30-07-2008

Vogelgriep: een slag in de lucht

Wanneer de vogelgriep (H5N1) tot een pandemie leidt, kan hij tot wel 7,4 miljoen levens kosten, aldus de wereldgezondheidsorganisatie (WHO). Volgens wetenschappers is het mogelijk dat het virus, dat ongeveer vijftig jaar geleden ontdekt werd, binnen nu en een paar jaar van mens op mens overgedragen kan worden. Maar waardoor zijn ze zo zeker dat dit al snel zal gebeuren en waarom zijn onze regeringen massaal een middel aan het inslaan dat helemaal niet helpt? En belangrijker: wat kunt u doen om te voorkomen dat u in de statistieken van de WHO belandt?
einde kader

 

Allemaal zijn we in de ban van de vogelgriephysterie. Naar schattingen van de wereldgezondheidsorganisatie (WHO) kan het virus wereldwijd wel 7,4 miljoen levens eisen als het zodanig muteert dat het van mens op mens overdraagbaar wordt. In Engeland en Amerika waarschuwen de autoriteiten voor grote aantallen slachtoffers als dat inderdaad gebeurt. Het medisch opperhoofd van Engeland, Sir Liam Donaldson, durft zelfs te stellen dat het een kwestie is van ‘wanneer’ en niet van ‘als’. Het Nederlandse ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) reageren wat rustiger, maar zeggen dat de risico’s niet in te schatten zijn. Toch is ook onze regering medicatie aan het inslaan voor het geval dat… Ook hebben zowel EU als de Wereldbank de afgelopen maand een bedrag van 80 miljoen euro uitgetrokken voor de bestrijding van vogelgriep in arme landen.
 

Ophef
Er zijn verschillende vormen van aviaire griep, ofwel vogelgriep, maar de soort waar alle ophef om draait is het influenza A (H5N1)-virus. Dit werd voor het eerst in 1961 aangetroffen in een groep sternen in Zuid-Afrika. Hoewel het normaliter alleen onder vogels voorkomt, was er in 1997 voor het eerst een melding van infectie bij een mens, tijdens een uitbraak onder pluimvee in Hong Kong. Het veroorzaakte bij achttien mensen een ernstige luchtweginfectie en zes van hen overleden eraan. Sindsdien zijn er meldingen geweest van infecties bij mensen in Thailand, Vietnam en Cambodja telkens als er een grote uitbraak onder pluimvee was. Ongeveer de helft van de geïnfecteerde mensen is eraan overleden.
Dergelijke uitbraken onder pluimvee komen steeds vaker voor, vooral in Zuidoost-Azië. Dit jaar zijn er ook gevallen gemeld op Europese pluimveebedrijven. Het tamme pluimvee loopt het virus op via wilde vogels, die het in hun ingewanden meedragen. Voor zover de wetenschap tot nu toe heeft kunnen vaststellen, komen vrijwel alle gevallen bij mensen voor onder pluimveewerkers die in direct contact kwamen met de vogels of met besmette oppervlakken. Pluimveewerkers die met tamme kippen, eenden en kalkoenen werken, lopen een verhoogd risico doordat het virus via de feces van de vogels op mensen overgedragen kan worden.
Er is een aantal gevallen geweest van besmetting van mens op mens, maar tot nu toe zijn er nog geen bewijzen dat het virus ooit verder is gekomen dan een beperkte contactgroep. Een voorbeeld is de melding van het ministerie van Volksgezondheid in Thailand in 2004. Daar was een pluimveewerker besmet geraakt die het virus vervolgens overdroeg op haar moeder en tante die haar in het ziekenhuis verzorgden. De moeder stierf aan longontsteking nadat ze achttien uur lang aan het bed van haar dochter had gezeten; de tante kreeg ook longontsteking maar zij overleefde. Beiden bleken het H5N1-virus te hebben1. In beide gevallen had er een zeer intensieve en langdurige blootstelling plaatsgevonden voordat het virus werkelijk werd overgedragen.
Bij een ander onderzoek, van het nationaal kinderziekenhuis in Hanoi in Vietnam, is gebleken dat het virus niet zeer besmettelijk is. De onderzoekers interviewden 83 verpleegkundigen die allemaal contact hadden gehad met vier patiënten van wie bekend was dat ze H5N1 hadden; van hen waren er slechts twee (ofwel 2,4 procent) mogelijk besmet met het vogelgriepvirus2.
Tot nu toe heeft het vogelgriepvirus naar schatting 65 tot 70 mensen het leven gekost. Ter vergelijking: Jaarlijks sterven er ongeveer een half miljoen mensen aan de gewone griep onder wie duizend tot tweeduizend Nederlanders, 40.000 Amerikanen en 12.000 Britten3.
 

Vanwaar de onheilswaarschuwingen?
Waarom is de wetenschappelijke wereld nu opeens bang voor een mutatie van H5N1 tot een vorm die tussen mensen onderling overdraagbaar is, terwijl dat virus al vijftig jaar lang in ons midden is? Voor deze dramatische waarschuwingen lijkt geen wetenschappelijke basis te bestaan. Een van de redenen die gegeven worden, is dat er wereldwijd steeds meer uitbraken in de pluimveehouderij plaatsvinden, en dat er steeds meer mensen aan het virus blootgesteld zijn. Maar ook wijzen de wetenschappers op de cyclische aard van virussen. Drie- of viermaal per eeuw wordt de wereld getroffen door een grote grieppandemie. De grootste van de afgelopen eeuw was die van de Spaanse griep, die in 1918 en 1919 wereldwijd tussen de 20 en 30 miljoen slachtoffers eiste. Verder waren er grieppandemieën in 1957 en in 1968; de WHO verwacht er stiekem in 2005-06 weer één. Maar tussen de eerste en de tweede grieppandemie van de 20ste eeuw zaten veertig jaren en tussen de tweede en de derde zaten er tien. Dat valt toch nauwelijks op te vatten als een voorspellend patroon.
Vergelijkbare waarschuwingen uitte de wetenschap bij de uitbraak van het SARS-virus (Severe Acute Respiratory Syndrome) in 2003. Ook daarvan werd verwacht dat het een grote pandemie zou worden. Net als H5N1 ontstond dit virus in Azië voordat het naar de westerse wereld kwam, waar het voortvarend doordrong tot Canada. De Canadese gezondheidsautoriteiten waren zo bezorgd over de dreiging dat ze de dagelijkse leiding ter preventie van een uitbraak overgaven aan de Verenigde Naties en de WHO. Uiteindelijk bleek SARS een losse flodder te zijn die wereldwijd minder dan duizend slachtoffers maakte.
 

Waarom geneesmiddelen tegen griep niet werken
Elk griepvirus maakt antigenetische mutaties door om te voorkomen dat het herkend wordt door het immuunsysteem van zijn gastheer. Die veranderingen treden snel en vaak op: een griepvirus kan wel een miljoen keer vaker muteren dan een DNA-virus4. De vaccinmakers van het Global Influenza Program van de WHO moeten elk jaar nieuwe antigeencombinaties maken. Dat doen ze vaak al negen maanden voordat de nieuwe griep daadwerkelijk uitbreekt. Ze zijn dus vooral voorspellend bezig wanneer ze op goed geluk gokken hoe het virus er het komende winterseizoen uit gaat zien en daar de perfecte antigenen voor maken. Een vaccin werkt alleen als het precies past op het virus, en dat is bijna niet te realiseren gezien het oneindige aantal mogelijke mutaties dat een virus kan ondergaan5. Het is ironisch maar niet verbazingwekkend dat het perfecte vaccin voor een griep altijd een jaar te laat komt.
In de loop van de afgelopen veertig jaar heeft de farmaceutische industrie vier belangrijke antivirale middelen tegen griep gemaakt: amantadine in 1966, rimantadine in 1993, zanamivir (Relenza) in 1999 en oseltamivir, bekend onder de naam Tamiflu, eveneens in 1999. Voor alle vier deze middelen blijkt regelmatig een virus resistent te zijn geworden6,7. Daarom is de hoop zeer ijdel dat een van deze middelen ooit in staat zal zijn een virus te bestrijden dat nog niet eens van mens op mens overgaat. Toch wordt Tamiflu consequent genoemd als het beste wapen tegen het H5N1-virus. De Amerikaanse regering heeft maar liefst 20 miljoen doseringen gekocht voor de prijs van 2 miljard dollar8. De Nederlandse regering heeft een voorraad van 5 miljoen doseringen Tamiflu en Relenza en de EU wil in april een besluit nemen over een strategische voorraad antivirale middelen9. Desondanks hebben de Amerikaanse adviseurs aan de Centers for Disease Control and Prevention (CDC) in Atlanta, GA in het openbaar verklaard dat er geen vaccin bestaat dat mensen kan beschermen tegen het H5N1-virus10. Nederlandse virologen beamen dat11.
 

Bescherming tegen de vogelgriep
In het slechtste geval zijn er tot nu toe iets minder dan de helft van alle pluimveewerkers die geïnfecteerd raakten, aan de vogelgriep overleden, volgens de cijfers van de WHO. Maar als het virus inderdaad zo dodelijk is als de waarschuwingen willen doen geloven, zou het toch uiteindelijk alle geïnfecteerden moeten doden. Het geeft aan dat een gezond lijf met een goed werkend immuunsysteem elke virusaanval kan overleven. Hierna staan enkele manieren waarop u uw immuunsysteem kunt versterken.
 

Supplementen
Vitamine A is een van de belangrijkste voedingstoffen voor de vorming van een gezond immuunsysteem. Het helpt bij het onderhoud van de oppervlakteweefsels van de ogen, de luchtwegen, urinewegen en het maagdarmstelsel. Dat weefsel fungeert als fysieke barrière voor bacteriën en virussen12,13. Ook heeft vitamine A een regulerend effect op het immuunsysteem doordat hij de werking van lymfocyten (de witte bloedcellen die infecties en ziekte bestrijden) bevordert.
Vitamine A zit in levertraan, dat ook rijk is aan vitamine D, en in vlees, vette vis, kaas, volle melk en eieren, die ook een rijke bron vormen van retinol, de actieve vorm van vitamine A. Als supplement moet de dosering 8.000-12.000 IE/dag zijn voor een optimaal effect.
Vitamine C en E zijn net als vitamine A antioxidatief en bekend als verbeteraars van het immuunsysteem. Vitamine E verkleint met name de vatbaarheid voor infecties14.
Een dosering van ongeveer 200-400 IE/dag vitamine E en 1000 mg/dag vitamine C wordt aanbevolen om het immuunsysteem te versterken.
Zink is ook een krachtige antivirale stof. Bij een onderzoek bleek een neusgel met zink de duur van een verkoudheid significant te bekorten15. De populairdere hoesttabletten met zink blijken veel minder effectief16.
Echinacea moet een van de effectiefste immuunversterkers zijn van alle kruidenmiddelen, hoewel er geen harde wetenschappelijke bewijzen zijn die de argumenten van de voorstanders ondersteunen17. Net als zink lijkt Echinacea het effectiefst als het in de eerste uren na een infectie wordt genomen18.
Hydrastis canadensis, ook wel goldenseal, is nog een kruidenmiddel, maar ook hiervan wordt de goede reputatie niet gesteund door wetenschappelijke resultaten.
Andrographis paniculata, of Kalmegh, een ayurvedisch middel, is een effectiever kruid dat in twee onderzoeken goed bleek te werken ten opzichte van een placebo19.
Vlierbes is een effectief middel tegen de griep. Bij een onderzoek waarbij zestig grieppatiënten vijf dagen lang viermaal daags 15 ml vlierbesextract of een placebo namen, trokken de symptomen bij de vlierbesgroep vier dagen eerder weg dan bij de placebogroep20.
Phytolacca americana, ofwel karmozijnbes, is ook een kruid waarvan bekend is dat het immuunsysteem erdoor gestimuleerd wordt; het is met name effectief tegen griepvirussen21, maar het kan giftig zijn bij te langdurig gebruik.
 

Lichaamsbeweging
Regelmatige bescheiden inspanning zorgt voor een betere weerstand22. Plotselinge uitbarstingen van zware inspanning daarentegen kunnen het tegenovergestelde effect hebben. Daardoor kan het immuunsysteem namelijk enkele uren uitgeschakeld raken zodat de kans op een bovenste-luchtweginfectie juist stijgt23. Het is veelzeggend dat de soldaten die in 1976 het ernstigst getroffen werden door de varkensgriep, net met hun basisgevechtstraining waren begonnen, een periode dus van uitzonderlijke inspanningen24.
 

Stress
Een hoog stressniveau heeft waarschijnlijk de meeste invloed op de toestand van het immuunsysteem25. Dat is gebleken bij een onderzoek waarin de deelnemers, van wie de helft een aantoonbaar hoog stressniveau had en de andere helft een laag stressniveau, allemaal werden blootgesteld aan rinovirussen, de virussen die verkoudheid veroorzaken. In de groep met het lage stressniveau kreeg maar 27 procent symptomen, tegenover 47 procent in de groep met het hoge stressniveau26.
 

Geneesmiddelen op recept
Wanneer u een geneesmiddel gebruikt, is de kans dat u de griep krijgt veel groter. Zo kan de vatbaarheid voor griep stijgen door gebruik van antibiotica27, zoals flucloxacilline28 en trimethoprim/sulfamethoxazol29.
 

Homeopathie
In Frankrijk heeft de homeopathie een gevestigde naam en daar zijn de twee populairste middelen tegen griep beide homeopathisch: Oscillococcinum 200 en L.52 Lehning.
Oscillococcinum is een combinatie van Anas Barbariae, Hepatis en Cordis. Het is bewezen effectief tegen de ergste symptomen van de griep, zoals hoesten, koorts, rillen en stijfheid van de spieren en gewrichten30.
L.52 Lehning is een combinatie met tien actieve homeopathische ingrediënten en is in een trial effectiever gebleken dan een placebo31.
Bryan Hubbard

1N Engl J Med, 2005; 352: 333-340
2Emerg Infect Dis, 2005; 11: 210-215
3Drugs, 2004; 64: 2031-2046
4Vaccine, 2002; 20: 3068-3087
5Lancet, 2005; 366: 1139-1140
6Lancet, 2000; 355: 827-835
7J Infect Chemother, 2003; 9: 195-200
8USA Today, 8 oktober 2005
9Wereldomroep, 14 oktober 2005 en 18 januari 2006 (zie www2.rnw.nl/rnw/nl/themes/wetenschap/dossiervogelgriep)
10www.cdc.gov/flu/avian/gen-info/facts.htm
11www2.rnw.nl/rnw/nl/themes/wetenschap/dossiervogelgriep/vogelgriep_medicijn14102005?view=Standard
12Clin Infect Dis, 1994; 19: 489-499
13J Nutr, 1995 ; 125 : 1211-1221
14Arch Immunol Ther Exp, 1987; 35: 207-210
15Ear Nose Throat J, 2000; 79: 778-780
16J Am Med Assoc, 1998; 279: 1962-1967
17Arch Farm Med, 1998; 7: 541-545
18J Fam Pract, 1999; 48: 628-635
19Phytomedicine, 2000; 7: 341-350
20J Int Med Res, 2004; 32: 132-140
21Antimicrob Agents Chemother, 1980; 17: 1032-1033
22Exerc Immunol Rev, 1997 ; 3 : 32-52
23Int J Sports Med, 1994; 15: S131-141
24J Infect Dis, 1977; 136: S363-368
25J Fla Med Assoc, 1993; 80: 409-411
26N Engl J Med, 1991; 325: 606-612
27J Am Med Assoc, 1997; 278: 901-904
28Med J Aust, 1989; 151: 701-705
29Br J Dermatol, 1987; 116: 241-242
30Br J Clin Pharmacol, 1989 ; 27 : 329-335
31Casanova PA et al, L.52 : a flu treatment, by dr. Ph Lecocq. Metz : Editions Lehning, 1988
 

kader 1
De link met biologische oorlogvoering
Volgens complottheorieën is de wetenschap op de hoogte van het bestaan van vreselijke virussen die door mensenhanden gecreëerd zijn en, expres of per ongeluk, vrijgekomen zijn onder de wereldbevolking, en is het H5N1-virus alleen maar een rookgordijn.
Er zijn rapporten waarin staat dat Amerikaanse wetenschappers een genetische reconstructie hebben gemaakt van het dodelijke virus van de Spaanse griep. Dat virus was zo sterk dat er zelfs jonge gezonde volwassenen aan overleden, en niet alleen maar ouderen en vatbaren, wat meestal gebeurt. Al in de jaren vijftig is men aan een wederopstanding van dit virus begonnen. Toen probeerde een groep wetenschappers het te winnen uit slachtoffers die in de permafrost in Alaska lagen begraven. Zonder succes trouwens. Halverwege de jaren negentig onderzocht dr. Jeffrey Taubenberger van het Amerikaans militair instituut voor pathologie weefselmonsters van slachtoffers van de uitbraak in 1918. In het longweefsel van een 21-jarige soldaat die in Fort Jackson was overleden, vond hij intacte stukjes virus-RNA die hij kon analyseren1. Zijn werk werd voortgezet door andere onderzoekers en in 2002 was van vier van de acht virus-RNA-segmenten die Taubenberger had geïsoleerd, de sequentie volledig bekend. Daaronder waren de twee die voor de virulentie (giftige of schadelijke werking) van het virus het belangrijkst geacht werden: de genen voor haemagglutine (HA) en neuraminidase (NA)2. Volgens de Centers for Disease Control (CDC) zijn die onderzoeken met de hoogst mogelijke beveiliging uitgevoerd door het Amerikaanse ministerie van Landbouw in Athens, Georgia, en zijn flesjes met het virus daarna naar een geheime locatie gebracht. Maar volgens een actiegroep genaamd The Sunshine Project klopt dat helemaal niet. Volgens hen zijn de flesjes met het dodelijke virus naar vijf verschillende labs gestuurd, waaronder een in Canada. Volgens The Sunshine Project is geen van die laboratoria, op dat in Winnipeg na, geheel beveiligd volgens de strenge eisen van code 4 (biological safety level-4; BSL-4) voor biologische opslag.
In het programma voor biologische oorlogsvoering zijn al eerder grote laboratoriumfouten gemaakt, zoals verkeerde omgang met anthrax en de pest. Ook is er een incident geweest waarbij iemand in een lab tularaemie (Francisella tularensis) opliep, een zoönose (ziekte die van dieren op mensen kan worden overgedragen). Een Russische onderzoeker liep in 2004 het gevreesde Ebolavirus op, waarmee hij aan het werk was. Hij is er later aan overleden.
Onderzoekers weten dat er niet veel voor nodig is om een pandemie te veroorzaken. Griepvirussen kunnen via een standaard spuitbus worden verspreid en om een pandemie te laten ontstaan hoeft iemand slechts een paar monsters van een virulent virus te hebben3.

1Science, 1997; 275: 1793-1796
2J Virol, 2002; 76: 10717-1023
3J R Soc Med, 2003; 96: 345-346
 

kader 2
Epidemie of hysterie?
Het lijkt uitzonderlijk, een epidemie die puur en alleen door hysterie ontstaat. Maar in werkelijkheid is dit fenomeen al vaker opgetreden. Een aantal zijn er opgetekend en geanalyseerd door psychiater Colin McEvedy, die het afgelopen jaar is overleden.
McEvedy werd zich voor het eerst bewust van het verschijnsel epidemievorming door hysterie tijdens zijn werk aan het Royal Free Hospital in Londen in 1955. In dat jaar was er een epidemie onder de verpleegkundigen van het ziekenhuis waar alles bij elkaar 300 verpleegkundigen slachtoffer van werden. Van hen moesten er 200 het bed houden. Een team van artsen voerde een grondige analyse uit, maar ze konden niet achterhalen welk organisme de epidemie had veroorzaakt. Uiteindelijk werd de epidemie geweten aan een goedaardige myalgische (spiergerelateerde) vorm van encefalomyelitis, nu beter bekend als ME. Dat bleef de eindconclusie, totdat McEvedy in 1970 aan een artikel ging werken waarbij hij vaststelde dat de epidemie ontstaan was door hysterie die weer ontstaan was door angst voor polio. Tijdens de epidemie heerste er polio, en mogelijk voelden de verpleegkundigen zich extra blootgesteld omdat ze regelmatig contact hadden met de slachtoffers. In een rapport beschreef McEvedy vijftien soortgelijke gevallen, waaronder acht in een ziekenhuis en zeven onder de gewone bevolking1.
In een eerder artikel had hij al melding gemaakt van andere epidemieën op basis van hysterie op verschillende meisjesscholen. Op één ervan begon een kleine epidemie nadat een aantal meisjes in een klaslokaal tegelijk buikpijn hadden gekregen en waren gaan braken, waarna ze naar het ziekenhuis gebracht waren ter observatie. De volgende dag ontstond er tijdens een bijeenkomst, zoals het werd beschreven, een ‘explosieve epidemie’ onder het grootste deel van de school. De belangrijkste symptomen waren een flauw en ‘raar’ gevoel. De epidemie duurde negen dagen, hoewel het aantal gevallen kleiner was op dag vier en vijf, namelijk het weekend! Net als bij de uitbraak in het Royal Free Hospital werd er nooit een organisme gevonden dat ervoor verantwoordelijk was2.
McEvedy stelde vast dat slachtoffers van een epidemie door hysterie meestal last hadden van griepachtige symptomen inclusief depressie, vermoeidheid en vage neurologische klachten. De meeste meisjes vertoonden ook ernstigere reacties zoals verlamming en gevoelsuitval. In totaal trof een epidemie door hysterie zo’n 10 procent van alle vrouwen in een gemeenschap, zoals een ziekenhuis, en slechts 2 procent van de mannen.

1BMJ, 1970; 1: 7-11, 11-15
2BMJ, 1966; 2: 1300-1302
 

kader 3
Hoe veilig is Tamiflu?
Tamiflu (oseltamivir-fosfaat) is een antiviraal middel dat als wapen van eerste keus wordt ingezet tegen de vogelgriep. De Amerikaanse regering heeft er 20 miljoen doseringen van besteld en de Engelse regering 14,6 miljoen. Roche, de fabrikant van het middel, heeft alleen al in 2005 een verkoop gerealiseerd van 800 miljoen euro door extra bestellingen over de hele wereld. Dat is drie keer zo hoog als het cijfer van 2004.
Op z’n best valt van Tamiflu te hopen dat het de slachtoffers van vogelgriep de eerste dagen na de infectie helpt. Het is specifiek gericht tegen de symptomen van influenza-A- en B-virussen. Vogelgriep is dan wel een influenza-A-virus, maar elk type heeft verschillende subgroepen die bepaald worden door de eiwitten HA (hemagglutinine) en NA (neuraminidase). Alles bij elkaar zijn er zestien subtypes HA en negen subtypes NA. Door al die subtypes kan een influenza-A-virus een unieke chemische samenstelling hebben en daardoor is het zo moeilijk er een geneesmiddel tegen te maken.
Zorgwekkender is het veiligheidsprofiel van Tamiflu. Volgens meldingen van de Japanse autoriteiten voor gezondheidszorg zijn er tot nu toe acht mensen overleden nadat ze Tamiflu hadden gebruikt. Dr. Rokuro Hama, hoofd van het Japanse instituut voor controle in de farmacologie, zijn de slachtoffers allemaal kinderen en adolescenten van twee tot zeventien jaar oud. Twee van de slachtoffers waren tieners die zich na inname van het middel vreemd gingen gedragen, aldus Chugai Farmacie, de Japanse distributeur van Tamiflu, op een website op internet (SABCNews.com). Begin 2005 sprong of viel een veertienjarige jongen na één Tamiflu-capsule van de achtste verdieping van een flat. Een ander geval uit 2005 betrof een zeventienjarige jongen die na inname van het middel tijdens een sneeuwstorm het huis uit liep en zich voor een vrachtwagen wierp waarna hij overleed. Volgens de artsen vertoonden beide jongens vóór inname van het middel geen abnormaal gedrag. Verder kregen de Japanse autoriteiten voor gezondheidszorg de afgelopen jaren 64 meldingen binnen van gevallen van psychologische stoornissen in relatie met het vaccin.
Dit was niet de eerste gezondheidswaarschuwing voor dit middel. In 2003 bracht de Amerikaanse waakhond voor geneesmiddelen, de FDA, de waarschuwing uit dat Tamiflu gevaarlijk kan zijn bij inname door kinderen jonger dan een jaar. Na die waarschuwing bracht Roche een brief uit waarin het artsen instrueerde het middel niet aan zeer jonge kinderen voor te schrijven. Uit dierproeven was namelijk gebleken dat het fataal zou kunnen zijn.
Deze beide meldingen zijn nogal zorgwekkend voor een middel dat Roche steeds als ‘goed te verdragen’ te boek stelt. Men ging ervan uit dat de bijwerkingen relatief goedaardig waren en van voorbijgaande aard, zoals misselijkheid en braken. Andere effecten die regelmatig voorkwamen, zijn diarree, bronchitis, maagpijn, duizeligheid en hoofdpijn.
Tamiflu mag niet worden gebruikt door mensen met nier- of leverziekte of een chronische aandoening. Ook zwangeren en borstvoedende vrouwen mogen het middel niet nemen omdat er te weinig gegevens uit onderzoek met mensen zijn om te kunnen vaststellen of het veilig is. Bovendien is nooit vastgesteld of het middel veilig is voor gebruik bij kinderen jonger dan achttien jaar als behandeling voor griep, of onder dertienjarigen als preventief middel, ook al wordt het geregeld aan kinderen en adolescenten voorgeschreven.

Kader
Resistentie tegen Tamiflu
Terwijl de kranten ijverig rapporteerden over de sterfgevallen in Turkije door de vogelgriep, brachten maar weinige het nieuws dat twee patiënten die met het virus besmet waren, gestorven waren nadat ze Tamiflu (oseltamivir) hadden gekregen1, het middel dat onze belangrijkste hoop tegen de ziekte zou moeten zijn.
Dat nieuws zou de overheden die het middel voor miljarden aan het inslaan zijn, toch moeten alarmeren, maar niets is minder waar. Ondanks de sterfgevallen beweert de WHO dat Tamiflu de ‘beste beschikbare therapie’ is voor het H5N1-virus. Volgens een woordvoerder is het niet meer dan normaal dat er bij elk middel in uitzonderlijke gevallen resistentie optreedt.
Dat mag dan zo zijn, maar het blijft jammer dat het middel niet werkt.

1BMJ, 2006; 332: 5
 

Wilt u dit artikel lezen?

Als abonnee kunt u dit artikel gratis lezen door in te loggen op uw account. Nog geen abonnee? Sluit nu een abonnement af.

Andere archief artikelen

Uitgelezen; Wie ben ik als niemand kijkt

Liesbeth Woertman onderzoekt in dit boek het leven van vrouwen in vooral de derde levensfase (na de pensionering) en de laatste vierde levensfase (vanaf ongeveer 75 jaar). Wat betekent het voor hen om een ouder lichaam te hebben in een tijd van geseksualiseerde,...

Basisrecept voor elke dag

Heb jij dat ook aan het begin van een nieuw jaar? Ik sta altijd een beetje te trappelen van ongeduld. Wat zal het nieuwe jaar aan bijzondere ontmoetingen en ontwikkelingen met zich meebrengen? Voor wat voor uitdagingen komen we te staan? Hoe zullen de seizoenen...

Innerlijke reis; ik blijf me verwonderen

Een tante gaf Kor Koetje een boek uit de boedel van een boer, en dat bracht hem in zijn tienerjaren op het pad van de natuurgeneeskunde. Het was Homeopathie in de praktijk van dr. J. Voorhoeve uit de jaren 20 van de vorige eeuw. Koetjes’ schoonzus was zijn eerste...

Boezemfibrileren vaak niet opgemerkt

Atriumfibrilleren, of boezemfibrilleren, is een veelvoorkomende volksziekte bij mensen op hogere leeftijd. Het wordt niet altijd opgemerkt door de arts of de patiënt. Boezemfibrilleren is goed behandelbaar, maar onbeschermd is er een sterk verhoogde kans op...