25-10-2022

Uitgelezen: Past het dier nog op ons bord?

Boekrecensie van ‘Past het dier nog op ons bord’ van Imke de Boer

[su_button url=”https://www.medischdossier.org/product/past-het-dier-nog-op-ons-bord/” target=”blank” background=”#303880″ size=”9″ radius=”round”]Bestel het boek[/su_button]

Imke de Boer worstelt al sinds haar studententijd met de vraag: ‘Hoe kan het dat ik zoveel van dieren houd en ze ook opeet?’ En ook ‘Zien wij landbouwhuisdieren nog wel als dieren of zijn het voor ons productiemiddelen die zo veel mogelijk vlees, melk of eieren moeten produceren?’ Ze is hoogleraar Dieren & Duurzame Voedselsystemen aan de Universiteit Wageningen.

Met dit boek laat ze zien hoe haar relatie met vooral landbouwhuisdieren de laatste jaren is veranderd. Ze baseert zich niet alleen op wetenschappelijke inzichten, maar ook op gesprekken met familieleden, kinderen, collega’s, studenten, boeren, politici en diverse andere spelers in het voedselsysteem.

Wat wij eten, is volgens De Boer verantwoordelijk voor een derde van alle broeikasemissies en de belangrijkste oorzaak van het verlies van biodiversiteit. Zij is er bijvoorbeeld van overtuigd dat het mestprobleem niet is op te lossen met een betere mestverwerking door het scheiden van poep en pies. De Boer: ‘We hebben te veel mest omdat we te veel diersoorten importeren in Nederland. En de helft van het land waarop ons diervoer wordt geteeld, ligt in het buitenland. De mest van onze dieren gaat echter niet terug naar dat land.’ De oplossing in haar visie is dat we dieren daar moeten houden waar hun voer wordt geteeld.

Vanuit het oogpunt van gezondheid stelt De Boer dat het voor de bewoners van rijke landen goed zou zijn als ze minder dierlijk en meer plantaardig voedsel zouden gaan eten. Gezonde voeding hoort niet alleen genoeg koolhydraten, vetten en eiwitten (aanwezig in dierlijk voedsel) te bevatten, maar ook voldoende micronutriënten zoals vitaminen, mineralen en sporenelementen. Deze laatste zijn te vinden in plantaardig voedsel. De logische vraag die hieruit voortvloeit is dus volgens De Boer: ‘Waarom zouden wij Moeder Aarde uitputten om onze akkers te gebruiken voor het produceren van ineffectief diervoer? Beter gebruiken wij de aarde voor plantaardig voedsel. Dat is gezonder voor ons en beter voor de planeet.’

De opwarming van de aarde en de afname van biodiversiteit zijn nog nooit zo hoog geweest. Juist door bewuste voedselkeuzen kunnen wij beter voor onze aarde gaan zorgen. Door anders te produceren en te consumeren, kunnen wij een bijdrage leveren aan het behoud van onze planeet. Maar wat is de rol van dieren in zo’n duurzaam voedselsysteem? De auteur laat ons zien dat we niet allemaal veganist hoeven te worden. Wel zullen we het eten van vlees radicaal moeten minderen én moeten we kritisch zijn op waar het vlees vandaan komt. Wij mensen zullen moeten leren grotendeels plantaardig, lokaal en met de seizoenen mee te eten. En echt te genieten, voor wie dat wil, van het kleine beetje dierlijk voedsel dat de aarde ons biedt.

Bovendien, als we ons meer gaan bekommeren om het wel en wee van ons vee, dan weten we dat de intensieve veehouderij nooit goed kan zijn voor het dierenwelzijn. Een dier moet zich kunnen gedragen als een dier, er moet ruimte zijn voor de gedragsbehoeften van de soort. Dus geen leghennen in batterijkooien, geen drachtige zeugen in hun eentje huisvesten en geen vleeskalveren die hun hele leven lang in eenlingboxen leven. Dieren moeten al naargelang hun soort kunnen scharrelen, wroeten, grazen of een stof- of modderbad kunnen nemen. Ook het gesleep met dieren is niet meer acceptabel vanuit het perspectief van dierenwelzijn.

In het laatste hoofdstuk ‘Gewoontedieren’ onderzoekt de auteur of ze kan gaan eten zonder dierlijk voedsel. ‘Onze eetgewoontes weerspiegelen wie we zijn en willen zijn,’ stelt De Boer. ‘We zijn gaan eten wat we willen eten in plaats van dat we eten wat de aarde ons biedt. Onze voedselomgeving moet dus worden aangepast. Hierin hebben de overheid en supermarkten een belangrijke taak. Zij kunnen ervoor zorgen dat vegetarisch en veganistisch voedsel de norm is in supermarkten, stations, restaurants en in de kantines van scholen en universiteiten.’

Met de huidige stikstofcrisis behandelt dit boek een zeer actueel onderwerp en De Boer heeft gelijk dat we ons de vraag moeten stellen: ‘Past het dier nog op ons bord?’ De manier waarop zij dit complexe onderwerp van verschillende kanten benadert, maakt in ieder geval dat de lezers van dit boek bewuster antwoord kunnen geven op de vraag: ‘Past het dier nog op mijn bord?’

Door: Josée Janssen

Wilt u dit artikel lezen?

Als abonnee kunt u dit artikel gratis lezen door in te loggen op uw account. Nog geen abonnee? Sluit nu een abonnement af.

Andere archief artikelen

Uitgelezen; Wie ben ik als niemand kijkt

Liesbeth Woertman onderzoekt in dit boek het leven van vrouwen in vooral de derde levensfase (na de pensionering) en de laatste vierde levensfase (vanaf ongeveer 75 jaar). Wat betekent het voor hen om een ouder lichaam te hebben in een tijd van geseksualiseerde,...

Basisrecept voor elke dag

Heb jij dat ook aan het begin van een nieuw jaar? Ik sta altijd een beetje te trappelen van ongeduld. Wat zal het nieuwe jaar aan bijzondere ontmoetingen en ontwikkelingen met zich meebrengen? Voor wat voor uitdagingen komen we te staan? Hoe zullen de seizoenen...

Innerlijke reis; ik blijf me verwonderen

Een tante gaf Kor Koetje een boek uit de boedel van een boer, en dat bracht hem in zijn tienerjaren op het pad van de natuurgeneeskunde. Het was Homeopathie in de praktijk van dr. J. Voorhoeve uit de jaren 20 van de vorige eeuw. Koetjes’ schoonzus was zijn eerste...

Boezemfibrileren vaak niet opgemerkt

Atriumfibrilleren, of boezemfibrilleren, is een veelvoorkomende volksziekte bij mensen op hogere leeftijd. Het wordt niet altijd opgemerkt door de arts of de patiënt. Boezemfibrilleren is goed behandelbaar, maar onbeschermd is er een sterk verhoogde kans op...