26-07-2008

Pleidooi voor ‘onwerkzaam gebleken’ homeopathie

In voorjaar van 2006 stelde een groep Britse artsen de homeopathie aan de kaak vanwege de volgens hen onbewezen werking waardoor de vergoeding van deze behandeling een verspilling van de beperkte middelen van de National Health Service zou zijn. Regelmatig komt de medische professie met dit soort ‘bewijzen’ op de proppen. Maar wat zegt de wetenschappelijke literatuur eigenlijk? Op 23 mei 2006 ondertekenden dertien meer of minder vooraanstaande Britse wetenschappers en artsen een verklaring waarin zij met de gezaghebbende stijl van een pauselijk edict de homeopathie veroordelen als ‘onbewezen of weerlegd’. Het lijdt geen twijfel, zo zeggen zij, dat de homeopathie waardeloos is en dus zonde van het geld. Zij dringen er bij de National Health Service op aan er geen gebruik meer van te maken – een negatieve boodschap die, althans aanvankelijk, in brede kring door de media werd overgenomen.

Heeft deze aanval enige grond? De belangrijkste stelling van de dertien ondertekenaars is dat homeopathie ‘een onwaarschijnlijke behandeling is waarvoor een tiental systematische en kritische onderzoeksanalyses geen overtuigend bewijs hebben kunnen vinden dat het werkt’. Dat klinkt vernietigend, maar klopt het ook? ‘Onwaarschijnlijk.’ De homeopathie staat beslist haaks op zowel de traditionele wetenschappelijke theorievorming als het heersende medische model van ziekten en hun behandeling. Maar dat het onwaarschijnlijk is, is nog geen criterium. In de hele geschiedenis wemelt het van de ideeën die ooit onwaarschijnlijk waren en intussen gemeengoed zijn: vliegtuigen, meteorieten en het verschuiven van de aardplaten zijn maar een paar voorbeelden. In de geneeskunde zelf zijn heliobacter pylori als de oorzaak van maagzweren, foliumzuur ter preventie van gebreken aan de zenuwbanen en het toepassen van acupunctuur voor verdoving slechts drie van die ideeën die men vroeger belachelijk vond en die nu als een feit worden beschouwd.

‘Een tiental systematische en kritische onderzoeksanalyses.’ Dat is nog een te lage schatting. In 2001 werden in een grondig literatuuronderzoek 22 ‘systematische reviews van klinisch-experimentele onderzoeken’ naar homeopathie in de medische literatuur gevonden.1 Dit literatuuronderzoek vond vijf jaar geleden plaats en sindsdien zijn er twee belangrijke klinische reviews geweest. Twee tientallen komt dus meer in de buurt.

‘Geen overtuigend bewijs hebben kunnen vinden.’ Hier draait het allemaal om. Het woord ‘overtuigend’ is de sleutel. Merk op dat de dertien ondertekenaars niet zeggen dat er geen bewijzen zijn, die bewijzen weten alleen deze specifieke mensen niet te overtuigen. Dat is natuurlijk nauwelijks een verrassing, omdat sommigen van hen lid zijn – of in elk geval zijn geweest – van Quackwatch of COPUS (Committee for the Public Understanding of Science), twee organisaties die zich erop toeleggen het ‘irrationele’ in wetenschap en geneeskunde uit te roeien. Afgezien van hun persoonlijke vooroordelen, is er enige objectieve reden die hun aanval rechtvaardigt? Laten we eens naar het echte bewijsmateriaal kijken.

Het onderzoek uit de Lancet van 2005

Ongetwijfeld hebben de dertien vooral gedacht aan een zeer recent onderzoek naar homeopathie dat een aantal Zwitserse onderzoekers ongeveer een jaar geleden heeft uitgevoerd.2 Deze studie heeft indertijd veel publiciteit gekregen, deels omdat dr. Richard Horton, de redacteur van de Lancet die dit rapport publiceerde, een begeleidend redactioneel commentaar schreef onder de titel ‘Het einde van de homeopathie’. Daarin verwierp hij ronduit de homeopathie: ‘Dokters moeten nu eens moedig en eerlijk zijn tegenover hun patiënten over het feit dat de homeopathie niks oplevert.’

Hoewel dat in de verslaggeving in de media niet duidelijk tot uiting kwam, ging het bij deze publicatie in de Lancet niet om een feitelijke toetsing van de homeopathie. De Zwitserse onderzoekers hebben zelf geen klinisch onderzoek gedaan; het was uitsluitend een papieren onderzoek. Zij stellen dat zij een objectieve beoordeling van 110 klinische onderzoeken met homeopathie hebben uitgevoerd; deze onderzoeken voldoen volgens hen aan de minimale kwaliteitseisen (dit geldt voor circa 60 procent van alle tot dusver gepubliceerde onderzoeken).

Wat zij hebben gedaan wordt een meta-analyse genoemd. Dit is een nuttig instrument in standaard medisch onderzoek omdat het alle klinische gegevens over een bepaald geneesmiddel of een bepaalde behandeling bij elkaar brengt om zo tot een kwantitatieve uitspraak over de algehele voordelen of effecten ervan te komen. In theorie moet dit proces helemaal objectief zijn, maar dat is niet de praktijk. De ‘regels’ van de meta-analyse staan toe dat er ook rekening wordt gehouden met de kwaliteit van de afzonderlijke stukjes feitenmateriaal, waardoor juist de objectiviteit van de hele analyse in gevaar komt.

Het Zwitserse onderzoek naar homeopathie uit 2005 is hiervan een mooi voorbeeld. De onderzoekers analyseerden in eerste instantie 110 studies en vonden ‘een gunstig effect’, dat wil zeggen, de homeopathie werkte. Zij besloten echter om 102 van deze studies buiten beschouwing te laten omdat ze van inferieure kwaliteit waren. Onder de afgewezen studies bevonden zich acht klinische onderzoeken naar een infectie van de bovenste luchtwegen die zulke positieve resultaten hadden dat de auteurs besloten dat ‘die uitkomsten niet te vertrouwen zijn’. Uiteindelijk beperkte hun meta-analyse zich dus tot slechts acht studies die, dat zal geen verrassing zijn, geen heilzame effecten voor homeopathie te zien gaven.

‘Dit is een dubieuze, vooringenomen studie,’ zegt dr. Peter Fisher, klinisch directeur van het Royal London Homeopathic Hospital. ‘Als zij negen of zelfs zeven van de beste onderzoeken hadden uitgekozen, zouden zij een positief resultaat hebben gekregen.’ Dit was de voornaamste kritiek die tegen het Zwitserse onderzoek werd ingebracht, maar er was nog veel meer: ‘weinig transparant’, ‘houdt zich niet aan de geaccepteerde richtlijnen’, ‘onaanvaardbaar gebrek aan gedetailleerde gegevens’ en ‘onjuiste conclusies op grond van verkeerde uitgangspunten’ waren slechts enkele van de kritische commentaren van zeer uiteenlopende deskundigen.3

Het belangrijkste algemene punt van kritiek was dat een groep medische onderzoekers die van begin af aan sterk tegen de homeopathie gekant waren, die in theorie neutrale meta-analyse helemaal voor hun eigen karretje hadden gespannen. De Zwitserse auteurs gaven hun vooringenomenheid zelfs zwart op wit toe en merkten daarbij op dat homeopathie ‘onwaarschijnlijk’ leek en dat alle positieve klinische uitkomsten te verklaren waren door ‘een eenzijdige uitvoering en rapportage van het onderzoek’.  Gelukkig is de homeopathie de laatste jaren verschillende keren met minder bevooroordeelde methoden getoetst en daaruit blijkt duidelijk dat deze behandeling werkt.

Meer meta-analyses

De eerste uitgebreide review van homeopathie is ongeveer zestien jaar geleden gedaan door een groep deskundigen van de Universiteit van Maastricht. Het doel van dit tweejarige, door de overheid gesubsidieerde onderzoek was om tot een onafhankelijke beoordeling van de effectiviteit van homeopathie te komen. De onderzoekers wisten in totaal 105 klinisch-experimentele onderzoeken op te diepen die aan de basiscriteria van ‘gecontroleerd’ onderzoek voldeden, dat wil zeggen, waarin homeopathie werd vergeleken met een placebo (neppil). Van deze onderzoeken gaven er 81 een positief resultaat te zien ten gunste van de homeopathie.

Hoewel de onderzoekers kritiek hadden op de ‘geringe kwaliteit’ van de meeste van deze klinische onderzoeken, waren er ‘veel uitzonderingen’. Daardoor konden zij tot de conclusie komen dat ‘homeopathie doeltreffend kan zijn’ en dus waarschijnlijk terecht ‘als een vaste behandeling voor bepaalde aandoeningen’ wordt gezien.4

Acht jaar later hebben zeven onderzoekers van de Universiteit van München een vergelijkbare analyse uitgevoerd en geconcludeerd dat 89 onderzoeken naar homeopathie (van de 185) voor hun analyse in aanmerking kwamen. Zij berekenden voor de homeopathie een ‘pooled-odds ratio’ van 2,45, wat betekent dat de klinische verbetering bij homeopathische behandeling meer dan twee keer zo groot is als bij een placebo.

Zij besluiten hun verslag met een voorzichtig geformuleerde dubbele ontkenning: ‘De uitkomsten zijn niet te verenigen met de hypothese dat de klinische effecten van homeopathie volledig zijn toe te schrijven aan een placebo-effect.’ Met andere woorden: homeopathie werkt.5
Vervolgens heeft de Europese Commissie in 2001 aan vier vooraanstaande Franse klinisch-farmacologen opdracht gegeven een review uit te voeren en daarvan verslag uit te brengen aan het directoraat Wetenschap, Onderzoek en Ontwikkeling. Deze onderzoekers hebben nog veel strengere kwaliteitscriteria toegepast bij hun selectie dan hun voorgangers, zodat zij uiteindelijk slechts 17 van de 118 klinische onderzoeken onder de loep hebben genomen. Ook zij concluderen dat de empirische uitkomsten in het voordeel van de homeopathie uitvallen en zij noemen een waarschijnlijkheid van 0,000036 (de kans dat dit een nepresultaat is, is dus inderdaad erg klein), wat volgens medisch-statistici dan ook ‘uitermate significant’ is.6

Afgezien van de zwaar bekritiseerde review in de Lancet van 2005 is het meest recente ‘kritische overzicht’ drie jaar geleden gemaakt door een klein internationaal team van deskundigen, onder andere van de Harvard Medical School.7 Zij hebben een meta-review opgesteld van alle reviews tot dan toe plus – voor het eerst – een meta-analyse van homeopathische klinische onderzoeken naar specifieke aandoeningen.

Over het geheel genomen concluderen zij dat ‘hoewel de kwaliteit van klinisch onderzoek in de homeopathie gering is […] wanneer er alleen studies van hoge kwaliteit voor de analyse geselecteerd worden […] een verrassend aantal daarvan positieve resultaten te zien geeft’. Ten aanzien van specifieke aandoeningen hadden zij opnieuw kritiek op de kwaliteit van het fundamentele onderzoek en noemden zij dat ‘karig, van ongelijke kwaliteit’, maar toch konden zij uit het geheel een aantal vrij duidelijke indicaties destilleren voor de aandoeningen waarvoor homeopathie het best werkt.

De kracht van de placebo

Afgezien van de kwaliteit van het onderzoek is er nog een ander probleem dat het klinische onderzoek naar homeopathie dwarszit, namelijk de omvang van het placebo-effect. Homeopaten erkennen dat patiënten die een uitgebreide consultatie bij een homeopathische arts doorlopen, waarschijnlijk ook een sterke klinische reactie te zien zullen geven als zij neppillen als placebo krijgen.

Het is al duizenden jaren bekend dat de arts-patiëntrelatie erg belangrijk is voor het genezingsproces maar in onze twintigste eeuw, waarin medicijnen de overhand hebben, wordt dat gegeven al gauw opzij geschoven en afgedaan als ‘niet meer dan’ een placebo-effect. Sinds kort onderkent men echter wel degelijk de zuivere kracht van het placebo-effect, nu wetenschappers de verbindingen tussen de hersenen en het immuunsysteem in kaart hebben weten te brengen. Uit dit nieuwe onderzoek blijkt dat wanneer wij in een geneesmiddel geloven, het zelfherstellend vermogen van ons lichaam genoeg kan worden gestimuleerd om het lichaam geheel op eigen kracht te genezen.

Dit betekent dat elk geneesmiddel een enorme prestatie moet leveren om te laten zien dat het beter is dan een placebo. En natuurlijk geldt: hoe sterker het placebo-effect, des te meer moet er gepresteerd worden. ‘Ik noem dit liever een aspecifiek effect dan een placebo-effect, maar het maakt ongetwijfeld een groot deel van de homeopathie uit,’ zegt dr. Peter Fisher. ‘Het heeft te maken met de kunst van het genezen, de arts-patiëntrelatie. Maar de homeopathie heeft naast die niet-specifieke effecten ook specifieke effecten. Bovendien, wat kan het patiënten schelen hoe het genezingseffect wordt bereikt? Het enige waarin zij geïnteresseerd zijn is beter worden.’

Wat het homeopathische onderzoek van de laatste tijd vooral wil, is vaststellen hoeveel baat patiënten nu eigenlijk hebben bij zo’n behandeling. Naast het testen van homeopathische medicijnen alsof het gewone geneesmiddelen zijn, kijken onderzoekers nu ook naar de zogeheten ‘uitkomst’. Ofwel: worden mensen echt beter met homeopathie (in vergelijking met een placebo-effect) en hoe verhoudt zich dat tot andere soorten geneeskunde?

Het grootste uitkomstonderzoek is gedaan door artsen van het Homeopathische Ziekenhuis te Bristol. Zij analyseerden meer dan 23.000 poliklinische consulten van 1997 tot 2003 en vonden dat meer dan 70 procent van hun patiënten ‘een klinische verbetering’ rapporteerde. Bijzonder opvallend is het gegeven dat veel patiënten van hen pas voor homeopathie kozen nadat de gangbare medische behandeling bij hen was mislukt. De grootste vooruitgang werd gevonden bij kinderen, van wie meer dan 80 procent een positieve verandering in hun gezondheid meldde. De aandoeningen die de grootste verbetering te zien gaven, waren kinderastma, eczeem, chronische vermoeidheid, de ziekte van Crohn, spastische darmen, depressie, hoofdpijn/migraine, menopauzeklachten en artritis.8

‘Het klinische potentieel van de homeopathie is misschien veel breder dan wat op grond van alleen de huidige empirische gegevens [uit gerandomiseerd en gecontroleerd onderzoek] zou zijn te verwachten,’ zegt dr. David Spence, klinisch directeur in Bristol.

Homeopathie en dieren

Een gebied dat zelden bij de discussie over homeopathie wordt betrokken, is het empirische resultaat van dierenartsen. Er zijn op dit moment bijna honderd volledig gekwalificeerde dierenartsen in Groot-Brittannië die de traditionele, op geneesmiddelen gebaseerde geneeskunde grotendeels hebben verlaten ten gunste van de homeopathie, eenvoudig omdat die volgens hen beter werkt. Deze alternatieve dierenartsen zijn niet alleen werkzaam in het knusse wereldje van de huisdieren, maar ook in de harde commerciële wereld van het boerenbedrijf, waar zieke dieren geld kosten en waar een boer resultaat wil zien. In Nederland is er een groep dierenartsen die zich gespecialiseerd heeft in homeopathische behandeling van dieren.

Het is nog niet zo’n grote groep maar ze groeit gestaag. Ze zijn lid van de Koninklijke Vereniging Homeopathie Nederland in de Groep Homeopathisch-werkende Dierenartsen (www.GHwD.nl), tel. 0348 416 843.
Een van de pioniers in de veterinaire homeopathie is Christopher Day, een dierenarts in Oxfordshire. Hij heeft een bloeiende praktijk voor huisdieren die ‘nergens anders meer terecht kunnen’ en hij heeft de afgelopen twintig jaar duizenden ziektegeschiedenissen verzameld van dieren die hij met homeopathie heeft gered, vaak nadat de traditionele geneeskunde had gefaald. Maar de indrukwekkendste resultaten heeft hij met boerderijdieren geboekt. Zo heeft hij moeilijk te behandelen aandoeningen kunnen uitroeien, bijvoorbeeld de New Forest oog- en uierziekte bij koeien, gewoon door een homeopathische remedie aan het drinkwater van de dieren toe te voegen.

Day heeft een aantal geslaagde klinische experimenten gedaan. Zo heeft hij in een studie naar het effect van homeopathie op het aantal doodgeboren biggetjes laten zien dat doodgeboren biggetjes voorkwamen bij 80 procent van de varkens die niet behandeld werden, maar bij slechts 30 procent van de varkens die wel waren behandeld.9

In een ander klassiek, dubbelblind onderzoek vergeleek hij de frequentie waarmee mastitis (een ontsteking aan de uier) voorkwam bij twee groepen van veertig koeien. Hoewel zij in dezelfde stal stonden, waren de koeien fysiek van elkaar gescheiden en kregen zij verschillend drinkwater. Aan het water van de ene groep werd elke dag een homeopathische remedie toegevoegd, aan het water van de andere een placeboremedie. De resultaten waren verbijsterend. Terwijl er bij 48 procent van de niet-behandelde koeien mastitis voorkwam, was dat bij de behandelde koeien slechts 3 procent.10

Tot op heden zijn er negen gerandomiseerde en gecontroleerde klinische onderzoeken uitgevoerd naar het effect van homeopathie op boerderijdieren – en allemaal met veel succes. Hieruit alleen al komen krachtige empirische bewijzen naar voren dat de traditionele verklaring voor de effecten van homeopathie – als niets anders dan een placebo-effect – uiteindelijk geen stand houdt.

BRONNEN:

1 BMC Complementary and Alternative Medicine, 2001; 1: 4
2 Lancet, 2005; 366: 726-732
3 Lancet, 2005; 366: 2081-2086
4 BMJ, 1991; 302: 316-323
5 Lancet, 1997; 350: 834-843
6 Eur J Clin Pharmacol, 2000; 56: 27-33
7 Ann Intern Med, 2003; 138: 393-399
8 J Altern Comp Med, 2005; 11: 793-798
9 Inter J Homeop, 1986; 1: 26-28
10 Inter J Homeop, 1986; 1: 15-19


Waarom wordt de homeopathie zo onder vuur genomen?

Schimpscheuten aan het adres van de alternatieve geneeskunde zijn natuurlijk niks nieuws, maar de homeopathie is een speciaal doelwit omdat haar principes zo bizar overkomen. De homeopathie stelt inderdaad niet alleen de geneeskunde, maar de hele wetenschap ter discussie. ‘Als wij de uitgangspunten van de homeopathie zouden accepteren, zouden we de hele natuurkunde en scheikunde overhoop moeten gooien,’ zegt professor Colin Blakemore, algemeen directeur van de Britse Medical Research Council, namens de meeste wetenschappelijke en geneeskundige experts.

De homeopathie berust op twee centrale principes en de wetenschap vindt ze allebei gek of zelfs volkomen irrationeel.

1. Het gelijkenisprincipe. Hieraan ontleent de homeopathie haar naam (homos betekent in het Grieks ‘gelijk’). Dit principe houdt in dat ‘gelijkenis geneest’: de genezing van een ziekte komt tot stand door aan de zieke een stof te geven die bij gezonde mensen vergelijkbare symptomen oproept. Dat is niet zo ver gezocht als het misschien lijkt. Zo veroorzaakt kinine (uit de bast van een boom) symptomen die lijken op de symptomen van malaria, terwijl kinine ook een gevestigde behandeling voor malaria is.

2. Hoge verdunning. Homeopaten beweren dat er slechts een minieme dosis van een geneesmiddel gebruikt hoeft te worden om genezing te bewerkstelligen. Deze extreem lage doses worden mogelijk door ‘seriële verdunning’: één druppel van de oorspronkelijke medicijn wordt bij honderd druppels water gedaan, vervolgens wordt er een druppel van dit zwakke mengsel met nog eens honderd druppels water gemengd en zo gaat dat verder, vaak wel dertig keer. Bij elke stap wordt de vloeistof heftig door elkaar geschud; dit wordt succussie genoemd. Deze stapsgewijze verdunning gaat soms zo ver dat de uiteindelijke vloeistof wel 10.000.000.000.000.000.000.000.000 keer sterker verdund is dan de oorspronkelijke stof en er niet één molecuul van het oorspronkelijke geneesmiddel meer over is. Toch zeggen de homeopaten dat dit geneesmiddel niet alleen werkt, maar in de hoogste verdunning zelfs beter werkt dan in een geringere verdunning.
Die enorme verdunning van homeopathische middelen is iets wat voor de traditionele wetenschap moeilijk te verteren is. ‘Een van de basisprincipes van de homeopathie is: hoe minder je geeft van een middel, des te groter is het effect,’ zegt David Colquhoun, hoogleraar chemie aan de Universiteit van Londen en een van de dertien ondertekenaars. ‘Dat is net zoiets als beweren dat hoe minder whisky je drinkt, des te dronkener je wordt. En je hebt geen ingewikkelde wetenschap nodig om te weten dat dat niet waar is.’


 Hoe zou homeopathie kunnen werken?

Homeopaten beweren dat de ‘informatie’ van het oorspronkelijke medicijn door het schudden tijdens het verdunningsproces op de een of andere manier in het water wordt opgenomen. Is dat geloofwaardig? Water is absoluut een unieke stof, die in staat lijkt om subtiel verschillende vormen aan te nemen. Sneeuwvlokken kunnen bijvoorbeeld een oneindig aantal verschillende kristalvormen aannemen op basis van het oorspronkelijke molecuulpatroon H2O.

et is dus niet ondenkbaar dat water op de een of andere manier informatie van buitenaf kan opnemen, alsof het een ‘herinnering’ opslaat aan de oorspronkelijke stof waarmee het in aanraking is gekomen.  Dr. Jacques Benveniste, een Franse immunoloog, heeft de laatste vijftien jaar van zijn leven ‘het geheugen van water’ onderzocht. In een van zijn experimenten heeft hij homeopathische geneesmiddelen in een demagnetiseringsmachine gezet, een krachtige elektromagneet waarmee magnetische banden ‘gewist’ worden.

Deze eenvoudige procedure, zo vond hij, deed het klinische effect van de geneesmiddelen volledig teniet. ‘Water lijkt een soort vloeibare magneetband,’ zegt hij, ‘die elektromagnetische velden gebruikt om moleculaire informatie op te slaan.’1 Twee Italiaanse natuurkundigen die vanuit het gezichtspunt van de moderne fysica naar water hebben gekeken, hebben een interessante ontdekking gedaan. Zij vonden dat water het vermogen bezit om zich te organiseren in ‘samenhangende domeinen’ waar informatie van eerder opgeloste moleculen kan worden opgeslagen en vastgehouden, ook als het oorspronkelijke molecuul er niet meer is.2

Er zijn intussen nog meer objectieve empirische resultaten waaruit blijkt dat homeopathisch behandeld water inderdaad een afdruk van de oorspronkelijke stof bevat. Met behulp van een analytische techniek die bekend staat als ‘thermoluminescentie’, heeft de Zwitserse chemicus Louis Rey nog niet zo lang geleden aangetoond dat homeopathisch schudden en verdunnen ‘een blijvend effect (van de oorspronkelijke stof) achterlaat … een duidelijke structurele verandering in het netwerk van de waterstofbruggen (van het water) … die in de loop van het verdunningsproces behouden blijft, waarschijnlijk dankzij het voortdurend krachtige mechanische roeren.’3

Een alternatieve verklaring voor de homeopathie wordt aangedragen door Zuid-Koreaanse wetenschappers die hebben aangetoond dat wanneer de verdunning van een oplossing toeneemt, de moleculen de neiging hebben groepjes of ‘verzamelingen’ van geconcentreerde moleculen te vormen.4
Wat de verklaring ook moge zijn, er zijn nu vanuit minstens tien verschillende laboratoria duidelijke bewijzen geleverd dat een homeopathisch behandelde oplossing een meetbaar effect heeft op lichaamscellen. Dit is een aanwijzing te meer dat de effecten van homeopathie niet slechts een placebo-effect zijn.5, 6, 7

BRONNEN:

1 FASEB Journal,1991; 5: A1583 (abs)
2 Phys Rev Letts, 1988; 61: 1085-1088
3 Physica, 2003; A 323: 67-74
4 Chem Commun, 2001; 21: 2224-2225
5 Inflamm Res, 2004; 53: 181-188
6 Inflamm Res, 2001; 50 Suppl 2: S63-S64
7 Nature, 1998: 333: 816-818


 Waarbij werkt homeopathie?

Empirisch bewezen
***** (meta-analyses):
Diarree bij kinderen
Hooikoorts
Postoperatieve belemmering van de darmpassage (ileus)
Reumatoïde artritis
**** (minstens 2 gerandomiseerde en gecontroleerde klinische onderzoeken):
Astma
Bijwerkingen van bestraling
Fibrositis (ontstoken bindweefsel)
Griep
Infecties aan de bovenste luchtwegen
Lijmoor
Pijn
Spierpijn
Verstuiking
*** (1 gerandomiseerd en gecontroleerd klinisch onderzoek):
ADHD
Angst
Chronische vermoeidheid
Duizeligheid
Hoofdroos
Migraine
Osteoartritis
Premenstrueel syndroom
Roodkleuring van de huid door insectenbeet
Spastische darmen
Weefselletsel
** (uitkomstonderzoek in ziekenhuizen):
Acne
Depressie
Eczeem
Menopauzeklachten
Psoriasis
Ziekte van Crohn
* (simpele studies):
Hoofdpijn
Onvruchtbaarheid bij mannen


De homeopathische medicijnkast

Arsenicum Album (arseen): angstgerelateerde symptomen
Belladonna (dodelijke nachtschade): snel opkomende koorts en pijn
Gelsemium (jasmijn): zorgen, verkoudheid en griep
Bryonia (de wortel van de plant): artritis, koortsrillingen, barstende hoofdpijn
Carbo veg (koolstof): winderigheid, indigestie, opgeblazen gevoel, boeren
Calendula (goudsbloem): antiseptisch, huidaandoeningen
Drosera (zonnedauw): hoest en droge keel
Ruta (wijnruit): pijnlijke gewrichten
Urtica urens (kleine brandnetel): huiduitslag, brandwonden
Cocculus (kokkelsbes): uitputting
Allium cepa (ui): gewone verkoudheid, hooikoorts
Arnica (valkruid): wonden, blauwe plekken; vaak gebruikt door plastisch chirurgen om zo min mogelijk littekenweefsel te krijgen
Kamille: koliek en pijn bij het doorkomen van de melktanden
Strychnos Ignatia (Ignatiusboon): verdriet, angst en neerslachtigheid, met name na overlijden of scheiding van een geliefde
Magnesium phosphoricum (magnesium): menstruatiekramp
Nux vomica (braaknoot): overmatig eten of alcoholgebruik
Rhus tox (giftige klimop): verstuiking, overbelasting, artritis

Wilt u dit artikel lezen?

Als abonnee kunt u dit artikel gratis lezen door in te loggen op uw account. Nog geen abonnee? Sluit nu een abonnement af.

Andere archief artikelen

Systeemdenken in de geneeskunde

Een chronische aandoening kun je vaak beter oplossen als je naar de film van het leven kijkt, in plaats van naar een foto van het huidige moment. Dan wordt duidelijk welke factoren een rol speelden in het ontstaan van het ziektebeeld. En ook hoe genezing kan worden...

Leververvetting: Een stille epidemie

Zonder het te weten heeft een vijfde van de Nederlanders te maken met een leveraandoening. Door een voeding rijk aan slechte suikers en vetten slaat de lever op hol en produceert hij grote hoeveelheden vet. Dit vet wordt opgeslagen in de lever waardoor deze vervet en...

Geld staat bovenaan, gezondheid onderaan

De industriële lobby verandert de berichtgeving over de volksgezondheid Dat je tegenwoordig niemand meer kunt vertrouwen, is voor scherpzinnige lezers van Medisch Dossier allang duidelijk. We moeten de adviezen die we krijgen van onze gezondheidsautoriteiten met veel...

Nieuws van Juglen: Acrylamide. Liever niet!

De Europese voedselwaakhond SAFE heeft recent ontdekt dat de hoeveelheid acrylamide in sommige voedingsmiddelen vier tot vijf keer hoger is dan wettelijk toegestaan. Op hun website, www.foodnavigator.com, staat hierover een uitgebreid artikel. Niet alleen in voeding...

Psychedelica als medicijn van de toekomst

Psychedelica worden steeds vaker gebruikt als medicijn. De laatste jaren is er een toename van ceremonies met zogenoemde plantmedicijnen als truffels en ayahuasca. Waar staat de wetenschap en wat kunnen bepaalde middelen doen? Medisch Dossier stelt een aantal vragen...