Als buikklachten niet overgaan
Veel mensen met aanhoudende buikklachten krijgen het label prikkelbare-darmsyndroom. Toch blijkt bij een deel iets anders te spelen: bacteriële overgroei in de dunne darm, ofwel SIBO. Deze aandoening kan leiden tot een opgeblazen buik, vermoeidheid en voedingsproblemen. Wat gebeurt er precies in de darm en hoe kan de verstoring worden aangepakt?
SIBO, voluit Small Intestinal Bacterial Overgrowth, is een aandoening waarbij er te veel bacteriën aanwezig zijn in de dunne darm (het deel van de darm tussen de maag en de dikke darm). In een gezonde situatie bevat de dunne darm relatief weinig bacteriën in vergelijking met de dikke darm.
Daarnaast beschikt de dunne darm over verschillende beschermingsmechanismen die voorkomen dat bacteriën zich daar ophopen. Zo doodt maagzuur een groot deel van de bacteriën die met voedsel worden ingeslikt, remmen galzuren de bacteriegroei en zorgen de darmbewegingen (peristaltiek) ervoor dat bacteriën richting de dikke darm worden verplaatst en niet blijven hangen.1
Bij SIBO raakt het evenwicht tussen bacteriën en beschermingsmechanismen in de darm verstoord. Bacteriën die normaal in de dikke darm thuishoren, komen in grotere aantallen in de dunne darm terecht en beginnen zich daar te vermenigvuldigen. Wanneer iemand vervolgens koolhydraten eet, worden deze al in de dunne darm gefermenteerd door bacteriën die daar niet horen.
Hierbij ontstaan gassen, zoals waterstof en methaan, die een opgeblazen gevoel, druk in de buik en winderigheid veroorzaken. Daarnaast kunnen bacteriën voedingsstoffen gebruiken die het lichaam zelf nodig heeft of het darmslijmvlies beschadigen, waardoor de opname van voedingsstoffen minder goed verloopt.
Het gevolg is dat iemand zich niet alleen opgeblazen kan voelen, maar ook klachten kan krijgen zoals vermoeidheid, voedingsintoleranties en tekorten aan vitamines en mineralen.1,2
“ Bij SIBO raakt het evenwicht tussen bacteriën en beschermingsmechanismen in de darm verstoord ”
Symptomen
De symptomen van SIBO kunnen sterk variëren per persoon, maar een aantal klachten komt relatief vaak voor. Een van de meest voorkomende klachten is een opgeblazen gevoel. Veel mensen merken dat hun buik na het eten snel opzet, soms al binnen een uur na de maaltijd.
Daarnaast komt overmatige gasvorming veel voor, wat zich kan uiten als winderigheid of boeren. Door de toenemende gasvorming ontstaat er druk in de buik, die kan leiden tot buikpijn. Veel mensen ervaren daarnaast veranderingen in hun ontlastingspatroon: sommigen hebben diarree, anderen obstipatie en weer anderen een wisselend ontlastingspatroon.
Een vol gevoel na kleine maaltijden en misselijkheid komen ook regelmatig voor.1 Omdat bacteriën voedingsstoffen kunnen verbruiken of de opname ervan kunnen verstoren, kunnen er tekorten ontstaan.
Een bekend voorbeeld is een tekort aan vitamine B12. Bacteriën gebruiken deze vitamine zelf, waardoor er minder beschikbaar blijft voor het lichaam. Een tekort aan vitamine B12 kan in handen of voeten en concentratieproblemen. Ook tekorten aan ijzer of de vetoplosbare vitamines A, D, E en K kunnen ontstaan wanneer SIBO langdurig aanwezig is.1,2
Oorzaken
De oorzaken van SIBO hebben meestal te maken met een verstoring van de eerdergenoemde beschermingsmechanismen van het spijsverteringskanaal. Een belangrijke factor is een verminderde darmperistaltiek. Normaal gesproken maakt de dunne darm tussen de maaltijden door een reinigende beweging die bacteriën richting de dikke darm duwt.
Dit mechanisme wordt het migrating motor complex genoemd. Wanneer deze beweging minder goed werkt of onvoldoende kan plaatsvinden, kunnen bacteriën zich ophopen in de dunne darm. Ook een verminderde maagzuurproductie kan bijdragen aan SIBO
(zie kader ‘Maagzuurremmers & SIBO’). Maagzuur vormt namelijk een belangrijke barrière tegen bacteriën die via voedsel het lichaam binnen komen. Wanneer iemand weinig maagzuur produceert of langdurig maagzuurremmers gebruikt, kunnen meer bacteriën levend de dunne darm bereiken en zich daar handhaven.
Naast maagzuur is ook een goede galproductie belangrijk. Gal helpt niet alleen bij de vetvertering, maar heeft ook antibacteriële eigenschappen. Wanneer de galproductie of galstroom verminderd is, kan dit de bacteriegroei in de dunne darm bevorderen.1 Andere factoren die het risico op SIBO verhogen, zijn onder andere diabetes, schildklierproblemen, operaties aan het spijsverteringskanaal en voedselvergiftiging. Sommige bacteriën produceren toxines die zenuwen in de darm beschadigen, waardoor de darmperistaltiek afneemt.2
Diagnostiek en behandeling
De diagnose van SIBO wordt meestal gesteld met een ademtest. Tijdens deze test drinkt iemand een oplossing met een suiker, zoals lactulose of glucose. Als er bacteriën in de dunne darm aanwezig zijn, gaan zij het suiker fermenteren, wat leidt tot de productie van waterstof of methaan. Deze gassen komen via het bloed in de longen terecht en worden uitgeademd.
Hoewel deze test de standaard is voor het diagnosticeren van SIBO, is hij niet erg betrouwbaar. Factoren zoals de snelheid waarmee voedsel door de darm beweegt, kunnen het resultaat beïnvloeden. Ook kunnen bacteriën andere gassen produceren die niet worden gemeten. Het is daarom belangrijk om de uitslag van de test te combineren met het klachtenpatroon.1,2
De reguliere behandeling van SIBO bestaat uit antibiotica om het aantal bacteriën in de dunne darm te verminderen. Bij een methaan-SIBO wordt soms een combinatie van antibiotica gebruikt, omdat methaanproducerende micro-organismen moeilijker te behandelen zijn.
Veel mensen ervaren een duidelijke vermindering van klachten. Toch komt terugval regelmatig voor, vooral wanneer de onderliggende oorzaak van de bacteriële overgroei niet wordt aangepakt.1,2
SIBO vs SIFO vs PDS?
Naast SIBO bestaat er ook Small Intestinal Fungal Overgrowth (SIFO). Bij SIFO is er geen overgroei van bacteriën, maar van gisten of schimmels in de dunne darm. Vaak gaat het om gisten zoals Candida albicans. De klachten van SIFO lijken sterk op die van SIBO. Mensen kunnen last hebben van een opgeblazen gevoel, gasvorming, buikpijn en wisselende ontlasting.
Soms zijn er ook andere klachten, zoals sterke trek in suiker of een witte aanslag op de tong. Het onderscheid tussen SIBO en SIFO is moeilijk, omdat de klachten sterk overlappen. Ademtests detecteren alleen bacteriële gasproductie en zijn daarom niet geschikt voor de opsporing van SIFO. In de praktijk wordt SIFO vermoed wanneer iemand duidelijke klachten heeft, maar negatief test op SIBO of onvoldoende reageert op antibiotica.3
SIBO-klachten lijkten bovendien sterk op die van het prikkelbaredarmsyndroom (PDS). Beide aandoeningen gaan vaak gepaard met een opgeblazen buik, buikpijn en veranderingen in de stoelgang. Daarom worden mensen met SIBO soms eerst gediagnosticeerd met PDS. Het belangrijkste verschil is dat PDS een functionele darmstoornis is: er zijn wel klachten, maar er wordt geen duidelijke structurele afwijking of infectie gevonden.
SIBO daarentegen is een concrete microbiële overgroei in de dunne darm.4 Het onderscheid op basis van klachten alleen is moeilijk. Wel zijn er enkele aanwijzingen die kunnen helpen om onderscheid te maken tussen PDS en SIBO. Zo kan een opgezette buik die snel na een koolhydraatrijke maaltijd ontstaat, wijzen op SIBO/SIFO. Bij PDS ontstaat een opgezette buik pas later na de maaltijd, zodra voeding de dikke darm bereikt.
Kader PROBIOTICA: GUNSTIG OF NIET?
De inzet van probiotica bij SIBO is onderwerp van discussie, omdat er zowel mogelijke voordelen als risico’s zijn. Probiotica zijn levende micro-organismen die bedoeld zijn om de darmflora te ondersteunen. Sommige studies laten zien dat bepaalde probiotische stammen kunnen helpen om ontstekingen in de darm te verminderen, de darmbarrière te versterken en de groei van ongewenste bacteriën te remmen. Daarnaast kunnen probiotica stoffen produceren, zoals melkzuur en antibacteriële verbindingen, die de groei van schadelijke bacteriën remmen.
In theorie kan dit bijdragen aan het herstellen van een gezondere microbiële balans in de darm en het verminderen van klachten, zoals een opgeblazen gevoel en buikpijn. Tegelijk bestaat er een belangrijk tegenargument. Bij SIBO zijn er al te veel bacteriën aanwezig in de dunne darm, terwijl probiotica juist extra bacteriën toevoegen.
Bij sommige mensen kan dit leiden tot meer fermentatie van koolhydraten en daardoor tot meer gasvorming, een opgeblazen buik en verergering van klachten. In de praktijk blijkt dat sommige mensen zich beter voelen met probiotica, terwijl anderen juist meer klachten krijgen. Het effect lijkt sterk afhankelijk van de gebruikte bacteriestam, de dosering en de individuele darmomgeving. Daarom wordt geadviseerd om probiotica voorzichtig en stapsgewijs te introduceren en goed te evalueren of de klachten verbeteren of juist toenemen.
Microorganisms. 2025 Jan 1;13(1):57.
Voeding bij SIBO
Voeding speelt een belangrijke rol bij het verminderen van klachten en het ondersteunen van herstel. Een van de meest gebruikte voedingsstrategieën is het beperken van fermenteerbare koolhydraten, zoals in het FODMAP-dieet dat ook bij PDS wordt ingezet.
Door de hoeveelheid fermenteerbare koolhydraten tijdelijk te verminderen, krijgen bacteriën minder brandstof en kunnen klachten, zoals een opgeblazen gevoel en winderigheid, afnemen.5
Daarnaast is het belangrijk om de natuurlijke darmreiniging te ondersteunen. Hiervoor is het belangrijk om minimaal 3-4 uur tussen de maaltijden te laten. Deze tijd heeft het migrating motor complex nodig om actief te worden en bacteriën uit de dunne darm te verwijderen.
Regelmatig snacken verstoort dit mechanisme. Ook het verbeteren van de maagzuur- en galproductie kan helpen. Goed kauwen, rustig eten en stress tijdens maaltijden vermijden dragen bij aan een betere spijsvertering. Sommige mensen hebben baat bij bittere groenten of kruiden die de spijsvertering en darmperistaltiek stimuleren, zoals paardenbloem en artisjok.6-8
Antimicrobiële kruiden
De inzet van kruiden bij SIBO wordt de laatste jaren steeds vaker onderzocht, omdat ze een interessant alternatief kunnen zijn voor antibiotica. Een van de eerste klinische studies bekeek het effect van een kruidenmiddel met onder andere berberine ten opzichte van antibiotica.
Bij de patiënten die kruiden kregen, was bij ongeveer 46% de ademtest negatief geworden, tegenover 34% van de mensen die antibiotica hadden gekregen. De resultaten laten zien dat kruiden in deze studie net zo goed werkten als antibiotica. Opvallend was bovendien dat sommige mensen die eerder niet reageerden op antibiotica, wel een verbetering van hun klachten ervaarden bij het kruidenmiddel.9
Berberine is een van de meest onderzochte plantaardige stoffen bij SIBO. Het is een alkaloïde dat voorkomt in planten, zoals Berberis vulgaris. De stof heeft brede antimicrobiële eigenschappen en kan ook invloed hebben op de darmperistaltiek en de samenstelling van de darmflora.
Ook extracten van oregano, alsem (Artemisia absinthium) en knoflook worden ingezet. Sommige kruiden kunnen daarnaast de spijsvertering ondersteunen. Zo kunnen kruiden zoals venkel, munt of rozemarijn helpen om gasvorming te verminderen en de darmbeweging te stimuleren. 10,11
Het voordeel van het inzetten van een combinatie van kruiden ten opzichte van alleen antibiotica is dat ze meerdere werkingsmechanismen combineren. Sommige kruiden remmen bacteriële groei, andere stimuleren galproductie of ondersteunen de darmperistaltiek. Tegelijk zijn er ook beperkingen.
Het aantal klinische studies is relatief klein en veel studies gebruiken combinaties van verschillende kruiden, waardoor het moeilijk is vast te stellen welke kruiden precies effectief zijn. Daarnaast kunnen sommige kruiden bijwerkingen geven, zoals maagklachten, misselijkheid of diarree. Vooral sterke essentiële oliën, zoals oregano-olie met daarin carvacrol, kunnen irritatie van het maagdarmslijmvlies veroorzaken.
Conclusie
Bij de behandeling van SIBO is het belangrijk om niet alleen de bacteriële overgroei aan te pakken, maar ook de onderliggende oorzaken. Het verbeteren van de darmperistaltiek, spijsvertering en het voedingspatroon kan helpen om terugval te voorkomen. Wanneer deze factoren worden aangepakt, neemt de kans toe dat klachten op de lange termijn verminderen en de darmfunctie zich kan herstellen.
Bronnen:
1 ncbi.nlm.nih.gov/books/NBK546634/.
2 mayoclinic.org/diseases-conditions/small-intestinal-bacterial-overgrowth/.
3 Microorganisms. 2023 Feb 24;11(3):573.
4 J Gastroenterol. 2018 Jul;53(7):807-818.
5 Front Nutr. 2026 Jan 28;13:1725524.
6 Nat Rev Gastroenterol Hepatol. 2012 Mar27;9(5):271-85.
7 J Ethnopharmacol. 2003 June;86(2–3):203–11.
8 Pharmaceuticals. 2025 July;18(7):990.
9 Glob Adv Health Med. 2014 May;3(3):16-24.
10 The Original Internist, 2013 March;20(1):30-38.
11 Nutrients. 2024; 16(18), 3149.
Kader: MAAGZUURREMMERS & SIBO
Het gebruik van maagzuurremmers, met name van het type protonpompremmer zoals omeprazol, is sterk in verband gebracht met het ontstaan van SIBO. Verschillende onderzoeken laten zien dat langdurig gebruik van protonpompremmers geassocieerd is met een twee keer zo hoog risico op SIBO in vergelijking met mensen die geen maagzuurremmers gebruiken. Maagzuur speelt een belangrijke rol in de bescherming tegen bacteriën. Wanneer de zuurproductie afneemt of wordt geremd, bereiken meer bacteriën levend de dunne darm en neemt de kans toe dat bacteriën daar kunnen overleven. Naast de migratie van bacteriën van de dikke darm naar de dunne darm kan bij het gebruik van maagzuurremmers nog een tweede mechanisme optreden.
Bacteriën komen dan niet primair uit de dikke darm, maar worden aangevoerd vanuit de bovenste delen van het spijsverteringskanaal. In werkelijkheid spelen waarschijnlijk beide mechanismen een rol bij het ontstaan van SIBO. Bij sommige mensen zorgt een verminderde zuurbarrière ervoor dat meer bacteriën de dunne darm bereiken. Tegelijk kan een verminderde darmmotiliteit ervoor zorgen dat deze bacteriën niet efficiënt naar de dikke darm worden afgevoerd.
J Clin Med. 2025 Jul 3;14(13):4702.
