Waarom dokters vaak geen verstand hebben van voeding

Voeding is de belangrijkste factor als het gaat om onze gezondheid en levensduur en toch leren artsen hierover maar heel weinig.

De Griekse arts Hippocrates kan wel gezegd hebben dat voeding ons medicijn zou moeten zijn, maar de afgelopen 100 jaar hebben artsen dat advies vaak genegeerd. Toch benadrukt een nieuwe studie, die aantoont dat jaarlijks een op de vijf sterfgevallen wereldwijd het gevolg is van een slecht voedingspatroon, dat ze wel hadden moeten luisteren.

Tel daarbij 40 procent van door slechte voeding veroorzaakte gevallen van kanker, diabetes en hartziekten op en het wordt duidelijk dat gezonde voeding de belangrijkste factor is voor behoud van gezondheid en ziektepreventie. Maar dit is niet alleen de schuld van dokters. Bij geneeskunde-opleidingen wordt heel weinig les gegeven in voedingsleer en de gezondheidsinstanties die de richtlijnen voor goede voeding samenstellen zien een op voeding gerichte benaderingswijze niet altijd als geldige behandeling voor chronische ziekten – ook al is er overvloedig bewijs dat voeding een centrale rol speelt bij het voorkomen en omkeren van allerlei gezondheidsproblemen.

Slecht eten

De nieuwste studie op dit vlak, een 27 jaar durend onderzoek naar voedingsgewoonten en gezondheid in 195 landen, concludeerde dat er jaarlijks 11 miljoen doden vallen – ongeveer 5 procent van alle sterfte wereldwijd – door een slechte voeding, gedefinieerd als een lage inname van volkorengranen, fruit, groenten, noten en zaden en een hoge inname van zout en transvetten uit bewerkte fastfood-producten, bakwaren, suikerrijke drankjes, en rood en bewerkt vlees.1

‘Dit onderzoek bevestigt dat verkeerde voeding overal ter wereld leidt tot meer sterfgevallen dan elke andere risicofactor,’ aldus hoofdonderzoeker dr. Christopher Murray van de Universiteit van Washington. Hoewel gezondheidsinstanties waarschuwen dat fastfood en suikerrijke etenswaren beter vermeden kunnen worden, ontdekten de onderzoekers dat te weinig fruit en groenten eten veel meer impact had op de gezondheid en levensduur.

Anderen beamen dit. Onderzoekers van de Tufts Friedman School of Nutrition Science and Policy in Boston hielden in 2012 een jaar lang alle gevallen van hartziekten, voeding en sterfte in de VS bij. Zij telden 702.308 sterfgevallen door cardiometabole ziekten zoals hartziekten, beroerten en diabetes en meer dan 45 procent daarvan bleek direct te zijn veroorzaakt door de voeding van de overledenen. De meeste sterfgevallen werden toegeschreven aan een te lage inname van noten, zaden en omega 3-vetzuren uit zeevoedsel en een overconsumptie van zout (natrium) en bewerkt vlees.2

Gezond eten draagt ook bij aan kankerpreventie. Tot 40 procent van alle kankergevallen wordt veroorzaakt door een slechte leefstijl en verkeerde voedingsgewoonten. Verlaging van de hoeveelheid geraffineerd meel en geconcentreerde suikers in onze voeding, plus verhoging van de inname van fruit, kruisbloemige groenten zoals broccoli en bloemkool en chlorofyl uit groene groenten zoals spinazie, zou kunnen zorgen voor afname van het aantal gevallen van borst-, dikkedarm- en prostaatkanker met 70 procent en van longkanker met 50 procent.3

Nauwelijks in de opleiding

Dus waarom vertellen dokters dit vaak niet? Sommige artsen geven wel simpele adviezen om meer fruit en groenten te eten en minder snoep en bewerkte voeding, maar over de biologische complexiteit van voeding en over
de manier waarop die kan worden ingezet bij ziekte, leren ze tijdens hun opleiding weinig.

De Amerikaanse hartstichting (AHA), die een behandeling met medicijnen voorstaat bij hartziekten, begint zich zorgen te maken. Aangespoord door de oplopende cijfers voor diabetes, obesitas, hoge bloeddruk en andere chronische aandoeningen stelde de AHA een deskundigencommissie aan om uit te zoeken waarom deze stijging plaatsvindt, zeker nu artsen al twee jaar basisadviezen over voeding meegeven aan hun patiënten.

Het komt er uiteindelijk op neer dat artsen simpelweg weinig geleerd hebben behalve een beetje basiskennis, aanbevelingen die net zo goed opgepikt kunnen worden uit een consumentenblad. Dit is een leemte in de opleiding die al decennia bestaat, aldus de commissievoorzitter dr. Karen Asprey. Zelfs het minimale aantal van 25 lesuren over voeding, een richtlijn uit 1985, wordt door nog geen 30 procent van de medische opleidingen in de VS gehaald.4 En het kan eigenlijk niemand schelen of de artsen wel begrijpen wat ze geleerd wordt.

Voedingsleer wordt niet getoetst en voeding lijkt nergens in examens genoemd te worden, aldus dr. David Eisenberg van de Harvard T.H. Chan School of Public Health. Eisenberg: ‘Het is schandalig dat deze gezondheidsprofessionals dit soort dingen niet leren, dat ze alleen het minimum leren over nutritionele tekorten vanuit de biochemie en dat toekomstige artsen hierin geen examen hoeven te doen. Examinering is ook geen vereiste om te worden geregistreerd als specialist, of het nu gaat om internist, cardioloog, endocrinoloog of welke specialisatie dan ook.’5

Kennisgebrek

Artsen beamen hun kennisgebrek over voeding. Een door de BBC uitgevoerde enquête onder artsen wees uit dat ze bijna niets wisten over de invloed van voeding en leefstijl op de gezondheid, en wat ze hierover wel leerden was niet relevant of niet van toepassing op de problemen die ze in hun dokterspraktijk tegenkomen.

Volgens dr. Rangan Chatterjee ondervindt ongeveer 80 procent van de patiënten die hij behandelt problemen als gevolg slechte leef- en voedingsgewoonten. Hij vertelde de BBC dat hij in 2016 een van de ondertekenaars was van een brief aan de regulerende instanties voor geneeskunde in Groot-Brittannië (de General Medical Council en Medical Schools Council). Hierin werd opgeroepen tot het invoeren van lessen over ‘wetenschappelijk onderbouwde leefstijlinterventies’.6

Sorry, hier niet

Dus als voeding zo belangrijk is voor preventie en genezing van ziekten, waarom wordt er dan zo weinig les in gegeven? Het probleem zit dieper dan alleen in de opleiding – het lijkt systematisch in de hele wereld van de geneeskunde voor te komen.

Het National Institute for Health and Care Excellence (NICE), de instantie die in Groot-Brittannië de effectiviteit van behandelingen beoordeelt, wijst al bij voorbaat alle voedingsgerichte behandelingen af. Rufus Greenbaum, een ‘geregistreerd belanghebbende’ bij NICE die voorstellen had ingediend voor behandelingen met vitaminen voor twintig ziekten, zegt dat al zijn inzendingen zijn afgekeurd.

Ondanks sterke aanwijzingen dat voeding onder andere helpt in een vroeg stadium van borstkanker, maculadegeneratie, diabetes en schildklierziekten, heeft NICE besloten dat om deze informatie niet mee te nemen in zijn aanbevelingen voor de beste behandelingen voor deze ziekten.

‘Het is geen samenzwering. Ik geloof echt dat NICE niet snapt wat voedingsstoffen teweeg kunnen brengen,’ zei de heer Greenbaum, directeur van het voedingssupplementenbedrijf GreenVits. Ter illustratie haalt hij een gesprek aan over maculadegeneratie met drie gerenommeerde oogartsen. Twee van hen zeiden dat ze niets over voedingsstoffen wisten en de derde, de oudste van de drie, beweerde dat ‘vitaminen gevaarlijk zijn’.

De kiem voor deze blinde vlek voor voeding ligt nog dieper, in het grensverleggende Flexner Report uit 1910, waarin de fundering werd gelegd voor de opleidingen in de moderne ‘medische wetenschap’ in Amerika. Dit rapport diende als blauwdruk voor de rest van de wereld (zie het artikel ‘Het laatste woord’).

Opleidingen die homeopathie, natuurgeneeskunde en voedingsleer onderwezen, werden in Amerika gesloten en vervangen door scholen die de nieuwe geneeskunde van farmaceutische middelen en behandeling van symptomen omarmden. Deze beperkte visie op ziekte en gezondheidszorg lijkt tegenwoordig niet meer te voldoen. Een pas afgestudeerde arts vertelde over een vrouw met obesitas die haar vroeg hoe ze toch zo kon zijn geworden.

‘De patiënt stelde een eenduidige vraag en ik denk dat ze ook een eenduidig antwoord verwachtte,’ zei de arts – maar haar opleiding had haar geen kennis bijgebracht die ze kon inbrengen. Ze wist het antwoord gewoonweg niet.

BRONNEN
1 Lancet, 2019; 393: 1958–72
2 JAMA, 2017; 317: 912–24
3 Nutr J, 2004; 3: 19–40
4 Circulation, 2018; 137; e821–41
5 American Heart Association News, published May 3, 2018
6 BBC, March 25, 2018


Nederlands perspectief

In Nederland besteedden de geneeskunde-opleidingen in 2017 gemiddeld 29 uur voedings-onderwijs in zes jaar tijd.1 Op een aantal faculteiten is er reeds meer aandacht voor voeding en leefstijl als keuzevak of extra curriculaire cursus. Onder meer Vereniging Arts en Leefstijl en de Stichting Student en Leefstijl zetten zich hiervoor in. Het is noodzakelijk dat de Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra de rol van gezondheidsbevorderaar als competentie in het nieuwe raamplan artsenopleiding opneemt.
Er is in Nederland een groeiende belangstelling te zien voor educatie op het gebied van voeding, leefstijl en complementaire therapieën. Maar met gemiddeld 29 uur voedingsles is de conclusie dat de gemiddelde arts niet in staat is om een voedingsadvies te geven.

De gezondheidsraad is in 2015 met nieuwe richtlijnen Goede Voeding gekomen met onder meer aandacht voor meer plantaardig eten. Dit zijn algemene richtlijnen, waarbij rekening gehouden is met de preventie van de 10 meest voorkomende (welvaart)ziekten in Nederland. De adviezen sluiten niet aan op de behoefte van het individu en de implementatie in de praktijk is problematisch. Slechts 2 tot 20 procent van de Nederlandse bevolking volgt deze richtlijnen, zo blijkt uit voedselconsumptiepeilingen.2
De overheid heeft met het Nationaal Preventieakkoord laten zien van een zekere goede wil te zijn. Sinds 2019 wordt een gecombineerde leefstijlinterventie vergoed vanuit de zorgverzekeraar, waarin gezonde voeding en beweging centraal staan bij diabetes type 2.3

Als aanmoediging voor beleidsmakers en bestuurders publiceerde het Nederlands Innovatiecentrum voor Leefstijlgeneeskunde (Lifestyle4Health), een initiatief van TNO en Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC), in december 2019 de bundel Wetenschappelijk bewijs leefstijlgeneeskunde. De publicatie is een verkenning van het wetenschappelijk bewijs voor leefstijlinterventies in de behandeling van diverse ziekten, zoals type 2 diabetes, hart-& vaatziekten, psychiatrie, maag-darm-leverziekten, nierziekten en dementie.4

Dit zijn voorbeelden van stappen in het vinden van de juiste weg naar een gezonder Nederland, maar er is veel meer nodig om een breed maatschappelijk draagvlak te creëren. We zullen vanuit een brede visie en open mind naar het grotere geheel moeten blijven kijken voor de juiste aanpak van onze gezondheid op individueel niveau aan de hand van invloed op leefomgeving, leefstijl en voeding. Er ligt een grote uitdaging.

BRONNEN
1 Rapport: Voeding en Leefstijl in de opleiding Geneeskunde 2017, H.K. van Dam-Nolen, Min. Van VWS
2 www.gezondheidsraad.nl/documenten/adviezen/2015/11/04/richtlijnen-goede-voeding-2015
3 https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/gezondheid-en-preventie/nationaal-preventieakkoord
4 www.lifestyle4health.nl/nieuws/leefstijlgeneeskunde-verdient-prominente-plek-in-geneeskundig-onderzoek-en-beleid

Wilt u dit artikel lezen?

Als abonnee kunt u dit artikel gratis lezen door in te loggen op uw account. Nog geen abonnee? Sluit nu een abonnement af.

Andere artikelen van Medisch Dossier

Eten als medicijn

Kruiden en voedingsstoffen

Recepten voor een gezond hart

Voeding en supplementen: speciaal voor kinderen

Alles over ayurveda; met een korreltje Himalayazout

Column dr. Wendy Lin; Handzenuw in de knel

Anderhalf jaar geleden kwam een man in mijn praktijk. Hij was net gepensioneerd. Zijn hele leven was hij internationaal correspondent geweest, dus hij had veel tijd achter zijn toetsenbord doorgebracht. Tuinieren was de hobby waarin hij altijd zijn rust had gevonden....

Medisch Dossier avatar

Over de auteur

Lees meer artikelen van Medisch Dossier