Supplementen rond een operatie

Steeds meer patiënten gebruiken voedingssupplementen en vragen zich af of dat veilig is rond een operatie. Sommige middelen kunnen herstel ondersteunen, terwijl andere juist risico’s geven. Apotheker Han Siem bespreekt welke supplementen verantwoord zijn vóór en na een chirurgische ingreep en waar mogelijke interacties met anesthesie en medicatie liggen.

De periode rond een operatie is fysiologisch kwetsbaar door ontstekingsprocessen, oxidatieve stress en veranderingen in de verwerking van geneesmiddelen. Een chirurgische ingreep zet het lichaam bovendien in een duidelijke stresstand. Het sympathische zenuwstelsel wordt geactiveerd (het deel van het zenuwstelsel dat het lichaam voorbereid op actie) en de spiegels van stresshormonen stijgen.

Ook neemt de productie van ontstekingssignalen toe.1 Tegelijkertijd kan de verdoving of narcose tijdens een operatie, bijwerkingen geven zoals misselijkheid, obstipatie, cognitieve klachten en een tragere darmwerking. Supplementen die op deze processen inspelen, kunnen theoretisch bijdragen aan betere uitkomsten, mits zij geen invloed hebben op bloedstolling, de stabiliteit van hart en bloeddruk of de afbraak van anesthetica. Met het oog op dit alles is het belangrijk onderscheid te maken tussen middelen die herstel ondersteunen en supplementen die het risico op een operatie of narcose kunnen vergroten.

Eiwitten en herstel

In de periode voor een operatie is het belangrijk dat het lichaam in een zo goed mogelijke voedingsconditie verkeert om het immuunsysteem te ondersteunen en tekorten aan belangrijke voedingsstoffen te voorkomen. Vooral voldoende eiwitten en micronutriënten zijn hierbij belangrijk. Tijdens en na een operatie komt het lichaam tijdelijk in een katabole toestand, waarbij weefsels sneller worden afgebroken. Daardoor stijgt de behoefte aan aminozuren – de bouwstenen van eiwitten –voor wondgenezing, behoud van spiermassa en ondersteuning van het immuunsysteem.

Onderzoek brengt onvoldoende eiwitinname in deze periode in verband met vertraagd herstel en een grotere kans op complicaties. In de weken voorafgaand aan een operatie kan het daarom helpen om de eiwitinname te verhogen, vooral voor ouderen en patiënten met onbedoeld gewichtsverlies. Dit kan meestal door bij elke maaltijd bewust een eiwitrijke component toe te voegen, zoals zuivel, eieren, kwark, vis, vlees, peulvruchten of tofu. Na de operatie neemt de eiwitbehoefte vaak verder toe. Zodra eten en drinken weer zijn toegestaan, kan gestart worden met kleine, frequente maaltijden met voldoende eiwit.

Dat is meestal beter haalbaar dan grote porties. Wanneer iemand weinig eetlust heeft, kan suppletie een praktische oplossing zijn. Eiwitpoeders lossen eenvoudig op in water, melk of een plantaardige drank, evenals in yoghurt, pap of soep. Wei-eiwit bevat alle essentiële aminozuren en wordt goed opgenomen. Bij lactoseintolerantie wordt een whey-isolaat beter verdragen. Voor mensen die geen dierlijke eiwitten gebruiken, kan een combinatie van plantaardige eiwitten, zoals erwt en rijst, een alternatief zijn.

Collageenpeptiden vormen eventueel een aanvulling, maar zijn geen volledig eiwit en daarom niet geschikt als enige eiwitbron. Bij verminderde eetlust is het vaak effectiever de eiwitinname over de dag te spreiden in kleine hoeveelheden. Zo blijft de belasting voor het lichaam beperkt en is de kans groter dat de eiwitinname daadwerkelijk lukt, zonder misselijkheid of een zwaar gevoel.

Het is belangrijk dat het lichaam in een zo goed mogelijke voedingsconditie verkeert

Vitaminen en mineralen

Vitamine D verdient bijzondere aandacht, omdat lage waarden in verband staan met een verhoogd risico op infecties na een operatie en tragere wondgenezing.2 Suppletie met vitamine D3 (bijvoorbeeld 2000 IE per dag) is meestal veilig in aanloop naar een ingreep, mits een te hoog calciumgehalte is uitgesloten. Ook zink is belangrijk voor de werking van het immuunsysteem en weefselherstel. Matige suppletie voorafgaand aan een operatie is over het algemeen veilig en kan vooral bij oudere patiënten of bij ondervoeding zinvol zijn.3

De dosering in deze situatie ligt rond 15–25 mg elementair zink per dag. Kies bij voorkeur een goed opneembare vorm zoals zinkcitraat, -gluconaat of -picolinaat. Het is verstandig zink niet gelijktijdig met ijzer of calcium in te nemen, omdat dit de opname kan verminderen. Magnesium kan in de preoperatieve fase bijdragen aan een stabiele spieren zenuwfunctie en stressreductie. Zolang er geen sprake is van ernstige nierproblemen, is verhoging van het risico van verdoving of narcose door orale magnesiumsuppletie in gebruikelijke doseringen, niet bewezen.4

Vitamine C helpt oxidatieve stress te verminderen en is belangrijk voor de aanmaak van collageen, een eiwit dat nodig is voor wondgenezing. Voor een operatie is suppletie in orale doseringen tot enkele honderden milligrammen per dag doorgaans veilig en kan dit het herstel ondersteunen. 5 Rondom een chirurgische ingreep kan ook een kwalitatief goede multivitamine met micronutriënten in biologisch actieve en goed opneembare vormen zinvol zijn.

Tot ongeveer vijf tot zeven dagen voor de ingreep worden meestal reguliere multivitamines geadviseerd. Daarna moet hiermee tijdelijk gestopt worden om mogelijke interacties met de narcose te vermijden. Meestal kan suppletie binnen enkele dagen worden hervat.

Wanneer stoppen?

Omega 3-vetzuren, knoflookextract, ginkgo biloba, ginseng en kurkuma kunnen de werking van bloedplaatjes beïnvloeden en daarmee het risico op bloedingen verhogen.6 De meeste richtlijnen adviseren deze middelen ten minste zeven tot veertien dagen voor een ingreep te stoppen. Ook supplementen die het zogenoemde cytochroom P450-enzymen beïnvloeden, kunnen risicovol zijn. Deze enzymen in de lever spelen een belangrijke rol bij het afbreken van geneesmiddelen. Door supplementen, zoals sint-janskruid, maar ook groene thee of kurkuma, kunnen ze sterker of juist minder goed werken, waardoor ook interacties met anesthetica en postoperatieve medicatie kunnen ontstaan.7

Type ingreep

Het type ingreep speelt eveneens een rol bij de risicobeoordeling. Bij orthopedische chirurgie, zoals gewrichtsvervangingen, ligt de nadruk op bot- en spierherstel. Vitamine D, calcium en eiwitrijke voeding zijn daarbij belangrijk. Supplementen met een bloedverdunnend effect kunnen echter de bloedstolling remmen en daarmee het risico op bloedingen tijdens de operatie vergroten. Een stabiele stollingsbalans is bij gewrichtsoperaties ook essentieel voor goede wondgenezing. Nabloedingen rond het implantaat kunnen het herstel vertragen en de kans op infecties verhogen.

Bovendien kunnen supplementen met een bloedverdunnend effect het effect van voorgeschreven antistollingsmedicatie versterken, waardoor het risico verder toeneemt. Bij abdominale chirurgie speelt de darmfunctie een centrale rol. Optimalisatie voor de operatie met oplosbare vezels en probiotica kan gunstig zijn voor de darmflora. Probiotica moeten echter voorzichtig worden gebruikt bij patiënten met een verzwakt afweersysteem. 8 Bij deze patiënten is de darmbarrière vaak kwetsbaarder.

Daardoor bestaat een kleine kans dat bacteriën uit probiotica vanuit de darm in de bloedbaan terechtkomen. Dit kan leiden tot een infectie in het bloed, vooral bij ernstige ziekte patiënten of na intensieve chirurgie.9 Bij cardiovasculaire chirurgie is elke invloed op bloedstolling en hartritme relevant. Daarom vraagt het gebruik van supplementen hier om extra terughoudendheid.

Spanning voor de operatie

Veel patiënten ervaren voor een operatie spanning, onrust of slaapproblemen en zoeken een mild middel om rustiger en beter uitgerust de ingreep in te gaan. Sommige supplementen kunnen echter een extra verdovend effect hebben of de werking van anesthesie en bloedstolling beïnvloeden. L-theanine wordt gewoonlijk gezien als een van de veiligste opties. Het werkt ontspannend zonder een uitgesproken verdovend of versuffend effect, heeft geen invloed op de bloedstolling en vertoont geen interacties met gangbare anesthetica.

In normale doseringen kan het tot kort voor de operatie worden gebruikt, al wordt uit voorzorg vaak geadviseerd het 24 uur vooraf te stoppen.10 Saffraanextract heeft eveneens milde angstverminderende effecten en lijkt geen klinisch relevante invloed te hebben op bloedstolling of anesthesie. Ook hierbij wordt meestal geadviseerd het één tot twee dagen vóór de ingreep te stoppen en het pas na de operatie te hervatten.

Herstel na de operatie

Na de operatie verschuift de aandacht naar herstel, wondgenezing en beperking van bijwerkingen van de narcose. Veelvoorkomende klachten na een ingreep zijn misselijkheid, braken, obstipatie, vermoeidheid, spierpijn en tijdelijke concentratie- of geheugenproblemen. Vitamine B-complex kan bijdragen aan de energiehuishouding en de werking van het zenuwstelsel. Doorgaans wordt dit goed verdragen in de herstelfase.11 Magnesium kan helpen bij spierpijn en obstipatie, mits de nierfunctie voldoende is.

Vitamine C en zink ondersteunen de wondgenezing en kunnen meestal weer veilig worden ingenomen, zodra eten en drinken mogelijk is.12 Het aminozuur glutamine ondersteunt de darmbarrière, stikstofbalans en eiwitsynthese. Bij stress kan het lichaam hiervan niet voldoende aanmaken.

Dalende glutaminevoorraden worden in verband gebracht met een verhoogde kans op infecties, trager herstel van de darmfunctie en spierafbraak. In klinische studies is glutaminesuppletie geassocieerd met sneller herstel van de darmfunctie, minder infectieuze complicaties en een kortere ziekenhuisopname, vooral na grotere buikoperaties of bij patiënten met een sterke stressreactie.13

Probiotica kunnen na abdominale chirurgie of na antibioticagebruik bijdragen aan herstel van de darmflora en vermindering van diarree. De keuze van bacteriestammen en het moment van toediening zijn daarbij belangrijk.14 Lactobacillen en bifidobacteriën zijn goed bestudeerd en kunnen veilig worden gebruikt in de herstelfase. Met name Lacticaseibacillus rhamnosus wordt vaak genoemd vanwege de goede hechting aan de darmwand, de positieve invloed op de darmbarrière en het vermogen om antibioticageassocieerde diarree te verminderen.

Deze stam wordt over het algemeen goed verdragen door patiënten met een normaal werkend immuunsysteem en het heeft geen bekende interacties met anesthetica of postoperatieve medicatie. 15 Omega 3-vetzuren kunnen meestal pas weer worden ingenomen wanneer de bloedstolling stabiel is en de chirurg dit verantwoord acht, doorgaans een tot twee weken na de ingreep.

Individuele risicofactoren

Leeftijd en andere bestaande aandoeningen beïnvloeden de risicobatenafweging aanzienlijk. Oudere patiënten hebben vaker tekorten van vitamine D, B12 en magnesium, maar ook vaker een verminderde nier- en leverfunctie. Dit vraagt om lagere doseringen en zorgvuldige monitoring. Bij patiënten met cardiovasculaire aandoeningen, diabetes of leverziekten is extra voorzichtigheid geboden met supplementen die de bloeddruk,glykemie (bloedsuiker) of leverenzymen kunnen beïnvloeden.

Ook polyfarmacie speelt een belangrijke rol: het gelijktijdig gebruik van meerdere geneesmiddelen vergroot de kans op interacties. Overleg daarom altijd met een apotheker of anesthesioloog.

Tot slot

Rond een chirurgische ingreep kunnen supplementen een ondersteunende rol spelen, wanneer zij worden ingezet op basis van fysiologische principes, individuele patiëntkenmerken en actuele wetenschappelijke inzichten. Het systematisch stoppen van potentieel risicovolle supplementen voor een operatie en het gefaseerd hervatten na de ingreep is daarbij essentieel voor de veiligheid van de patiënt. Interdisciplinaire afstemming tussen arts, apotheker en complementair therapeut blijft daarom onmisbaar.

Bronnen
1 Br. J. Anaesth., 85(1), 109–117 (2000).
2 Curr. Opin. Clin. Nutr. Metab. Care, 15(6), 625–634 (2012).
3 Mol. Med., 14(5–6), 353–357 (2008).
4 Nutrients, 7(9), 8199–8226 (2015).
5 Cochrane Database Syst. Rev., 1, CD000980 (2013).
6 JAMA, 286(2), 208–216 (2001).
7 Drugs, 61(15), 2163–2175 (2001).
8 JPEN, 40(2), 159–211 (2016).
9 BMC Complement. Altern. Med., 18, 329 (2018).
10 Nutrients, 11(10), 2362 (2019).
11 Nutrients, 8(2), 68 (2016).
12 Nutrients, 10(1), 16 (2017).
13 Nutrition, 14(7–8), 618–626 (1998).
14 Nat. Rev. Gastroenterol. Hepatol., 11(8), 506–514 (2014).
15 Ann. Surg., 271(6), 1036–1047 (2020).

Wilt u dit artikel lezen?

Als abonnee kunt u dit artikel gratis lezen door in te loggen op uw account. Nog geen abonnee? Sluit nu een abonnement af.

Han Siem

Over de auteur

Han Siem is apotheker en zowel regulier als complementair werkzaam, specialist op het gebied van interactie controle tussen het gebruik van reguliere geneesmiddelen en voedingssupplementen, een vakgebied waar nog weinig mee gedaan wordt in de huidige praktijk en geneeskunde. Han Siem is pionier op dit gebied en probeert een brug te slaan tussen beide werelden opdat een optimaal en veilig geneesmiddelgebruik kan worden gewaarborgd in combinatie met voedingssuppletie.

Lees meer artikelen van Han Siem