25-07-2008

Obesitas: waar de farmaceutische industrie vet van wordt

De nieuwste aanwinst in de schappen van de apotheek zijn de middelen tegen vetzucht en die gaan als warme broodjes over de toonbank! In de Verenigde Staten zijn ze al in 1997 vrijgegeven en een jaar later is dat ook in Europa gebeurd. Intussen bereiken ze jaarlijks al een omzet van 500 miljoen Amerikaanse dollar en verwacht wordt dat dit cijfer tegen 2010 is verdriedubbeld. Dat is een buitengewoon groot succes voor een categorie geneesmiddelen die niet werkt, die niet fatsoenlijk is getest en die mogelijk ernstige bijwerkingen vertoont. De twee middelen die momenteel op de markt zijn – orlistat (Xenical) en sibutramine (Reductil) – zijn niet eens in staat mensen zoveel gewicht te laten verliezen dat het voldoet aan de minimumnormen die gezondheidsinstanties aanbevelen. De Amerikaanse National Institutes of Health (NIH) heeft verklaard dat een gewichtsafname van 10 procent voor iemand met een body mass index (BMI) van 30 of meer al genoeg is om de kans op type-2-diabetes (niet afhankelijk van insuline) en hartziekten terug te dringen. De Europese controlerende instantie voor geneesmiddelen, het European Agency for the Evaluation of Medicinal Products (EMEA), heeft deze standaard overgenomen en heeft verklaard dat ieder geneesmiddel tegen obesitas echt minstens deze norm moet halen.

Helaas is deze eis nergens in een vergunningprotocol opgenomen. Als dat wel was gebeurd, dan zouden orlistat en sibutramine niet zijn goedgekeurd in de EU-landen. In een beperkte serie onderzoeken blijken deze middelen een gewichtsverlies van slechts 5 procent te bereiken, terwijl het optimale cijfer van 10 procent alleen werd gehaald wanneer de patiënt ook veranderingen in zijn levensstijl en dieet had doorgevoerd.

Als dit inderdaad klopt, wijst dat erop dat artsen het om te beginnen bij het verkeerde eind hebben als zij deze geneesmiddelen voorschrijven. Een van de strikte eisen voor het voorschrijven van deze middelen is dat ze alleen gegeven mogen worden aan mensen die te dik zijn en die niet kunnen afvallen door simpelweg hun manier van leven te veranderen. Wat dat betreft worden ze gezien als een laatste redmiddel voor mensen die niet de wilskracht hebben om veranderingen aan te brengen in hun dieet en hun lichaamsbeweging of niet afvallen wanneer zij zulke veranderingen doorvoeren.

In een vierjarige studie onder 3305 zwaarlijvige patiënten werd met orlistat een gewichtsafname van slechts 2,9 procent bereikt en maakte slechts 43 procent van de deelnemers het onderzoek af.1 Sibutramine doet het maar een heel klein beetje beter. In drie experimentele studies naar gewichtsverlies, die elk een jaar duurden, leidde dit geneesmiddel bij de deelnemers tot een gewichtsafname van gemiddeld 4,8 procent, terwijl het aantal voortijdige uitvallers gemiddeld 48 procent was.2 Het aantal proefpersonen in deze onderzoeken dat er vroegtijdig mee ophield, is zo opmerkelijk dat de resultaten volgens onderzoekers aan het universitair medisch centrum van Alberta vrijwel niets te betekenen hebben.3
Maar behalve dat deze onvolledige klinische experimenten niet kunnen aantonen dat deze geneesmiddelen effectief zijn, hebben ze ook een heel scala van schadelijke effecten blootgelegd. Zo komen problemen met de ingewanden algemeen voor bij mensen die orlistat gebruiken. In één onderzoek bleek wel 30 procent van de patiënten vaker ontlasting te produceren, terwijl 7 procent last had van fecale incontinentie.4

De ongunstige reacties op sibutramine vertonen een grotere verscheidenheid en zijn kenmerkend voor een antidepressivum, wat dit middel oorspronkelijk ook was. Veel voorkomende bijwerkingen zijn slapeloosheid, misselijkheid, een droge mond en verstopping.5 In Italië is dit geneesmiddel in 2002 tijdelijk uit de markt genomen nadat er vermoedens waren ontstaan dat de dood van twee patiënten hierdoor veroorzaakt was. Het verhoogt de bloeddruk en de hartslag en de Italiaanse rapporten suggereren dat het ook een versnelde hartwerking (tachycardie) en een onregelmatige hartslag (aritmie) veroorzaakt.

Maar omdat de Italiaanse controlerende instanties niet afdoende konden aantonen dat dit geneesmiddel voor beide sterfgevallen verantwoordelijk was, werd het opnieuw toegelaten. Desondanks wordt sibutramine niet aanbevolen voor patiënten die al te maken hebben met een hoge bloeddruk die niet onder controle is, hartproblemen of tachycardie.6 Intussen wordt er binnenkort een nieuw geneesmiddel tegen obesitas op deze lucratieve markt gelanceerd. Rimonabant (Acomplia) is al door de EMEA goedgekeurd en de Amerikaanse instantie voor de regulering van geneesmiddelen, de Food and Drug Administration (FDA), is het middel nog aan het beoordelen.

Het is een nieuw type geneesmiddel dat bekend staat als een CBI-selectief ligand. Zijn farmacologische basis is Cannabis sativa, de stemmingsbeïnvloedende plant die al honderden jaren voor recreatieve doeleinden wordt gebruikt. Dit geneesmiddel werd aanvankelijk ontwikkeld als middel tegen vetzucht en als middel dat het makkelijker maakt met roken te stoppen, maar dit laatste onderdeel heeft men laten vallen.

Het geneesmiddel is getest in een serie klinisch-experimentele onderzoeken die gezamenlijk bekend staan als het Rimonabant In Obesity-programma of RIO. Na één jaar bleek dat het middel niet werkte bij een dosering van 5 mg, en dat 20 mg slechts iets effectiever was dan orlistat of sibutramine. Er werd een gewichtsafname bereikt van 5 procent.7 Veel voorkomende bijwerkingen zijn misselijkheid, duizeligheid, diarree en slapeloosheid, waar wel 9 procent van de gebruikers last van heeft. Terwijl een dosis van 20 mg kan helpen om af te vallen, wordt die hoeveelheid ook minder goed verdragen, zodat zeker 16 procent van de onderzoeksdeelnemers die deze dosering kregen vroegtijdig uit het onderzoek stapten.

In drie van de RIO-studies moest 7 procent van de proefpersonen ermee ophouden vanwege psychiatrische stoornissen, waarbij de meesten melding maakten van voortdurend terugkerende perioden van depressie. Onderzoekers schatten de algehele kans op depressie bij rimonabant op 5 procent. De Canadese onderzoekers denken echter dat dit nog een voorzichtige schatting is aangezien mensen van wie men wist dat zij een psychische aandoening hadden, bij voorbaat van het onderzoek werden uitgesloten.

Het meest verontrustende aspect van deze geneesmiddelen tegen vetzucht is echter misschien wel hun effect op de lange termijn. Omdat deze geneesmiddelen nog betrekkelijk nieuw zijn en omdat er tot dusver praktisch geen klinisch-experimenteel onderzoek met succes is afgerond, heeft niemand eigenlijk een goed idee van wat er gebeurt met mensen die deze middelen gebruiken. De enige zekerheid die we hebben is dat ze de farmaceutische bedrijven enorme winsten opleveren.

BRONNEN:
1 Diabetes Care, 2004; 27: 155-161
2 J Obes Relat Metab Disord, 2003; 27: 1437-1446
3 Lancet, 2007; 369: 71-77
4 Cochrane Database Syst Rev, 2003; 4: CD004094
5 Obes Res, 1999; 7: 363-369
6 Drug Safety, 2003; 26: 1027-1048
7 Cochrane Database Syst Rev, 2006; 4: CD006162
8 N Engl J Med, 2005; 353: 2121-2134

Wilt u dit artikel lezen?

Als abonnee kunt u dit artikel gratis lezen door in te loggen op uw account. Nog geen abonnee? Sluit nu een abonnement af.

Andere archief artikelen

Uitgelezen; Wie ben ik als niemand kijkt

Liesbeth Woertman onderzoekt in dit boek het leven van vrouwen in vooral de derde levensfase (na de pensionering) en de laatste vierde levensfase (vanaf ongeveer 75 jaar). Wat betekent het voor hen om een ouder lichaam te hebben in een tijd van geseksualiseerde,...

Basisrecept voor elke dag

Heb jij dat ook aan het begin van een nieuw jaar? Ik sta altijd een beetje te trappelen van ongeduld. Wat zal het nieuwe jaar aan bijzondere ontmoetingen en ontwikkelingen met zich meebrengen? Voor wat voor uitdagingen komen we te staan? Hoe zullen de seizoenen...

Innerlijke reis; ik blijf me verwonderen

Een tante gaf Kor Koetje een boek uit de boedel van een boer, en dat bracht hem in zijn tienerjaren op het pad van de natuurgeneeskunde. Het was Homeopathie in de praktijk van dr. J. Voorhoeve uit de jaren 20 van de vorige eeuw. Koetjes’ schoonzus was zijn eerste...

Boezemfibrileren vaak niet opgemerkt

Atriumfibrilleren, of boezemfibrilleren, is een veelvoorkomende volksziekte bij mensen op hogere leeftijd. Het wordt niet altijd opgemerkt door de arts of de patiënt. Boezemfibrilleren is goed behandelbaar, maar onbeschermd is er een sterk verhoogde kans op...