Licht als verlichting

Zonlicht wordt al lange tijd gezien als een genezende kracht. Hippocrates, de vader van de geneeskunde zelf, zette zonnebaden regelmatig in voor allerlei gezondheidsproblemen. Met de introductie van antibiotica in de jaren veertig, raakte ultraviolet licht uit de mode, maar mag nu op hernieuwde belangstelling rekenen. Cate Montana onderzoekt waarom.

In Notes on Nursing: What It Is and What It Is Not, gepubliceerd in 1859, stelde Florence Nightingale beroemd: “Het is het onbetwistbare resultaat van al mijn ervaring met zieken, dat, onmiddellijk na hun behoefte aan frisse lucht, hun behoefte aan licht komt … direct zonlicht.” Rond dezelfde tijd werd ‘heliotherapie’ populair in kuuroorden in Europa, toen Zwitserse onderzoekers ontdekten dat zonlicht een krachtige antibacteriële werking kan hebben. In 1903 werd de Deense arts en onderzoeker Niels Ryberg Finsen onderscheiden met de Nobelprijs voor Geneeskunde en Fysiologie voor zijn theorie van fototherapie bij de behandeling van huidziekten, die hij toepaste met een succespercentage van 98 procent.

Hij behandelde vooral tuberculeuze huidlaesies met behulp van gerichte lichttoepassingen. Dat de ultraviolette (UV) golflengten van zonlicht de werkzame factor zijn bij de behandeling van infecties, werd pas rond 1870 ontdekt. In het begin van de twintigste eeuw experimenteerde de onderzoeker Emmett K. Knott uit Seattle met UV-lichtbestraling van bloed dat was afgenomen van honden die geïnfecteerd waren met Staphylococcus aureus-bacteriën. Toen hij eenmaal de optimale lichtdosering en de juiste hoeveelheid bloed had vastgesteld die moest worden bestraald en teruggegeven (5–7 procent van het bloedvolume), overleefden alle honden in het experiment de infectie en vertoonden ze geen bijwerkingen.1

Het eerste experiment bij mensen met UV-bloedbestraling (UVBI) vond plaats in 1928. Een patiënt met ernstige streptokokkensepticemie werd ermee behandeld waarbij een gunstig herstel werd beschreven. Daarna, tot in de jaren vijftig, werd UV-bloedbestraling in toenemende mate gebruikt om infecties te behandelen: van sepsis tot artritis, longontsteking, tuberculose en zelfs polio. Maar toen antibiotica overweldigend effectief en populair werden, nam het gebruik van UVlichttherapie af.

Tegenwoordig zijn UV-therapieën, waaronder UVBI (ook wel fotoluminescentietherapie genoemd), nog steeds onderwerp van onderzoek en in sommige landen in gebruik. In Nederland worden vormen van UV-therapie vooral toegepast binnen de dermatologie, bijvoorbeeld bij huidaandoeningen zoals eczeem, psoriasis en vitiligo. Toepassingen zoals UV-bloedbestraling maken hier geen deel uit van de reguliere medische praktijk en worden ook niet opgenomen in gangbare medische richtlijnen, mede omdat het klinisch bewijs nog geen brede acceptatie kent binnen de reguliere geneeskunde.

En toch zou UV-lichttherapie mogelijk kunnen dienen als een aanvullende tegenmaatregel bij de groeiende problematiek van antibioticaresistentie, die naar schatting verantwoordelijk is voor de dood van 1 miljoen mensen wereldwijd elk jaar sinds 1990.2 Tegelijkertijd wordt in onderzoek regelmatig gewezen op mogelijke gezondheidsgevolgen van onvoldoende blootstelling aan zonlicht. Internationale schattingen suggereren dat dit samenhangt met verhoogde sterftecijfers, al zijn hiervoor geen specifieke Nederlandse cijfers beschikbaar. Een tekort aan zonlicht wordt in verband gebracht met aandoeningen zoals kanker, hart- en vaatziekten, type 1 diabetes, hypertensie, metabool syndroom en multiple sclerose. Studies laten niet eenduidig zien dat vitamine D-supplementen deze ziekten voorkomen, wat erop kan wijzen dat zonlicht mogelijk bredere effecten heeft.3

Wat is UV-licht?

Ultraviolette straling is een onzichtbaar onderdeel van zonlicht met kortere golflengten dan zichtbaar licht. Er worden meestal drie typen onderscheiden: UVA, UVB en UVC. UVA dringt diep door in de huid en speelt een rol bij huidveroudering. UVB is krachtiger en zorgt voor de aanmaak van vitamine D, maar kan bij overmatige blootstelling ook zonnebrand en huidschade veroorzaken. UVC is de meest energierijke vorm en wordt grotendeels door de atmosfeer tegengehouden. Onder gecontroleerde omstandigheden wordt deze straling gebruikt om micro-organismen te inactiveren, bijvoorbeeld in medische en technische toepassingen. Onderzoek kijkt ook naar varianten die mogelijk veilig toepasbaar zijn in aanwezigheid van mensen. 4

Hoe het werkt

Micro-organismen in de bloedbaan blijken gevoelig voor UV-straling. Onder invloed van deze energierijke straling kunnen bacteriën en virussen beschadigd raken of worden geïnactiveerd. Daarbij komen fragmenten vrij die het immuunsysteem kunnen activeren, wat mogelijk bijdraagt aan een bredere afweerreactie. UV-licht kan micro-organismen onder meer beïnvloeden door hun DNA te beschadigen, waardoor ze zich niet meer kunnen vermenigvuldigen. Hoewel ook menselijke cellen worden blootgesteld, beschikt het lichaam over herstelmechanismen die deze effecten deels kunnen opvangen. Daarnaast heeft UV-straling een remmend effect op ontstekingsreacties in de huid.

UV-bloedbestraling wordt in onderzoek in verband gebracht met veranderingen in immuunactiviteit en zuurstoftransport, al is het klinisch bewijs hiervoor nog beperkt. Soms wordt UV-therapie gecombineerd met andere behandelvormen, zoals ozontherapie, met als doel het immuunsysteem te ondersteunen. De effectiviteit hiervan is echter nog onderwerp van discussie.

Praktijkverhalen met UVBI

In de praktijk beschrijven behandelaars soms snelle verbeteringen bij patiënten die niet op reguliere therapieën reageren. Zo vertelt arts Howard Liebowitz over een officier van justitie die na weken van ernstige bronchitis, ondanks antibiotica en andere medicatie, geen herstel ervoer. Na een behandeling met een combinatie van UV-bloedbestraling en ozontherapie meldde zij dat haar klachten snel verdwenen. Ook naturopathisch arts Brian Cox beschrijft positieve ervaringen. Hij wijst erop dat UV-licht verschillende typen micro-organismen kan inactiveren en dat combinatiebehandelingen mogelijk processen in cellen stimuleren, zoals de energieproductie.

Cox vertelt daarnaast over zijn eigen ervaring met een langdurige Covid-infectie, waarbij hij na andere mislukte pogingen een duidelijke verbetering ervoer na toepassing van UV- en ozontherapie. Hoewel dit soort praktijkverhalen hoopgevend kunnen zijn, gaat het om individuele ervaringen. Ze vormen geen sluitend bewijs voor effectiviteit en moeten daarom voorzichtig worden geïnterpreteerd binnen de bredere context van wetenschappelijk onderzoek.

Een breed scala aan onderzochte toepassingen

Verschillende studies wijzen erop dat UV micro-organismen kan inactiveren, waaronder coronavirussen4 en kan helpen bij endotracheale (luchtpijp-)behandeling van patiënten met Covid.5 Daarnaast verbetert het wondgenezing. 6 Smalband-UVB-behandelingen blijken effectief bij het behandelen van een grote verscheidenheid aan huidaandoeningen, waaronder atopische dermatitis en mycosis fungoides (de meest voorkomende vorm van cutaan T-cellymfoom, een zeldzame vorm van huidlymfeklierkanker).7 Er zijn verschillende vormen van lichttherapie ontwikkeld voor psoriasis, waarvan UVB-therapie het meest wordt toegepast.

UV-licht wordt vooral gebruikt bij stabiele plaque-psoriasis, de meest voorkomende vorm van psoriasis waarbij rode, schilferige, verdikte huidplekken ontstaan. In sommige gevallen wordt ook psoraleen-ultraviolet A (PUVA) toegepast, met name bij ernstige of behandelingsresistente psoriasis.8 Psoralenen zijn fotosensibiliserende stoffen die de huid gevoeliger maken voor UV-licht en zo het effect van de behandeling versterken.

UVBI is in het verleden onderzocht bij aandoeningen zoals tuberculose, 9 al is het huidige klinische bewijs hiervoor beperkt. Klinische studies naar ultraviolette bloedbestraling bij hepatitis C suggereren dat de behandeling effect kan hebben, maar ook dit onderzoek is nog beperkt van omvang.10 Vanwege mogelijke effecten op verschillende typen witte bloedcellen, andere immuuncellen en lipiden wordt UVBI ook onderzocht bij virale infecties zoals hiv/aids, ebola, SARS, MERS en Covid.11 UV-therapie wordt ook in Nederland toegepast bij cutaan T-cellymfoom, meestal onder begeleiding van een dermatoloog.

“In sommige gevallen kunnen patiënten een overgang ervaren waarbij cutaan T-cellymfoom ook een interne vorm van kanker wordt,” zegt dermatoloog dr. Dustin Portela hierover. “We gebruiken daar routinematig UVB-licht voor, en het is behoorlijk effectief, vooral wanneer we het combineren met andere behandelingen, zoals lokale steroïden.” Het gebruik van UV-therapie kan ook invloed hebben op stemming en wordt gebruikt bij depressie.12 Bijwerkingen van UV-therapie zijn zeldzaam; de meest voorkomende zijn Herxheimer-reacties (een tijdelijke ontstekingsreactie wanneer een infectie door het immuunsysteem wordt aangevallen) en pijn of blauwe plekken op de injectieplaats van UVBI.

Ondanks het beperkte aantal directe bijwerkingen zijn er wel aandachtspunten bij het gebruik van UV-therapie. Net als bij zonlicht zien veel artsen zowel voordelen als risico’s. “Ik denk dat de grens voor PUVAbehandelingen rond de 300 totale behandelingen ligt,” zegt Portela. “Het is goed gedocumenteerd dat het risico op plaveiselcelcarcinoom daarna toeneemt. Je moet ook het totale aantal keren dat iemand in een lichtcabine stapt monitoren. Zelfs bij smalband-UVB gaat het om straling die bij te veel blootstelling het risico op veroudering en huidkanker kan verhogen.” Over het algemeen hangt het aantal benodigde UV-behandelingen af van factoren zoals de toestand van het immuunsysteem, de duur van de klachten en de ernst van de aandoening.

Dus, hoe zit het met de zon?

Ik vroeg de medische professionals die ik voor dit artikel interviewde naar de gevaren van blootstelling aan zonlicht. Er is de brede wetenschappelijke consensus dat overmatig UV-blootstelling door bijvoorbeeld de zon het risico op huidkanker verhoogt. Tegelijkertijd is de grote lijn in de reacties die ik kreeg dat in de media de risico’s regelmatig meer aandacht krijgen dan de mogelijke voordelen. Dat speelt ook bij de adviezen om de huid direct te beschermen met zonnebrandmiddelen met een hoge SPF. “Vitamine D is waarschijnlijk een van de belangrijkste vitamines en we kunnen het niet uit onze voeding halen,” zegt Liebowitz. “We krijgen het in onze huid door blootstelling aan zonlicht. In wezen zijn we ontworpen om aan de zon te worden blootgesteld en al dat zonlicht blokkeren, hindert onze vitamine D-productie.”

Tegelijkertijd kan te veel blootstelling aan zonlicht bijdragen aan huidkanker en andere problemen. Volgens Liebowitz kan dit risico worden beperkt door blootstelling te doseren en de felste uren rond het middaguur te vermijden. Cox is het daarmee eens. “De relatie tussen zonlicht en kanker is complex Wat kanker veroorzaakt, is cellulaire mutatie die samenhangt met een gebrek aan bepaalde stoffen in het lichaam — bijvoorbeeld vitamine D. En die krijg je niet wanneer je je volledig insmeert met zonnebrand.” Portela vat het als volgt samen: “Er zijn risico’s en voordelen van in de zon zijn. Mensen zouden hun levensstijl niet moeten beperken. Ze zouden van het leven moeten genieten en redelijke voorzorgsmaatregelen moeten nemen.”

Bronnen
1 Am J Surg, 1948; 76(2): 165–71
2 Lancet, 2024; 404(10459): 1199–1226
3 Int J Environ Res Public Health, 2020; 17(14): 5014
4 GMS Hyg Infect Control, 2021; 16: Doc07
5 Adv Ther, 2021; 38(8): 4556–4568
6 Adv Skin Wound Care, 2021; 34(4): 1–6
7 Cureus, 2021; 13(11): e19182
8 Lasers Med Sci, 2018; 33(1): 173–180
9 Tuberk Biolezni Legkih, 2009; 9: 20–3
10 Cogent Medicine, 2019; 6: 1614286
11 Clin Rev Allergy Immunol, 2021; 60(2): 259–270
12 Photodermatol Photoimmunol Photomed, 2018; 34(5): 288–297

Wilt u dit artikel lezen?

Als abonnee kunt u dit artikel gratis lezen door in te loggen op uw account. Nog geen abonnee? Sluit nu een abonnement af.

Cate Montana

Over de auteur

Cate Montana is een auteur die bekend staat om haar werk op het gebied van psychologie, spiritualiteit en zelfhulp. Ze heeft een achtergrond in de journalistiek, wat haar een scherpe analytische blik geeft op de onderwerpen die ze behandelt. Montana's werk richt zich vaak op het verkennen van het menselijk bewustzijn, de aard van de werkelijkheid en hoe deze concepten van invloed zijn op persoonlijke groei en ontwikkeling.

Lees meer artikelen van Cate Montana