Tot Op Het Bot: Osteoporose

Nieuw onderzoek naar osteoporose (botontkalking) laat zien dat het weinig te maken heeft met de inname van voldoende calcium, maar alles met je vermogen om voedingsstoffen op te nemen. Cate Montana zocht het uit.

Begin jaren 70 won keith McCormick de nationale kampioenschappen vijfkamp voor junioren. Dat is een wedstrijd die uit vijf onderdelen bestaat: pistoolschieten, schermen, springen (paardensport), zwemmen en veldlopen. De klassieke Olympische vijfkamp – hardlopen, verspringen, speerwerpen, discuswerpen en worstelen – werd beschouwd als het zwaarste onderdeel van de Spelen en de winnaar werd uitgeroepen tot Victor Ludorum: Kampioen van de Spelen. De moderne equivalent is niet minder zwaar.

McCormick was een sterke sporter, die jarenlang tussen de 12 en 15 uur per dag trainde. In 1976 maakte hij als plaatsvervanger deel uit van het Amerikaanse Olympische vijfkampteam. Hij deed ook mee aan de Wereldkampioenschappen en werd een keer tweede en een keer vierde. Hij maakte van zijn passie zijn werk: in 1982 studeerde McCormick af als chiropractor en in zijn werk richtte hij zich vooral op sporters. Hij bleef ondertussen zelf ook regelmatig trainen en nam deel aan triatlons en Ironmans: een complete triatlon met 3,8 km zwemmen, 180 km fietsen en 42,2 km hardlopen.

Maar in 1999, toen hij 45 was, begon zijn heup tijdens een hardlooptraining ineens veel pijn te doen. ‘Ik kon de work-out niet eens afmaken, wat heel vreemd was’, vertelt hij. ‘Ik bleef er een paar weken mee rondlopen en toen het niet beter werd, ging ik naar een vriend van me die orthopedisch chirurg is. Die liet röntgenfoto’s van mijn heupen maken.’ De orthopeed zag dat er iets mis was en liet een DEXA-scan doen om de botdichtheid te meten. Hij bleek een T-score van -4,3 te hebben: ver onder de osteoporosegrens.

De T-score geeft aan in hoeverre je botdichtheid verschilt van die van een gezonde man of vrouw van 35 jaar. Een T-score van -2,5 of lager betekent dat je osteoporose hebt. Vervolgens ging McCormick naar een endocrinoloog. Dat is een arts gespecialiseerd in hormoon- en stofwisselingsziekten. Maar die bleek net zo veel verstand van osteoporose te hebben als zijn patiënt.

‘Destijds wist ik er niets vanaf. Dat was twintig jaar geleden’, vertelt McCormick. ‘Hij gaf me een stoel, trok een boek uit zijn boekenkast en sloeg het open bij osteoporose. Daar stond een lijst met twintig dingen die hij moest checken en hij begon gewoon bovenaan. Ik was verbijsterd.’ McCormick had geen van die bekende oorzaken van osteoporose. Hij rookte niet. Hij dronk niet. Hij had zijn hele leven gesport en was niet te zwaar. Er kwam geen osteoporose in zijn familie voor.

Toen de specialist de hele lijst had afgewerkt, zei hij: ‘Nou, het lijkt erop dat u gewoon standaardosteoporose hebt’, en hij schreef een recept uit voor een bisfosfonaat: een geneesmiddel om verlies van botdichtheid te voorkomen. Daarnaast kreeg hij een thiazide (diureticum) om het verlies van calcium via de urine te verminderen. ‘Ik zei: “Dokter, ik ben hier niet voor een recept. Ik wil gewoon weten waarom ik osteoporose heb. Ik ben 45; wilt u dat ik de komende 45 jaar deze medicijnen slik?” Ik vond het zo onzinnig.’

McCormick was vastbesloten om geen medicijnen te slikken, maar inzicht te krijgen in de ziekte die het hem belette te sporten. Hij wilde op een natuurlijke manier beter worden. Hij begon vol vuur aan een zoektocht en ging uiteindelijk samenwerken met Lawrence Raisz, hoofd van de afdeling Endocrinologie en Stofwisselingsziekten van de University of Connecticut. Raisz deed experimenteel onderzoek naar de ziekte.  Raisz hielp McCormick zijn voeding te verbeteren door meer calciumrijke groenten te gebruiken, en hij adviseerde supplementen. Maar het herstel ging langzaam… te langzaam. Met een T-score van 4,3 waren zijn botten gewoon te zwak voor zijn manier van leven. En hoewel hij zijn sportactiviteiten drastisch verminderde, brak hij in de vijf jaar daarna zeker 15 keer een bot.

‘Ik hoefde maar iets te doen of ik brak een rib’, vertelt hij. ‘Ik was echt broos, en ik had geen idee wat ik verkeerd deed. Het was vreselijk. Je bent heel erg met jezelf bezig en maakt je zorgen. Je denkt dat je zo’n zwakkeling bent die niet goed voor zichzelf gezorgd heeft. Ik heb nooit drugs gebruikt in mijn leven. Nooit alcohol gebruikt. Niets ongezonds gedaan. Maar osteoporose bezorgt je een enorm schuldgevoel, het gevoel dat je ongezond bezig bent geweest.

Dat is een psychisch trauma.’ Toen hij voor de vijftiende keer iets brak, gaf hij zich gewonnen en kreeg hij teriparatide-injecties: een hormoon dat de botvormende cellen (osteoblasten) activeert. In twee jaar tijd steeg zijn T-score van -4,3 naar -3,3. Daarna brak hij niets meer en stopte hij met het medicijn. Hij besloot het natuurlijke herstelproces in gang te zetten.

Hij had in die jaren veel geleerd, vooral over het verband tussen darmgezondheid, het immuunsysteem en osteoporose. Hij ontdekte dat hij markers had die op een glutenallergie wezen waarop hij glutenvrij ging eten. Hij begon met alfaliponzuur, want uit zijn onderzoek bleek dat dit een van de belangrijkste supplementen is bij osteoporose, samen met N-acetylcysteïne (NAC), calcium, magnesium, sporenelementen en vitamine D en K. Ook zette hij visolie en probiotica op het menu.

In 2010 sportte hij weer op internationaal niveau en werd zevende in zijn leeftijdsklasse bij de Ironman Triatlon Wereldkampioenschappen op Hawaï. In 2011 werd hij negende. Hij sport nog volop en geniet wereldwijde bekendheid vanwege het genezen van mensen met osteoporose. ‘Als ik patiënten behandel, wil ik de wedstrijd winnen’, zegt hij. ‘Het kan me niet schelen wat ik daarvoor moet doen, zolang ik de persoon maar geen schade toebreng.

Ik wil voorkomen dat ze lang medicijnen moeten gebruiken en ze gebruiken alleen medicijnen als dat per se nodig is. We passen gewoon hun voeding, supplementen en training aan, dat soort dingen.’ ‘Mensen komen hier vaak met een T-score onder de -4,5: dat is echt een noodgeval. We moeten die mensen snel uit de problemen helpen. Als hun T-score -2,8 of -3,0 is, dan is dat niet zo’n probleem. Dat kunnen we meestal oplossen met voeding. Maar iedereen is anders.’

De oorzaak aanpakken

Osteoporose krijg je niet zomaar. Een sedentaire leefstijl, overgewicht, overmatig alcoholgebruik en een eiwitrijk dieet zijn factoren die vaak genoemd worden. Roken verhoogt het risico op botbreuken met 15 procent.1

Ook chronische psychische stress vergroot de kans op osteoporose.2 Er zijn allerlei medicijnen die osteoporose kunnen bevorderen en de kans op een botbreuk vergroten, bijvoorbeeld de bloedverdunner heparine, diuretica (zogenaamde ‘plastabletten’), de afweerremmers ciclosporine en prednison, SSRI (antidepressiva), medroxyprogesteron (anticonceptiemiddel), medicijnen bij diabetes, schildklierhormoon, cytostatica en maagzuurremmers.3

Een kenmerk van veel van deze medicijnen is dat ze direct of indirect de fosfor- en calciumstofwisseling verstoren. Maar de gemeenschappelijke noemer van de meeste, zoniet alle hierboven genoemde ‘oorzaken’ van osteoporose is dat ze een negatieve invloed hebben op de darmgezondheid, en ontstekingsreacties in gang zetten die het immuunsysteem aantasten.
‘Alles wat het immuunsysteem harder laat werken, heeft invloed op je botten.

Want de osteoclasten, die botweefsel afbreken, zijn een bepaald soort witte bloedcellen’, legt McCormick uit. ‘Die zijn dus heel nauw met je immuunsysteem verbonden.’ Het beenmerg bevat twee soorten stamcellen (beide ‘startercellen’, die zich kunnen ontwikkelen tot elke soort cel in het lichaam): mesenchymale (MSC) en hematopoietische (HSC). MSC kunnen zich onder andere ontwikkelen tot osteoblasten: de cellen die voor botopbouw zorgen. Osteoclasten, die voor botafbraak zorgen, zijn afkomstig van HSC.4

Normaal gesproken werken osteoblasten en osteoclasten samen om oud en zwak botweefsel af te breken en het botweefsel weer sterker te maken dan daarvoor. ‘Maar’, legt McCormick uit, ‘als de manier waarop HSC en MSC differentiëren verstoord is, kan de activiteit van osteoclasten toenemen en die van osteoblasten afnemen.’ Dat betekent dat je na een tijdje steeds meer cellen hebt die bot afbreken en steeds minder cellen die het opbouwen.

Dat leidt tot botverlies. ‘Alles wat je immuunsysteem in de war schopt, bijvoorbeeld darmproblemen, zorgt ervoor dat im-muuncellen zogeheten pro-inflammatoire cytokinen uitscheiden, zoals interleukine en tumor-necrosefactor. En al die verschillende signaalstoffen zetten het immuunsysteem in een hogere versnelling’, zegt McCormick. ‘Osteoclasten reageren op die ontstekingsreactie in de darmen en gaan harder werken.’ Het zijn eigenlijk gespecialiseerde witte bloedcellen, die vooral heel sterk op cytokinen reageren. Chronische ontsteking in een bepaald gebied in het lichaam kan ze aansporen om de botresorptie te versnellen.1

Osteoporose is ook sterk verbonden met collageen. ‘Je botten zijn opgebouwd uit mineralen, osteoblasten, osteoclasten en collageen, dat weer is opgebouwd uit vele soorten eiwitten, die op hun beurt zijn opgebouwd uit verschillende aminozuren’, zegt Eugene Zampieron, natuurgeneeskundig arts in Connecticut die alles weet van osteoporose. ‘Aminozuren zijn de kleinste deeltjes van het eiwit. Zonder voldoende zoutzuur in je maagsap kun je aminozuren zoals glycine, thiamine, glutamine en proline niet verteren. En dat zijn allemaal heel belangrijke aminozuren voor de opbouw van collageen. ‘Als je de grondstoffen waaruit je lichaam collageen maakt niet hebt, dan kun je het nooit vernieuwen. Dus osteoporose is eigenlijk vooral een ziekte van het collageen.’

Zampieron heeft veel patiënten met ernstige osteoporose succesvol behandeld zonder geneesmiddelen. Hij zegt dat veel afhangt van hoe graag iemand de onderliggende oorzaak wil opsporen, op zoek wil naar dingen waarmee reguliere artsen geen rekening houden en zich vervolgens aan een herstelprogramma wil houden. ‘Het kan best wat tijd en speurwerk kosten, maar je moet met gepaste zorgvuldigheid te werk gaan’, zegt hij. ‘Ik had een patiënt die al jaren osteoporose had. Ze had mineraalsupplementen geprobeerd en haar voeding volledig aangepast, maar dat hielp niet. Uiteindelijk kwam ze bij mij terecht, en ik onderzocht haar ontlasting om te kijken of er tekenen waren van malabsorptie [onvolledige opname van voedingsstoffen in het bloed].’
‘Ik keek ook naar haar voedingspatroon en ja hoor, ze was overgevoelig voor tarwegluten. Dat zorgde haast voor een subklinische coeliakie [een milde vorm die je niet klinisch kunt vaststellen]. Dus het maakte niet uit hoeveel mineralen ze slikte, haar lichaam kon die niet opnemen. Toen ze gestopt was met gluten, de oorzaak van haar ontsteking, stegen haar aminozuurwaarden. En nu boeken we eindelijk wat vooruitgang.’

De wetenschap begint nu pas wat inzicht te krijgen in de subtiele en systemische oorzaken van osteoporose. Na twintig jaar zoeken weet McCormick nog steeds niet wat bij hem de oorzaak was.
‘Ik denk dat het vaak een combinatie van dingen is’, zegt hij. ‘Bij mij speelde gluten een grote rol. Maar ik denk ook dat een groot deel kwam, doordat ik heel hard trainde toen ik in 1976 aan de Olympische Spelen meedeed. Dan zat ik vijf uur op de fiets zonder iets te eten. Ik denk dat ik daar uiteindelijk de tol voor betaalde. Ik dacht dat ik niet kapot kon. Maar ik blijk toch een beetje kwetsbaar. Dat zijn we allemaal.’

BRONNEN:
1 Clin Cases Miner Bone Metab, 2015; 12: 111–5
2 J UOEH, 2015; 37: 245–53
3 Mayo Clin Proc, 2011; 86: 338–43; Osteoporos Int, 2017; 28: 2741–6
4 Exp Hematol, 1997; 25: 19–25

Keith McCormick:
www.mccormickdc.com
Eugene Zampieron:
www.drznaturally.com


Diagnose osteoporose

Een botdichtheidsmeting (DEXA-scan) is vaak het eerste onderzoek dat artsen laten doen om de diagnose te stellen. Het laat zien of je botdichtheid normaal is of laag (osteopenie), of dat je osteoporose hebt. Maar Eugene Zampieron waarschuwt: ‘Een botscan laat zien dat je osteoporose hebt, maar niet wat de oorzaak is. Je moet echt een aantal labonderzoeken laten doen, want dat bepaalt welke aanpak je kiest.’ Keith McCormick sluit zich daarbij aan. Hij zegt dat het belangrijk is om de zogeheten botturnovermarkers (BTMs) te testen, zoals CTX (telopeptide van type I collageen) voor de botafbraak en P1NP (aminoterminaal propeptide van type 1 procollageen) voor de botaanmaak.

Als de markers voor botafbraak hoog zijn, wijst dat op veel osteoclasten. En als oteoclasten zich vermenigvuldigen, is dat een sterke aanwijzing voor een of andere vorm van ontsteking. Als P1NP laag is, weet je dat er weinig osteoblastenactiviteit is. Dan maakt het lichaam geen bot aan. Een 24-uurs urinetest op calcium meet het calciumverlies in het bloedserum. Als dat hoog is, kan dat betekenen dat je een probleem in de bijschildklier hebt. Dan meet je de PTH (parathyreoïd of bijschildklierhormoon) om te controleren of die verhoogd is. Bij primaire hyperparathyreoïdie werken de bijschildklieren te hard. Dat wordt gezien als een oorzaak van secundaire osteoporose, want de ziekte zorgt voor een hogere osteoclastenactiviteit en botafbraak.1
Een cytokinetest meet het aantal cytokinen: kleine eiwitten waarmee ons immuunsysteem communiceert. Pro-inflammatoire cytokinen zoals interleukine-1 (IL-1), IL-6, IL-8 en tumornecrosefactor alfa (TNF-α) spelen een rol bij ontstekingen. Als ze verhoogd zijn, kunnen ze schade veroorzaken. Zampieron adviseert ook het aminozuur homocysteïne te bepalen. Want een hoge serumconcentratie homocysteïne kan onze botten zwakker maken, doordat het de collageenstructuur (bindweefsel) verstoort, wat de kans op fracturen vergroot.2


Als je medicijnen gebruikt

Zampieron legt uit dat patiënten die langdurig bepaalde medicijnen gebruiken, meer risico lopen op osteoporose. Gebruik je proton-pompremmers of H2-antagonisten, wat veel mensen doen om de productie van maagzuur te verminderen? Dan kan je spijsverteringskanaal minder goed aminozuren opnemen en andere voedingsstoffen die je nodig hebt om botweefsel op te bouwen en te onderhouden. Als je zulke medicijnen slikt, adviseert hij je bloed te laten testen op voedingsstoffen als calcium, mangaan, magnesium, strontium, boor, zink en andere voedingsstoffen. Zampieron adviseert ook te laten kijken naar tekorten aan vitamine D en K, vooral als je bloedverdunners gebruikt.

BRONNEN:
1 Aging (Milano), 1998; 10: 225–31
2 N Engl J Med, 2004; 350: 2042–9


Het probleem met DEXA

DEXA (Dual Energy X-ray Absorptiometry) is een niet- invasieve test om de botdichtheid of botmassa te meten. De meting wordt gedaan in de heup en een paar wervels, en soms in de pols. Het is de eerste stap om osteoporose vast te stellen. Bij een DEXA-test wordt gebruikgemaakt van een DEXA-densitometer, een machine die een tweedimensionaal beeld maakt van een driedimensionaal object, namelijk je botten.

Het is een soort röntgenapparaat dat een lage blootstelling aan straling geeft. Een computer registreert de gegevens en berekent je botdichtheid door te kijken hoeveel röntgen-straling het bot per vierkante centimeter doorlaat. De meting wordt uitgedrukt in een T-score. De T-score is je botdichtheid vergeleken met die van een gezonde man of vrouw van 35 jaar. Bij een T-score tussen de +1 en -1 is alles in orde. Bij een T-score tussen de -1 en -2,5 heb je osteopenie (verminderde botmassa). Bij een uitslag van -2,5 of lager is er sprake van osteoporose.

De Nederlandse Osteoporosevereniging waarschuwt op haar website voor commerciële organisaties die zogenaamde botdichtheidsonderzoeken doen met een hiel- of vingermeting. Alleen een DEXA-meting (of een CT-scan) geeft een betrouwbaar inzicht in de toestand van je botmassa.

Van mensen ouder dan 60 jaar worden daarnaast vaak ook de wervels gecontroleerd. Die zijn soms ongemerkt gebroken. Ook dat gebeurt met een DEXA-scanner. Helaas zijn de resultaten soms onnauwkeurig. Een belangrijk probleem is onder meer dat een groter bot bij deze test soms sterker lijkt, terwijl het in werkelijkheid dezelfde dichtheid heeft als een kleiner bot.1 Dat betekent dat mensen met een kleiner skelet statistisch gezien meer kans lopen een verkeerde diagnose te krijgen na een DEXA-scan dan iemand met grote botten.

Verder blijkt uit studies dat de BMI (body mass index) nauwkeurigheidsfouten kan veroorzaken bij het scannen van de lumbale wervelkolom, de femurhals (hals van het dijbeen), de heup en de totale botdichtheid.2 Met andere woorden: overgewicht beïnvloedt de uitslag van de scan. Dat betekent dat twee mensen met precies dezelfde botdichtheid, calciumwaarden en botsterkte een verschillende uitslag kunnen hebben, doordat de DEXA-scan bij hen een andere botdichtheid meet door hun gewicht.

Een andere foutscore kan komen door menselijke fouten. Een nauwkeurige meting is sterk afhankelijk van de laborant. Want die moet de patiënt in de juiste houding leggen voor elke meting. Ook verschillen de metingen afhankelijk van het merk en de nauwkeurigheid van de apparatuur, en er gelden niet overal dezelfde normen.3

‘De meeste fouten die bij een DEXA-scan gemaakt worden, hebben te maken met hoe de röntgenlaborant de machine instelt’, zegt Keith McCormick. ‘En dan hangt de uitslag ook nog af van de interpretatie van de gegevens door de radioloog. Daarom vraag ik iemand die mij consulteert niet naar het verslag van de radioloog. Ik wil een print van de botdichtheidsmeting zelf.’
Ondanks het risico op fouten blijft McCormick botdichtheidsscans gebruiken. ‘Je moet gewoon heel nauwkeurig kijken. En hopen dat de laborant het goed heeft gedaan. Zo niet, dan moet het nog een keer.’

BRONNEN:
1 Clin Diabetes Endocrinol, 2018; 4: 12
2 J Clin Densitom, 2012; 15: 315–9
3 Nat Clin Pract Rheumatol, 2008; 4: 667–74

Wilt u dit artikel lezen?

Als abonnee kunt u dit artikel gratis lezen door in te loggen op uw account. Nog geen abonnee? Sluit nu een abonnement af.

Andere artikelen van Cate Montana

kleine wonderen met Enzymtherapie

Acupunctuur bij gezichtsveroudering

Je lymfestelsel overvol

Anders omgaan met een beroerte

Herstel van het lichaam na een kankerbehandeling

Column dr. Wendy Lin; Handzenuw in de knel

Anderhalf jaar geleden kwam een man in mijn praktijk. Hij was net gepensioneerd. Zijn hele leven was hij internationaal correspondent geweest, dus hij had veel tijd achter zijn toetsenbord doorgebracht. Tuinieren was de hobby waarin hij altijd zijn rust had gevonden....

Cate Montana avatar

Over de auteur

Cate Montana is een auteur die bekend staat om haar werk op het gebied van psychologie, spiritualiteit en zelfhulp. Ze heeft een achtergrond in de journalistiek, wat haar een scherpe analytische blik geeft op de onderwerpen die ze behandelt. Montana's werk richt zich vaak op het verkennen van het menselijk bewustzijn, de aard van de werkelijkheid en hoe deze concepten van invloed zijn op persoonlijke groei en ontwikkeling.
Lees meer artikelen van Cate Montana