03-02-2024

Luister (niet) altijd naar je gevoel; Deel 1

In dit eerste deel van een tweeluik over ‘luisteren naar je gevoelens’ legt Cindy de Waard uit waarom dit zo belangrijk is. En waarom het niet altijd verstandig is om naar je gevoel te luisteren. Zij bekijkt het onderwerp vanuit een holistisch perspectief, met aandacht voor emotie, leefstijl en de invloed van omgevingsfactoren op ons welzijn en onze voedingsgewoonten.

Het vermogen om aandachtig te luisteren naar je gevoelens wordt beschouwd als een fundamenteel aspect van emotionele intelligentie en welzijn. Een eerste voordeel van het erkennen van je emoties is zelfbewustzijn: door je emoties te begrijpen en herkennen, kun je gevoelens en gedrag identificeren, wat waardevolle inzichten biedt in je gedachten en handelingen. Effectieve communicatie is een tweede voordeel: door afgestemd te zijn op je emoties kun je jezelf effectiever uitdrukken. Het vermogen om je gevoelens onder woorden te brengen vergemakkelijkt het communiceren van je behoeften, grenzen en verlangens, wat bijdraagt aan gezondere relaties.

Bij besluitvorming spelen emoties vaak een essentiële rol. Intuïtieve reacties en ‘onderbuikgevoelens’ kunnen snelle inzichten bieden die logisch redeneren aanvullen. Daarnaast kan het luisteren naar je gevoelens helpen bij het beheersen van stress en het ondersteunen van je algehele gezondheid.1 Je weet wanneer je op de rem moet trappen.

Door te luisteren kun je idealiter je eigen emoties begrijpen en beheersen, zonder dat ze jóu beheersen. Deze situatie draagt bij aan een meer bevredigend en gebalanceerd leven.

Verstorende invloeden

Vanuit een biomedisch perspectief kan een scala aan factoren de interpretatie van, en reactie op, gevoelens verstoren. Zo kan een onbalans in neurotransmitters (zoals serotonine en dopamine) je gevoelens beïnvloeden (zie het kader ‘Bravermantest’). Ook kunnen hormonale schommelingen tijdens levensfasen (zoals puberteit, menstruatie, zwangerschap en menopauze) je stemming beïnvloeden. Daarnaast kunnen neurologische stoornissen, zoals bij traumatisch hersenletsel en de ziekte van Alzheimer of Parkinson, je emotionele reacties en gedrag veranderen.

Infecties en ontstekingsprocessen kunnen eveneens je cognitieve (hersen)functies beïnvloeden en bijdragen aan stemmingsstoornissen. Ditzelfde geldt voor voedingsstoftekorten (waaronder vitaminen B en D en mineralen zoals zink en magnesium) en stofwisselingsproblemen, zoals schildklieraandoeningen en diabetes. Insulineresistentie en bloedsuikerschommelingen dragen bij aan cognitieve en emotionele veranderingen. Chronische slaapstoornissen, zoals slapeloosheid of slaapapneu, resulteren in emotionele dysregulatie en prikkelbaarheid. Maar ook verslaving en het stoppen van middelengebruik kan direct gevoelens beïnvloeden.2-4

Door alle hiervoor genoemde factoren kunnen je stemming, energieniveaus en algemeen emotioneel welzijn veranderen. Dit zijn alleen nog maar voorbeelden van factoren die ín het lichaam plaatsvinden. Tegelijkertijd word je ook continue blootgesteld aan grote en kleine invloeden van buitenaf. Denk aan zorgen die je je maakt om je naasten of de blootstelling aan reclames. Inzicht in al deze interacties bevordert een holistische benadering van je mentale gezondheid en kan bijdragen aan het luisteren naar je gevoelens.

Onderbuikgevoelens

De term gut feelings of onderbuikgevoelens verwijst naar intuïtieve of instinctieve reacties en emoties die mensen ervaren, vaak zonder een duidelijke of rationele verklaring. Sommigen denken dat deze instincten of intuïties het resultaat zijn van opgebouwde ervaringen, kennis en emoties die mogelijk niet onmiddellijk toegankelijk zijn voor bewust denken.

Interessant is dat er een verband bestaat tussen de darmen en de hersenen, bekend als de ‘hersen-darm-as’. Deze verbinding bestaat uit signalen die worden verstuurd tussen de darmen en de hersenen. Hierdoor kan de toestand van de darmen invloed hebben op emotionele en cognitieve processen. Bovendien is er onderzoek dat wijst op communicatie tussen de darmmicrobiota (de micro-organismen in de darmen) en de hersenen via deze as. De darmbewoners kunnen signalen sturen naar de hersenen, wat invloed kan hebben op stemming, emoties en zelfs besluitvorming

Disbalans in de darmflora

Communicatie via de hersen-darm-as voegt een extra laag van complexiteit toe aan de manier waarop je gevoelens ervaart en hoe je lichaam reageert op bepaalde situaties. Want wat als er ongunstige beestjes in de darmen groeien? Het is bijvoorbeeld bekend dat er vaker een disbalans in de darmflora bestaat bij mensen met een depressie of angststoornis. Het verhelpen van deze disbalans vermindert de depressie- en angstklachten.5

Recenter is via dieronderzoek aangetoond dat een veelvoorkomende gist in de darmen, Candida albicans, de hersenen kan bereiken en daar ontsteking kan veroorzaken die invloed heeft op het geheugen.6 Vanuit die informatie is het denkbaar dat je darmbewoners mogelijk ook signaaltjes kunnen sturen naar je hersenen die helpen bij de overleving van de microbe. Candida albicans groeit bij voorkeur op suikerrijke voeding. Zou dat een verklaring zijn voor de suikercravings die mensen ervaren bij een infectie met de gist? Deze mogelijkheid maakt het luisteren naar je onderbuikgevoelens of het intuïtief eten (datgene eten waarvan je het gevoel hebt dat je lichaam het op dat moment nodig heeft) erg lastig.

Bravermantest

In de zoektocht naar een beter begrip van de werking van neurotransmitters en hun invloed op menselijk gedrag en welzijn ontwikkelde de Amerikaanse arts Eric Braverman een vragenlijst: de Bravermantest, bestaande uit 315 meerkeuzevragen. Hiermee krijgt de invuller inzicht in het functioneren van vier neurotransmitters: dopamine, acetylcholine, GABA en serotonine.

Het idee achter de Bravermantest is dat factoren als voeding, stress en levensstijl een onbalans in neurotransmitters kunnen veroorzaken. Die onbalans kan leiden tot veranderingen in persoonlijkheid, gedrag en totale gezondheid. De vier ‘naturen’ of neurotransmitters werken hierbij samen. Dopamine fungeert als brandstof voor energie en motivatie, acetylcholine als gaspedaal, GABA als rem en serotonine als de batterijlader voor de hersenen.1

Voorstanders van de Bravermantest benadrukken dat deze niet alleen kan worden gebruikt voor persoonlijkheidsverkenning en zelfreflectie, maar ook als een potentiële gids voor gepersonaliseerde behandelplannen. Het in kaart brengen van neurochemische onevenwichtigheden kan helpen bij het identificeren van aanpassingen in voeding en levensstijl die de hersenfunctie kunnen ondersteunen en het welzijn bevorderen. Hoewel de test inzicht kan bieden en een startpunt kan zijn voor zelfevaluatie, dient deze niet als vervanging voor professioneel medisch advies. De vragenlijst is online op diverse sites te vinden (zoek op ‘Bravermantest’).

Bronnen

  1. Braverman, E. The Edge Effect: Achieve Total Health and Longevity with the Balanced Brain Advantage. 2004, Sterling Publishing.

Suikerverslaving

In de wereld van voedingswetenschap is de discussie over de mogelijke verslavende eigenschappen van suiker al geruime tijd aan de gang. Hoewel het concept van suikerverslaving niet universeel wordt erkend in wetenschappelijke kringen, zijn er argumenten en bewijzen die pleiten voor het bestaan ervan. Centraal staat de invloed van suiker op het brein. Suiker blijkt de beloningscentra van de hersenen te activeren, vergelijkbaar met de reactie op bepaalde drugs. De herhaalde activering van het beloningssysteem kan leiden tot veranderingen in de hersenen, wat resulteert in cravings en een verlangen naar meer suiker.

Een ander aspect is het fenomeen van tolerantie en ontwenningsverschijnselen. Sommige mensen geven aan dat zij een toename van de suikerbehoefte ervaren, wat doet denken aan het ontwikkelen van tolerantie zoals bij verslavende stoffen. Vermindering of eliminatie van suiker kan bij sommige mensen leiden tot ontwenningsverschijnselen zoals prikkelbaarheid en verlangen, vergelijkbaar met ontwenningsreacties bij drugsgebruik.

Het gedragsmatige aspect van suikerverslaving wordt onderstreept door patronen van compulsief eten, vooral van voedingsmiddelen met een hoog suikergehalte. Sommige mensen vertonen soms een verlies van controle en blijven suiker consumeren ondanks mogelijke negatieve gevolgen – wat parallellen vertoont met verslavingsgedrag. Neurologische veranderingen als gevolg van langdurige blootstelling aan hoge suikerinname, worden ook aangehaald als bewijs voor suikerverslaving. Deze veranderingen, met name in hersengebieden die verband houden met beloning, motivatie en impulsbeheersing, kunnen bijdragen aan de ontwikkeling van verslavingsachtig gedrag. Het ontstaan van een cyclus, waarbij suikerconsumptie bijdraagt aan een verminderde gevoeligheid voor insuline en leptine (twee hormonen die betrokken zijn bij verzadiging), kan leiden tot verstoord eetgedrag en overconsumptie van suikerrijke voeding.7,8

Het moge duidelijk zijn dat als suiker deze effecten heeft op het brein, dit het luisteren naar je gevoel ernstig in de weg komt te staan.

Hongersignalen

Voedings- en omgevingsfactoren spelen een belangrijke rol in het verstoren van hongersignalen. Een voeding rijk aan sterk bewerkte voedingsmiddelen en geraffineerde suikers kan de balans van hormonen zoals insuline en leptine verstoren. Deze hormonen zijn essentieel voor een goede eetlustregulatie, omdat ze naar het brein signaleren of er voldoende energie aanwezig is op de korte en lange termijn. Verstoringen in deze signalering, bijvoorbeeld door bloedsuikerschommelingen, kan leiden tot vroegtijdige honger na de maaltijd. Onregelmatige maaltijdpatronen en het overslaan van maaltijden kunnen ook de natuurlijke honger- en verzadigingssignalen verstoren.

Omgevingsfactoren, zoals voedselmarketing en sociale druk, kunnen eetgedrag beïnvloeden door cravings te triggeren. Stress en emotionele factoren dragen bij aan verstoorde hongersignalen door de invloed op hormonen zoals het stresshormoon cortisol.9,10 Deze gegevens benadrukken het belang van bewust eten in een wereld van overvloedig bewerkt voedsel en constante voedselprikkels.

Bij stress of slaaptekort is het moeilijk om gezonde voedselkeuzen te maken

Stress en slaap

Het is moeilijk om gezonde voedselkeuzen te maken bij stress of slaaptekort: stress en slaapstoornissen hebben aanzienlijke invloed op emotionele reacties, eetlust en verzadiging. Wanneer je lichaam wordt blootgesteld aan stress komen stresshormonen zoals cortisol en adrenaline vrij, wat de eetlustregulatie en stofwisseling beïnvloedt. Deze hormonale verschuivingen leiden vaak tot een verlangen naar gemaksvoedsel, met name voedsel dat rijk is aan suikers. Chronische stress kan bovendien leiden tot emotioneel eten, waarbij mensen voedsel als een coping-mechanisme gebruiken om met stress om te gaan.

Een ander belangrijk aspect is de relatie tussen slaapstoornissen en voedingsgedrag. Gebrek aan slaap verstoort de balans van hormonen die de honger en verzadiging reguleren, zoals leptine en ghreline. Dit kan leiden tot een toename van je eetlust en verlangens naar ongezond eten. De verstoorde slaap beïnvloedt ook de cognitieve functies, waaronder besluitvorming en impulsbeheersing, wat kan bijdragen aan ongezonde eetkeuzen.

Zowel stress als slaaptekort hebben aanzienlijke gevolgen voor je emotionele toestand. Negatieve stemmingen, zoals prikkelbaarheid en angst, worden vaak geassocieerd met deze omstandigheden. Dit kan leiden tot ‘troosteten’, waarbij iemand voedsel als een manier gebruikt om het humeur te verbeteren.

Deze inzichten benadrukken het belang van stressmanagement en een gezond slaappatroon in het bevorderen van welzijn en gezonde voedingsgewoonten.10,11

Lichaamsbeweging

Een sedentaire levensstijl, gekenmerkt door beperkte lichamelijke activiteit en langdurige perioden van zitten of inactiviteit, stimuleert ongezonde voedingskeuzen op verschillende manieren. In een evolutionaire context kunnen deze neigingen worden begrepen als reacties van het menselijk lichaam op een omgeving die aanzienlijk verschilt van de omstandigheden waarop het lichaam oorspronkelijk was aangepast. Een van de sleutelmechanismen is het ontstaan van een energieonbalans.

In vroegere tijden was fysieke activiteit inherent aan dagelijkse taken zoals jagen en verzamelen, waardoor het menselijk lichaam was aangepast om een actieve levensstijl te ondersteunen. Onze moderne sedentaire levensstijl, tezamen met de neiging om calorierijk voedsel te consumeren, creëert een onbalans tussen calorieën verbruiken en verbranden. Dit leidt tot een disbalans in energie.

Daarnaast beïnvloedt een gebrek aan lichaamsbeweging de stofwisseling negatief. In het verleden was efficiënt gebruik van energie cruciaal voor overleving, en paste het lichaam zich aan om voedingsstoffen optimaal te benutten. Aangezien voedselbronnen vaak onvoorspelbaar en schaars waren in een jager-verzamelaarssamenleving, leidde dit bij mensen tot de voorkeur voor calorierijk voedsel (wat hun overlevingskans vergrootte).

In onze moderne samenleving vertaalt deze evolutionaire behoefte zich naar de consumptie van gemakkelijk verkrijgbare, bewerkte voedingsmiddelen. Dit, gecombineerd met een zittende levensstijl, werkt de energieonbalans verder in de hand. Het lichaam prikkelen en (kleine) stressprikkels geven, kan helpen om deze disbalans te herstellen. Denk hierbij aan een kleine wandeling maken voordat je gaat eten, regelmatig sporten of je lichaam een stressprikkel geven door middel van bijvoorbeeld ‘koudetraining’.12

Conclusie

We worden constant blootgesteld aan perverse prikkels, zowel vanuit ons eigen lichaam als vanuit de omgeving. Het is belangrijk om een situatie te creëren waarin je niet alleen beter naar je gevoel kunt luisteren, maar dat je ook kunt vertrouwen op deze gevoelens. Bij het maken van goede voedingskeuzen zijn de belangrijkste stappen: het in balans brengen van een verstoorde darmflora, stress waar mogelijk beperken, je lichaam voldoende fysiek uitdagen en een gezonde slaap zoveel mogelijk stimuleren. In deel twee, in de volgende editie van Medisch Dossier, zal ik hier uitgebreider op ingaan.

 

Bronnen

  1. Annu Rev Psychol. 2008;59:507-36.
  2. Ann N Y Acad Sci. 1969 Oct 14;164(2):335-43.
  3. J Neurol. 2007 May;254 Suppl 2:II8-11.
  4. Sleep Med Rev. 2010 Aug;14(4):227-38.
  5. Physiol Rev. 2019 Oct 1;99(4):1877-2013.
  6. Nat Commun. 2019 Jan 4;10(1):58.
  7. Br J Sports Med. 2018 Jul;52(14):910-913.
  8. Front Psychiatry. 2018 Nov; 7:9:545.
  9. Endocr Rev. 2019 Feb 1;40(1):1-16.
  10. Front Psychol. 2014 May;13:5:434.
  11. 2023 May 25;15(11):2462.
  12. J Neurosci Res. 2006 Sep;84(4):699-715.

Wilt u dit artikel lezen?

Als abonnee kunt u dit artikel gratis lezen door in te loggen op uw account. Nog geen abonnee? Sluit nu een abonnement af.

Andere archief artikelen

Het laatste woord; Patiënten en cliënten zijn vooral mensen

Als mens hebben we veel rollen. We zijn ouder en/of kind, partner, grootouder, buurman of -vrouw, collega, teammaat en nog veel meer. Op het moment dat iemand ernstig ziek wordt, blijft er vaak nog maar één rol over: die van patiënt. Voor iedereen is de zieke mens...

Eten als medicijn

De overgang vormt een kantelpunt in de gezondheid van elke vrouw. In Eten als medicijn: overgang legt gynaecoloog drs. Dorenda van Dijken uit hoe het vrouwenlichaam in deze levensfase verandert. Met haar adviezen én 75 recepten van culinair journalist Janneke...

Groeien met psychosynthese

In een souterrain aan de Amsterdamse Lijnbaansgracht zit de psychosynthese praktijk van Wim Verbeek (61). Een trap voert naar beneden, de wachtruimte in. Daarachter ligt zijn praktijk, warm en zacht verlicht. Verbeek, stevige handdruk en vriendelijke oogopslag, gaat...

Je knie heeft zorg nodig

Vorig jaar kwam een man van 43 weer terug in mijn praktijk. Vier jaar eerder was hij bij mij geweest met knie-artroseklachten. De specialist had hem gezegd dat er geen genezing mogelijk was. Bezoeken aan meerdere behandelaars en acupuncturisten hadden hem ook niet...

Cindy de Waard avatar

Over de auteur

Cindy de Waard is natuurgeneeskundige en farmaceutisch wetenschapper. Zij heeft zich enkele jaren beziggehouden met wetenschappelijk onderzoek op het gebied van darmgezondheid en richt zich op dit moment op het behandelen van mensen met darm gerelateerde klachten. Naast haar werkzaamheden als therapeut geeft zij gezondheidsvoorlichting met als doel het belang van een gezonde darm onder de aandacht te brengen.