28-07-2008

Metabole afkomst

‘Nonnen en dwergen, daar kom je ermee,’ luidde het advies dat de Amerikaanse auteur John Gregory Dunne kreeg van zijn senior redacteur toen hij pas als journalist bij Time Magazine begon. Dunne nam het advies ter harte en zo werd eigenaardigheid, in de vorm van de excentriekelingen en uitgestotenen van de mensheid, zijn schrijversmateriaal en specialisme.
De laatste tijd bestaat mijn eigen materiaal juist uit datgene wat de mensen bindt: dat mensen van elke huidskleur of overtuiging vanaf het begin der tijden intuïtief zijn uitgegaan van eenzelfde opvatting over het universum. Aboriginal, Maori, Hawaiaanse Kahuna, Siberische stammen, Zulu’s, Haïtianen, Q’ero indianen: allemaal hebben ze vergelijkbare opvattingen over de manier waarop de wereld in elkaar steekt, en vertonen allemaal overeenkomsten met de beschrijvingen in de moderne kwantumfysica. Alleen op detailniveau zijn er verschillen.
Wat mensen eten is echter een heel andere zaak. Voedingsgewoonten blijken een menselijke ervaring zonder enige gemeenschappelijke factor. Over de gehele wereld zijn er gezonde menselijke populaties die op compleet verschillende diëten blijken te gedijen. De Masai houden zich bijvoorbeeld in leven met een dieet van enkel eiwitten – vooral vlees, bloed en melk – met tot wel 300 gram vet per dag. Hun dieet lijkt op dat van de Inuit in Alaska die in hun vetrijke vis- en spekdieet nauwelijks fruit en groenten hebben. De Aboriginals daarentegen eten voornamelijk koolhydraten en eiwitten, maar extreem weinig vet. Hun buren, de Maori, eten veel eiwitten en weinig koolhydraten vanwege hun dieet van voornamelijk vis, zeewier en wortelgroenten. Zuid-Europeanen zijn voor het overgrote deel lactose-intolerant, terwijl de Samburu’s uit Oost-Afrika dagelijks maar liefst zo’n 10 liter volle melk naar binnen weten te werken.
Voor elke cultuur werd de juiste brandstof datgene wat er groeide en bij de hand was. Uiteindelijk ontstond daardoor een genetische voorkeur door de generaties heen. Eiwitten en koolhydraten werden de twee zijden van de voedingsbalans. Waar die balans naartoe helde, werd afhankelijk van de genen die de meeste invloed kregen. Blijkbaar bestaat er geen ‘beste dieet voor iedereen’.
Er zijn twee onwaarschijnlijke diëtisten geweest, namelijk de Amerikaanse tandarts en later kankerspecialist William Kelley en de Amerikaanse psycholoog George Watson, die beiden een ongewone intuïtieve sprong gemaakt hebben wat de opvatting over individuele eetgewoonten betreft. Kelley werkte de theorie uit dat het autonome zenuwstelsel, dat de basissystemen van ons lichaam aan de gang houdt, niet alleen uit twee systemen bestond (het sympathische systeem dat organen en klieren aanzet tot activiteit en energieverbruik, en het parasympathische systeem voor energiebesparing en heropbouw), maar dat één van die twee altijd domineerde. En Watson ontdekte dat mensen verschillen vertonen in de snelheid van hun cellulaire oxidatie: de snelheid waarmee hun lichaam voeding omzet in energie.
William Wolcott, een student van Kelley, heeft uiteindelijk de puntjes op de i gezet van dit nieuwe paradigma. Volgens hem hebben mensen de neiging om ofwel autonoom-dominant (parasympathisch, waarbij de stofwisseling overwegend wordt bepaald door het autonome zenuwstelsel, ook wel koolhydraat type genoemd) te zijn ofwel oxidatief-dominant (sympathisch, waarbij de stofwisseling overwegend wordt bepaald door het oxidatieve systeem, ook wel eiwittype genoemd). Dat zou inhouden dat een voedingstof tegengestelde effecten heeft op twee mensen van een verschillend stofwisselingstype, afhankelijk van de vraag of ze ‘verbranders’ zijn of ‘oppotters’.
Calcium zou het sympathische systeem voeden en het parasympathische juist remmen. Dat betekende letterlijk dat wat voor de één vlees is, voor de ander vergif is. Zoals Wolcott het beknopt samenvat in zijn boek The Metabolic Typing Diet: ‘Elke ziekte kan ontstaan door praktisch tegenovergestelde biochemische balansverstoringen bij mensen met verschillende stofwisselingstypen.’
De nieuwste rage in de voedingsleer is de balans tussen zuur en basisch in het lichaam. Hoewel het de voedingsdeskundigen duidelijk is dat het heilzaam is als het lichaam licht basisch is, hangt het alkaliserende (basisch makende) of verzurende effect van een bepaalde voedingstof uiteindelijk af van de vraag welk stofwisselingstype je bent. Voordat je jezelf dus doordrenkt met basisch water, is het van groot belang je eigen metabole eigenaardigheden uit te pluizen en te omarmen (zie het hoofdartikel voor details). Zie het als een terugkeer naar je metabole afkomst.
Lynne McTaggart
 

Wilt u dit artikel lezen?

Als abonnee kunt u dit artikel gratis lezen door in te loggen op uw account. Nog geen abonnee? Sluit nu een abonnement af.

Andere archief artikelen

Uitgelezen; Wie ben ik als niemand kijkt

Liesbeth Woertman onderzoekt in dit boek het leven van vrouwen in vooral de derde levensfase (na de pensionering) en de laatste vierde levensfase (vanaf ongeveer 75 jaar). Wat betekent het voor hen om een ouder lichaam te hebben in een tijd van geseksualiseerde,...

Basisrecept voor elke dag

Heb jij dat ook aan het begin van een nieuw jaar? Ik sta altijd een beetje te trappelen van ongeduld. Wat zal het nieuwe jaar aan bijzondere ontmoetingen en ontwikkelingen met zich meebrengen? Voor wat voor uitdagingen komen we te staan? Hoe zullen de seizoenen...

Innerlijke reis; ik blijf me verwonderen

Een tante gaf Kor Koetje een boek uit de boedel van een boer, en dat bracht hem in zijn tienerjaren op het pad van de natuurgeneeskunde. Het was Homeopathie in de praktijk van dr. J. Voorhoeve uit de jaren 20 van de vorige eeuw. Koetjes’ schoonzus was zijn eerste...

Boezemfibrileren vaak niet opgemerkt

Atriumfibrilleren, of boezemfibrilleren, is een veelvoorkomende volksziekte bij mensen op hogere leeftijd. Het wordt niet altijd opgemerkt door de arts of de patiënt. Boezemfibrilleren is goed behandelbaar, maar onbeschermd is er een sterk verhoogde kans op...