Van de recentste publicaties tot aan tijdloze klassiekers. Boeken zijn een waardevolle bron van inspiratie bij het maken van gezondheidskeuzen. Dit keer bespreken we De kracht van positieve seksualiteit van Sabine Meulenbeld. Een recensie aan de hand van drie vragen én een fragment.
Boekfragment
Voorlichtingsprogramma’s die ‘grenzen en wensen’ moeten bevorderen, benaderen seksualiteit vaak vooral als iets wat mis kan gaan. Mocht dit systeem van rampenbestrijding werken, dan hadden we dat allang terug moeten zien in dalende cijfers van seksueel geweld.
Maar helaas: op dit moment heeft Nederland een van de hoogste percentages seksueel geweld in de Europese Unie (Rutgers, 2022).
Misschien werkt het huidige systeem om ongewenste zwangerschappen of soa’s te voorkomen, maar plezieriger is de seks er niet op geworden.
In mijn werk zag ik dat terug. Als lichaamsgericht therapeutisch hulpverlener voerde ik ongeveer zevenduizend gesprekken met jongeren rond trauma, seksualiteit, grensoverschrijding en positieve seksualiteit.
De jongeren, hoofdzakelijk meiden met een veelheid aan culturele, religieuze en etnische achtergronden, hadden vragen en problemen op het gebied van liefde en afhankelijkheidsrelaties.
Preventie van trauma, voorkomen van herhaald slachtofferschap of herstellen van trauma waren hierbij de motor.
Al die duizenden verhalen hadden een aantal gemeenschappelijkheden waarbij ik vraagtekens had:
1. Jongeren werden pas aangemeld als het kwaad al was geschied.
2. Positieve seksualiteit was vrijwel niet aan bod gekomen vóór het misging.
3. Positieve seksualiteit verdween als onderwerp volledig wanneer er sprake was geweest van grensoverschrijdend gedrag.
4. Degene die de aanmelding deed, bijvoorbeeld de jeugdagent, mentor of groepswerker, en met wie de jongere vaak een goede vertrouwensband had, stond doorgaans ineens buitenspel of trok zichzelf terug.
5. Er was niet alleen ongemak om seksualiteit bespreekbaar te maken, maar er misten ook taal en kennis om dit op een positieve manier te doen.
Naarmate ik meer slachtoffers van seksueel geweld sprak, professionals trainde en het systeem beter leerde kennen, werd het mij steeds duidelijker: al die opleidingen zouden zich in plaats van op seksueel grensoverschrijdend gedrag veel meer moeten focussen op seksueel wensbewust gedrag.
De beschikbare hulpverleningsmiddelen hadden daar nauwelijks oog voor. Ik besloot al vroeg om de gesprekken in mijn spreekkamer veel meer te focussen op positieve seksualiteit: welke seksuele ervaringen wil je wél hebben en wat is daarvoor nodig?
Zo ontdekte ik in de loop der jaren, zonder het te weten en dankzij mijn cliënten, de acht werkzame ingrediënten voor een positieve seksuele vorming waaruit dit boek is opgebouwd. (…)
Seks maken is net als eten bereiden. De ingrediënten, en hoe je daarmee omgaat, kunnen een gerecht maken of breken.
Seks heeft een grotere kans een prettige ervaring te zijn als de volgende acht ingrediënten aanwezig zijn: Plezier, Afstemmen, Waarnemen, Delen, Gelijkheid, Improvisatiebereidheid, Eigenheid en Integriteit.
Drie vragen over dit boek aan Paula Kragten
Hoe was het om dit boek te lezen?
Plezant. Meulenbeld pakt je als lezer bij de hand en laat deze pas los als je bij de achterflap bent aangekomen. Door de actieve schrijfstijl en de zintuigelijke oefeningen (seks is immers een zintuigelijke ervaring), heb je na lezing oprecht het idee dat je wat hebt bijgeleerd. De auteur wil de manier waarop we naar seksuele vorming kijken radicaal veranderen en weet je te overtuigen van de noodzaak en logica daarvan.
Wat is je bijgebleven van dit boek?
Dat het niet eens zo ingewikkeld hoeft te zijn om de volgende generaties een positievere kijk op seksualiteit mee te geven, maar dat dit wel om een andere benadering vraagt. Om educatie in een vroeg stadium ofwel preventie. Het accent ligt nu te vaak op probleemoplossing als er al schade is aangericht. Hoe eerder jongeren over seksuele communicatie leren, hoe beter zij op hun eerste stappen in de seksuele arena zijn voorbereid.
Aan wie zou je dit boek aanraden?
Het boek is voor ouders, opvoeders, docenten en (jeugd)hulpverleners, zegt de achterflap. Zelf pas ik niet naadloos in deze doelgroep. Toch haalde ik er veel uit. We kunnen de volgende generatie écht meer seksuele autonomie meegeven. Daarvan raak je gaandeweg overtuigd. Maar dan moeten we wel durven kijken naar de angsten en ongemakken die onszelf in de weg zitten.


