Schildklierproblemen: een onbekend terrein

Artsen houden ons ten onrechte voor dat schildklierproblemen onvermijdelijk zijn als we ouder worden. En dat we er maar mee moeten leren leven.

Binnen de geneeskunde heerst een hardnekkig misverstand over schildklieraandoeningen. En dan vooral als het gaat om hypothyreoïdie (wanneer de schildklier te traag werkt), wat zich kenmerkt door lusteloosheid en toename in lichaamsgewicht.
Van de beide typen schildklierafwijkingen komt hypothyeorïdie het meeste voor. Het andere type is hyperthyreoïdie, wanneer de schildklier juist te snel werkt en het lichaam in de hoogste versnelling gaat werken. Nog maar 10 jaar geleden werd hypothyreoïdie beschouwd als een van de belangrijke ziekten die het meest over het hoofd werden gezien. Met als gevolg dat artsen nu te snel problemen diagnosticeren als een schildklieraandoening en onnodig hormonen voorschrijven.
‘Dit zou een probleem van enorme omvang kunnen worden aangezien bij een op de vier mensen de schildklierfunctie wordt bepaald’, zo zegt Jayne Franklyn, voorzitter van de British Thyroid Association1. Als gevolg daarvan krijgen patiënten vaak ten onrechte een hormoon als levothyroxine voorgeschreven, met het risico op ernstige bijwerkingen door een overmaat aan schildklierhormoon. Bovendien kan deze foutieve diagnose andere ernstige ziekten, zoals depressie, maskeren.
De diagnose schildklieraandoening
De schildklier is een endocriene klier, dat wil zeggen een klier die stoffen produceert die direct aan het bloed of andere organen binnen het lichaam worden afgegeven. Hij ligt aan de voorzijde van de hals, tegen het strottenhoofd aan. Deze klier speelt een essentiële rol bij het functioneren van het lichaam en de stofwisseling. Hij bepaalt de snelheid van de energieverbranding en zorgt voor eiwitten-aanmaak door afgifte van de hormonen T4 (thyroxine) en T3 (triiodothyronine). De schildklier kan te weinig (hypothyreoïdie) of teveel (hyperthyreoïdie) van deze hormonen produceren. Hypothyreoïdie kan ook ontstaan als deze hormonen de lichaamsweefsels niet bereiken.
Er zijn maar twee manieren waarop artsen schildklierproblemen kunnen diagnosticeren: ze kijken naar de symptomen of ze doen een bloedtest. Beide methoden zijn in hoge mate onbetrouwbaar. De typerende symptomen van hypothyreoïdie zijn vermoeidheid, gevoel van koude, droge huid, depressie en gewichtstoename. Deze verschijnselen doen zich echter ook voor bij een groot aantal andere aandoeningen. Een schildklierafwijking heeft dan ook veel overeenkomsten met andere, veel ernstiger ziekten.
De symptomen van de ziekte van Graves, die veroorzaakt kan worden door hypothyreoïdie, zijn bijna identiek aan veel van de psychologische veranderingen die tijdens de zwangerschap optreden. Bij zwangere vrouwen is de diagnose dus bijna onmogelijk te stellen2.
Voor een juiste diagnose is een standaardbloedonderzoek betrouwbaarder, waarbij het gehalte aan TSH (thyroïd stimulerend hormoon) wordt gemeten. Maar ook dat kan vals-positieve resultaten opleveren, vooral bij aanwezigheid van een andere ziekte. Nadat die behandeld is zou een tweede bloedtest op TSH moeten worden gedaan. Vaak zal die uitwijzen dat de schildklierfunctie inmiddels normaal is. Maar zo’n tweede test wordt helaas zelden gedaan en vaak is de patiënt al begonnen met een (onnodige) hormoonkuur, met het risico op ernstige bijwerkingen.
Oorzaken
Ook waar het de oorzaken van een schildklieraandoening betreft hebben artsen het vaak mis. De standaardopvatting is dat schildklierproblemen een gevolg zijn van ofwel de langere levensduur van de mens, ofwel een erfelijke belasting. Vroeger was jodiumgebrek meestal de oorzaak, maar nu zijn – in het Westen althans – zoveel voedingsmiddelen verrijkt met jodium dat een gebrek daaraan zo goed als uitgebannen is.
Tegenwoordig lopen we eerder gevaar teveel jodium binnen te krijgen, vooral via met jodium verrijkt zout, wat kan leiden tot thyrotoxicose of hyperthreoïdie3. Jodiumtekort komt dus niet meer voor en de medici gaan ervan uit dat de patiënt geen invloed heeft op de twee andere oorzaken: veroudering en erfelijkheid. Naar hun mening moet de oplossing van buitenaf komen, bijvoorbeeld in de vorm van een pil.
Voorbeelden hiervan zijn levothyroxine tegen hypothyreoïdie en een bètablokker tegen hyperthyreoïdie. Deze zouden de hormoongehaltes moeten kunnen normaliseren. Levothyroxine zou echter evengoed een teveel aan schildklierhormonen kunnen uitlokken4.
Toch zijn de bovengenoemde twee oorzaken absoluut niet de reden van de meeste schildklierafwijkingen. Integendeel, het bewijs neemt toe dat zowel hypo- als hyperthyreoïdie vaker worden veroorzaakt door omgevingsfactoren en voedsel, waaronder heel paradoxaal juist de consumptie van teveel jodiumhoudend zout, wat ooit bedoeld was om schildklierafwijkingen te bestrijden.
Andere oorzaken die door artsen over het hoofd lijken te worden gezien zijn:
  • Voedselallergie. Mensen met een allergie voor meerdere voedingsmiddelen, zoals bij coeliakie, hebben ook veel meer kans op schildklierproblemen5.
  • Seleniumtekort. De schildklier bevat een van de hoogste concentraties selenium in het lichaam. Ieder tekort aan dit essentiële sporenelement kan tot schildklierdisfunctie leiden6.
  • Milieuvervuiling. Sommige vervuilende stoffen in onze omgeving waaronder perchloraat, thiocyanaat en nitraat belemmeren de opname van jodium. Bij mens en dier blijkt dit tot schildklierziekte te kunnen leiden, zo blijkt uit mens- en dierstudies7,8.
  • Kankertherapie. De schildklier kan schade oplopen door bestraling bij kanker9.
  • Diabetes. Vooral bij diabetes type 1 komen schildklierproblemen voor10.
  •  Pre-eclampsie (zwangerschapsvergiftiging). Dit is een complicatie die regelmatig voorkomt bij zwangeren en die gevolgen kan hebben voor de schildklierfunctie later in het leven11.
  • Fluoride. Deze chemische stof, die in sommige landen in het drinkwater zit (maar niet in Nederland en België bijvoorbeeld), kan de natuurlijke opname van jodium door de schildklier bemoeilijken12.
  • Teveel jodium. Dit element wordt als essentieel beschouwd voor een gezonde schildklierfunctie. Een teveel daaraan kan echter leiden tot hyperthyreoïdie13. Een maatregel als het vermijden van jodiumhoudend zout is wellicht niet eens genoeg omdat jodium ook zit in slijmoplossende hoestdranken, ontsmettingsmiddelen, bepaalde medicijnen en contrastmiddelen bij medisch onderzoek14.
  • Receptgeneesmiddelen. Zelfs medicijnen die zelf geen jodium bevatten kunnen schildklierproblemen geven. Een voorbeelden hiervan is lithium, dat wordt voorgeschreven bij een bipolaire stoornis (manische depressiviteit). Dit kan tot een verminderde schildklierwerking leiden15. Een ander voorbeeld is het middel tegen hartritmestoornissen amiodaron16.
  • Emotionele problemen. De schildklier is zeer gevoelig voor emotionele trauma’s zoals echtscheiding of overlijden van een dierbare17.
Niet voor altijd
In het algemeen wordt aangenomen dat schildklierproblemen permanent zijn. Patiënten krijgen voor de rest van hun leven medicijnen om het gehalte aan schildklierhormonen op peil te houden. In een aantal zeldzame gevallen kan dat inderdaad nodig zijn maar uit onderzoek blijkt dat schildklieraandoeningen fluctueren, vooropgesteld trouwens dat de patiënt überhaupt een schildklierafwijking had.
Jammer genoeg is de geneeskunde op zo’n ziekteverloop niet ingesteld en maar zelden wordt een paar maanden later een tweede TSH bloedtest gedaan om de oorspronkelijke diagnose te bevestigen. Het is namelijk goed mogelijk dat in de tussentijd de oorzaak van de verstoorde balans is opgeheven en dat de hormoongehaltes al weer normaal zijn.
Bovendien kan een patiënt meestal wel degelijk invloed uitoefenen op de oorzaak. Enig speurwerk levert al vaak de echte boosdoener op, die vervolgens kan worden aangepakt. Soms ligt het aan omgevingsvervuiling, vooral door fluoride, wat  kan worden ondervangen met een luchtfilter of met een waterfilter (bij fluoridering van drinkwater). Een schildklieraandoening kan verergeren naarmate de hoeveelheid gifstoffen in de loop van de tijd in het lichaam opbouwt, wat artsen vaak aanzien voor een direct effect van veroudering.
Maar één ding is zeker: schildklierziekten zijn niet ‘iets waar u mee moet leren leven’. In veel gevallen kunnen ze vermeden worden of ongedaan gemaakt – en dat lukt ook zonder zware farmaceutische middelen.
Bryan Hubbard
Bronnen:
1:BMJ, 2009; 338: b725
2:Endocr Pract, 20010; 16: 118-129
3:BMJ, 1976; 1: 372-375
4:Lancet, 1991; 337: 171-172
5:J Pediatr, 2009; 155: 51-55
6:Best Pract Res Clin Endocrinol Metab, 2009; 23: 815-827
7:Toxicol Ind Health, 1998; 14: 121-158
8:Best Pract Res Clin Endocrinol Metab, 2009; 23: 801-813
9:Am J Clin Oncol, 2009; 32: 150-153
10:Turk J Pediatr, 2009; 51: 183-186
11:BMJ, 2009; 339: b4336
12:Klin Wochenschr, 1984; 62: 564-560
13:J Endocrinol Invest, 1994; 17: 23-27
14:Z Kardiol, 2001; 90: 751-759
15:N Engl J Med, 1995; 333: 1688-1694
16:BMJ, 1996; 313: 539-544
17:Acta Endocrinol, 1993; 128: 293-296

Wilt u dit artikel lezen?

Als abonnee kunt u dit artikel gratis lezen door in te loggen op uw account. Nog geen abonnee? Sluit nu een abonnement af.

Andere archief artikelen

Uitgelezen; Wie ben ik als niemand kijkt

Liesbeth Woertman onderzoekt in dit boek het leven van vrouwen in vooral de derde levensfase (na de pensionering) en de laatste vierde levensfase (vanaf ongeveer 75 jaar). Wat betekent het voor hen om een ouder lichaam te hebben in een tijd van geseksualiseerde,...

Basisrecept voor elke dag

Heb jij dat ook aan het begin van een nieuw jaar? Ik sta altijd een beetje te trappelen van ongeduld. Wat zal het nieuwe jaar aan bijzondere ontmoetingen en ontwikkelingen met zich meebrengen? Voor wat voor uitdagingen komen we te staan? Hoe zullen de seizoenen...

Innerlijke reis; ik blijf me verwonderen

Een tante gaf Kor Koetje een boek uit de boedel van een boer, en dat bracht hem in zijn tienerjaren op het pad van de natuurgeneeskunde. Het was Homeopathie in de praktijk van dr. J. Voorhoeve uit de jaren 20 van de vorige eeuw. Koetjes’ schoonzus was zijn eerste...

Boezemfibrileren vaak niet opgemerkt

Atriumfibrilleren, of boezemfibrilleren, is een veelvoorkomende volksziekte bij mensen op hogere leeftijd. Het wordt niet altijd opgemerkt door de arts of de patiënt. Boezemfibrilleren is goed behandelbaar, maar onbeschermd is er een sterk verhoogde kans op...