Onvruchtbaarheid: Recent ontdekte risico’s, en veiliger alternatieven

Sinds Louise Brown, de eerste reageerbuisbaby ter wereld, in 1978 werd geboren, doen paren die niet op natuurlijke wijzen zwanger kunnen worden, als eerste een beroep op in-vitrofertilisatie (ivf). Sinds de geboorte van Louise werden er ongeveer een miljoen IVF-kinderen geboren-goed voor 1 procent van alle geboorten in de Westerse landen.

Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie heeft ongeveer 10 procent van de paren in het Westen problemen om op natuurlijke wijze zwanger te raken en van degenen die een onvruchtbaarheidsbehandeling ondergaan, maakt zo’n 1,6 procent gebruik van IVF.

Als we op sommige krantenkoppen afgaan, zouden we bijna geloven dat de minder spectaculaire resultaten uit de begintijd zijn overwonnen en dat vrouwen die gebruikmaken van IVF, op elk gewenst moment een baby kunnen krijgen. De werkelijkheid is echter anders.

Het aantal succesvolle behandelingen blijft laag – slechts ongeveer 20 procent van de paren die een IVF-behandeling ondergaat, brengt uiteindelijk een kind ter wereld – terwijl er steeds meer vraagtekens worden gezet bij de veiligheid van IVF.

Deze vraagtekens kwamen enige tijd geleden weer aan de orde door de berichten rond de dood van Sarah Parkinson, echtgenote van televisiepersoonlijkheid Paul Mertens, die in 2002 aan borstkanker overleed, en rond Liz Tilberis, de vroegere hoofdredactrice van Harper’s Bazaar, die in 1999 aan eierstokkanker stierf.

Beide vrouwen waren ervan overtuigd dat hun ziekte veroorzaakt werd door hun pogingen met IVF zwanger te worden. Beiden hadden meer dan een behandelingscyclus ondergaan en hoge doses vrouwelijk hormoon geslikt.

Hoewel de media dergelijke zorgen terzijde schoven, blijft het een feit dat IVF nog steeds één groot klinisch experiment is. Alle mogelijke variaties van IVF werden op miljoenen mannen en vrouwen losgelaten, terwijl er nauwelijks gedegen onderzoek naar was gedaan en men nog weinig inzicht had in de risico’s die IVF voor moeder of kind met zich meebrengt.

Elke nieuwe ontdekking – zoals het nieuwste kunstje: genetisch gemanipuleerde hormonen – wordt met spoed, zonder dat er gedegen onderzoek aan ten grondslag ligt, in de klinieken geïntroduceerd.

Niemand minder dan Lord Robert Winston zelf, een van de pioniers van IVF en lid van het team dat verantwoordelijk was voor het ‘reageerbuiswonder’ in 1978, heeft zich eind vorig jaar in het openbaar uitgesproken over de mogelijke risico’s van de procedure.

Tevens pleitte hij voor een betere nazorg van de kinderen en nieuwe wettelijke voorschriften voor IVF. Zesentwintig jaar na de eerste IVF-baby moeten we ons dus nog steeds afvragen: hoe veilig is IVF eigenlijk voor moeder en kind?

Hoe werkt het?

Bij het meest fundamentele type IVF-behandeling – waarbij eicellen van de moeder en spermacellen van haar partner worden gebruikt – schrijven de artsen de vrouw medicijnen voor die haar eierstokken tot rijping en eisprong van meerdere eitjes stimuleren.

Deze eitjes worden vervolgens met behulp van een bepaalde techniek, zoals ultrasound, verwijderd. Van de partner wordt een spermamonster genomen dat in het laboratorium in een kweekbakje wordt samengevoegd met de eicellen.

Twee tot drie van de gezonde pré-embryo’s die daarvan het resultaat kunnen zijn, worden in de baarmoeder teruggeplaatst, op grond van de onbewezen aanname dat hoe meer bevruchte eicellen de kans krijgen zich te ontwikkelen, hoe groter de kans dat er zich eentje innestelt en tot volledige ontwikkeling komt.

Farmaceutische stimulatie van de eierstokken is tot nu toe het basisprincipe van kunstmatige voortplanting. De techniek komt er in wezen op neer dat er diverse krachtige preparaten worden toegediend die de eierstokken aanzetten zoveel mogelijk gerijpte eitjes uit te spuwen.

De gevaarlijkste mogelijke complicatie daarbij staat bekend als het ‘ovariumhyperstimulatiesyndroom’(OHSS). In Nederland krijgt 1 tot 10 procent (afhankelijk van de methode van hyperstimulatie) van alle vrouwen die een IVF-behandeling krijgen, – dat zijn er elk jaar 10.000 – het ovariumhyperstimulatiesyndroom. Van dit aantal is 0,5 tot 2 procent ernstig te noemen.

IMS, de Britse ‘medicijnenbijbel’ voor huisartsen, waarschuwt dat OHSS een mogelijk fatale bijwerking is van vruchtbaarheidspreparaten en dat alle patiënten die ovulatie-inductie ondergaan, een risico lopen. Het syndroom kan tot levensbedreigende dehydratie leiden, omvangrijke vochtophoping in borst en onderbuik, bloedstolsels en aandoeningen die er het gevolg van zijn en nierbeschadiging.

Clomifeencitraat (Clomid), een van de eerste, primaire vruchtbaarheidspreparaten, zou alleen voorgeschreven worden aan vrouwen die aan ovariële disfunctie lijden. De fabrikant Aventis Pharma raadt het gebruik gedurende meer dan drie cycli af1. Ondanks dit advies wordt het preparaat vaak als eerste behandeling voorgeschreven, of een vrouw nu onregelmatig ovuleert of niet, en wordt het gebruik tot zes cycli verlengd.

Indien clomifeen oraal wordt ingenomen, is de werking gebaseerd op blokkade van oestrogeen, waardoor de hypofyse wordt aangezet follikelstimulerend hormoon (FSH) en luteïniserend hormoon (LH) te produceren, die follikelgroei en eisprong stimuleren. Bijwerkingen zijn onder andere een verminderde hoeveelheid en kwaliteit van baarmoederhalsslijm en verdunning van het baarmoederslijmvlies. Komt dat voor, dan worden soms nog meer hormonale stoffen gegeven om de dikte van het slijmvlies te herstellen. Ook kunnen vrouwen cysten in de eierstokken of opvliegers krijgen, misselijk worden en last krijgen van gewichtstoename en vermoeidheid.

Down-regulatie van uw cyclus

Als de behandeling met clomifeen niet aanslaat, krijgt de vrouw nog krachtiger vruchtbaarheidspreparaten voorgeschreven. Dat zijn de ‘superovulatie’-preparaten die het lichaam van de vrouw dwingen verscheidene eitjes uit te werpen.

Veel van deze preparaten zijn hormonen die afkomstig zijn van natuurlijke bronnen, zoals de urine van zwangere vrouwen of van vrouwen na de menopauze, of het zijn recombinante – genetisch ontwikkelde – varianten.

In februari 2003 adviseerde de Britse Commissie voor de Veiligheid van Medicijnen dat Metrodin, een van de oudere superovulatiepreparaten, in Groot-Brittannië niet meer mag worden gebruikt. Het is een voorzorgsmaatregel naar aanleiding van een geval waarbij een variant van de ziekte van Creutzfeldt-Jakob werd geconstateerd in Italië, waar de urine die gebruikt werd om het preparaat te maken, vandaan kwam.

De meeste vrouwen die een vruchtbaarheidsbehandeling ondergaan, worden waarschijnlijk met drie soorten medicijnen bestookt: een GnRHa (gonadotrofine releasing hormoonanalogon) om de hypofyse uit te putten en zo te voorkomen dat er LH vrijkomt en er ovulatie plaatsvindt tot de follikels volgroeid zijn; een FSH-preparaat om de productie van meerdere follikels te stimuleren; en hCG (humaan choriongonadotrofine) om de uiteindelijke rijping van de eitjes in de follikels tot stand te brengen.

Bovendien krijgen de vrouwen dagelijks gedurende vier tot acht dagen van de behandeling direct gonadotrofinen zoals LH en FSH voorgeschreven. Tijdens de ‘down-regulatie van de hypofyse’ – zoals deze fase van de behandeling heet – wanneer de ovulatie wordt uitgesteld, wordt onder andere de GnRH-stof gosereline-acetaat gegeven, die soms honderd keer krachtiger is dan het natuurlijk hormoon voor ovariële stimulatie.

Deze en andere GnRHa-preparaten worden tijdens de superovulatiefase van IVF meestal in combinatie met humaan menopauzaal gonadotrofine gegeven (hMG). Bij vrouwen die een combinatie van de twe preparaten kregen, zijn er gevallen bekend van potentieel levensbedreigende ovariële hyperstimulatie.2

Deze hCG-fase is een subtiele evenwichtsoefening, waarbij ten minste drie follikels van een bepaalde grootte moeten zijn, en de bloedspiegel van oestradiol, een oestrogeen, op een bepaald niveau moet zijn voordat er hCG kan worden gegeven, waarschuwt Organon, een van de fabrikanten.

Ongeveer 36 uur later zijn de eitjes rijp genoeg om te worden geoogst.  Als er ovariële hyperstimulatie optreedt, moet het gebruik van hMG onmiddellijk worden gestaakt en dient met hCG te worden gestopt3.

Gedurende deze hele procedure, waarbij de medische wetenschap en de chemie in feite de hele vrouwelijke cyclus hebben overgenomen – en ingrijpend hebben veranderd – dienen oestrogeengehalte en grootte van het ovarium nauwlettend in de gaten te worden gehouden, bij voorkeur met ultrasound, om te voorkomen dat hoge doses het oestrogeengehalte te snel laten stijgen.

Bestaat er een risico op kanker?

Of er bij een IVF-behandeling een risico op kanker bestaat, weten we (nog) niet. De eierstokken produceren de vrouwelijke geslachtshormonen oestrogeen en progesteron. Wanneer de concentratie daarvan in het lichaam kunstmatig wordt verhoogd, kan het risico op hormoongerelateerde soorten kanker, zoals borstkanker of baarmoederkanker, stijgen.4 Er bestaat geen twijfel over dat overmatig exogeen oestrogeen (dat niet door het lichaam zelf is aangemaakt) kanker veroorzaakt.

En er bestaat afdoende bewijs dat geslachtshormonen een rol spelen bij een aantal soorten kanker bij vrouwen, aangezien deze hormonen de celdeling in organen als borsten, eierstokken en baarmoederslijmvlies stimuleren.

In de Verenigde Staten is het inmiddels algemeen aanvaard dat hormonen verantwoordelijk zijn voor meer dan 30 procent van alle soorten kanker bij Amerikaanse vrouwen.5
Tijdens een IVF-behandeling worden de hormoonconcentraties buitensporig hoog opgeblazen. In sommige gevallen worden de hormoonconcentraties twee tot drie achtereenvolgende dagen meer dan verdubbeld.

Dit komt overeen met het gebruik van hormoonsubstitutietherapie (hormone replacement therapie – HRT), waarvan grootschalige onderzoeken, zoals dat van het Women’s Health Initiative in de Verenigde Staten en de Million Women Study in Groot-Brittannië, inmiddels onmiskenbaar hebben aangetoond dat na slechts één jaar HRT een verhoogd risico op borst- en eierstokkanker bestaat.6

Nog een mogelijke reden voor een verhoogd risico op eierstokkanker bij IVF is dat ovariële stimulatie een groot aantal eitjes tot gevolg heeft. Een gestimuleerde IVF-cyclus levert binnen één maand evenveel eitjes op als een vrouwenlichaam normaal in één of zelfs twee jaar produceert.

Vrouwen kunnen maar liefst twintig keer een kans wagen met IVF als ze dat willen, waarbij ze in minder dan twee jaar tijd tussen de 200-500 eitjes produceren – evenveel als de productie over een periode van twintig jaar. (In Nederland vergoedt de verzekering drie IVF-behandelingen, dus de kans dat vrouwen het in ons land twintig keer proberen, is klein. – red.)

Het onderzoek naar de risico’s levert op z’n zachtst gezegd tegenstrijdige resultaten op. In een van de recentste onderzoeken aan La Trobe University in de Australische stad Carlton voerden onderzoekers een serie observatie-onderzoeken uit onder een van de meest spectaculaire steekproefgroottes tot nu toe.

Zij volgden 29.700 vrouwen die vóór januari 1994 in tien verschillende Australische IVF-centra werden behandeld, waarbij de meesten vijf tot tien jaar lang werden gevolgd. Van deze vrouwen kregen er 20.656 vruchtbaarheidspreparaten tijdens de IVF (de ‘behandelde’groep) en 9044 niet (de ‘niet-behandelde’ groep).

Hoewel er tijdens het onderzoek geen aanzienlijke verschillen waren in het aantal gevallen van borst- en eierstokkanker tussen de twee groepen, werd bij meer vrouwen in de behandelde groep in het eerste jaar na behandeling met vruchtbaarheidspreparaten de diagnose borstkanker gesteld dan verwacht – bijna twee keer zoveel als voorspeld.7

Niettemin kwam men in een ander recent onderzoek tot een andere conclusie. Volgens dit onderzoek, waarbij onderzoekers uit de Verenigde Staten en andere landen gegevens over onvruchtbaarheid en het gebruik van vruchtbaarheidspreparaten uit acht casus-gecontroleerde onderzoeken verzamelden, liepen vrouwen die vruchtbaarheidspreparaten hadden gebruikt, geen groter risico op eierstokkanker dan vrouwen die ze nooit hadden gebruikt.

Elke geslaagde zwangerschap verkleinde het risico om later eierstokkanker te krijgen. Vrouwen die langer dan vijf jaar zonder succes hadden geprobeerd zwanger te raken, liepen 2,7 keer zoveel risico op eierstokkanker dan vrouwen die het korter dan een jaar hadden geprobeerd.

Onvruchtbaarheid op zichzelf zou vrouwen vatbaar kunnen maken voor eierstok- of borstkanker, aangezien alle vrouwen die zonder verklaring onvruchtbaar waren, vaker kanker aan de eierstokken en baarmoeder bleken te hebben dan voorspeld – of ze nu wel of niet een behandeling met vruchtbaarheidspreparaten ondergingen.

Endometriose bleek ook een risicofactor te zijn.8 Dit komt overeen met ander onderzoek naar borst- en eierstokkanker dat suggereert dat wanneer er voortdurend zonder pauze – zoals gedurende de zwangerschap – ovulatiehormonen worden afgevuurd, dit ten slotte kanker op gang brengt. Het Amerikaanse onderzoek toonde ook duidelijk aan dat zwangerschap en borstvoeding beschermend werkten tegen eierstokkanker.

Niettemin hebben enkele eerdere onderzoeken aangetoond dat IVF een driemaal zo groot risico op eierstokkanker geeft. Zo ontdekte men in twaalf onderzoeken die door de American Collaborative Ovarian Cancer Group aan de universiteit van Stanford in Californië werden geanalyseerd, dat het risico op invasieve eierstokkanker bij onvruchtbare vrouwen die vruchtbaarheidspreparaten hadden gebruikt, bijna driemaal zo hoog was als bij vruchtbare vrouwen en hoger dan bij onvruchtbare vrouwen die de preparaten niet hadden gebruikt.9

Onderzoek naar clomifeencitraat heeft aangetoond dat voor vrouwen die dit middel gebruiken, het risico op een invasieve ovariële tumor ongeveer tweeënhalf keer zo groot wordt. Vrouwen die het middel gedurende twaalf of meer cycli hadden gebruikt, liepen zelfs nog meer risico.10

Er bestaat ook bewijs dat follikelstimulerend hormoon een bepaald enzym stimuleert dat de groei bevordert van cellen aan de oppervlakte van de eierstokken.11Het probleem met de onderzoeken tot nu toe is echter dat ze ´observationeel´ zijn, dat wil zeggen dat ze uitgaan van een groep vrouwen die vruchtbaarheidspreparaten hebben gebruikt en van een groep die dat niet heeft gedaan, om vervolgens het aantal gevallen van kanker te vergelijken.

Dit soort methoden betrekt geen andere factoren in het onderzoek, zoals een gezonde leefstijl en ander hormoongebruik waarvan men weet dat het het risico op kanker vergroot.

Het zou dus kunnen zijn dat we twee groepen vrouwen vergelijken die allebei hormonen hebben gebruikt – de ene groep door IVF en de andere door de pil. Bovendien zou het kunnen zijn dat we IVF-kankers afzetten tegen de statistieken voor ‘normale’ borst- en eierstokkanker – die opgeblazen zijn vanwege het aantal gevallen van kanker onder de bevolking dat door andersoortig hormoongebruik wordt veroorzaakt.

In het geval van HRT bleken eerdere casus-gecontroleerde onderzoeken uiteindelijk onjuist te zijn toen men een prospectief gerandomiseerd, dubbelblind placebo-gecontroleerd onderzoek verrichtte (waarbij een groep vergelijkbare vrouwen willekeurig in groepen werd verdeeld, de ene groep vruchtbaarheidspreparaten kreeg en de andere groep een placebo).

Risico voor kinderen

Kanker is niet het enige zorgwekkende aspect rond IVF. Al sinds lange tijd maakt men zich zorgen over het mogelijke risico op zeldzame afwijkingen bij de geboorte of andere problemen met de gezondheid van de kinderen zelf, vooral aandoeningen die zich op de lange termijn ontwikkelen.

Daarom hebben de Johns Hopkins universiteit in Baltimore, Maryland, de American Society for Reproductive Medicine en de American Academy of Pediatrics vorig jaar hun krachten gebundeld en een panel van deskundigen bijeengeroepen, dat de beschikbare onderzoeksgegevens analyseert. In Groot-Brittannië volgt de Human Fertilisation and Embryology Authority dezelfde koers.

Meerlingzwangerschappen, waarop men 27 keer zoveel kans loopt bij IVF-baby’s dan bij niet-IVF baby’s, brengen meer risico’s met zich mee, waarbij de kans op een afwijking 5,4 maal groter is. Ook is de kans op vroeggeboorte en/of een laag geboortegewicht vijf maal zo groot.12

Onder IVF-baby’s komt ook driemaal zoveel spastische verlamming voor in vergelijking met kinderen in de algehele populatie, wat volgens een Zweeds onderzoek geldt voor zowel tweelingen, drielingen als eenlingen met een normaal geboortegewicht.13

Er zijn casussen waarbij men suggereert dat IVF-kinderen ook een verhoogde kans op kanker hebben. In een brief aan the Lancet (22 december 1990) werd gemeld dat vijf kinderen die tussen 1985 en 1987 in Australië werden geboren, een hersentumor kregen. De onderzoekers meenden dat de gemeenschappelijke factor bij deze kinderen het gebruik van het ovulatiestimulerend middel Clomid was (clomifeen).

Een ander onderzoek van La Trobe University in Australië nam alle geboorten (5249) na een IVF-behandeling in twee klinieken in Victoria in ogenschouw en vergeleek deze met een kankerregistratie. Er kwam bij deze kinderen iets meer kanker voor dan verwacht.14

In eerdere rapporten over kunstmatige bevruchting ontdekte men dat 7 procent van de zuigelingen met ingrijpende aangeboren misvormingen ter wereld kwam – variërend van hartafwijkingen tot een klompvoet.15 Onder de algehele bevolking is dit 2 procent. Hartafwijkingen, in bijna 4 procent van de gevallen, vormden het grootste probleem; het percentage daarvan ligt meestal rond de 0,4-0,5 procent.

Er bestaat ook een verband tussen IVF-baby’s en een cluster van zeldzame genito-urinaire aandoeningen bij de geboorte, bekend als extrofie-epispadie van het blaas- en cloacacomplex. Het Johns Hopkins Children’s Center heeft 12-14 procent van alle voorkomende gevallen in de Verenigde Staten onderzocht.

Van de 28 kinderen die gedurende 1998-2001 in het centrum werden behandeld, waren er vier IVF-kinderen. De verwachte incidentie voor alle IVF-kinderen die in de onderzoeksperiode werden geboren (112.137) was vijf, waarmee werd aangegeven dat de afwijkingen zeven maal frequenter voorkwamen bij IVF-kinderen dan bij de algehele bevolking.16

Nog een probleem dat zich voordoet, zijn de zeldzame afwijkingen door genetische imprinting. Imprinting ‘markeert’ bepaalde genen – in het bijzonder de genen die met de ontwikkeling van de baby in de baarmoeder te maken hebben – om te onderscheiden of ze van het eitje van de moeder of van de spermacel van de vader afkomstig zijn.

Zo wordt zichtbaar hoe actief een gen is. De genen van vaders kant laten baby’s over het algemeen sneller groeien, terwijl die van moeders kant de groei meestal temperen. Wordt de imprinting verstoord, dan is dit proces niet langer onder controle.

Een voorbeeld van zo’n verstoring is het Beckwith-Wiedemannsyndroom (ook wel BWS-syndroom), een verzameling afwijkingen die wordt gekenmerkt door excessieve groei van verschillende weefsels. Dit syndroom komt over de hele linie ongeveer 1 op de 15.000 geboorten voor.

Amerikaanse onderzoekers die de nationale registratie van BWS-patiënten bestudeerden, ontdekten dat er zes keer zoveel IVF-geïnitieerde geregistreerde bevruchtingen voorkwamen dan verwacht.17

Problemen met imprinting kunnen ook voortkomen uit een zogenaamde ICSI-procedure (intracytoplasmatische sperma-injectie), waarbij een enkele spermacel direct in de eicel wordt geïnjecteerd. In twee gevallen van het syndroom van Angelman (een aandoening verwant aan autisme) concludeerden de onderzoekers dat ICSI de maternale imprint in de pre-embryocel kan verstoren.18

Men vermoedt dat ICSI ook de oorzaak is van lichte genetische afwijkingen, waaronder het overdragen van onvruchtbaarheid van vader op kind, aangezien alleen de sterkste zaadcel er gewoonlijk in slaagt het eitje te penetreren. ICSI kan ook een rol spelen bij hersenafwijkingen.

Volgens onderzoek toonde 17 procent van de ICSI-kinderen op eenjarige leeftijd een milde tot aanzienlijke ontwikkelingsachterstand vergeleken bij 2 procent van de kinderen die door bevruchting na gewone IVF werden geboren en 1 procent van de kinderen die uit spontane zwangerschappen werden geboren.19

Lord Winston in eigen persoon vraagt zich vooral bezorgd af of het gebruik van ingevroren embyo’s en de procedure van blastocystetransfer wel zo veilig is. Daarbij worden embryo’s na de bevruchting pas na vijf in plaats van de gebruikelijke twee dagen in de baarmoeder teruggeplaatst. Dit uitstel vormt mogelijk de oorzaak van genetische afwijkingen.20

Zijn woorden lijken te worden bevestigd door een onderzoek van het Dexeus Institute en de Universidad Autonoma de Barcelona dat aantoonde dat de structuur van ingevroren eitjes tijdens het ontdooien verstoord raakt, waardoor het embryo te veel of te weinig chromosomen bevat. Ook is er hoge incidentie van miskramen.21

Elders hebben artsen gewaarschuwd tegen de onbetamelijke haast waarmee paren tegenwoordig tot IVF besluiten: na slechts een jaar van vruchteloze pogingen zwanger te raken stort men zich al op IVF. Tenzij u een medische indicatie voor onvruchtbaarheid heeft, zoals verstopte eileiders, kan na een wachttijd van twee jaar wel eens blijken dat u helemaal geen IVF nodig hebt, aldus gezamenlijk onderzoek van het National Institute of Environmental Health Sciences in Washington, DC en de universiteit van Padua.

Deanne Wilson
en Lynne McTaggart

BRONNEN:

1 Medicines Compendium, Pharmaceutical Press, 2003
2 Medicines Compendium, Pharmaceutical Press, 2003
3 Medicines Compendium, Pharmaceutical Press, 2003
4 BMJ, 1989; 299: 309-11
5 At Risk: Health, Safety & Environment, 1998; 9 [zomer]: 201-27
6 JAMA, 2002; 288: 321-33; Lancet 2003; 362: 419-27
7 Lancet, 1999; 354: 1586-90;
8 Lancet, 1999; 354: 1586-90; Am J Epidemiol, 2002, 155:217-24
9 Am J Epidemiol, 1992; 136: 1175-83
10 N Engl J Med, 1994; 331: 771-6
11 J Clin Endocrinol Metabol, 2002; 87: 2245-53
12 Lancet, 1999; 354: 1579-85
13 Clin Dev Med, 2000; 151: 67-83; Lancet, 2002; 359:459-60, 461-5
14 Hum Reprod, 2000; 15: 604-7
15 Lancet, 1991; 337: 762-3
16 J Urol, 2003; 169: 1512-5
17 Am J Hum Genet, 2003; 72: 156-60
18 Am J Hum Genet, 2002; 71: 162-4
19 Lancet, 1998; 351: 1524-5
20 Na Cell Biol, 2002; 4 [Suppl 1]: S14-8; Nat Med, 2002; 8 [Suppl 1]: S14-8
21 Eur J Hum Genet, 2003; 11: 325-36


Vruchtbaarheidspreparaten

De recombinant DNA-techniek – of gentechnologie – heeft zich in de afgelopen tien jaar zo spectaculair ontwikkeld dat nu 98 procent van alle vruchtbaarheidspreparaten die in de Verenigde Staten worden voorgeschreven, hieronder valt.

Met de techniek worden cellen opnieuw geprogrammeerd zodat er meer vrouwelijke hormonen of gonadotrofinen worden geproduceerd. Deze gemodificeerde cellen, die recombinanten worden genoemd, brengen nieuwe eigenschappen over aan andere cellen die, op hun beurt, de eiwitten afscheiden die nodig zijn voor de bevruchting, zoals humaan follikelstimulerend hormoon (hFSH), humaan luteïniserend hormoon (hLH) en humaan chorio-gonadotrofine (hCG).

De nieuwe generatie vruchtbaarheidspreparaten heeft nog steeds bijwerkingen en gevaren. Allemaal kunnen ze hoofdpijn, misselijkheid en pijn in de onderbuik veroorzaken, maar recombinant gonadotrofinen kunnen na injectie ook bijwerkingen (pijn, zwelling of irritatie) en ‘ovariumhyperstimulatiesyndroom’ veroorzaken, dat tot vergrote eierstokken leidt. Deze laatste aandoening bezorgt 4 procent van de vrouwen ernstig ongemak, terwijl 1 procent van de patiënten in het ziekenhuis moet worden opgenomen.1

Ook kunnen zich trombo-embolische aandoeningen (bloedstolsels) voordoen, waaronder tromboflebitis (ontsteking van en bloedstolsels in de aderen), longembolie, beroerte en slagaderlijke occlusie, die in sommige gevallen fataal bleken, evenals braken, diarree, koorts, zwelling, pijnlijke borsten, cysten in de eierstokken of allergische reacties (zoals koorts, koude rillingen, gewrichtspijn, hoofdpijn en vermoeidheid).

Nogmaals, het mogelijke verband tussen deze nieuwe vruchtbaarheidsbehandelingen en eierstokkanker, zoals dr Alice Whittemore van de universiteit van Stanford als eerste onthulde, is nooit op bevredigende wijze ontzenuwd.
1 Hum Reprod, 1999; 14: 294-7


Alternatieven voor IVF Wat doen we dán?

Neem contact op met Foresight als u zwanger wilt raken. De geringe kans op succes van IVF kan niet op tegen het succes van een kleine liefdadigheidsinstelling in Godalming in het Britse Surrey, waar een uitbundige 70-jarige dame, Belinda Barnes, de scepter zwaait. Bij Foresight, de Vereniging voor Preconceptieve Zorg, gelooft men dat onvruchtbaarheid meestal door slechte voedingsgewoonten ontstaat. Het voorbereidingsprogramma op een zwangerschap, dat vier tot zes maanden duurt, analyseert en behandelt specifieke individuele problemen voordat een paar een bevruchting tot stand probeert te brengen.

Op basis van de ervaringen van Foresight heeft zo’n 70 procent van de mensen die een IVF-behandeling willen – behalve degenen met complicaties zoals verstopte eileiders of onvruchtbaarheid door chemotherapie – helemaal geen IVF nodig (www.foresight-preconception.org.uk).
In 1999 was het succespercentage van Foresight 78,4 ofwel 846 zwangerschappen van de 1076 behandelde paren, van wie 1061 onvruchtbaar dachten te zijn of miskramen hadden gehad. Er waren vier gevallen van misvorming en zwangerschapsonderbreking (0,47 procent) en 28 miskramen (3,2 procent), die beperkt bleven tot vrouwen die al eerder een miskraam hadden.
Van de minderheid van paren die wel IVF nodig hebben, verhoogt Foresight de kans op succes met een (zwangerschaps)percentage van 43,5.

Volg zelf het Foresight-programma
– Eet biologische natuurvoeding, gebruik gefilterd water, geen geraffineerde koolhydraten, geen kunstmatige toevoegingen en geen voedsel uit de magnetron. Alcohol, roken en drugs zijn verboden.
– Controleer uw gehalte aan spoorelementen en giftige zware metalen door middel van haaranalyse, zweet- en bloedtesten voor overmatige zware metalen, of tests waarbij wordt nagegaan of u essentiële mineralen en spoorelementen tekortkomt.
– Vul alle tekorten aan met vitaminensupplementen.
– Laat uzelf en uw partner nakijken op genito-urinaire infecties, die vaak geen symptomen hebben, en die onvruchtbaarheid, miskraam of een doodgeborene kunnen veroorzaken.
– Laat nagaan of u allergieën, te weinig maagzuur, parasieten of andere problemen met voedselopname hebt en laat de aandoeningen behandelen.
– Gebruik natuurlijke methoden voor gezinsplanning, zoals mechanische vormen van voorbehoedmiddelen, totdat u het startsein krijgt dat u kunt proberen zwanger te worden.

Als u toch denkt IVF nodig te hebben, kies dan de mildere, voorzichtiger manier. Kies een ‘natuurlijke-cyclusmethode’, waarbij de ovulatie spontaan mag optreden. De kans om op deze manier een kind te krijgen is bijna net zo groot als met een farmaceutisch gestimuleerde methode, volgens een onderzoek van King’s College Hospital in Londen.1 Daarbij is het veiliger, minder stressvol, en resulteert minder vaak in de geboorte van meerlingen – en het is goedkoper, zo’n 20 procent van de huidige kosten van cycli die door hormoonpreparaten worden gestimuleerd.
Bij verstopte eileiders: probeer acupunctuur. Overweeg adoptie.

De regels voor adoptie in Nederland vindt u op de website van het ministerie van Justitie (www.justitie.nl). Enkele regels zijn: u mag niet ouder zijn dan 41 jaar op het moment van de aanvraag, en u moet achttien jaar ouder zijn dan het adoptiekind. Voor adoptie van een Nederlands kind komen zowel gehuwden als samenwonenden van verschillende als van hetzelfde geslacht in aanmerking. Ook individuen kunnen adoptie aanvragen. Voor buitenlandse kinderen komen paren van hetzelfde geslacht volgens de regels van het ministerie niet in aamerking. Zie voor meer informatie ook de website van de Stichting voor Adoptievoorzieningen (www.adoptie.nl). Op de website van de Stichting Stil Verlangen vindt u informatie over alles wat met de kinderwens te maken heeft (www.stilverlangen.com).

1 Hum Reprod, 2001; 16: 259-62

Wilt u dit artikel lezen?

Als abonnee kunt u dit artikel gratis lezen door in te loggen op uw account. Nog geen abonnee? Sluit nu een abonnement af.

Andere archief artikelen

Uitgelezen; Wie ben ik als niemand kijkt

Liesbeth Woertman onderzoekt in dit boek het leven van vrouwen in vooral de derde levensfase (na de pensionering) en de laatste vierde levensfase (vanaf ongeveer 75 jaar). Wat betekent het voor hen om een ouder lichaam te hebben in een tijd van geseksualiseerde,...

Basisrecept voor elke dag

Heb jij dat ook aan het begin van een nieuw jaar? Ik sta altijd een beetje te trappelen van ongeduld. Wat zal het nieuwe jaar aan bijzondere ontmoetingen en ontwikkelingen met zich meebrengen? Voor wat voor uitdagingen komen we te staan? Hoe zullen de seizoenen...

Innerlijke reis; ik blijf me verwonderen

Een tante gaf Kor Koetje een boek uit de boedel van een boer, en dat bracht hem in zijn tienerjaren op het pad van de natuurgeneeskunde. Het was Homeopathie in de praktijk van dr. J. Voorhoeve uit de jaren 20 van de vorige eeuw. Koetjes’ schoonzus was zijn eerste...

Boezemfibrileren vaak niet opgemerkt

Atriumfibrilleren, of boezemfibrilleren, is een veelvoorkomende volksziekte bij mensen op hogere leeftijd. Het wordt niet altijd opgemerkt door de arts of de patiënt. Boezemfibrilleren is goed behandelbaar, maar onbeschermd is er een sterk verhoogde kans op...