20-12-2022

Leververvetting: Een stille epidemie

Zonder het te weten heeft een vijfde van de Nederlanders te maken met een leveraandoening. Door een voeding rijk aan slechte suikers en vetten slaat de lever op hol en produceert hij grote hoeveelheden vet. Dit vet wordt opgeslagen in de lever waardoor deze vervet en uiteindelijk wordt belemmerd in zijn zo belangrijke functies. Leververvetting is een stille epidemie, maar met aanpassingen in de voeding relatief eenvoudig te verminderen.

Leververvetting is de meest voorkomende leveraandoening onder de Nederlandse bevolking én in de westerse wereld. Naar schatting heeft een op de vijf Nederlanders te kampen met de aandoening. ‘Naar schatting’, want de aandoening wordt vaak bij toeval ontdekt tijdens onderzoek naar heel andere klachten. Omdat de lever een grote reservecapaciteit heeft geven leverziekten, zoals leververvetting, pas in een laat stadium gezondheidsklachten. Veel mensen met leververvetting merken daarom niets, of voelen zich hooguit moe en hebben een vage pijn rechts in de bovenbuik, vlak onder de ribben.1,2

Leververvetting is een stapeling van vet in de lever door een verstoorde stofwisseling. Voeding en leefstijl zijn de belangrijkste oorzaken van leververvetting. Wordt er niets gedaan aan de aandoening, dan zal een op de vijf mensen een leverontsteking (hepatitis) ontwikkelen. Als er bij deze ontsteking littekenweefsel ontstaat, spreekt men van leverfibrose. Uiteindelijk kan dit leiden tot levercirrose (leververschrompeling) en zelfs leverkanker. Er ontstaat dan ernstige schade aan de lever die niet meer omkeerbaar is en op den duur leidt tot leverfalen.2 In de beginfase van de aandoening, als er sprake is van leververvetting, is de ziekte echter nog heel goed omkeerbaar.

Niet alleen alcohol als oorzaak

De twee belangrijkste vormen van leververvetting (in het Engels fatty liver disease genoemd) zijn leververvetting door een overmatige alcoholconsumptie of niet-alcoholische leververvetting, ook wel non-alcoholic fatty liver disease (NAFLD) genoemd. Iemand die met grote regelmaat een paar glazen alcohol drinkt, heeft een verhoogd risico op alcoholische leververvetting. Hoeveel te veel is, is persoonlijk. Bij een te hoog aanbod van alcohol zullen afbraakproducten zich in de lever ophopen. Deze gifstoffen verstoren de vetstofwisseling in de lever. Er ontstaat bijvoorbeeld een verhoogd triglyceridengehalte (vetzuurgehalte). De vetten worden vervolgens opgeslagen in de lever waardoor deze vervet. Alleen het stoppen van alcohol drinken kan een alcoholische leververvetting omkeren.3

De afgelopen jaren is er enige discussie over de term ‘niet-alcoholische leververvetting’. Artsen en wetenschappers vinden dat deze term de lading niet goed dekt, omdat het niet omvat wat dan wél de oorzaak is. De grootste risicofactoren voor leververvetting zijn namelijk diabetes type 2, overgewicht (met name de aanwezigheid van buikvet) en het metaboolsyndroom; dit ziektebeeld wordt gekenmerkt door een combinatie van een hoge bloeddruk, verhoogd triglyceridengehalte (een type bloedvetten), buikvet en een verhoogde bloedsuikerspiegel. Bij al deze aandoeningen is er sprake van een verstoorde stofwisseling. Specialisten pleiten dan ook voor gebruik van de term metabolic dysfunction associated fatty liver disease (MAFLD). Oftewel, leververvetting door een verstoorde stofwisseling. Hierbij ontstaan tevens oxidatieve stress en (laaggradige) ontsteking. Met name de koolhydraat- en vetstofwisseling zijn verstoord en in de meeste gevallen is er sprake van insulineresistentie.3 Ondanks dat de leverziekte vaker wordt gevonden bij mensen met overgewicht, krijgen mensen met een normaal gewicht ook steeds vaker een vervette lever.4 Er lijkt iets in onze voeding te zitten dat de lever op hol doet slaan.

Er lijkt iets in onze voeding te zitten dat de lever op hol doet slaan

Niet alleen de consumptie van fructose en sucrose, maar ook de combinatie fructose (of koolhydraten) en vetten lijkt van invloed te zijn. Bij onderzoek naar leververvetting wordt regelmatig gebruikgemaakt van diermodellen. Hierbij valt op dat als de dieren een combinatie van suikers en vetten krijgen, dit de beste en snelste manier is om niet-alcoholische leververvetting te veroorzaken. Een combinatie van fructose, sucrose, glucose en industriële olie (zoals de plantaardige soja- en canola-olie) veroorzaakt bij de dieren in korte tijd leververvetting. In een aantal klinische studies is dit effect tevens gevonden. Uitsluitend hoog vet, hoog koolhydraat of een combinatie van vet en koolhydraten leidt zowel bij gezonde volwassenen als mensen met overgewicht tot leververvetting. Eet iemand echter hoofdzakelijk vet en eiwitten, dan neemt de leververvetting af. Ook kan een voldoende hoge eiwitconsumptie beschermen tegen leververvetting bij het eten van koolhydraatrijke voeding.6,7

Fructose, suiker of verkeerde vetten?

Met name fructose en sucrose (een combinatie van glucose en fructose) zijn de belangrijkste veroorzakers van niet-alcoholische leververvetting. Fructose wordt in de lever anders verwerkt dan glucose. Deze verwerking leidt kortstondig tot een energietekort in de cellen waardoor er oxidatieve stress ontstaat en de energiefabriekjes in de cellen (de mitochondriën) minder goed kunnen werken. Alsof dit nog niet genoeg is, zorgt fructose er tevens voor dat de lever meer vetten gaat aanmaken dan bijvoorbeeld onder invloed van glucose het geval is. Kortom, er ontstaat inflammatie, celschade én de lever gaat meer vet produceren. Ook buiten de lever is een overmaat aan fructose voor het lichaam problematisch. Fructose verstoort namelijk de samenstelling van de darmflora, waardoor ongunstige bacteriën beter kunnen groeien. Dit leidt tot een lekkende darm waardoor toxische stoffen door de darm lekken en zo de lever aanzetten tot het opslaan van vet.4,5

De lever-darm-as

Bij chronische gezondheidsproblemen spelen de darmen en hun bewoners, de darmflora, meestal mee. Leververvetting is hierop geen uitzondering. Fructose heeft duidelijk een ongunstige invloed op de darmflora, veroorzaakt een lekkende darm en die leidt op zijn beurt tot (laaggradige) ontsteking. Hier houdt het echter niet op. De productie van vet in de lever en het transport van het aangemaakte vet uit de lever, staan onder invloed van de stof choline. De cholinestofwisseling raakt echter verstoord onder invloed van de darmflora. Choline wordt omgezet in toxische stoffen die de lever onschadelijk moet maken. Daarnaast zorgt het relatieve cholinetekort ervoor dat vetten niet meer goed uit de lever kunnen worden getransporteerd. Opvallend is dat onderzoek laat zien dat suppletie met choline(bitartraat) de aanmaak van deze toxische stoffen stimuleert, terwijl het eten van eieren (die rijk zijn aan choline) dit niet doet. De consumptie van choline uit eieren zou dus juist de lever kunnen helpen om de aangemaakt vetten uit de lever te vervoeren.11-12

Tot slot heeft de darmflora invloed op de regulatie van galzuren. Dit zijn stoffen die weer invloed hebben op de glucosestofwisseling, vet- en cholinestofwisseling en zo dus een rol spelen in de energiestofwisseling. Een goede productie en afvoer van galzuren onder invloed van een gezonde darmflora zorgen er voor dat cholesterol het lichaam kan verlaten. Daarnaast creëren galzuren een omgeving waarin ongunstige bacteriën niet goed kunnen groeien en gaan zij zo een disbalans in de darmflora tegen. Probiotica kunnen mogelijk helpen om de samenstelling van de darmflora te herstellen en via deze weg leververvetting te verminderen.11,13

Laag-glycemisch, onbewerkt eten

Insulineresistentie zie je vaak bij mensen met leververvetting. Een voedingspatroon met een hoge glycemische index (rijk aan voedingsmiddelen met ‘snelle’ suikers) speelt insulineresistentie in de hand. Zeker als dit gepaard gaat met weinig eiwitten in de voeding. Mensen met leververvetting blijken vaker meer calorieën uit granen, aardappelen en fruit binnen te krijgen dan mensen zonder de leveraandoening. Nu we weten dat bepaalde koolhydraten en vetten leververvetting in de hand werken, is het niet moeilijk meer om te bepalen wat er dan wél kan worden gegeten om leververvetting te voorkomen. In principe kun je twee kanten uit. Enerzijds kun je kiezen voor een ketogeen voedingspatroon, waarbij de voeding hoofdzakelijk bestaat uit vetten, aangevuld met een normale hoeveelheid eiwitten. De hoeveelheid koolhydraten is minimaal (minder dan 50 gram per dag). Anderzijds is ook een voedingspatroon met een lage glycemische index een optie. De glycemische index is een maat voor het gemak en de snelheid waarmee de darmen koolhydraten omzetten in glucose. Voedingsmiddelen met een hoge glycemische index zijn bijvoorbeeld pasta, gebakken aardappels, brood en cornflakes. Voedingsmiddelen die de bloedsuiker minder snel doen stijgen, zijn de meeste soorten groente en fruit, peulvruchten en noten.8-10

Lean-NAFLD

Steeds vaker vinden artsen bij slanke mensen leververvetting.14 Momenteel heeft in Europa een op de vijf mensen met leververvetting een normaal gewicht. Dit is problematisch, omdat slanke mensen met leververvetting vaker sneller ernstiger ziek worden. Hoe dit komt, is nog niet helemaal duidelijk. Een combinatie van factoren lijkt een rol te spelen. Net als bij mensen met overgewicht eten ook slanke mensen met leververvetting vaker te veel een combinatie van vetten en suikers. Vanwege verschillen in genen leidt dit bij de slanke mensen echter niet direct tot overgewicht, maar wel tot de vervette lever. Bij de slanke mensen vind je daarnaast een verhoogde concentratie vetzuren in het bloed, een verstoorde darmflora, een verhoogde aanmaak van vetten in de lever en insulineresistentie.1 De diagnose wordt bij deze groep mensen nog vaker gemist, omdat artsen niet bedacht zijn op de aandoening vanwege de associatie met overgewicht. Maar liefst 30 procent van de mensen met een gezond gewicht heeft echter een ongezonde stofwisseling én het bijkomende verhoogde risico op hart- en vaatziekten.15

Conclusie

Niet-alcoholische leververvetting is een steeds groter probleem aan het worden. Niet alleen mensen met overgewicht, maar ook mensen met een normaal gewicht kunnen te maken krijgen met de aandoening. Een slechte voeding en leefstijl zijn de belangrijkste veroorzakers. In een vroeg stadium is leververvetting nog omkeerbaar. Het vergt echter in de regel een grote ommezwaai in het voedingspatroon. Van veel (snelle) koolhydraten en ongunstige vetten naar een ketogeen of laag-glycemisch voedingspatroon. Dit kan, zeker in het begin, moeilijk zijn. Op de lange termijn doe je je lever er echter een groot plezier mee.

Kruiden tegen leververvetting

De consumptie van de juiste voeding ligt aan de basis van de behandeling van niet-alcoholische leververvetting. Kruiden kunnen bij het eten van ongezonde voeding geen wonderen verrichten. Wel kunnen ze de lever ondersteunen bij het volgen van een goed voedingspatroon. Onderzoek laat zien dat kurkuma, resveratrol en stoffen uit groene thee gunstig zijn bij leververvetting die hoofdzakelijk wordt veroorzaakt door een overconsumptie van fructose. De curcumine in kurkuma werkt als antioxidant en is ontstekingsremmend. De negatieve effecten van kortstondige verhoogde oxidatieve stress die in de lever ontstaat na consumptie van fructose, kan door de stof gedeeltelijk worden verminderd. Het lichaamseigen antioxidant-systeem kan worden gestimuleerd door het gebruik van groene thee en zwarte komijn.16

Mariadistel neemt een bijzondere plaats in. De plant werkt niet alleen als antioxidant en ontstekingsremmer, maar is met recht een leververzorger. De stoffen in de plant kunnen zelfs leverregenererend werken. Dat wil zeggen dat een licht beschadigde lever zich onder invloed van mariadistel weer (gedeeltelijk) zou kunnen herstellen. Zoethoutwortel kan vanuit een heel andere hoek helpen bij leververvetting. De wortel remt de aanmaak van vetten in de lever, waardoor de concentratie vet in de lever kan afnemen. Granaatappel kan helpen om cholesterol om te zetten in galzuur, waardoor de concentratie cholesterol in de lever afneemt.17

Bronnen

1 Ik heb leververvetting, via thuisarts.nl
2 Leververvetting, via mlds.nl
3 Gastroenterology. 2020 May;158(7):1999-2014.e1.
4 Rev Endocr Metab Disord. 2021 Jun;22(2):351-366.
5 Nutrients. 2017 Mar 3;9(3):230.
6 Front Nutr. 2021 Feb 16;8:640557.
7 Cells. 2021 Jul 16;10(7):1805.
8 Clin Liver Dis. 2014 Feb;18(1):91-112.
9 Metab Syndr Relat Disord. 2019 Oct;17(8):389-396.
10 Obes Rev. 2020 Aug;21(8):e13024.
11 Cells. 2020 Jan 10;9(1):176.
12 Am J Med. 2021 Sep;134(9):1160-1169.e3.
13 Int J Mol Sci. 2016 Apr 1;17(4):481
14 Rev Endocr Metab Disord. 2021 Jun;22(2):351-366.
15 Gastroenterology. 2020 May;158(7):1999-2014.e1.
16 Nutrients. 2017 Jan 31;9(2):96.
17 Front Pharmacol. 2020 May 12;11:601

Wilt u dit artikel lezen?

Als abonnee kunt u dit artikel gratis lezen door in te loggen op uw account. Nog geen abonnee? Sluit nu een abonnement af.

Andere archief artikelen

Uitgelezen; Wie ben ik als niemand kijkt

Liesbeth Woertman onderzoekt in dit boek het leven van vrouwen in vooral de derde levensfase (na de pensionering) en de laatste vierde levensfase (vanaf ongeveer 75 jaar). Wat betekent het voor hen om een ouder lichaam te hebben in een tijd van geseksualiseerde,...

Basisrecept voor elke dag

Heb jij dat ook aan het begin van een nieuw jaar? Ik sta altijd een beetje te trappelen van ongeduld. Wat zal het nieuwe jaar aan bijzondere ontmoetingen en ontwikkelingen met zich meebrengen? Voor wat voor uitdagingen komen we te staan? Hoe zullen de seizoenen...

Innerlijke reis; ik blijf me verwonderen

Een tante gaf Kor Koetje een boek uit de boedel van een boer, en dat bracht hem in zijn tienerjaren op het pad van de natuurgeneeskunde. Het was Homeopathie in de praktijk van dr. J. Voorhoeve uit de jaren 20 van de vorige eeuw. Koetjes’ schoonzus was zijn eerste...

Boezemfibrileren vaak niet opgemerkt

Atriumfibrilleren, of boezemfibrilleren, is een veelvoorkomende volksziekte bij mensen op hogere leeftijd. Het wordt niet altijd opgemerkt door de arts of de patiënt. Boezemfibrilleren is goed behandelbaar, maar onbeschermd is er een sterk verhoogde kans op...