Als regulier en complementair werkend apotheker heb ik dagelijks te maken met schildklierproblematiek. Regelmatig krijg ik de vraag of een patiënt die is of nog wórdt ingesteld met reguliere schildklierhormonen, ook supplementen mag nemen. In dit artikel lees je hierover meer.
Han Siem
Circa 2,5% van alle Nederlanders heeft ‘hypothyreoïdie’, zoals artsen een traag werkende schildklier noemen. Ruim een half miljoen mensen, vooral vrouwen vanaf een jaar of veertig, slikken daarvoor medicatie. In deze pillen zit het schildklierhormoon T4. Bij de meeste patiënten werkt dat prima, maar 10 tot 15% van hen houdt klachten. Deze mensen voelen zich vermoeid, neerslachtig, hebben spierpijn en concentratieproblemen, ervaren een slechte kwaliteit van leven. Maar hun bloedwaarden laten geen afwijkingen zien.
Het medicijn levothyroxine
Meestal moet je als schildklierpatiënt je hele leven schildklierhormoon (levothyroxine) blijven slikken als je schildklier onvoldoende of geen schildklierhormoon meer aanmaakt. Er bestaat helaas geen medicijn dat de schildklier kan genezen of stimuleren. Hoe werkt het medicijn levothyroxine dan precies? In een levothyroxine-tablet zit exact hetzelfde als het hormoon dat de eigen schildklier aanmaakt.
Het schildklierhormoon in tabletvorm heeft in je cellen en weefselen dan ook dezelfde werking als het eigen schildklierhormoon. Werkt je schildklier nog gedeeltelijk, dan vullen tabletten het tekort aan. Wanneer je schildklier niet meer werkt of is verwijderd, vervangen tabletten de hele schildklier.
T4, TSH en FT4
De beoordeling van de schildklierfunctie of de dosering levothyroxine gebeurt door het meten van het schildklierhormoon T4 en het hypofysehormoon TSH – dit laatste is schildklier stimulerend hormoon. De hypofyse is een kliertje onderaan de hersenen. Het regelt de schildklierwerking met TSH en reageert op de hoeveelheid schildklierhormoon T4. Het maakt geen verschil of dit schildklierhormoon uit tabletten en/of de schildklier komt.
Is er te weinig schildklierhormoon in het bloed, dan maakt de hypofyse veel TSH. Is er te veel schildklierhormoon, dan maakt de hypofyse weinig of geen TSH. De arts ziet daardoor aan de TSH-waarde of er te weinig, genoeg of te veel schildklierhormoon in je lichaam is. Daarnaast laat de arts vaak de FT4 (vrije schildklierhormoon in het bloed) bepalen.
De hoogte van de FT4 geeft informatie over de hoeveelheid beschikbaar schildklierhormoon in je lichaam. Beide waarden samen geven, naast je welbevinden, een indicatie of de dosering levothyroxine voldoende is. Deze waarden worden ook bepaald bij het vermoeden of uitsluiten van een schildklier- of hypofyseprobleem (diagnose). Als de hypofyse niet goed werkt, is alleen de FT4-waarde te gebruiken om een inschatting te maken van de functie van de schildklier of de dosering levothyroxine.
Ongewenste bijwerkingen
Levothyroxine is een zeer sterk werkend geneesmiddel dat bij een verkeerde dosering bijwerkingen kan veroorzaken. Een niet goed ingestelde patiënt kan bijvoorbeeld last hebben van een tremor, nervositeit, slapeloosheid, hoofdpijn, hartritmestoornissen, braken en koorts. Het is daarom belangrijk dat de juiste dosering wordt ingesteld, waarbij de patiënt zelf goed terugkoppelt aan de arts hoe zij/hij zich voelt.
Optimaal instellen op schildklierhormoon is maatwerk en vraagt tijd en geduld: levothyroxine wordt gedoseerd in microgrammen en iedere minimale afwijking in de dosering kan effect hebben op de werking van de schildklier. Het doel is te komen tot een zo optimaal mogelijke dosering en een zo goed mogelijke kwaliteit van leven – het hele instelproces omhelst dus meer dan alleen het bereiken van ‘goede bloedwaarden’.
Nooit zomaar stoppen
Het is zeer belangrijk dat iemand nooit zelf, zonder overleg met een arts, stopt met levothyroxine. Als de schildklier geen of weinig hormoon maakt, heeft het lichaam snel een tekort en dat is schadelijk voor de gezondheid. Je kunt er erg ziek van worden en een ernstig tekort kan zelfs gevaarlijk zijn.
De meeste schildklieraandoeningen zijn blijvend. In die gevallen zal levothyroxine levenslang moeten worden geslikt. De opname ervan vermindert door voedsel in de maag. Daarom is het advies levothyroxine minstens een half uur vóór het ontbijt met water te slikken en om bij slikken voor het slapengaan, zo’n 2 tot 4 uur ná eten/drinken aan te houden.
Mogelijke interacties
Omdat levothyroxine zo sterk werkt en in microgrammen wordt gedoseerd, kan het interacties aangaan met zowel overige medicatie als met voeding en voedingssupplementen. Er is onderzoek gedaan naar voedingsmiddelen die de opname van levothyroxine beïnvloeden bij gelijktijdige inname.
Voeding en dranken waarvan inmiddels bekend is dat ze de opname verminderen, zijn koffie, sojaproducten, veel voedingsvezels (volkorenbrood, muesli enzovoort), grapefruitsap, melkproducten, kruidenpreparaten of -theeën en mogelijk ook andere vruchtensappen. Het is daarom verstandig om voldoende tijd, en zoveel mogelijk dezelfde tijdspanne, aan te houden tussen inname en eten/drinken. De minimale tussentijd is 2 uur.
Heb je klachten en onverklaarbare schommelingen in bloedwaarden, dan kan het zinvol zijn om eens stil te staan bij de tijd tussen slikken en eten of je (veranderde) eetgewoonten. Misschien helpt het om meer tijd te nemen tussen slikken en ontbijten. Of om je koffie later te drinken, bijvoorbeeld minstens 1 uur na het slikken van levothyroxine.
Ook kan een verandering in het inname-tijdstip, van ochtend naar avond of andersom, meer stabiliteit geven. Bespreek een dergelijke verandering wel altijd van tevoren met je arts en vraag om een controle door na 6 weken bloed te laten prikken.
Veel patiënten zijn wel ‘goed’ ingesteld op levothyroxine maar voelen zich soms toch niet in balans. Hoe komt dit? De synthese en afgifte van schildklierhormoon wordt vanuit de hypothalamus en de hypofyse gereguleerd in de hersenen.
Schildklierhormoon werkt in op alle cellen van het lichaam; het intensiveert de stofwisseling door beïnvloeding van de cellen die de energie-aanmaak reguleren en het beïnvloedt ook de eiwitsynthese. De prikkelvorming en prikkelgeleiding in het hart worden gestimuleerd en de peristaltiek van de darm wordt versneld. Minimale schommelingen in het gehalte van de schildklierhormonen (T3 en T4) kunnen daarom resulteren in een ‘niet goed in je vel zitten’ of ‘een gejaagd gevoel’ zoals het door schildklierpatiënten vaak wordt genoemd.
Supplementen
Omdat het instellen van de optimale dosering met levothyroxine een secuur proces is en de referentiestreefwaarden van TSH en ‘vrij’ FT4 niet altijd resulteren in een klachtenvrije patiënt, zoeken veel patiënten dikwijls naar alternatieven. Dat is de reden dat ik regelmatig de vraag krijg of een combinatie van supplementen met reguliere schildkliermedicatie veilig is. Hieronder beschrijf ik diverse supplementen die kunnen worden ingezet ter ondersteuning van de schildklier. Dit zijn bijvoorbeeld tyrosine, ashwaganda, jodium en selenium.
Tyrosine
Het aminozuur tyrosine vormt het skelet van het schildklierhormoon thyroxine. Daarnaast is het de grondstof voor de aanmaak van dopamine, adrenaline en noradrenaline. Zo’n 4% van alle eiwitten bestaat uit tyrosine. Daarnaast kan het lichaam het essentiële aminozuur fenylalanine omzetten in tyrosine. Gebrek aan tyrosine kan het gevolg zijn van erfelijke aandoeningen. In die gevallen is suppletie met tyrosine essentieel.
Ook mensen met veel stress, een druk leven of bij een hoge chemische belasting, hebben meer behoefte aan tyrosine. Het is een voorloper van thyroxine en kan de schildklierhormonen verhogen. Dus bij de combinatie met een schildkliermedicatie dien je terdege rekening te houden met de kans op interactie. Mijn advies is om dit middel alleen in te zetten als de patiënt al langere tijd stabiel is ingesteld. Vooral bij het instelproces op een schildklierhormoon moet tyrosine níet gesuppleerd worden.
Ashwaganda
Een andere stof die invloed kan hebben op de werking van de schildklier is ashwaganda. Deze stof kan de effecten en bijwerkingen van schildklierhormoon versterken en kan in combinatie met schildklierhormonen ook bijwerkingen veroorzaken. Voorlopig klinisch onderzoek en dierstudies suggereren dat ashwaganda de synthese van schildklierhormoon stimuleert. In één klinisch onderzoek verhoogde ashwaganda de T3- en T4-spiegels met respectievelijk 41,5% en 19,6% en verlaagde het de serum-TSH-spiegels met 17,4%.
Jodium
Gebrek aan jodium kan de oorzaak zijn van een te traag werkende schildklier (hypothyreoïdie). De aanwezigheid van voldoende jodium is dan ook cruciaal voor het aanmaken van voldoende schildklierhormoon. Er is gejodeerd zout verkrijgbaar én het meeste brood wordt gemaakt met gejodeerd zout. De geadviseerde dagdosis voor jodium voor volwassenen is 150 microgram per dag. Jodium kan de effecten van levothyroxine veranderen.
Van jodium in hoge doses is gemeld dat het zowel een te snel werkende schildklier (hyperthyreoïdie) als hypothyreoïdie veroorzaakt. Als jodium wordt gesuppleerd tijdens het gebruik van levothyroxine kan dit het effect hiervan veranderen. Voorzichtigheid bij de combinatie van beide is dus geboden.
Selenium
Het mineraal selenium is de bouwstof van een aantal belangrijke enzymen in ons lichaam. Zij kunnen niet goed functioneren zonder de aanwezigheid van selenium. Deze enzymen zijn ook betrokken bij de omzetting van T4 naar T3 in het lichaam. Mensen met een tekort aan selenium hebben een verhoogde T4 en een verstoorde balans tussen T4 en T3, terwijl hun schildklier stimulerend hormoon TSH normaal is.
Er zijn talloze onderzoeken die laten zien dat seleniumsuppletie helpt om de klachten bij de ziekte van Hashimoto, een auto-immuunziekte waarbij de schildklier is ontstoken, te verminderen. Dit geldt met name voor de ontstekings- en immuniteitsreacties.
De gemiddelde seleniuminname ligt in Nederland naar schatting op 40 microgram per dag. De aanbevolen dagdosis voor selenium bedraagt minimaal 50 tot 150 microgram per dag maar sommige deskundigen denken dat 200 microgram per dag optimaal is.
Meer dan de helft van de mannen en vrouwen krijgt te weinig selenium binnen. Selenium kan de kans op bloedingen in combinatie met reguliere antistollingsmiddelen licht verhogen maar geeft in principe geen relevante geneesmiddelinteracties met schildkliermedicatie.
Stress
Een van de belangrijkste verstorende factoren voor de schildklier is stress. De schildklier is een gevoelig orgaan dat afhankelijk is van factoren van binnenuit en van buitenaf (dus zowel de endogene als exogene omgeving). Schildklierproblemen ontstaan meestal niet van vandaag op morgen.
Mensen kunnen jarenlang klachten hebben zonder dat hun bloedwaarden dit aangeven. Het is in zulke gevallen belangrijker om te kijken naar de symptomen die patiënten noemen dan om af te gaan op de uitslagen van de bloedtesten.
Conclusie
Schildklierproblemen zijn in de praktijk goed te behandelen met een combinatie van voeding, stressreductie en leefstijlaanpassingen, eventueel in combinatie met reguliere schildkliermedicatie en supplementen. Houd hierbij rekening met de mogelijkheid van interacties en pas geen suppletie toe in de fase dat je als schildklierpatiënt nog wordt ingesteld met reguliere medicatie.
Meer informatie: devitamineapotheek.nl
Bronnen
- ‘USDA National Nutrient Database for Standard Reference’, USDA, 23rd edition.
- Rasmussen, D.D. et al. ‘Effects of tyrosine and tryptophan ingestion on plasma catecholamine and 3,4-dihydroxyphenylacetic acid concentrations’, J.Clin.Endocrinol, Metab 1983;57(4):760-763.
- Reinstein, D.K. et al. ‘Dietary tyrosine suppresses the rise in plasma corticosterone following acute stress in rats’, Life Sci, 12-9-1985;37(23):2157-2163.
- Spronsen F.J. van et al. ‘Fenylketonurie: tyrosinesuppletie in fenylalanine-beperkte diëten’, Am J Clin Nutr, 2001;73:153-7.
- Siem, H. ‘Ashwaganda’, OrthoFyto, juni 2017;6,7. www.orthofyto.com/interacties/ashwaganda/
