Voeding tegen astma

[rubriek: Alternatieven]

Voeding tegen astma

 

De meeste astmapatiënten gebruiken inhalers of steroïden om hun aandoening onder controle te houden. Maar volgens arts en voedingsdeskundige Leo Galland kunt u met een aantal eenvoudige voedingsmiddelen en supplementen voorgoed een einde maken aan uw piepende ademhaling.

Astma is een wereldwijde epidemie: er zijn meer dan 300 miljoen astmapatiënten op de wereld. In het Verenigd Koninkrijk hebben 5,4 miljoen mensen deze ziekte, in Nederland ruim 475.000 (cijfers van 2011). Astma komt meer voor dan ooit tevoren: 9 procent van de volwassen Nederlanders zegt ooit astma te hebben gehad.1
In 50 tot 80 procent van alle gevallen wordt astma door een allergie veroorzaakt.2 Het gaat daarbij niet alleen om allergie voor stoffen in de lucht, zoals stof, mijten, huidschilfers van dieren, schimmels en pollen, maar ook – in 10 tot 50 procent van de gevallen – om voedselallergie.3
Er is de laatste tien jaar veel onderzoek gedaan naar de rol van allerlei voedingsmiddelen en supplementen, zoals antioxidanten, bij het voorkomen of behandelen van astma. De bevindingen zijn opmerkelijk:
• Mensen met astma hebben minder antioxidanten zoals vitamine A, C en E in hun bloed.4 Hoe groter het tekort aan deze belangrijke voedingsmiddelen, hoe ernstiger de astma.5
• Bij mensen die meer antioxidanten uit groenten en fruit binnenkrijgen, komt astma minder voor dan bij mensen met een typisch westers eetpatroon, met weinig groenten en fruit. Uit een groot Fins onderzoek bleek dat astma eerder ontstaat en ernstiger is naarmate er minder flavonoïden in de voeding zitten. Dit zijn antioxidanten die veel in groenten en fruit voorkomen.6
De oorzaak van dit verband tussen een tekort aan antioxidanten en astma is nog onduidelijk. Komt het doordat bij astma meer vrije zuurstofradicalen (reactieve zuurstofverbindingen) aanwezig zijn, die antioxidanten vernietigen? (zie kader op blz. …) Of doordat mensen met astma toch al een slechter eetpatroon hebben? In beide gevallen kan het eten van voedsel dat antioxidanten bevat u helpen om kortademigheid te voorkomen of te behandelen.

Eet groen (en rood, en oranje)!
In een artikel in The American Journal of Clinical Nutrition beschrijven Australische wetenschappers dat een groep volwassenen met astma in twee groepen werd verdeeld. Eén groep kreeg een dieet dat rijk was aan antioxidanten, met vijf porties groenten en twee porties fruit per dag. De andere groep kreeg een dieet met weinig antioxidanten, met slechts twee porties groenten en één portie fruit per dag.
Na twee weken werd een ademtest uitgevoerd. De mensen die veel antioxidanten kregen, bleken een betere longfunctie te hebben dan degenen die weinig antioxidanten kregen. Na 14 weken hadden degenen die weinig antioxidanten kregen niet alleen een slechtere longfunctie, maar ook hogere gehaltes CRP (C reactieve proteïne) in hun bloed. CRP is belangrijk voor het aantonen van ontstekingen in het lichaam.7
Vervolgens voegden de wetenschappers alleen twee glazen tomatensap per dag toe aan het dieet met weinig antioxidanten. Dit leidde tot een verlaging van het aantal ontstekingen in de longen.8 Tomaten vormen een uitstekende bron van carotenoïden en vitamine C. Bij de astmapatiënten die extra tomatensap kregen, was het aantal witte bloedcellen in de slijmvliezen lager (dus er waren minder ontstekingen) dan bij degenen die alleen het dieet met weinig antioxidanten kregen.
Tomatensap alleen gaf geen verbetering van de luchtstroom in de longen. Het dieet met veel antioxidanten was daarvoor effectiever dan tomatensap.

Het goede type vitamine E
Een andere factor bij het ontstaan van astma is een teveel aan één type en een tekort aan een ander type vitamine E. Deze vitamine is waarschijnlijk het meest bekende antioxidant in onze voeding. In de natuur komt vitamine E in acht vormen voor. In onze weefsels vinden we hoofdzakelijk twee van die vormen: alfa-tocoferol en gamma-tocoferol.
Deze twee vormen bestrijden ontstekingen elk op een andere manier. Uit onderzoek blijkt dat gamma-tocoferol een unieke, gunstige werking kan hebben bij acute ontstekingen door bacteriën, rook of ozon.9 Onderzoekers aan de Northwestern Universiteit in Chicago hebben aangetoond dat gamma-tocoferol de overgevoeligheid van de luchtwegen en het aantrekken van bepaalde ontstekingscellen naar het longweefsel verhoogt. Alfa-tocoferol doet juist het tegenovergestelde.10
Toen een ander team aan dezelfde universiteit een onderzoek deed onder 4526 astmapatiënten, vonden zij dat hogere gehaltes gamma-tocoferol in het bloed samengingen met een slechtere longfunctie, terwijl hogere gehaltes alfa-tocoferol juist samengingen met een betere longfunctie.
Hun conclusie was dat alfa-tocoferol bij chronische allergische astma een ontstekingsremmende werking heeft en overgevoeligheid van de luchtwegen blokkeert, terwijl gamma-tocoferol ontstekingen bevordert, overgevoeligheid van de luchtwegen verhoogt en bovendien de gunstige werking van alfa-tocoferol verstoort.12
In verscheidene andere onderzoeken zijn bij astmapatiënten verlaagde bloedwaarden voor alfa-tocoferol gevonden.13
De onderzoekers in Chicago denken dat de verklaring hiervoor gezocht moet worden in het feit dat deze twee vormen van vitamine E tegengestelde effecten hebben op een bepaald enzym (PKC-alfa), dat bij ontstekingen ontstekingscellen naar de weefsels stuurt.14 PKC-alfa bevordert ontstekingen bij astma en versterkt veranderingen in de structuur van de luchtwegen die bij astma ontstaan.15 In longen van allergische muizen heeft alfa-tocoferol een remmende, en gamma-tocoferol een stimulerende werking op de activiteit van PKC-alfa.
Een onderzoek aan de Vanderbilt Universiteit in Nashville ondersteunt de theorie van de onderzoekers in Chicago. Drieëndertig patiënten met allergische astma kregen vier maanden lang natuurlijk alfa-tocoferol.16 De onderzoekers gebruikten ‘d alfa-tocoferol’, een vorm van alfa-tocoferol uit een natuurlijke bron, die via het voedsel werd toegediend, en niet de synthetische vorm ‘dl-alfa-tocoferol’ die in veel voedingssupplementen wordt gebruikt. Dit onderscheid is belangrijk, omdat alleen d-alfa-tocoferol de normale werking van vitamine E heeft.
Het effect van de toevoeging was dat het gehalte alfa-tocoferol in het bloed steeg en het gehalte gamma-tocoferol daalde. Naast deze verandering in vitamine E daalden de gehaltes van allergische mediatoren (stoffen die vrijkomen bij een allergische reactie) en van stoffen die wijzen op vrije zuurstofradicalen in de longen. De gevoeligheid van de luchtwegen voor methacholine, een stof die de luchtwegen doet samentrekken, was ook lager.
In de afgelopen 40 jaar is de hoeveelheid gamma-tocoferol in ons voedsel en in babyvoeding gestegen. Dit komt vooral doordat er meer soja-olie wordt gebruikt waar veel gamma-tocoferol in zit.17 Andere plantaardige oliën, zoals olijfolie, bevatten nauwelijks gamma-tocoferol.
Aangezien in veel vitamine E-supplementen soja-olie wordt gebruikt, kunnen deze supplementen (zelfs als er alfa-tocoferol op het etiket staat) verborgen bronnen van gamma-tocoferol zijn.
In klinische onderzoeken met lage doses vitamine E (meestal in de vorm van alfa-tocoferol) zijn wisselende resultaten gezien. De meeste winst lijkt te behalen bij mensen die worden blootgesteld aan luchtvervuiling zoals ozon en zwaveldioxide. Onder die omstandigheden lijkt vitamine E de toename van ontstekingen van de luchtwegen als gevolg van luchtvervuiling tegen te gaan.18
Al deze onderzoeken wijzen erop dat vitamine E door astmapatiënten niet zomaar als voedingssupplement gebruikt mag worden. Een apart vitamine E-supplement met hoge dosering kan oxidatie bevorderen in plaats van tegengaan, en zo het ontstaan van vrije zuurstofradicalen bevorderen.19
Het kan ook de hoeveelheid co-enzym Q10 in het bloed verlagen. Co-enzym Q10 is essentieel voor goed werkende cellen. In een Europees onderzoek werd bij astmapatiënten aanzienlijk minder co-enzym Q10 in het bloed gevonden.20 Astmapatiënten die steroïden gebruikten en supplementen met co-enzym Q10 kregen, hadden daarna aanzienlijk minder steroïden nodig.21
Het komt dus hierop neer: als u astma hebt, moet u goed opletten welk type vitamine E-supplement u gebruikt. Kies voor het natuurlijke d-alfa-tocoferol met een basis zonder soja en gebruik het supplement als onderdeel van een dieet met antioxidanten. Neem indien nodig ook co-enzym Q10.

De kracht van visolie
Behalve antioxidanten hebben ook vetten in onze voeding invloed op de kans om astma te krijgen. Als u besluit andere vetsoorten te gaan gebruiken, kan dat grote invloed hebben op astma.
Sommige bewerkte vetten, de zogeheten transvetten, hebben een andere structuur dan natuurlijke vetten. Transvetzuren (bouwstenen van transvetten) worden geproduceerd door meervoudig onverzadigde vetzuren een bepaalde bewerking (hydrogenering of harding) te laten ondergaan. De voedselindustrie doet dit om de houdbaarheid van producten te verlengen. Dit proces vindt ook in de natuur plaats, in de pens van runderen. Daarom zitten er in rundvlees en melk ook kleine hoeveelheden transvetzuren.
In een wereldwijd uitgevoerd onderzoek onder een half miljoen kinderen bleek dat het eten van meer transvetzuren de belangrijkste factor in de voeding was bij het ontstaan van astma.22
In een wat kleiner Europees onderzoek werd ontdekt dat het eten van margarine, een belangrijke bron van transvetzuren, de kans om astma te krijgen bij volwassenen verhoogt.23
Uw lichaam is wel in staat om zelf verzadigde en enkelvoudig onverzadigde vetzuren te maken, maar dat geldt niet voor de belangrijkste meervoudig onverzadigde vetzuren. Dit worden essentiële vetzuren genoemd. Ze worden op basis van hun chemische structuur in twee groepen ingedeeld, omega 6- en omega 3-vetzuren.
Een van de belangrijkste bronnen van vrije zuurstofradicalen bij astmapatiënten is het enzym NOX (NADPH-oxidase). Dit enzym, dat voorkomt in mestcellen en witte bloedcellen, veroorzaakt ontsteking en de vorming van vrije zuurstofradicalen.
In pollen zit ook een vorm van NOX. Daarom kan astma verergeren door hoge concentraties pollen in de lucht, zelfs bij mensen die niet allergisch zijn voor pollen.
In een onderzoek van de Italiaanse Universiteit van Lecce werd gevonden dat flavonoïden in groenten, fruit, kruiden en specerijen overmatige activiteit van het enzym NOX kunnen remmen. Ook omega 3-vetzuren in visolie kunnen overmatige activiteit van NOX remmen.24
Dit kan verklaren waarom er zoveel klinische onderzoeken zijn die gunstige effecten met omega 3-supplementen bij astmapatiënten beschrijven.25
Visolie lijkt vooral allergische reacties bij astmapatiënten goed te onderdrukken. Uit een 20 jaar durend onderzoek onder Amerikanen van 18 tot 30 jaar bleek dat een voedingspatroon met weinig omega 3-vetzuren uit vis de kans op het ontstaan van astma meer dan verdubbelde. Hoe minder omega 3-vetzuren werden gegeten, hoe erger de astma was.26
Bij patiënten met inspanningsastma werden vergelijkbare resultaten gevonden. Toen Amerikaanse onderzoekers omega 3-vetzuren uit visolie gaven aan patiënten van wie de astma steeds verergerde bij lichamelijke inspanning, bleek dat visolie hielp om inspanningsastma te voorkomen. Bovendien hadden deze patiënten binnen drie weken minder ontstekingen in de luchtpijp en hadden ze minder vaak een luchtwegverwijder nodig.27
In een Deens onderzoek kregen zwangere vrouwen omega 3-vetzuren uit visolie, vanaf 30 weken zwangerschap tot aan de bevalling. Zestien jaar later bleken de kinderen van deze vrouwen 87 procent minder vaak astma te hebben dan kinderen uit de controlegroep.28
In 1986 heb ik een artikel gepubliceerd waarin ik uitleg dat mensen met allergieën meer essentiële vetzuren nodig hebben, omdat hun cellen deze stoffen niet goed kunnen benutten.29 Essentiële vetzuren moeten we uit ons voedsel halen. Hoewel zowel planten als dieren bronnen kunnen zijn van omega 6- of omega 3-vetzuren, zijn de essentiële vetzuren uit dierlijk voedsel doorgaans meer onverzadigd dan die uit planten.
Er is zoveel aandacht voor omega 3-vetzuren omdat ze vaak ontstekingsremmend werken. De effecten van de meest voorkomende groep essentiële vetzuren, de omega 6-vetzuren, zijn niet zo duidelijk: deze stoffen kunnen ontstekingen zowel bevorderen als remmen.
Bepaalde omega 6-vetzuren kunnen wel goed zijn voor astmapatiënten, vooral wanneer ze in de juiste verhouding tot omega 3-vetzuren worden ingenomen. Mijn ervaring is dat het om het evenwicht gaat. Meer is niet noodzakelijk beter.
In de jaren tachtig van de vorige eeuw deed ik onderzoek samen met een pionier in het onderzoek naar essentiële vetzuren, David Horrobin, en een professor in allergie en immunologie, Ross Rocklin. In dit onderzoek werd bevestigd dat mensen met allergieën een probleem kunnen hebben met hun omega 6-stofwisseling. Dit wijst erop dat sommige mensen met allergieën speciale supplementen met omega 6-vetzuren nodig kunnen hebben om het juiste evenwicht te bereiken.30
Daarnaast hebben onderzoekers aan een andere Amerikaanse universiteit ontdekt dat astma bij sommige patiënten juist verslechterde bij hoge doses omega 3-vetzuren.31
Er is een verband gevonden tussen meer omega 3-vetzuren in het dieet en een afname van ontstekingen in de totale bevolking. Dit geldt ook voor astmapatiënten: meer omega 3-vetzuren in de voeding leiden tot minder ontstekingen en betere controle van astma. Als er echter veel omega 6-vetzuren in de voeding zitten in verhouding tot omega 3-vetzuren, leidt dat tot een slechtere controle van astma.32
De oplossing zou kunnen zijn om omega 3-vetzuren te combineren met een uniek omega 6-vetzuur met ontstekingsremmende werking: GLA (gamma-linoleenzuur). Dit vetzuur komt voor in teunisbloemolie, zwartebessenzaadolie en borageolie. Kinderen die borstvoeding krijgen, krijgen GLA via de moedermelk. GLA kan helpen om de problemen met de omega 6-stofwisseling die mijn collega’s en ik bij mensen met allergieën hebben ontdekt, tegen te gaan.
Andere onderzoeken ondersteunen dit. Patiënten met allergische astma kregen vier weken lang een vloeibaar mengsel van GLA (750 milligram per dag) en een gezuiverd omega 3-vetzuur, EPA (500 milligram per dag). Hierdoor vormden de witte bloedcellen aanzienlijk minder leukotriënen (stoffen die ontstekingen bevorderen en astma verergeren). Ook verminderden de astmasymptomen en hadden patiënten minder luchtwegverwijders nodig dan patiënten die een placebo kregen.33

De kleine beestjes in uw lichaam
Uw darmflora kan een enorme impact hebben op het ontstaan van allergie. Zoals het regenwoud wordt aangetast door een afname van de biodiversiteit, zo wordt de kans op het ontstaan van allergie groter bij een verminderde diversiteit van micro-organismen in de darmen. Dit komt waarschijnlijk doordat beschermende immuunreacties zwakker worden.34 De juiste probiotica kan mensen met allergieën of astma dus mogelijk helpen.
Als er ergens in het lichaam een ontsteking zit, ontstaat daaromheen een omgeving waarin micro-organismen kunnen groeien, die verdere ontsteking bevorderen. Deze toestand wordt ‘disbiose’ genoemd. Vanuit de micro-organismen gezien, is dit heel logisch. Ontstekingen zijn goed voor ze, dus bevorderen ze die. Het is niet belangrijk of micro-organismen het probleem in eerste instantie zelf hebben veroorzaakt, al snel vormen ze zelf het probleem.
Als u een huisdier hebt, verandert de ecologie van uw huis en van uw lichaam. Gezinnen met huisdieren hebben een grotere kans dat zij dezelfde micro-organismen in hun lichaam hebben, waarschijnlijk omdat iedereen datzelfde huisdier aait. De diversiteit van micro-organismen in hun lichaam is waarschijnlijk groter. Het hebben van een huisdier maakt ook dat er andere micro-organismen in huisstof voorkomen.
Onderzoekers van de Universiteit van Californië in San Francisco stelden muizen bloot aan huisstof uit het huis van een familie met een hond, en uit het huis van een familie zonder huisdieren. Vervolgens probeerden zij om allergische astma te veroorzaken door de muizen gevoelig te maken voor kakkerlakken en kippeneiwit.
Muizen die stof uit het huis met een hond hadden gegeten, kregen geen allergie. Toen hun darmflora werd onderzocht, bleek dat zij een veel grotere diversiteit aan bacteriën hadden dan muizen die het stof uit de huizen zonder huisdieren hadden gegeten. Met name één bacteriesoort, Lactobacillus johnsonii, was opvallend veel aanwezig in de muizen die resistent waren tegen allergie. Toen de wetenschappers L. johnsonii aan een nieuwe groep muizen gaven, bleek dat ene probioticum de muizen te beschermen tegen het ontstaan van allergische astma.35
Onderzoek bij mensen wijst erop dat probiotica met bepaalde stammen van Lactobacillus en bifidobacteriën nuttig kunnen zijn voor patiënten met allergische astma, om ontstekingen en symptomen tegen te gaan.
Zo gaf stam A5 van L. gasseri, die acht weken lang aan kinderen in Taiwan werd toegediend, een aanzienlijke verbetering van alle onderzochte resultaten: longfunctie, astmasymptomen en de aanwezigheid van stoffen in het bloed die als maat voor ontstekingen worden gebruikt.36
Maar voor alle supplementen geldt dat u er waarschijnlijk het meeste voordeel uithaalt als u ze combineert met andere adviezen uit het Allergie opgelost-programma.

Literatuur:
1. www.volksgezondheidenzorg.info (21 oktober 2016)

2. J Cell Biol, 2014; 205: 621–31
3. Prim Care Respir J, 2009; 18: 258–65
4. Altern Med Rev, 2012; 17: 42–56
5. Br J Nutr, 2010; 103: 735–41
6. Am J Clin Nutr, 2002; 76: 560–8
7. Am J Clin Nutr, 2012; 96: 534–43
8. Free Radic Res, 2008; 42: 94–102
9. Free Radic Biol Med, 2008; 45: 40–9; Free Radic Biol Med, 2008; 45: 425–33; Toxicol Pathol, 2009; 37: 481–91
10. J Immunol, 2009; 182: 4395–405
11. Respir Res, 2014; 15: 31
12. Endocr Metab Immune Disord Drug Targets, 2010; 10: 348–66
13. Turk J Pediatr, 2000; 42: 17–21; Lancet, 1999; 354: 482–3
14. Biochem J, 2012; 441: 189–98
15. Exp Lung Res, 2010; 36: 201–10
16. Allergy, 2012; 67: 676–82
17. Am J Respir Crit Care Med, 2013; 188: 279–84
18. Am J Respir Crit Care Med, 2002; 166: 703–9
19. BioDrugs, 2006; 20: 271–3
20. Allergy, 2002; 57: 811–4
21. Biofactors, 2005; 25: 235–40
22. Lancet, 1999; 353: 2040–1; Respir Res, 2010; 11: 8
23. Eur J Clin Nutr, 2005; 59: 8–15
24. Am J Physiol Heart Circ Physiol, 2007; 293: H2344–54
25. Inflammation, 2001; 25: 17–23
26. Am J Clin Nutr, 2013; 97: 173–8
27. Chest, 2006; 129: 39–49
28. Am J Clin Nutr, 2008; 88: 167–75
29. J Am Coll Nutr, 1986; 5: 213–28
30. Lipids, 1986; 21: 17–20
31. Am J Clin Nutr, 1997; 65: 1011–7
32. Nutr Clin Pract, 2010; 25: 634–40
33. Curr Med Res Opin, 2008; 24: 559–67
34. Curr Opin Clin Nutr Metab Care, 2014; 17: 261–6
35. Proc Natl Acad Sci U S A, 2014; 111: 805–10
36. Pediatr Pulmonol, 2010; 45: 1111–20

[kader:] Vrije zuurstofradicalen en astma
In de longen van alle astmapatiënten komen vrije zuurstofradicalen voor, waardoor astma verergert.1
Uw lichaam gebruikt zuurstof als brandstof voor energie en om gevaarlijke bacteriën te vernietigen. Dat proces, oxidatie genoemd, is te vergelijken met een gecontroleerd vuurtje, zoals in een verbrandingsmotor. Uw lichaam heeft ook een verdedigingssysteem met antioxidanten, dat het vuur onder controle houdt en ervoor zorgt dat het uw eigen cellen niet beschadigt.
Vrije zuurstofradicalen ontstaan bij een verstoring van het evenwicht tussen deze twee essentiële processen, oxidatie en anti-oxidatie. Omdat alle zuurstof in uw weefsels het lichaam binnenkomt via de ademhaling, zijn uw longen extra vatbaar voor vrije zuurstofradicalen, en er is niets dat die kwetsbaarheid meer verergert dan ontsteking.
Het is aangetoond dat vrije zuurstofradicalen de spiertjes in de luchtpijp laten samentrekken, overprikkeling van de luchtwegen veroorzaken en de uitscheiding van slijm verhogen.2
Luchtvervuiling is een belangrijke factor bij het ontstaan en het verergeren van astma; het kan bij iedereen vrije zuurstofradicalen laten ontstaan, maar recent onderzoek heeft laten zien dat astmapatiënten een overmatige ontstekingsreactie krijgen door vrije zuurstofradicalen die door luchtvervuiling zijn ontstaan.3
Dit betekent dat het van essentieel belang is dat astmapatiënten zo min mogelijk worden blootgesteld aan luchtvervuiling en in het bijzonder aan sigarettenrook.
Sigarettenrook bevat meer dan 4700 chemische stoffen, en daarbij zeer hoge concentraties oxidanten (10 triljoen moleculen per inhalering). Sommige van deze stoffen komen vast te zitten in de cellen in de wand van de luchtwegen. Daar blijven ze schade aanrichten, ook lange tijd nadat de rook verdwenen is .

Literatuur:
1. Ann Am Thorac Soc, 2013; 10 Suppl: S150–7
2. Mol Immunol, 2013; 56: 57–63
3. Curr Opin Allergy Clin Immunol, 2012; 12: 133–9
4. Environ Health Perspect, 1985; 64: 111–26; Free Radic Biol Med, 1989; 7: 9–15

[kader:] Allergie opgelost met andere olie
Als u de aanbevelingen hieronder opvolgt, eet u de vetten die het beste zijn voor uw gezondheid. Als u allergisch bent voor een van de keuzes hieronder, sla die dan over en kies iets anders.
Eet voldoende voedingsmiddelen met omega 3-vetzuren. De belangrijkste soort omega 3 in planten is ALA (alfa-linoleenzuur). In vis zitten twee andere omega 3-vetzuren: EPA en DHA. Uw lichaam kan EPA en DHA in beperkte mate omzetten in ALA. Alle soorten omega 3 zijn goed voor onze gezondheid.
Goede bronnen van ALA zijn: zaden, bijvoorbeeld chiazaad, vlaszaad, hennepzaad en sabja-zaad (zoete basilicum); walnoten (met walnotenolie kun je een smakelijke dressing maken); en groene bladgroenten zoals spinazie en kool (deze groenten bevatten weinig vetten, maar zijn een uitstekende bron voor omega 3-vetzuren als je ze regelmatig eet).
Eet tweemaal per week vis die rijk is aan omega 3-vetzuren, behalve uiteraardwanneer u allergisch bent voor vis. Goede bronnen van EPA en DHA zijn: zalm, sardientjes, forel, makreel, haring en ansjovis. Let op: tonijn bevat veel kwik omdat het een grote roofvis is, dus eet niet vaker dan eenmaal per maand tonijn.
Eet zo min mogelijk voedsel dat is gemaakt met geharde (gehydrogeneerde) of gedeeltelijk geharde plantaardige olie, zoals veel margarines en bakproducten. Let op: vertrouw het nooit als op een etiket staat: ‘nul transvetten’ of ‘vrij van transvetten’, want fabrikanten mogen dit claimen als er minder dan 500 milligram transvetten per portie in een product zitten. Door een portie klein genoeg te maken, kunnen fabrikanten bij veel voedingsmiddelen beweren dat deze giftige vetten er niet inzitten.
Gebruik zo veel mogelijk extra vierge olijfolie en zo min mogelijk olie met veel omega 6-vetzuren zoals maïsolie, saffloerolie (distelzaadolie), zonnebloemolie en sojaolie.
Overweeg het gebruik van supplementen met omega 3-vetzuren. Astmapatiënten die in onderzoeken visolie gebruikten, konden gemakkelijker ademhalen1 en hadden duidelijk minder astmasymptomen en overgevoeligheid van de luchtwegen.2 In andere onderzoeken waren verbeteringen al binnen een maand merkbaark.3

Literatuur:
1. Int Arch Allergy Appl Immunol, 1991; 95: 156–7
2. Eur Respir J, 2000; 16: 861–5
3. Int Arch Allergy Immunol, 2009; 148: 321–9; Respiration, 1998; 65: 265–9; Am Rev RespirDis, 1989; 139: 1395–400

[kader:] Wei-eiwit: een nieuwe ster
Glutathion is de rockster onder de antioxidanten. Het is een teamspeler, die de werking van vitamine C, vitamine E en selenium in het lichaam ondersteunt, maar vooral ook een belangrijke rol speelt bij het onderhouden van de gezondheid van uw longen, neus en bijholtes. Het is in feite het belangrijkste antioxidant in de luchtwegen. Uit veel onderzoeken blijkt dat glutathion voor mensen met neusallergie en problemen met de bijholtes weleens even belangrijk kon zijn als voor astmapatiënten.
In het neusslijmvlies van mensen met chronische ontsteking van de bijholtes zit maar half zoveel glutathion als bij mensen zonder bijholteontsteking.1 Hoe ernstiger de ontsteking, hoe minder glutathion.2
In wei-eiwit zit het aminozuur cysteïne, een van de bouwstenen waaruit uw lichaam glutathion maakt. De vorming van glutathion is afhankelijk van de beschikbaarheid van voldoende cysteïne.
In een Canadees onderzoek kregen gezonde jonge volwassenen 30 tot 45 gram wei-eiwit per dag. Dit zorgde voor een duidelijke verhoging van de hoeveelheid glutathion in de witte bloedcellen, waardoor deze veel beter infecties konden bestrijden.3
Volwassenen met inspanningsastma die vier weken lang 30 gram rauw wei-eiwit per dag kregen, hadden daarna minder ademhalingsproblemen na inspanning.4
Dus als u geen koemelkallergie hebt (dan mag u geen wei-eiwit eten), kunnen supplementen met wei-eiwit en een dieet met veel fruit en groenten die rijk zijn aan antioxidanten, u helpen uw astma onder controle te houden.

Literatuur:
1. Arch Otolaryngol Head Neck Surg, 1997; 123: 201–4
2. Clin Biochem, 2002; 35: 369–75
3. Int J Food Sci Nutr, 2007; 58: 429–36
4. Med Sci Sports Exerc, 2005; 37: 1468–73

[Streamers:]
Mensen met astma hebben minder antioxidanten zoals vitamine A, C en E in hun bloed
Als u astma hebt, moet u goed opletten welk type vitamine E-supplement u gebruikt
Astmapatiënten die steroïden gebruikten en supplementen met co-enzym Q10 kregen, hadden daarna aanzienlijk minder steroïden nodig
Het eten van meer transvetzuren bleek de belangrijkste factor in de voeding die verband hield met het ontstaan van astma
Onderzoek bij mensen wijst erop dat probiotica met bepaalde stammen van Lactobacillus en bifidobacteriën nuttig kunnen zijn voor patiënten met allergische astma
Bij mensen die meer antioxidanten uit groenten en fruit binnenkrijgen, komt astma minder voor dan bij mensen met een typisch westers eetpatroon, met weinig groenten en fruit

 

Wilt u dit artikel lezen?

Als abonnee kunt u dit artikel gratis lezen door in te loggen op uw account. Nog geen abonnee? Sluit nu een abonnement af.

Andere artikelen van Cate Montana

kleine wonderen met Enzymtherapie

Acupunctuur bij gezichtsveroudering

Je lymfestelsel overvol

Anders omgaan met een beroerte

Herstel van het lichaam na een kankerbehandeling

Column dr. Wendy Lin; Handzenuw in de knel

Anderhalf jaar geleden kwam een man in mijn praktijk. Hij was net gepensioneerd. Zijn hele leven was hij internationaal correspondent geweest, dus hij had veel tijd achter zijn toetsenbord doorgebracht. Tuinieren was de hobby waarin hij altijd zijn rust had gevonden....

Cate Montana avatar

Over de auteur

Cate Montana is een auteur die bekend staat om haar werk op het gebied van psychologie, spiritualiteit en zelfhulp. Ze heeft een achtergrond in de journalistiek, wat haar een scherpe analytische blik geeft op de onderwerpen die ze behandelt. Montana's werk richt zich vaak op het verkennen van het menselijk bewustzijn, de aard van de werkelijkheid en hoe deze concepten van invloed zijn op persoonlijke groei en ontwikkeling.
Lees meer artikelen van Cate Montana