26-07-2008

Soja: kanker op je bord?

De opvatting dat soja supervoedsel is, wordt algemeen ondersteund. Eén sojafabrikant heeft bij de Amerikaanse regering zelfs toestemming gevraagd om op zijn producten met soja-eiwit te vermelden dat soja bijdraagt aan de preventie van kanker. Dat verzoek is onlangs weer ingetrokken. Waarom heeft het ministerie van Gezondheid in Israël dan de ongekende stap genomen om een officiële waarschuwing voor soja te laten uitgaan?

Supplementen met soja-eiwitten of -isoflavonen worden door de machtige soja-industrie zwaar gepromoot als een ‘wondermiddel’ tegen kanker. Nu kanker de tweede belangrijkste doodsoorzaak is in Europa en de VS, klinkt het natuurlijk als geweldig goed nieuws dat een eenvoudig voedingsmiddel vele levens zou kunnen redden. Helaas is de waarheid een heel ander verhaal.

Hoewel enkele studies er inderdaad op duiden dat soja-eiwit – of soja-isoflavonen – zouden kunnen helpen kanker te voorkomen, toont een veel groter aantal studies aan dat soja ook aan kanker kan bijdragen en kanker zelfs kan bevorderen of veroorzaken.

Zo waarschuwen talloze deskundigen, onder wie wetenschappers van het National Laboratory for Toxicological Research van de Amerikaanse Food and Drugs Administration (FDA), voor de kankerverwekkende eigenschappen van soja-eiwit en voor de gezondheidsrisico’s die het gevolg zijn van te veel soja in het dieet.

De isoflavonen van soja, dat wil zeggen de plantaardige oestrogenen van soja waaraan het vaakst een kankerpreventieve werking wordt toegeschreven, staan in veel toxicologische handboeken bij de categorie ‘kankerverwekkende stoffen’, ook in Chemical Carcinogens dat de American Chemical Society in 1976 publiceerde.

In de loop der jaren is gebleken dat deze isoflavonen mutaties veroorzaken, elastische weefsels aantasten en tot afwijkingen bij het ongeboren kind kunnen leiden; ze beschadigen chromosomen en veroorzaken aangeboren afwijkingen, de voorlopers van kanker1,2,3.

Daarnaast ontstaan er giftige en kankerverwekkende reststoffen bij de productietechnieken die de moderne soja-industrie gebruikt om geïsoleerd soja-eiwit, samengesteld plantaardig eiwit en andere moderne sojaproducten te maken. De soja-industrie brengt daar echter tegenin dat de mensen in Azië veel soja eten en minder kanker hebben.

Aziatische cijfers

De sterftecijfers voor borst- en prostaatkanker zijn in China respectievelijk vier en achttien keer lager dan in de VS. Voorstanders van soja halen deze en andere gunstige cijfers over kanker vaak aan als een goede reden om veel soja-eiwit te eten.

Als we de lagere cijfers voor borst-, prostaat- en dikkedarmkanker in Azië aan het eten van soja moeten toeschrijven, dan dienen we volgens dezelfde logica ook te concluderen dat soja verantwoordelijk is voor het grotere aantal gevallen van kanker aan de slokdarm, de maag, de schildklier, de pancreas en de lever die in deze landen worden aangetroffen.

Hoewel sojabonen als onderdeel van de dagelijkse voeding mogelijk een rol spelen bij het grotere of geringere aantal gevallen van kanker in Azië, zijn er geen directe bewijzen voor een oorzakelijk verband. Ongetwijfeld zijn er vele verscheidene factoren op het gebied van voeding en levensstijl bij betrokken.

Zo wordt een kleiner aantal gevallen van kanker in epidemiologisch onderzoek naar prostaatkanker niet alleen in verband gebracht met soja, maar ook met rijst, groente, fruit, noten, granen, groene thee, vis en andere peulvruchten en/of combinaties van voedingsmiddelen. Nergens in dit onderzoek wordt gesteld dat dit alleen aan soja te danken is4.

Oestrogenen en anti-oestrogenen

In de vele laboratoriumstudies lijkt soja kanker te voorkomen, kanker te veroorzaken of geen effect te hebben, afhankelijk van het onderzoek. Zoals de meeste stoffen die actief inwerken op hormonen, kunnen soja-isoflavonen de celgroei zowel stimuleren als afremmen.

Hoewel de voorstanders van soja vaak enthousiast zijn over het vermogen van soja-oestrogenen om de menselijke oestrogenen tegen te werken, is de kans even groot dat soja-oestrogenen met de menselijke oestrogenen samenwerken. In het eerste geval zou de kans op kanker misschien afnemen, in het tweede geval neemt het risico toe.

Dit betekent dat het niet betrouwbaar en ook onvoorspelbaar en riskant is om de consumptie van soja te vergroten teneinde kanker te voorkomen. Kenneth D.R. Setchell, PhD, waarschuwde twintig jaar geleden al voor de mogelijk schadelijke effecten toen hij schreef: ‘Oestrogenen oefenen, afhankelijk van hun dosering, een tweeledig effect uit op het ontstaan en de groei van een tumor.

Een hoge dosis remt de ontwikkeling en onderdrukt de groei van de tumor, terwijl een fysiologische dosis (oftewel de dosis die gewoonlijk in voedsel wordt aangetroffen) de groei van tumorcellen bij de mens stimuleert.’5

Deze waarschuwing wordt door verschillende studies ondersteund. In 1997 vonden onderzoekers van de universiteit van Minnesota in St Paul dat plantaardige oestrogenen in hoge concentraties een remmende werking hadden op borstkankercellen, maar in lage concentraties de groei bevorderden6.

In 2001 meldde het British Columbia Cancer Agency in Vancouver dat de soja-isoflavonen genisteïne en daidzeïne in hoge concentraties de tumorgroei afremden en het effect van tamoxifen in een reageerbuis (in het lab) bevorderden.

Maar de hoeveelheid soja die in het eten zat, stimuleerde de reeds aanwezige groei van een tumor in de borst en neutraliseerde het effect van tamoxifen, zowel in vivo (bij de mens) als in vitro (in een reageerbuis).

Daarom waarschuwt dit instituut dat ‘vrouwen die op dit moment kanker hebben of ooit kanker hebben gehad zich bewust moeten zijn van de potentiële risico’s van tumorgroei wanneer zij sojaproducten gebruiken’7. Craig Dees, PhD, van het Oak Ridge National Laboratory in Tennessee, komt eveneens tot de conclusie dat ‘oestrogenen die in geringe concentraties in de voeding zitten niet als anti-oestrogenen werken, maar net als DDT en oestradiol de borstkankercellen stimuleren om aan de celdeling te beginnen’8.

Borstkanker

Vrouwen die soja eten om borstkanker te voorkomen, kunnen zo juist de ziekte krijgen die zij proberen te vermijden. Hoewel in een aantal laboratoriumonderzoeken is gebleken dat isoflavonen de verspreiding van borstkankercellen kunnen tegenhouden9, zijn er ook volop onderzoeksresultaten waaruit blijkt dat soja er de oorzaak van kan zijn dat borstkankercellen zich verspreiden10.

De alarmbellen begonnen ook te rinkelen naar aanleiding van een serie onderzoeken bij knaagdieren door William Helferich aan de universiteit van Illinois in Urbana-Champaign11. Het voer voor deze dieren was gebaseerd op geïsoleerd soja-eiwit en bevatte steeds hogere concentraties genisteïne.

Het onderzoeksteam ontdekte dat naarmate de muizen meer isoflavonen aten, de borstcellen zich vaker vermenigvuldigden en er meer kanker ontstond. De onderzoekers vonden ook dat de tumoren slonken wanneer de muizen werden teruggezet op voeding die geen isoflavonen bevatte. Genisteïne in de voeding stimuleerde met name de tumorgroei in de borst in een omgeving met weinig oestrogenen, vergelijkbaar met de situatie van vrouwen in de overgang.

In zijn laatste onderzoeken stelt dr. Helferich dat sojaproducten die isoflavonen in gezuiverde vorm bevatten, veel meer tumorgroei veroorzaken dan producten die minimaal zijn bewerkt, zoals sojameel. Welke boodschap dienen we hieruit te halen? Dr. Helferich is duidelijk: ‘Onze preklinische laboratoriumgegevens over dieren wijzen erop dat voorzichtigheid geboden is bij gebruik van sojasupplementen met veel isoflavonen voor vrouwen met borstkanker, vooral wanneer zij in de overgang zijn.

‘ Maar de uitkomsten van dierproeven gelden niet noodzakelijk ook voor de mens.Wel zijn de resultaten bij mensen even ontnuchterend. Plantaardige oestrogenen in de voeding kunnen een oestrogene invloed op het borstweefsel hebben12 en tot woekering van de borstcellen leiden13. Onderzoekers aan de universiteit van California in San Francisco hoopten te vinden dat sojaproducten vrouwen voor de overgang tegen borstkanker zouden kunnen beschermen.

In plaats daarvan vonden zij dat een halfjaar gebruik van soja-eiwit dat genisteïne en daidzeïne bevatte, een ‘stimulerend effect had op de borsten van vrouwen die nog niet in de overgang zaten, wat gekenmerkt werd door een verhoogde afscheiding van borstvloeistof, overmatige groei van epitheelcellen en verhoogde plasmawaarden voor oestradiol’14. Bij vrouwen met afwijkende cellen in de borstvloeistof is het risico van borstkanker het grootst15.

Barry Goldin, PhD van de Tufts University in Boston, waarschuwt dat een hoge sojaconsumptie de oestrogene activiteit in cellen misschien wel met 25 tot 30 procent kan vergroten bij vrouwen die de menopauze al hebben gehad en van zichzelf weinig oestrogeen hebben.

Goldin meent dat vrouwen voor de menopauze minder risico lopen omdat hun eigen oestrogenen de plantaardige oestrogenen van soja ‘de baas zijn’, maar hij waarschuwt dat soja mogelijk een extra potentieel risico met zich meebrengt voor vrouwen met (een verhoogd risico op) borstkanker.

Prostaatkanker

Uit epidemiologische studies blijkt dat prostaatkanker in Azië minder voorkomt, maar er zijn weinig of geen aanwijzingen dat dit door soja komt. Een Japans onderzoek onder 122.261 mannen van veertig jaar en ouder maakte duidelijk dat groene en gele groenten een beschermend effect bleken te hebben, maar dat miso van soja – waaronder ook de goedkope, snel gegiste soorten die na de Tweede Wereldoorlog populair zijn geworden – dit risico aanzienlijk vergrootte16.

In de loop der jaren hebben onderzoekers geconcludeerd dat echt alles – van groene thee, rijst, noten en vis tot monogamie, trouw en armoede – verantwoordelijk kan zijn voor het feit dat prostaatkanker minder vaak voorkomt.

Geïsoleerd soja-eiwit en samengesteld linoleumzuur, die allebei in boter voorkomen, zijn in verband gebracht met een verlaagd risico op prostaatkanker, maar onderzoekers hebben gevonden dat geen van beide, hetzij afzonderlijk hetzij in combinatie gebruikt, de groei van prostaatkanker belemmert. Bovendien bleek bij de hoogste concentraties geïsoleerd soja-eiwit dat de omvang van de tumor in de reageerbuis significant toenam17.

Ook geeft soja geen betere testresultaten te zien voor het prostaat-specifieke antigeen (PSA) of leidt het zelfs tot verhoogde waarden voor het prostaat-specifieke antigeen bij mannen van middelbare leeftijd en ouder18.

Het prostaat-specifieke antigeen is een marker voor de groei van een tumor in de prostaat. De weinige onderzoeken bij mensen die aangeven dat soja het aantal gevallen van prostaatkanker kan verminderen, laten echter wel zien dat dit alleen gebeurt bij mensen die equol aanmaken19,20. Equol is een metaboliet van daidzeïne die sommige mensen in de darmen produceren. Misschien helpt het drinken van groene thee om de productie daarvan te verbeteren21.

Wat de voorstanders van soja zelden tegen mannen zeggen, is dat soja tegen prostaatkanker beschermt omdat het hen vrouwelijker maakt. Een hoeveelheid soja die groot genoeg is om effect te kunnen hebben bij het voorkomen of behandelen van prostaatkanker leidt tot een aanzienlijke afname van testosteron en androgeen (die juist prostaatkanker bevorderen als ze in grote hoeveelheden aanwezig zijn) terwijl ze het oestrogeen doen toenemen22.

Maag- en darmkanker

De soja-industrie houdt ons voor dat soja een lange staat van dienst heeft bij de preventie en behandeling van maag- en darmkanker. Toch blijkt uit het opvallendste onderzoek van de laatste jaren dat soja-eiwit samengaat met een kleinere kans op maagkanker, maar met een hogere sterftekans als gevolg van kanker in de kartel- en endeldarm23.

Het is zeker mogelijk dat sojabonen schade aanrichten aan de epitheelcellen en deze cellen aanzetten tot woekeren, wat wijst op een risico van kanker aan de karteldarm24. Enkele laboratoriumonderzoeken wijzen echter uit dat een hoge genisteïnewaarde de groei van kankercellen in de karteldarm van de mens juist belemmert25.

Nogmaals, deze uitkomsten betekenen niet dat we allemaal meer sojabonen moeten eten, maar geven veeleer aan dat isoflavonen mogelijk hoop voor de korte termijn bieden. Er is zelfs een studie waarin een 66-jarige man een week lang 160 mg plantaardige oestrogenen per dag gebruikte voordat zijn prostaat operatief zou worden verwijderd.

Als gevolg daarvan stierven er meer de kankercellen af en nam de tumor in omvang af26. Deze kortdurende behandeling met genisteïne blijkt dus zonder al te grote risico’s de gunstige effecten van soja te benutten.

Het is nog niet zo lang geleden dat de Singapore Chinese Health Study een schok teweegbracht in de sojaverwerkende industrie: soja ging samen met een twee tot drie keer zo grote kans op blaaskanker.

Een vervolgstudie bevestigde dit verband. Geen enkel ander voedingsmiddel in het dieet hield met deze toename verband, alleen soja27,28. Wat het groeiende aantal gevallen van pancreaskanker betreft weten de wetenschappers al een halve eeuw dat trypsineremmers in soja-eiwit druk op de pancreas uitoefenen en daarmee een – mogelijk oorzakelijke – bijdrage leveren aan het ontstaan van pancreaskanker. Daarnaast zijn er nog vier alarmerende studies waarin soja-oestrogenen in verband worden gebracht met leukemie bij kinderen29.

Een ander probleem met soja is dat wij worden bestookt door stoffen in onze omgeving die kopieën van oestrogenen zijn. Een grotere hoeveelheid soja-oestrogenen in de dagelijkse voeding heeft een cumulatief of exponentieel effect in combinatie met andere oestrogenen uit de omgeving.

Zoals onderzoekers van het Toxicologisch Centrum van de universiteit van Londen opmerken: ‘Oestrogene stoffen zijn in staat samen aanzienlijke effecten teweeg te brengen wanneer zij met elkaar samengaan in concentraties die voor de afzonderlijke stoffen niet toxisch zijn.’

In de eerste helft van de twintigste eeuw voorzagen John Harvey Kellogg, Henry Ford en anderen een geweldige toekomst voor soja. In de jaren zestig werd het vaandel overgenomen door vegetariërs, hippies, milieuactivisten en andere idealisten, die soja zagen als dé oplossing voor de honger in de wereld, dé manier om gezond te blijven, de sleutel voor een gezonde oude dag en de beste manier om het milieu te beschermen.

Helaas is hun droom ingepikt door de grote ondernemingen en de invloedrijke staat. De ouderwetse, biologisch geteelde soja die aan de gezondheid bijdraagt mits zij met mate wordt gegeten, heeft plaatsgemaakt voor ersatzproducten die onvermijdelijk tot ondervoeding en ziekte leiden.

Regina G. Ziegler, PhD, voedingsepidemioloog aan het National Cancer Institute in Bethesda, Maryland, vat de stand van zaken in het onderzoek naar soja en borstkanker als volgt samen: ‘Het is ingewikkeld, meerduidig en niet overtuigend.’ Wanneer patiënten vragen of ze meer soja moeten eten, zegt zij: ‘Ik denk dat we voorzichtig moeten zijn.’30

In Israël gaan ze nog een stap verder. De uit dertien leden bestaande commissie van voedingsdeskundigen, kankerspecialisten, kinderartsen en andere specialisten, die er een jaar over heeft gedaan om alle bewijsmateriaal te onderzoeken, verspreidt informatie over de gevaren van soja en kindervoeding aan medewerkers bij de overheid en hulpverleners in de gezondheidszorg. Daarin raden zij de hele bevolking, maar met name (zeer) jonge kinderen, aan het eten van soja te beperken. Hun advies is duidelijk: soja is een specerij, geen wondervoedsel.

BRONNEN:
1 Mutat Res, 2003; 542: 43-48

2 J Chromatogr B Analyt Technol Biomed Life Sci, 2002; 777: 211-218
3 Int J Cancer, 2003; 105: 312-320
4 Cancer Sci, 2004; 95: 238-242
5 Am J Clin Nutr, 1984; 40: 569-578
6 Nutr Cancer, 1997; 28: 236-247
7 Ann Pharmacother, 2001; 35: 1118-1121
8 Environ Health Perspect, 1997; 105 (Suppl 3): 633-636
9 Res Commun Chem Pathol Pharmacol, 1989; 64: 69-77
10 Endocrinology, 1978; 103: 1860-1867
11 J Nutr, 2001; 121: 2957-2962
12 J Clin Endocrinol Metab, 1999; 84: 4017-4024
13 Am J Clin Nutr, 1998; 68 (6 Suppl): 1431S-1435S
14 Cancer Epidermiol Biomarkers Prev, 1996: 5: 785-94
15 J Natl Cancer Inst, 2001; 93: 1791-1794
16 Natl Cancer Inst Monogr, 1979; 53: 149-55
17 Prostate, 2003; 54: 169-180
18 J Urol, 2003; 169: 507-511
19 Jpn J Clin Oncol, 2004; 34: 86-89
20 Jpn Clin Oncol, 2002; 32: 296-300
21 Asian Pac J Cancer Prev, 2003; 4: 297-301
22 In Vivo, 2000; 14: 389-392
23 Int J Epidemiol, 2000; 29: 832-836
24 Carcinogenesis, 1999; 20: 927-931
25 Int J Oncol, 2001; 18: 997-1002
26 Med J Austral, 1997; 167: 138-140
27 Cancer Epidemiol Biomarkers Prev, 2002; 11: 1674-1677
28 Int J Cancer, 2004; 112: 319-323
29 Proc Natl Acad Sci Usa, 2000; 97: 4790-4795
30 Am J Clin Nutr, 2004; 79: 183-184


 Wat is er verkeerd aan soja?

Soja bevat een cocktail aan stoffen die een verstorende invloed hebben op verschillende systemen in ons lichaam. Voorbeelden zijn:
• Trypsineremmers, die de verwerking van eiwitten verstoren en mogelijk stoornissen in de pancreas veroorzaken. Bij dieren leiden deze remmers tot achterblijvende groei.
• Fyto-oestrogenen, die de endocrienfunctie verstoren en mogelijk bij zowel mannen als vrouwen tot onvruchtbaarheid leiden.
• Krachtige antithyroïde stoffen (in plantaardige oestrogenen) die de activiteit van de schildklier belemmeren en mogelijk schildklierkanker veroorzaken. Bij kleine kinderen wordt het gebruik van sojavoeding in verband gebracht met auto-immuunziekte aan de schildklier.
• Grote hoeveelheden fytinezuur, dat de opname van kalk, magnesium, koper, ijzer en zink beperkt. Fytinezuur in soja wordt niet geneutraliseerd door de gebruikelijke bereidingswijze voor bonen zoals weken, laten ontkiemen of lang en langzaam koken. Een dieet met veel fytaten kan groeiproblemen bij kinderen veroorzaken.
• Moleculen die analoog zijn aan vitamine B12, die niet worden opgenomen en de behoefte van het lichaam aan B12 doen toenemen.
• Zwakke eiwitten, die gedenatureerd zijn (dat wil zeggen dat de structuur onomkeerbaar veranderd wordt) tijdens verwerking onder hoge temperaturen om geïsoleerd soja-eiwit en samengesteld plantaardig eiwit te maken.
• Toxisch lysinoalanine en sterk kankerverwekkende nitrosaminen, die tijdens de verwerking van soja-eiwit ontstaan.
• Vrij glutaminezuur of MSG, een krachtige neurotoxine die ontstaat bij de verwerking van soja. Aan veel sojaproducten zijn extra hoeveelheden toegevoegd.
• Veel aluminium, dat een toxische uitwerking op het zenuwstelsel en de nieren heeft.


Wat kunt u als vrouw doen?

Relatief recente studies tonen aan dat soja totaal niet helpt bij klachten van de overgang.
In een onderzoek dat is uitgevoerd aan de Monash University in het Australische Clayton bleek dat 94 oudere vrouwen die drie maanden lang sojasupplementen met 288 mg isoflavonen per dag gebruikten, even weinig verbetering in hun overgangsklachten vertoonden als een controlegroep die een placebo kreeg1.

Onderzoekers van de afdeling Food Science and Human Nutrition van Iowa State University bestudeerden de veranderingen in overgangsklachten als reactie op een isoflavonenrijk dieet van 24 weken, waarbij zij vrouwen die 80 mg isoflavonen per dag kregen vergeleken met een groep die 4 mg isoflavonen per dag kreeg en een groep die er helemaal geen kreeg. Geen enkele behandeling had enig effect op de frequentie, duur of ernst van opvliegers of nachtzweten. Evenals in het Australische onderzoek meldden alle proefpersonen dat de symptomen minder werden, wat ofwel duidt op een placebo-effect ofwel op gewoon een verbetering van de symptomen tijdens het onderzoek2.

Voor overgangsklachten kan men misschien het best te rade gaan bij de homeopathie, die verbetering biedt zonder de risico’s van celwoekering in de borst als gevolg van kruiden die isoflavonen bevatten3.

1 Climacteric, 2000; 3: 161-167
2 Menopause, 2001; 8: 157-170
3 Comp Ther Nurs Midw, 1997; 3: 46


Veilig soja eten

Soja zit tegenwoordig in een heleboel voedingsmiddelen en -producten. Het is ook het nieuwste mode-ingrediënt in allerlei andere producten, van inkt en verf tot auto’s en matrassen. Het is dan ook geen kunst meer om boven een veilige dosis soja uit te komen. Kijk uit voor:
• nepvoedsel dat vol zit met chemische middelen, zoals sojaburgers, ‘plantaardig eiwit’, sojakaas, -yoghurt en –melk en ijs. Als u veganist bent, haal dan uw belangrijkste eiwitten uit andere bonen, gebruik olijfolie en probeer natuurlijke sorbets.
• sojamelk en sojavoeding voor kleine kinderen. Dit soort namaakmelk wordt in verband gebracht met groeiproblemen en schildklierstoornissen bij kinderen. Wanneer kinderen en baby’s veel isoflavonen binnenkrijgen, krijgen ze ook veel oestrogenen die de seksuele rijping van meisjes versnellen en jongens vrouwelijker maken.
• pseudoniemen voor soja. Voedingsfabrikanten gebruiken liever indrukwekkende technische afkortingen als TVP (samengesteld plantaardig eiwit) of HVP (gehydroliseerd plantaardig eiwit) dan het woordje ‘soja’. Wanneer er ingrediënten als ‘lecithine’, ‘plantaardige olie’ of ‘bouillon’ staan vermeld, zijn die waarschijnlijk ook van soja afkomstig.
• een hoog gehalte aan isoflavonen. De website van het Amerikaanse ministerie van Landbouw (www.ars.usda.gov) geeft voor 128 veelgebruikte voedingsmiddelen vrij nauwkeurig aan hoeveel isoflavonen zij bevatten.
• vlees. Hamburgers en kant-en-klare spaghettisauzen bevatten vaak soja.
• geïsoleerd soja-eiwit. Hierdoor zien lasagne en chili op sojabasis eruit alsof er echt gehakt in zit, maar ze bevatten zo’n 38 stoffen die uit aardolie worden gewonnen1.
• soja in vitaminepreparaten en vrij verkrijgbare geneesmiddelen. Kijk ook uit voor pillen op basis van soja-olie of met vitamine E uit soja-olie en sojacomponenten als isoflavonen.
• geconserveerde voedingsmiddelen met weinig koolhydraten, waarin het traditionele meel vaak vervangen is door soja-eiwit.
• soja-olie of -margarine. Gebruik liever olijfolie van goede kwaliteit.
Maar als u toch soja moet eten…
• Maak er dan spaarzaam gebruik van. In Azië gebruikt men soja alleen als specerij en zelden vaker dan eenmaal per dag.
• Gebruik alleen producten die met traditionele gisting zijn gemaakt, zoals miso, tempeh, natto of tofu. Deze gisting zorgt ervoor dat de sojabonen al worden voorverteerd, dat proteaseremmers gedeactiveerd worden en dat de fytaten die een aanslag op de mineralen vormen worden uitgeschakeld.
• Koop traditionele producten zoals miso bij goed aangeschreven bedrijven die een langdurig gistingsproces en alleen natuurlijke ingrediënten gebruiken.
• Vermijd ‘snelle’ miso, die waarschijnlijk zoetstoffen (meestal suiker of karamelsiroop), bleekmiddelen, conserveermiddelen, kleurstoffen en mononatriumglutamaatbevat en gewoonlijk gepasteuriseerd is. Hieronder vallen ook gedroogde instantpoeder en gedroogde soepen.
• Gebruik alleen traditionele shoyu of tamari. De moderne sojasaus is een uitgebreid bewerkte chemische mix van zoutzuur en natriumcarbonaat, suiker, kleurstoffen en glutaminezuur (zoals dat in mononatriumglutamaat wordt aangetroffen) om het gistingsproces te bekorten. Ook kunnen er mutagenen (stoffen die de genen veranderen) in zitten.
• Eet traditioneel bereide tofu in plaats van de ‘luxere’ varianten, die grotere hoeveelheden van deze ongewenste stoffen bevatten.
1 J Am Oil Chem Soc, 1998; 74: 461-467

 

Wilt u dit artikel lezen?

Als abonnee kunt u dit artikel gratis lezen door in te loggen op uw account. Nog geen abonnee? Sluit nu een abonnement af.

Andere archief artikelen

Uitgelezen; Wie ben ik als niemand kijkt

Liesbeth Woertman onderzoekt in dit boek het leven van vrouwen in vooral de derde levensfase (na de pensionering) en de laatste vierde levensfase (vanaf ongeveer 75 jaar). Wat betekent het voor hen om een ouder lichaam te hebben in een tijd van geseksualiseerde,...

Basisrecept voor elke dag

Heb jij dat ook aan het begin van een nieuw jaar? Ik sta altijd een beetje te trappelen van ongeduld. Wat zal het nieuwe jaar aan bijzondere ontmoetingen en ontwikkelingen met zich meebrengen? Voor wat voor uitdagingen komen we te staan? Hoe zullen de seizoenen...

Innerlijke reis; ik blijf me verwonderen

Een tante gaf Kor Koetje een boek uit de boedel van een boer, en dat bracht hem in zijn tienerjaren op het pad van de natuurgeneeskunde. Het was Homeopathie in de praktijk van dr. J. Voorhoeve uit de jaren 20 van de vorige eeuw. Koetjes’ schoonzus was zijn eerste...

Boezemfibrileren vaak niet opgemerkt

Atriumfibrilleren, of boezemfibrilleren, is een veelvoorkomende volksziekte bij mensen op hogere leeftijd. Het wordt niet altijd opgemerkt door de arts of de patiënt. Boezemfibrilleren is goed behandelbaar, maar onbeschermd is er een sterk verhoogde kans op...