Uitgelicht: Statines

Statines houden hartziekten niet altijd tegen

Velen die ouder zijn dan 50 komen in aanmerking voor cholesterolverlagende medicijnen, maar uit nieuw onderzoek blijkt dat ze hart- en vaatziekten en hartaanvallen vaak niet voorkomen.

Overal ter wereld blijven hartaandoeningen nog steeds hardnekkig de belangrijkste doodsoorzaak, ondanks de miljarden die worden uitgegeven aan vetarm voedsel en cholesterolverlagende statines. Deze sterftecijfers zijn de laatste jaren nauwelijks verschoven.

Dat komt niet omdat de medicijnen niet werken: ze verlagen inderdaad de niveaus van het ‘slechte’ LDL-cholesterol (lipoproteïne met lage dichtheid), de vetten waarop statines gericht zijn en die zich, volgens de theorie, rond slagaderwanden afzetten totdat de bloedstroom naar het hart is geblokkeerd, wat een hartaanval kan veroorzaken.

Maar toch bereiken statines niet het uiteindelijke doel, namelijk het verminderen van hart- en vaatziekten (HVZ) en fatale hartaanvallen. Dat kan komen doordat de theorie van cholesterol en vetten onjuist is, zoals een nieuw overzichtsonderzoek suggereert.

Onderzoekers onder leiding van Robert DuBroff van de universiteit van New Mexico analyseerden de resultaten van 35 klinische onderzoeken waarin drie soorten cholesterolverlagende medicijnen zijn onderzocht, waaronder statines en de nieuwste middelen, PCSK9-remmers, voorgeschreven aan mensen met het hoogste risico op hartziekte op basis van hun LDL-waarden. Anderen met een vergelijkbaar risicoprofiel kregen in plaats daarvan een placebo.1

Maar in meer dan 75 procent van de onderzoeken leefden degenen die een cholesterolverlagend medicijn kregen niet langer dan degenen die een placebo kregen en in de helft van de onderzoeken kregen degenen die de medicijnen gebruikten nog steeds HVZ.

In bijna alle onderzoeken deden de medicijnen wat ze moesten doen: het cholesterolgehalte daalde. In een van de beoordeelde onderzoeken verlaagden de medicijnen het LDL met 13 procent en toch was het aantal sterfgevallen en het percentage hart- en vaatziekten hoger dan in de placebogroep, waarin de cholesterolwaarden niet daalden.

De PCSK-medicijnen zijn zelfs nog effectiever in het verlagen van het cholesterolgehalte. Een van de eerste op de markt, Repatha (evolocumab), zorgde voor een afname van 60 procent. En toch beschermde dat mensen niet tegen een fatale hartaanval.

De media in de hele wereld waren lyrisch over de resultaten van de FOURIER-studie, waarin het nieuwe medicijn werd getest op 27.564 patiënten met hartaandoeningen. Eindelijk, hier was een medicijn dat het cholesterolgehalte drastisch kon verlagen, waardoor hartziekten tot het verleden zouden gaan behoren.

Vol enthousiasme op dit moment van triomf zei een van de onderzoekers, professor Peter Sever van Imperial College London: ‘Het eindresultaat was dat het cholesterolgehalte daalde en daalde en daalde. We zagen lagere cholesterolwaarden dan we ooit eerder hebben gezien in de geneeskundige praktijk.’ Dat is echter niet het eindresultaat.

Dat zou het aantal mensen moeten zijn dat sterft aan een hartaandoening. Weggestopt tussen alle gegevens en uit het zicht van de media-schijnwerpers, kwam het ware beeld naar voren. In totaal stierven 251 patiënten die Repatha gebruikten aan een hartaandoening, evenals 240 die in plaats daarvan een placebo kregen, maar bij wie het cholesterolgehalte niet was gedaald. Het totale aantal sterfgevallen door alle oorzaken was 444 in de Repatha-groep en 426 bij de placebo-groep.2

Raadselachtig genoeg werd de studie twee jaar voortijdig stopgezet. Dr. Michel de Lorgeril, cardioloog bij het Nationale Centrum voor Wetenschappelijk Onderzoek van de Franse overheid, vermoedt fraude. Hij omschreef de studie als ‘waardeloze wetenschap’.

De ontbrekende schakel

Toen zij verder keken dan naar de beoordeelde studies vond het onderzoeksteam uit New Mexico meer bewijs dat hun bevindingen ondersteunt, namelijk dat er weinig of geen verband is tussen LDL-cholesterol en hartaandoeningen.

De Belgische gezondheidsautoriteiten meldden een kleine daling van het aantal hartaandoeningen tussen 1999 en 2005, maar alleen onder ouderen die niet eens een statine gebruikten, terwijl in Zweden ondanks een toename van het aantal statinevoorschriften geen daling van het aantal sterfgevallen door hartaanvallen werd gezien.

In de VS is het aantal recepten voor statines tussen 2002 en 2013 verdubbeld; het is dus niet verrassend dat het gemiddelde cholesterolgehalte daalde, maar het aantal cardiovasculaire sterfgevallen steeg.

Sinds 2018 heeft de American Heart Association (AHA) de drempel voor het voorschrijven van cholesterolverlagende medicijnen nog verder verlaagd, wat doet vermoeden dat er velen extra zullen toetreden tot de miljoenen die ze al slikken.

Dit heeft gezorgd voor een flinke omzetstijging bij de fabrikanten, die – sinds de eerste statine 40 jaar geleden werd goedgekeurd – al meer dan $ 1 biljoen aan omzet hebben binnengehaald. Dr. Malcolm Kendrick, een cholesterolscepticus, schat dat het omzetten van alle Britse statinepatiënten naar een PSCK Groot-Brittannië £ 28 miljard per jaar zou kosten, wat overeenkomt met het volledige defensiebudget van het land.

Bewijs achterhouden

Waarom blijft statinetherapie bestaan als er zoveel tegenstrijdig bewijs is? Er is ‘substantieel bewijs’ dat statines werken, beamen de onderzoekers uit New Mexico, maar dat zou kunnen zijn vanwege de ‘onbedoelde’ voordelen van de medicijnen. Ze werken namelijk ook als antistollingsmiddelen, die bloedstolsels kunnen voorkomen en in extreme gevallen ook een hartaanval.

Maar belangrijker is dat de onderzoeken naar statinegeneesmiddelen niet onafhankelijk zijn gevalideerd. Met andere woorden, de medicijnfabrikanten hebben onderzoeken gefinancierd die positieve resultaten opleverden, maar de onderliggende gegevens zijn niet ter beoordeling gepubliceerd. Farmaceutische bedrijven waren ook terughoudend in het onthullen van de resultaten van andere onderzoeken die nooit zijn gepubliceerd, ondanks de inspanningen van het Europees Geneesmiddelenagentschap EMA om de ruwe data vrij te geven.3

Het is ook een statistische truc, zeggen de onderzoekers. Om een medicijn effectiever te laten lijken, gebruiken onderzoekers vaak een meting die bekend staat als relatief risico. De berekening van het relatieve risico omvat alles wat een persoon doet: hij neemt het medicijn, maar hij kan ook zijn voedingspatroon hebben verbeterd of zijn gaan sporten. Maar het gecombineerde voordeel van al die veranderingen wordt alleen aan het medicijn toegeschreven.

In werkelijkheid is het maar één procent van de mensen die een statine neemt en hiervan baat heeft en dat betreft waarschijnlijk een van de hoogste risicogroepen, schatten onderzoekers van de University of South Florida.4

Ze keken naar enkele van de belangrijkste statinestudies en ontdekten dat de oorspronkelijke onderzoekers ‘zich hadden bediend van statistische misleiding om de illusie te wekken dat statines wondermedicijnen zijn, terwijl de bescheiden voordelen ervan in werkelijkheid meer dan gecompenseerd worden door de nadelige effecten.’ De belangrijkste gevolgen waren kanker, staar, diabetes, cognitieve achteruitgang en aandoeningen van het bewegingsapparaat.

Niet de slechterik maar de held

Deze aandoeningen ontstaan eerder als gevolg van de verlaging van LDL-cholesterol dan als reactie op de statine zelf. Het vet moet zeker niet beschouwd worden als een foutje in de biologie; het is juist van groot belang voor ons mentale en fysieke welzijn, vooral als we ouder worden.

Een studie wees uit dat LDL juist de opbouw van cholesterol in de slagaders voorkwam, en zo beschermde tegen hartaandoeningen en atherosclerose, ofwel aderverkalking.5
In een ander onderzoek ontdekte een internationale onderzoeksgroep dat 80 procent van de langstlevenden uit de groep van 68.096 mensen van 60 jaar en ouder, ook de hoogste niveaus van LDL-cholesterol hadden.

Dit kwam doordat het cholesterol micro-organismen bestreed die dodelijke ziekten veroorzaken, zoals kanker, ademhalingsproblemen en, paradoxaal genoeg, hartaandoeningen, concluderen de onderzoekers.6
LDL speelt zelfs een rol bij het in leven houden van mensen die terminale zorg krijgen. Een groep van 381 terminaal zieke patiënten deed het beter toen ze stopten met het gebruik van statines. Zij meldden een hogere kwaliteit van leven en leefden ook iets langer – gemiddeld 39 dagen – dan degenen die statines bleven gebruiken.7

Als er voldoende bewijs is voor het weerspreken van de heersende opvatting, wordt in de meeste wetenschappen een nieuwe theorie vastgesteld. Dat gebeurt niet in de geneeskunde waar het de cholesteroltheorie betreft. Maar ja, waarom zou je ook veranderen, met een omzet van £ 1 biljoen?

Bryan Hubbard

BRONNEN
1 BMJ Evid Based Med, 2020; bmjebm-2020-111413
2 N Engl J Med, 2017; 376: 1713–22
3 BMJ, 2015; 350: g7811
4 Exp Rev Clin Pharmacol, 2015; 8: 201–10
5 J Lipid Res, 2014; 55: 1648–56
6 BMJ Open, 2016; 6: e010401
7 JAMA Intern Med, 2015; 175: 691–700


Verschillende theorieën

Als ‘slecht’ LDL-cholesterol en transvetten geen hartziekten veroorzaken, wat dan wel? Dit zijn een paar van de theorieën die de afgelopen jaren naar voren zijn gebracht:
Het is een ontsteking: het eten van natuurlijke ontstekingsremmende voeding – zoals tomaten, spinazie en boerenkool, vette vis en bessen – kan het risico op hartaandoeningen verminderen.

Onderzoekers volgden meer dan 10.000 hartpatiënten en degenen bij wie de ontstekingsniveaus met medicatie waren verlaagd, hadden ook minder kans op een tweede hartaanval. Hun risico daalde met wel 17 procent, ontdekten onderzoekers van Brigham and Women’s Hospital in Boston.1

Het ligt aan geraffineerde suiker: mensen die een kwart of meer van hun dagelijkse calorieën uit geraffineerde suiker halen, verdrievoudigen hun kans op overlijden aan hart- en vaatziekten (HVZ). De Amerikaanse Centers for Disease Control and Prevention (CDC) ontdekten het risico toen ze de voeding van duizenden Amerikanen analyseerden.

Het consumeren van bewerkte voedingsmiddelen en dranken zorgt ook voor overgewicht en het verhoogt het risico op diabetes, waardoor de kans op HVZ toeneemt.2
Het komt door stress: mensen die het gevoel hebben dat ze de situatie niet onder controle hebben, zoals op het werk of thuis, lopen twee keer zoveel kans om te overlijden aan een hartaandoening. Een Finse studie volgde het leven van 800 mensen die voor een ingenieursbureau werkten.

Het waren niet de hoge werkdruk en krappe deadlines die het risico op hart- en vaatziekten verhoogden, maar de stress van negatieve psychologische factoren – zoals zich opgesloten of machteloos voelen – die de schade veroorzaakten.3

Het is luchtvervuiling: sigaretten, uitlaatgassen van auto’s en industriële vervuiling zijn de echte oorzaak van HVZ, beweren verschillende onderzoeken. Het risico op hart- en vaatziekten is bijna verdubbeld in Chinese steden die onlangs zijn geïndustrialiseerd, zo blijkt uit een CDC-rapport, en ook mensen die in de buurt van drukke wegen wonen, hebben meer kans op hartaandoeningen.

Bronnen
1 New Engl J Med, 2017; 377: 1119–31
2 JAMA Intern Med, 2014; 174; 516–24
3 BMJ, 2002; 325: 857–60

Wilt u dit artikel lezen?

Als abonnee kunt u dit artikel gratis lezen door in te loggen op uw account. Nog geen abonnee? Sluit nu een abonnement af.

Andere artikelen van Bryan Hubbard

De medicijnen zijn heerlijk

Het Laatste woord: De illusie van de goochelaar

Het laatste woord; Is het beter om niets te voelen?

Het laatste woord

Artsen weten wel beter

Column dr. Wendy Lin; Handzenuw in de knel

Anderhalf jaar geleden kwam een man in mijn praktijk. Hij was net gepensioneerd. Zijn hele leven was hij internationaal correspondent geweest, dus hij had veel tijd achter zijn toetsenbord doorgebracht. Tuinieren was de hobby waarin hij altijd zijn rust had gevonden....

Bryan Hubbard avatar

Over de auteur

Bryan Hubbard studeerde filosofie aan de universiteit van Londen. Hij is de echtgenoot van Lynne McTaggart en samen zijn zij directeur van twee uitgeverijen, WDDTY Publishing Ltd en New Age Publishing Ltd. Hij is uitgever van het maandblad What Doctors Don’t Tell You. ( Het moederblad van Medisch Dossier)
Lees meer artikelen van Bryan Hubbard