26-07-2008

Overal flessenwater, maar nergens helemaal gezond

Wij kunnen niet zonder ons dagelijks brood, luidt het oude gezegde. Maar wij houden ons uiteindelijk niet met brood in leven, maar met water. Ierse hongerstakers slaagden erin om zestig dagen zonder voedsel te leven, maar zij zouden binnen vier dagen dood zijn gegaan als ze niet elke dag een halve liter water hadden gedronken.Waar je tegenwoordig ook komt, overal zie je mensen die geobsedeerd lijken door een flesje water dat ze tegen zich aandrukken of waaruit ze een slokje nemen. Het staat allemaal heel chic. Over de hele wereld verschijnen waterbars, die op hippe locaties soms zelfs in de plaats komen van de gewone bar waar alcohol wordt geschonken. Sommige hotels hebben tegenwoordig ‘watersommeliers’ die hun gasten adviseren welk water ze het best bij de verschillende gangen van hun diner kunnen drinken.

Flessenwater is een enorme groei-industrie, de grootste van de hele frisdrankmarkt, die elk jaar wereldwijd meer dan 84 miljard liter afzet. Hoewel flessenwater spotgoedkoop is om te produceren, is het toch vrij prijzig: de winkelprijs van een liter gebotteld water ligt op ongeveer hetzelfde niveau als de prijs van een liter benzine of een liter melk en is bijna duizend keer zo hoog als de prijs van kraanwater.

De redenen dat wij zoveel extra willen betalen voor water in een flesje, zijn dat het gemakkelijk te vervoeren is en goed smaakt, maar toch vooral onze gezondheid. Uit enquêtes blijkt dat de meesten van ons denken dat zogeheten ‘mineraalwater’ beter voor ons is dan kraanwater, een stelling waarvoor geen harde bewijzen blijken te zijn. Zo wordt in een onderzoek van de Wereldgezondheidsorganisatie geconcludeerd dat flessenwater geen hogere voedingswaarde heeft dan leidingwater.1

Toch raden alternatieve genezers vaak flessenwater aan voor mensen die een immuunstoornis hebben of gevoelig zijn voor bepaalde chemische stoffen. Omdat er in kraanwater gewoonlijk ook aluminium, chloor, nitraten en pesticiden zitten, wordt gebotteld water als een veilig alternatief gezien.  Maar is het dat ook? De eerste verontruste geluiden over deze bedrijfstak waren in 1990 te horen, toen Amerikaanse toxicologen sporen van benzeen ontdekten in Perrier, de koning van de mineraalwaters in het hogere marktsegment. Deze vervuiling bleek te wijten aan een kapot gasfilter; Perrier haalde honderd miljoen flessen terug en verklaarde dat het probleem was verholpen.

Maar de mythe van het zuivere water lag aan diggelen. Er ontstond argwaan en Amerikaanse onderzoekers begonnen weldra een diepgaand onderzoek naar de hele flessenwaterindustrie. Eerst gingen zij na waar het mineraalwater eigenlijk vandaan kwam. Ze kwamen tot de verbijsterende ontdekking dat de bron van 40 procent van alle flessenwater in de VS bestond uit… eh…. leidingwater.

Water dat echt uit de grond komt, is zelfs nog meer verdacht. Er was één merk ‘bronwater’, met een plaatje van bergen en een meer op het etiket, dat zijn water haalde uit een put op de parkeerplaats van een chemische fabriek die niet meer in gebruik was, aldus Erik Olson, die aan het hoofd stond van een team onderzoekers van de Natural Resources Defense Council (NRDC).
In 1999 presenteerde de NRDC een lijvig rapport over de Amerikaanse flessenwaterindustrie.

In totaal vonden zij dat pakweg 35 van de 103 merken zo goed als onwettig waren: in veel water troffen zij ‘overmatige bacteriegroei’ aan, terwijl ander water grote hoeveelheden arsenicum, chloroform, trihalomethaan of fluoride bevatten. Ook enkele Franse topmerken ontkwamen niet aan de kritiek. Zo bleken Vittel en Volvic een hoeveelheid arsenicum te bevatten (13 ppb, dat wil zeggen 13 deeltjes per miljard) die niet is toegestaan in leidingwater (maximaal 5 ppb). En Perrier bevatte 12 ppb aan ftalaten, terwijl er in leidingwater maar 6 ppb was toegestaan.

Giftige plastics

Maar waar kwamen deze giftige stoffen vandaan? Arsenicum is nog te verklaren, want dat is een natuurlijk bestanddeel van bepaalde grondsoorten, maar hoe zit het met ftalaten? Ftalaten zijn chemische verbindingen die vooral aan plastic worden toegevoegd om het buigzamer te maken. Daar zitten ze dus, in het plastic. Onderzoekers beginnen zich te realiseren dat de fles misschien wel een van de grootste oorzaken van de vervuiling van flessenwater is.

Nu steeds meer fabrikanten plastic flessen in plaats van glazen flessen gebruiken, groeit de bezorgdheid dat er giftige stoffen vanuit het plastic in het water lekken, als een theebuiltje waarvan langzaam thee wordt getrokken. In het water zijn meetbare hoeveelheden geconstateerd van stoffen die in het plastic zitten, met potentiële gevolgen voor de gezondheid. Ftalaten bootsen bijvoorbeeld estrogeen na en daar reageert het lichaam op. Uit proeven bij mannetjesratten blijkt dat ftalaten de voortplantingsorganen, de lever, de nieren en de longen kunnen beschadigen.

Deze uitkomsten zijn intussen bevestigd in onderzoek bij mensen. In twee studies met kleine jongetjes hebben onderzoekers een relatief hoge concentratie ftalaten in hun urine gevonden, waarschijnlijk door contact met plastic speelgoed. Hoewel het maar om kleine hoeveelheden ftalaten ging, vertoonden de jongens duidelijke tekenen van ‘vervrouwelijking’ en een afwijkende ontwikkeling van de geslachtsklieren.2

Erik Olson, een Amerikaanse jurist die gespecialiseerd is in milieuzaken, zegt hierover: ‘Sommige bottelaars en plasticfabrikanten zijn sterk gekant tegen een ftalaatnorm met als argument dat sommige soorten flessenwater dan al snel hun uiterste houdbaarheidsdatum zouden overschrijden.’ Het ironische van de situatie is dat er wel strenge grenzen worden gesteld aan ftalaten in leidingwater, maar dat die ontbreken voor flessenwater.

De kern van het probleem blijkt de houdbaarheid. Omdat het water in flessen (grotendeels) vrij van bacteriën is, is de toegestane houdbaarheidsperiode van flessenwater veel langer dan voor de meeste andere voedingswaren, tot wel twee jaar. Professor William Shotyk van de Universiteit van Heidelberg, Duitsland, heeft ontdekt dat de hoeveelheid antimoon in flessenwater elke drie maanden ongeveer verdubbelt.4 Bij ratten tast antimoon de lever, de milt en de schildklier aan. Hoewel dit gebeurt bij veel hogere doses dan die in flessenwater worden aangetroffen, is professor Shotyk toch bezorgd: ‘Het water in plastic flessen is vervuild,’ zegt hij.

De grootste aanleiding tot ongerustheid de laatste tijd is bisfenol A (BPA), een belangrijk onderdeel van zogeheten polycarbonaatplastics die heel veel worden gebruikt voor de opslag van voedingswaren en vloeistoffen, waaronder water. Het gevolg hiervan is dat bijna iedereen (in de westerse wereld) BPA in zijn lichaam heeft. Net als ftalaten is BPA een stof die de werking van estrogeen nabootst en men beschouwde deze stof algemeen als ‘zwak’ en dus veilig.

Wetenschappers aan de gerenommeerde Tufts University in Boston melden echter dat BPA, zelfs in doses die vroeger als veilig werden beschouwd, de hormonen bij zwangere ratten zou kunnen verstoren.5 Zo blijken ‘extreem hoge waarden van BPA’ bij muizen te leiden tot een gewoonlijk weinig voorkomende aangeboren afwijking als aneuploïd (variatie in het aantal chromosomen). Een dosis van slechts 20 ppb BPA in het drinkwater van de dieren was voldoende om deze alarmerende effecten te bereiken, zelfs binnen één week.6

Farmacologen aan de Universiteit van Cincinnati hebben deze uitkomsten bevestigd en verder uitgewerkt, waarbij zij vonden dat ‘zeer lage concentraties’ BPA de ontwikkeling van het zenuwstelsel bij rattenembryo’s kunnen verstoren. Zij waarschuwen dat BPA een ‘zeer sterke’ stof is die ‘in principe al met een geringe dosis de ontwikkeling van de hersenen beïnvloedt’.7 Alleen de tijd zal leren of deze effecten ook voor de mens gelden.

Zoals te voorspellen was, heeft de plasticindustrie gereageerd met de stelling dat BPA veilig is in de mate waarin de mens er gewoonlijk aan bloot staat. Zij haalden daarbij elf studies aan die geen risico vonden. Dr. Frederick vom Saal van de Universiteit van Missouri en dr. Claude Hughes van de East Carolina University in North Carolina vonden echter bij hun speurtocht in de wetenschappelijke literatuur negentig studies die mogelijke risico’s aantonen bij doses BPA die onder de officiële richtlijnen liggen.

Zij merkten tevens op dat de meeste onderzoeken die iets op BPA aan te merken hebben onafhankelijk zijn, terwijl de elf studies waarin BPA van ieder gezondheidsrisico wordt vrijgesproken voor het grootste deel gefinancierd zijn door de plasticindustrie.8  In dierstudies zijn trouwens ook significante effecten gevonden onder de veronderstelde ‘veilige’ dosis of referentiewaarde van 50 mcg/kg/dag. Tevens is in het laboratorium bij oneindig kleine doses van minder dan een half deeltje BPA per triljoen deeltjes water geconstateerd dat er celafbraak plaatsvond alsof er estrogeen in het spel was.

Nog verontrustender is de ontdekking van artsen aan de Universiteit van Tokio dat BPA, omdat het zo wijdverbreid is, zelfs kan worden aangetoond in het bloed van de menselijke foetus in de baarmoeder – in grotere hoeveelheden dan die waarvan bekend is dat ze schadelijke effecten op muizen hebben.9

Wat kunt u doen?

Als u water uit een fles wilt drinken, koop dan liever een glazen dan een plastic fles, zeker als u in verwachting bent, gevoelig bent voor bepaalde stoffen uit de omgeving of al ziek bent. U kunt er niet langer op vertrouwen dat water dat in een plastic fles is gestopt, gezond is. En denk erom: dit geldt evenzeer voor de automaat met gekoeld water op kantoor als voor de halveliterflesjes die in de winkel te krijgen zijn.

Tegenwoordig komt het nog maar weinig voor dat water niet in een plastic fles wordt gestopt, hoewel er één bedrijf is dat flessenwater maakt en niet aan die trend meedoet: een Engels bedrijfje met de naam Belu Water. Het is pas in 2005 opgericht en bottelt water alleen in glas. Voor algemeen directeur Reed Paget is zelfs glas echter niet milieuvriendelijk genoeg en daarom heeft hij een volledig biologisch afbreekbare fles ontwikkeld die gemaakt is van maïsmeel. Zijn intentie was vooral de milieuvervuiling terug te dringen, meer nog dan de gezondheid te bevorderen, maar nu blijkt dat de flessen van Belu slechts minieme hoeveelheden onschadelijk melkzuur afscheiden. Belu Water is alleen verkrijgbaar in de winkels van Waitrose en Tesco in Engeland en via de website (www.belu.org).

Wat is het alternatief voor wie niet aan Belu Water kan komen? Dan is er maar één oplossing: leidingwater. Hoewel de waterleidingbedrijven daar niet veel ruchtbaarheid aan geven, is het een feit dat leidingwater een aantal voordelen heeft boven flessenwater. Ten eerste is het erg goedkoop: een gemiddeld Nederlands gezin betaalde in 2005, inclusief alle heffingen en vastrechttoeslagen en dergelijke, gemiddeld ongeveer een kwart eurocent per liter. Ten tweede zijn de regels voor de zuiverheid van het drinkwater nog veel strenger dan voor flessenwater, zodat de kans bestaat dat het water uit de kraan bacteriologisch gezien schoner is dan het water uit de supermarkt. En natuurlijk is een kraan vaak handiger dan een fles.

Toch zijn er nog legio problemen met leidingwater. Afgezien van de nare smaak (met name in de randstad) is er ook vervuiling met chemische stoffen en mineralen. Hoe kunt u die eruithalen?
De eenvoudigste en goedkoopste methode is een waterkan met filter te gebruiken. De meeste waterfilters bestaan uit twee componenten: het ene bevat koolstofdeeltjes die ongewenste chemische stoffen aan zich binden, terwijl de andere filter is gemaakt van een harssoort die zich hecht aan de ionen in mineralen en ze zo onschadelijk maakt. De moeilijkheid is dat ze niet voor honderd procent doeltreffend zijn. Volgens Brita, de toonaangevende fabrikant van waterfilters, maken de filters slechts 85 procent van het chloor en 70 procent van de pesticiden onschadelijk, maar helemaal geen fluoride of nitraten.

Er is ook een inbouwsysteem om chloor, pesticiden, fluoriden en nitraten volledig uit te filteren. Dit wordt ‘omgekeerde osmose’ genoemd: het is een zeer geavanceerd filtratiesysteem met een overeenkomstig prijskaartje. Een ander probleem, behalve de kosten, is dat het ook alle heilzame mineralen uit het water haalt.

Tot slot is er nog destillatie, waarmee in theorie alles uit het water wordt gehaald, tot op de allerlaatste molecule waar nog smaak aan zit. Er zijn tegenwoordig kleine destillatieapparaten voor in de keuken verkrijgbaar, maar deze markt lijkt zich te beperken tot mensen bij wie het immuunsysteem ernstig is aangetast, want de meeste mensen voelen weinig voor gedestilleerd water omdat het nergens naar smaakt.

BRONNEN:

1 WHO Fact Sheet nr. 256, oktober 2000
2 Environ Health Perspect, 2005; 113: 926-933
3 Environ Health Perspect, 2006; 114: 805-809
4 J Environ Monit, 2006; 8: 288-292
5 Environ Health Perspect, 2001; 109: 675-680
6 Curr Biol, 2003; 13: 546-553
7 Endocrinology, 2005; 146: 5388-5396
8 Environ Health Perspect, 2005; 113: 926-933
9 Hum Reprod, 2002; 17: 2839-2841
 

Wilt u dit artikel lezen?

Als abonnee kunt u dit artikel gratis lezen door in te loggen op uw account. Nog geen abonnee? Sluit nu een abonnement af.

Andere archief artikelen

Uitgelezen; Wie ben ik als niemand kijkt

Liesbeth Woertman onderzoekt in dit boek het leven van vrouwen in vooral de derde levensfase (na de pensionering) en de laatste vierde levensfase (vanaf ongeveer 75 jaar). Wat betekent het voor hen om een ouder lichaam te hebben in een tijd van geseksualiseerde,...

Basisrecept voor elke dag

Heb jij dat ook aan het begin van een nieuw jaar? Ik sta altijd een beetje te trappelen van ongeduld. Wat zal het nieuwe jaar aan bijzondere ontmoetingen en ontwikkelingen met zich meebrengen? Voor wat voor uitdagingen komen we te staan? Hoe zullen de seizoenen...

Innerlijke reis; ik blijf me verwonderen

Een tante gaf Kor Koetje een boek uit de boedel van een boer, en dat bracht hem in zijn tienerjaren op het pad van de natuurgeneeskunde. Het was Homeopathie in de praktijk van dr. J. Voorhoeve uit de jaren 20 van de vorige eeuw. Koetjes’ schoonzus was zijn eerste...

Boezemfibrileren vaak niet opgemerkt

Atriumfibrilleren, of boezemfibrilleren, is een veelvoorkomende volksziekte bij mensen op hogere leeftijd. Het wordt niet altijd opgemerkt door de arts of de patiënt. Boezemfibrilleren is goed behandelbaar, maar onbeschermd is er een sterk verhoogde kans op...