste vierde levensfase (vanaf ongeveer 75 jaar). Wat betekent het voor hen om een ouder lichaam te hebben in een tijd van geseksualiseerde,...

Basisrecept voor elke dag

Heb jij dat ook aan het begin van een nieuw jaar? Ik sta altijd een beetje te trappelen van ongeduld. Wat zal het nieuwe jaar aan bijzondere ontmoetingen en ontwikkelingen met zich meebrengen? Voor wat voor uitdagingen komen we te staan? Hoe zullen de seizoenen...

Innerlijke reis; ik blijf me verwonderen

Een tante gaf Kor Koetje een boek uit de boedel van een boer, en dat bracht hem in zijn tienerjaren op het pad van de natuurgeneeskunde. Het was Homeopathie in de praktijk van dr. J. Voorhoeve uit de jaren 20 van de vorige eeuw. Koetjes’ schoonzus was zijn eerste...

Boezemfibrileren vaak niet opgemerkt

Atriumfibrilleren, of boezemfibrilleren, is een veelvoorkomende volksziekte bij mensen op hogere leeftijd. Het wordt niet altijd opgemerkt door de arts of de patiënt. Boezemfibrilleren is goed behandelbaar, maar onbeschermd is er een sterk verhoogde kans op...