Van kolen en brandnetels

Rubriek: The last word

De patiënt wil gewoon dat het overgaat

Van kolen en brandnetels
Door: Bryan Hubbard

De geneeskunde laat zich erop voorstaan dat het een wetenschap is, maar de patiënt wordt over het algemeen niet warm of koud van een voorgestelde behandeling, zolang er maar een redelijke kans is dat die helpt. Misschien stelt het hem een beetje gerust te weten dat er stapels onderzoek ten grondslag liggen aan het doktersrecept, maar waarschijnlijker is het dat de dokter meer onder de indruk is van de wetenschap waarop de moderne geneeskunde is gebaseerd, dan de patiënt.
Medisch journalist James Le Fanu illustreerde onlangs in zijn column de touwtrekkerij tussen wetenschappelijk bewijs en een praktische aanpak met enkele voorbeelden.1
Het eerste geval betrof een orthopedisch chirurg die ontzet toekeek hoe een 72-jarige patiënt met ernstige artritis haar rok optilde en liet zien dat ze een koolblad stevig om haar knie had gebonden. Vergeet die voorgeschreven medicijnen maar, vertelde ze hem, dit is het enige wat helpt.
Verbaasd dat een koolblad de voorkeur had boven een wetenschappelijk bewezen pijnstiller, schreef de arts een artikel over zijn excentrieke patiënt in zijn vakverenigingsblad, het British Medical Journal. Zijn collega’s wezen hem meteen terecht. Iedereen bleek te weten dat een koolblad op een gezwollen gewricht wonderen kan doen. En niet alleen hedendaagse artsen wisten dit, het is al eeuwen algemeen bekend onder een bont gezelschap van genezers.
Zogende moeders weten ook dat een koolblad op een gezwollen borst de zwelling vermindert en borstvoeding geven minder pijnlijk maakt. Zoals Le Fanu betoogt, zijn koolbladeren ideaal omdat ze zo buigzaam zijn en je ze makkelijk om gewrichten (en borsten dus) kunt wikkelen.
Het tweede geval van wetenschap versus praktische aanpak deed zich voor toen Colin Randall, een huisarts in Cornwall, een 81-jarige patiënt probeerde te helpen wiens actieve leefstijl ernstig beknot was; eenvoudige activiteiten als een helling op lopen en fietsen waren onmogelijk geworden. Dus liet Randall een röntgenfoto maken, die onthulde dat zijn patiënt ernstige artritis in zijn heup had.
Randall deed wat elke dokter zou doen: hij schreef zijn patiënt ontstekingsremmers voor. Hij hoopte dat daardoor de zwelling zou afnemen en dat de patiënt zijn mobiliteit tenminste deels terug zou krijgen. Enige maanden later vertelde de patiënt hem dat de ibuprofen niet had geholpen en dat hij daarom zelf een oplossing voor het probleem had gezocht. Hij was begonnen met het aanbrengen van brandnetels op zijn heup. De pijn was nu bijna geheel weg en hij kon weer zo’n 16 kilometer per dag fietsen.
Randall vroeg aan een paar van zijn patiënten of zij weleens van de brandneteltherapie hadden gehoord. Natuurlijk hadden ze dat, vertelden ze hem, ongetwijfeld verbijsterd door die dokter die niet zoveel leek te weten. Het was in Cornwall zelfs een gangbare remedie. Maar ook soldaten in de Romeinse tijd gebruikten het middel, en in Ecuador is het eveneens bekend.
Dit mocht dan misschien gesneden koek zijn voor de brave burgers van Cornwall en Ecuador, dat was zeker niet het geval voor artsen. Randall begon dus met het op de kaart zetten van de brandneteltherapie. Hij was niet alleen huisarts, maar gaf ook les aan de Universiteit van Plymouth. Zo kon hij een uitgebreide klinische studie opzetten. Hij bracht 27 mensen met artritis in hun handen bijeen en vroeg hun om een week lang elke dag brandnetelbladeren aan te brengen op de aangetaste plek. Om er zeker van te zijn dat een verbetering niet alleen verbeelding was, gaf hij de helft ‘nep’-brandnetelbladeren, of liever gezegd: de bladeren van de witte dovenetel, die niet prikken. Randall ging ervan uit dat die niet zouden werken.
En zo ging het ook. Degenen die echte brandnetelbladeren hadden gekregen zeiden dat ze aanmerkelijk minder pijn hadden, en dat dat de hele week zo was geweest. Als het brandnetelblad een blaar veroorzaakte, bleek dat de pijn het effectiefst te bestrijden. Dat vond 85 procent van de deelnemers een acceptabele bijwerking als het betekende dat ze dan pijnvrij waren.
Een woordvoerder van de Arthritis Research Campaign, de liefdadigheidsinstelling voor het onderzoek naar artritis, zei na afloop: ‘Moderne medicijnen en behandelingen zijn altijd ontwikkeld met als stelregel “gebruik het niet als je het niet kunt bewijzen”. Maar in de complementaire geneeskunde gelooft men vaak dat het bewijs geleverd wordt door het gebruik in de praktijk en dat er geen verder onderzoek nodig is.’
Hier wint de praktische aanpak het van de wetenschap.
[Literatuur:]
1 The Telegraph (online), 22 augustus 2016
 

Wilt u dit artikel lezen?

Als abonnee kunt u dit artikel gratis lezen door in te loggen op uw account. Nog geen abonnee? Sluit nu een abonnement af.

Andere artikelen van Bryan Hubbard

De medicijnen zijn heerlijk

Het Laatste woord: De illusie van de goochelaar

Het laatste woord; Is het beter om niets te voelen?

Het laatste woord

Artsen weten wel beter

Column dr. Wendy Lin; Handzenuw in de knel

Anderhalf jaar geleden kwam een man in mijn praktijk. Hij was net gepensioneerd. Zijn hele leven was hij internationaal correspondent geweest, dus hij had veel tijd achter zijn toetsenbord doorgebracht. Tuinieren was de hobby waarin hij altijd zijn rust had gevonden....

Bryan Hubbard avatar

Over de auteur

Bryan Hubbard studeerde filosofie aan de universiteit van Londen. Hij is de echtgenoot van Lynne McTaggart en samen zijn zij directeur van twee uitgeverijen, WDDTY Publishing Ltd en New Age Publishing Ltd. Hij is uitgever van het maandblad What Doctors Don’t Tell You. ( Het moederblad van Medisch Dossier)
Lees meer artikelen van Bryan Hubbard