24-01-2012

Van de Hoofdredactie: Helende gedachten

Uit een onderzoek naar placebo’s blijkt dat het ritueel van heling een groter effect heeft dan het gebruikte medicijn.

Het grootste pijnpunt voor elke geneesmiddelenfabrikant is het placebo, ofwel het ‘neppilletje’, dat in dubbelblind gecontroleerde klinische onderzoeken wordt gebruikt om de werking van het onderzochte middel aan te tonen. Hierbij worden de patiënten in twee groepen verdeeld, waarvan de ene het echte middel krijgt en de andere het placebo, maar zonder dat iemand weet wie, inclusief degenen die de pil geven. Het idee is dat er veel meer patiënten moeten opknappen van het middel dan van het placebo. Op die aanname stoelt de hele geneeskunde.

In werkelijkheid echter ervaren heel veel patiënten dezelfde verlichting van klachten, en zelfs dezelfde bijwerkingen, van het placebo als van het middel zelf. Om die reden is een placebo eigenlijk geen goede controle in dit soort onderzoek. De kracht van placebo’s is het best aangetoond bij mensen met de ziekte van Parkinson, bij wie het systeem voor het vrijkomen van dopamine in de hersenen niet goed functioneert. De standaardbehandeling is een synthetische vorm van dopamine. Maar in een onderzoek aan de universiteit van British Columbia in Vancouver ontdekten de arts-onderzoekers op de PET-scans dat, als patiënten die een onwerkzaam middel hadden gekregen verteld was dat ze de dopamine hadden gekregen, hun hersenen een substantieel grotere hoeveelheid dopamine uit hun reserves vrijmaakten1.

Het placeboprobleem (deze maand onderwerp van onze rubriek Uitgelicht) werd nog complexer toen geneeskundig hoogleraar aan Harvard prof. Ted Kaptchuk een gecontroleerd klinisch onderzoek uitvoerde waarbij patiënten met het prikkelbare-darmsyndroom een placebo kregen terwijl dat erbij verteld werd, en de controlegroep helemaal niets kreeg2. Tevens werd de placebogroep verteld, dat van placebo’s is aangetoond dat ze een sterk effect hebben op het zelfhelend vermogen van lichaam en geest.

Kaptchuk ontdekte dat bijna tweederde van de patiënten in zijn placebogroep melding maakte van verbetering van symptomen: meer dan het aantal dat in een recent klinisch onderzoek was opgeknapt met alosetron, een krachtig medicijn tegen prikkelbare-darmsyndroom3.
Dit doet een vraag rijzen waarmee ik al enige tijd worstel: werken medicijnen eigenlijk ooit wel? Is het ooit weleens het middel zelf dat heling brengt, of is de mentale verwachting van heling voldoende om het zelfhelende mechanisme van het lichaam in werking te zetten?

Uit andere onderzoeken komt naar voren dat wellicht de ‘helende persoon’ belangrijker is dan het middel. Bij recent onderzoek van 83 mensen met reumatoïde artrose die door een homeopaat werden gezien, kwam consultatie bij een sympathieke behandelaar – in plaats van de voorgeschreven remedie – uit de bus als oorzaak van verbetering van lichamelijke klachten (door de patiënten vermeld)4.

Verder gaat er een kracht uit van helende rituelen: het idee dat je ‘iets neemt’ ergens tegen, zelfs wanneer je weet dat het een neppil is. Van de 46.000 hartpatiënten in een onderzoek bleek het diegenen die een placebo namen even goed te vergaan als diegenen die het hartmiddel kregen. De enige factor van invloed op de overleving bleek te zijn of de betrokkene geloofde dat de behandeling zou werken en bereid was deze goed op te volgen. Diegenen met een minder goede overleving waren in het algemeen wat nonchalanter in het opvolgen van de behandeling – geneesmiddel of placebo5.

Uit dit soort onderzoeken valt op te maken dat het niet uitmaakt wat we nemen: de klik met de helende persoon, de helende woorden en de uitvoering van een behandeling, de verwachting dat we zullen genezen – met andere woorden onze gedachten over genezing – blijken steeds weer de werkelijke heler.

Lynne McTaggart

1Science, 2001; 293: 1164-1166
2PLoS ONE, 2010; 5: e15591
3Clin Ther, 2008; 30: 884-901
4Rheumatology, 2010; doi: 10.1093/rheumatology/keq234
5BMJ, 2003; 326: 841-844
 

Wilt u dit artikel lezen?

Als abonnee kunt u dit artikel gratis lezen door in te loggen op uw account. Nog geen abonnee? Sluit nu een abonnement af.

Andere archief artikelen

Uitgelezen; Wie ben ik als niemand kijkt

Liesbeth Woertman onderzoekt in dit boek het leven van vrouwen in vooral de derde levensfase (na de pensionering) en de laatste vierde levensfase (vanaf ongeveer 75 jaar). Wat betekent het voor hen om een ouder lichaam te hebben in een tijd van geseksualiseerde,...

Basisrecept voor elke dag

Heb jij dat ook aan het begin van een nieuw jaar? Ik sta altijd een beetje te trappelen van ongeduld. Wat zal het nieuwe jaar aan bijzondere ontmoetingen en ontwikkelingen met zich meebrengen? Voor wat voor uitdagingen komen we te staan? Hoe zullen de seizoenen...

Innerlijke reis; ik blijf me verwonderen

Een tante gaf Kor Koetje een boek uit de boedel van een boer, en dat bracht hem in zijn tienerjaren op het pad van de natuurgeneeskunde. Het was Homeopathie in de praktijk van dr. J. Voorhoeve uit de jaren 20 van de vorige eeuw. Koetjes’ schoonzus was zijn eerste...

Boezemfibrileren vaak niet opgemerkt

Atriumfibrilleren, of boezemfibrilleren, is een veelvoorkomende volksziekte bij mensen op hogere leeftijd. Het wordt niet altijd opgemerkt door de arts of de patiënt. Boezemfibrilleren is goed behandelbaar, maar onbeschermd is er een sterk verhoogde kans op...