21-07-2008

Vergif in het winkelwagentje

Bisfenol A (BPA), een chemische verbinding die het milieu al jaren vervuilt, blijkt nu ook mensen te besmetten. Dat komt doordat het in conservenblikken weglekt in het voedsel. Autoriteiten benadrukken dat blootstelling aan een dergelijke dosering niets is om ons zorgen over te maken. Toch is er steeds meer bewijs dat de chemische stof al bij beangstigend lage doses giftig is, vooral voor ongeboren baby’s.Als u voeding uit blik eet – zoals kidneybonen en kippensoep – kunt u schadelijke restanten binnenkrijgen van een giftige, oestrogeenachtige chemische stof die met kanker is geassocieerd en schade aanricht aan de seksuele ontwikkeling.

In een uitgebreid rapport van de Amerikaanse milieu- en volksgezondheidswaakhond Environmental Working Group (EWG) werd onthuld dat bisfenol A (BPA), een chemische verbinding die in de regel gebruikt wordt in de bekleding van de binnenwand van een conservenblik, weglekt in het ingeblikte voedsel en de mens daarmee blootstelt aan een gevaarlijke dosis van deze schadelijke stof. Hoewel het onderzoek is uitgevoerd in de Verenigde Staten – waar in laboratoriumtests in meer dan de helft van bijna honderd blikken met voeding uit grote supermarktketens BPA werd gevonden – is het volgens de EWG een wereldwijd probleem.

In studies uit de afgelopen twintig jaar hebben wetenschappers bij ruim 2200 mensen uit Europa, Noord-Amerika en Azië zelfs BPA gevonden in moedermelk, bloedplasma, speeksel, vruchtwater en navelstrengbloed. Volgens de EWG is deze wijdverspreide blootstelling een ernstig probleem voor de volksgezondheid, omdat zelfs aan lage gehaltes BPA een reeks giftige effecten wordt toegeschreven. De chemische verbinding zou mogelijk ook bijdragen aan ‘het scala van gezondheidsproblemen’ onder de wereldbevolking die maar blijven toenemen, zoals borstkanker, diabetes, obesitas (zwaarlijvigheid), onvruchtbaarheid en het polycysteus-ovariumsyndroom.

Wat is slecht aan voeding in blik?

BPA wordt over de hele wereld in grote hoeveelheden geproduceerd. Het is een component van de kunsthars die gebruikt wordt in de binnenwand van conservenblikken. Het zit ook in polycarbonzuur-plastics die gebruikt worden voor waterflessen, zuigflessen, kinderspeelgoed, lijmstoffen, elektronica en zit zelfs in stopmiddel en vullingen in het gebit. Desondanks neemt men aan dat men vooral door blikvoeding aan BPA wordt blootgesteld.

Reeds enkele jaren waarschuwen milieuactiegroepen ons voor het potentiële gevaar van BPA uit conservenblikken en andere bronnen. En uit het meest recente rapport van de EWG kunnen we afleiden hoe reëel dit risico is. In onafhankelijke laboratoriumtests van de EWG werd in 55 van de 97 blikken met voedsel BPA gevonden. Deze blikken bevatten onder andere kippensoep, ravioli en babyvoeding en waren gekocht bij drie grote supermarktketens op verschillende plaatsen in de Verenigde Staten. Bij een op de tien blikken voedsel, en een op de drie blikken babyvoeding bevatte één enkele portie genoeg BPA om een vrouw of kind aan meer dan tweehonderd maal de oorspronkelijke veiligheidsnorm van de Amerikaanse overheid voor industriële chemicaliën bloot te stellen.

In onderzoek van de Food Standards Agency in Groot-Brittannië vond men gelijksoortige uitkomsten. Daar onderzocht men een steekproef van 62 blikken voeding uit Britse supermarkten; in bijna 40 procent ervan trof men BPA aan. De scheikundige verbinding werd gevonden in hoeveelheden tot 0,07 mg/kg in 37 blikken, en zelfs 0,35-0,42 in één blik1. Hoewel deze gehaltes binnen de veiligheidslimieten vallen, groeit de bezorgdheid dat de chemische stof al bij minieme concentraties schade kan toebrengen aan de gezondheid.

Bewijs tot op heden

Volgens de EWG is er nu ‘bijna onweerlegbaar bewijs’ dat BPA al giftige effecten heeft bij blootstelling aan lage doses. In het rapport, dat de uitgebreide wetenschappelijke gegevens over de schadelijke effecten samenvat, stelt de groep: ‘Bij weinig chemicaliën zien we zo consequent een dergelijke reeks schadelijke effecten bij lage doses.’ In een review uit 2005 vonden de onderzoekers dr. Frederick vom Saal van de Universiteit van Missouri en dr. Claude Hughes van de East Carolina Universiteit in North Carolina in meer dan negentig onderzoeken inderdaad de bevestiging dat BPA bij verbazingwekkend lage doseringen giftig kan zijn. De onderzoeken werden weliswaar bij dieren uitgevoerd en zijn dus niet noodzakelijkerwijs van toepassing op mensen.

In 31 werden zelfs ‘significante effecten’ gezien bij blootstelling onder de veilig geachte referentienorm van 50 mg/kg/dag. Bij sommige van de laagste doseringen zagen zij dat BPA permanente veranderingen in borst- en prostaatcellen veroorzaakte, die de oorzaak kunnen zijn van kanker, insulineresistentie – de oorzakelijke factor van type 2 (niet insuline afhankelijke) diabetes –, schade aan chromosomen met herhaalde miskramen als gevolg en een groot scala van geboortedefecten, inclusief het syndroom van Down.

De twee wetenschappers merkten op dat ‘de groei en seksuele rijping, hormoonspiegels in het bloed, de functie van voortplantingsorganen, de vruchtbaarheid, het immuunsysteem, de enzymactiviteit, hersenstructuur, hersenchemie en het gedrag alle aangetast waren door blootstelling aan lage doses BPA’. Al deze effecten zijn aangetoond in een omvangrijke groep proefdieren2.
Het is belangwekkend dat, hoewel de traditionele toxicologie beweert dat de schade groter is bij een hogere dosis, uit tests is gebleken dat lage doses BPA het giftigst kunnen zijn. Zo bleek in een laboratoriumtest dat een lage dosis bij menselijke prostaatkankercellen in een celkweek 70 procent meer groei veroorzaakte dan hogere doses3.

In een ander onderzoek, ditmaal bij muizen, werd ontdekt dat blootstelling aan lagere hoeveelheden niet alleen veranderingen in de borstklieren maar ook in het vrouwelijk geslachtsorgaan tot gevolg had4. Een mogelijke verklaring is dat juist heel lage doses niet door het ‘opsporingssysteem’ van het ontgiftingsmechanisme van het lichaam worden opgemerkt en daardoor meer schade kunnen aanrichten.

Hoewel veel conclusies in een andere richting wijzen, stelde de European Food Safety Authority (EFSA) in een review in 2007 ‘dat BPA geen direct gezondheidsrisico vormt’. Daarbij negeerde men de gegevens uit onderzoek met proefdieren, omdat de stofwisseling van mensen de chemische stof sneller verwerkt dan die van dieren5. Dr. Vom Saal echter, die tezamen met 37 andere wetenschappers meer dan 700 wetenschappelijke artikelen hierover heeft bestudeerd, blijft van mening dat de gegevens bij dieren in hoge mate relevant zijn.

‘Er is in wezen geen verschil tussen de wijze waarop de cel van een muis reageert of die van een mens,’ stelt hij. En omdat BPA het hormoonsysteem aantast kan het effect hebben bij ‘onrustbarend lage concentraties’6. Bovendien is er een klein aantal studies bij mensen dat de bezorgdheid over het potentieel gevaar van BPA vergroot. Zo ontdekten Japanse geleerden dat vrouwen met het polycysteus-ovariumsyndroom een hogere BPA-spiegel in hun bloed hadden dan vrouwen met een normale ovariumfunctie.

Ze vonden ook positieve correlaties (verbanden) tussen concentraties van BPA en androgenen7. Het polycysteus-ovariumsyndroom is een van de belangrijkste oorzaken van onvruchtbaarheid bij vrouwen. Het gehalte BPA in het bloed heeft ook een relatie met herhaalde miskramen en complexe hyperplasie van het baarmoederslijmvlies, een vorm van verdikking van de binnenwand van de baarmoeder die voorspellend zou zijn voor kanker van het baarmoederslijmvlies8,9.

Bij mannen vond men dat degenen die beroepsmatig aan kunsthars werden blootgesteld, een hogere concentratie BPA in de urine hadden dan in de controlegroep. Ze hadden ook een kleinere hoeveelheid follikelstimulerend hormoon, wat essentieel is voor de aanmaak van sperma. Verminderde afscheiding van dit hormoon kan verminderde spermaconcentratie en onvruchtbaarheid tot gevolg hebben10.

Vanwege deze bevindingen bij mensen, de dierproeven en de laboratoriumgegevens, en het feit dat blootstelling van mensen aan BPA zo wijdverspreid is, is het volslagen onverantwoord zomaar voorbij te gaan aan de mogelijkheid dat deze chemische stof een serieus gezondheidsrisico inhoudt.

Blik als gezondheidsrisico

BPA is niet de enige chemische verbinding die uit de binnenwand van conservenblikken lekt. In Europese tests van drie verschillende binnenwandbekledingen werd onthuld dat tenminste 23 aan BPA verwante chemicaliën in het voedsel weglekten11. Volgens de EWG ‘… heeft deze vervuiling plaats in een mate die andere, meer bekende vervuilers die zich opstapelen in voedsel, zoals pcb’s (polychloorbifenyl) en DDT (Dichloordifenyltrichloorethaan), in het niet doet vallen’. Volgens een wetenschapper ‘…..overtreffen de concentraties chemicaliën die uit verpakkingen lekken, zoals BPA, gewoonlijk die van pesticiden omdat die eerste niet worden opgemerkt en slechts een klein aantal ooit op toxiciteit is getest’12.

Kortom, iedere keer als we voedsel uit blik eten, weten we niet aan welk gevaarlijk mengsel van chemicaliën we ons misschien blootstellen. Reden temeer om voorbewerkt voedsel te vermijden.

BRONNEN:
1www.food.gov.uk/science/surveillance/fsis2001/bisphenols
2Environ Health Perspect, 2005;113:926-33
3Molec Cancer Ther, 2002;1:515-24
4Biol Reprod, 2005;72:1344-51
5www.efsa.europa.eu/EFSA_locale-1178620753812_1178620772817.htm
6New Scientist, 2007;issue 2816
7Endocr J, 2004;51:165-9
8Hum Reprod, 2005;20:2325-9
9 Endocr J, 2004;51:595-600
10Occup Environ Med, 2002;59:625-8
11Food Addit Contam, 2004;21:390-405
12Food Addit Contam, 1999;16:579-90


 Hoe verkleint u het risico?

Behalve in de bekleding van de binnenwand van conservenblikken wordt bisfenol A (BPA) ook gevonden in een reeks andere voedingsproducten. Om blootstelling hieraan te beperken volgen hierna enkele tips.
 Eet vers, niet-voorbewerkt voedsel en zo min mogelijk voedsel uit blik.
 Vermijd plastic nr. 7. Voedselverpakkingen van polycarbonaat plastic met het cijfer 7 op het recyclingslogo bevatten meestal BPA. Dit zijn in het algemeen bakjes van hard, ondoorzichtig plastic. Plastics met de nummers 1, 2 en 4 zijn een veiliger keus omdat die volgens de EWG geen BPA bevatten.
 Gebruik zuigflessen van glas of van het veiliger polypropyleen plastic. Ondoorzichtig, buigzaam plastic bevat geen BPA. Flessen van het merk Medela, om moedermelk in te bewaren, zijn gekwalificeerd als vrij van BPA.
 Kies liever glas in plaats van plastic waterflessen of neem kraanwater. Gebruik liever ook geen metalen waterflessen omdat die een BPA-bevattende binnenwand zouden kunnen hebben.
 Vermijd het gebruik van plastic bakjes in de magnetron. Keramiek, glas en ander serviesgoed dat geschikt is voor de magnetron zijn een goed alternatief.
 Het is aan te raden ook geen voedsel en drank in plastic bakjes te bewaren. Glas en roestvrij staal zijn een betere en veiliger keus.


BPA en zwangerschap

Een van de meer verontrustende conclusies is dat bisfenol A (BPA) de placenta passeert en het embryo kan aantasten tijdens cruciale ontwikkelingsperioden. Uit een Duitse studie kwam naar voren dat deze chemische stof in menselijke foetussen in de baarmoeder voorkwam in concentraties waarvan de schadelijke effecten waren aangetoond bij dieren1. Wat vooral zorgwekkend is aan deze prenatale blootstelling, is het feit dat zowel in dierlijke als in menselijke foetussen het ontgiftingsmechanisme dat het lichaam van nature heeft, en dat BPA onschadelijk kan maken en uit het lichaam wegfilteren, nog niet volledig ontwikkeld is2. Daardoor is met name de foetus gevoelig voor het giftige effect van sommige chemicaliën.

Bij dieren kan blootstelling aan BPA in de baarmoeder afwijkingen aan de voortplantingsorganen veroorzaken2,1, evenals borst- en prostaatkanker op latere leeftijd3,4. Daar komt bij dat in onafhankelijk onderzoek van de EWG ook onveilige concentraties gevonden werden bij een op de drie blikken babyvoeding (33 procent).

1Environ Health Perspect, 2002;110:A703-7
2Neoplasia, 2002;4:98-102
3Reprod Toxicol, 2006;146:4138-47
4Cancer Res, 2006;66:5624-32

 

Wilt u dit artikel lezen?

Als abonnee kunt u dit artikel gratis lezen door in te loggen op uw account. Nog geen abonnee? Sluit nu een abonnement af.

Andere archief artikelen

Uitgelezen; Wie ben ik als niemand kijkt

Liesbeth Woertman onderzoekt in dit boek het leven van vrouwen in vooral de derde levensfase (na de pensionering) en de laatste vierde levensfase (vanaf ongeveer 75 jaar). Wat betekent het voor hen om een ouder lichaam te hebben in een tijd van geseksualiseerde,...

Basisrecept voor elke dag

Heb jij dat ook aan het begin van een nieuw jaar? Ik sta altijd een beetje te trappelen van ongeduld. Wat zal het nieuwe jaar aan bijzondere ontmoetingen en ontwikkelingen met zich meebrengen? Voor wat voor uitdagingen komen we te staan? Hoe zullen de seizoenen...

Innerlijke reis; ik blijf me verwonderen

Een tante gaf Kor Koetje een boek uit de boedel van een boer, en dat bracht hem in zijn tienerjaren op het pad van de natuurgeneeskunde. Het was Homeopathie in de praktijk van dr. J. Voorhoeve uit de jaren 20 van de vorige eeuw. Koetjes’ schoonzus was zijn eerste...

Boezemfibrileren vaak niet opgemerkt

Atriumfibrilleren, of boezemfibrilleren, is een veelvoorkomende volksziekte bij mensen op hogere leeftijd. Het wordt niet altijd opgemerkt door de arts of de patiënt. Boezemfibrilleren is goed behandelbaar, maar onbeschermd is er een sterk verhoogde kans op...