Leermoeilijkheden

De moderne geneeskunde behandelt leermoeilijkheden als een vorm van ‘zieke hersenen’. Maar een aantal veelbelovende alternatieven maakt duidelijk dat deze problemen voortkomen uit de ontwikkeling van de hersenen of van het lichaam en dat zij gemakkelijk te verhelpen zijn. Engeland verkeert in de greep van een epidemie. Er is een ontstellend aantal van 1,5 miljoen kinderen die een leerprobleem hebben. Dat is ongeveer een op elke vijf kinderen in het Verenigd Koninkrijk. In Amerika en Nederland ligt dat aantal ongeveer even hoog.

De term ‘leermoeilijkheden’ omvat in hoofdzaak vier aandoeningen: dyspraxie (beperkt onvermogen om doelbewuste handelingen uit te voeren), dyslexie (onvermogen om te lezen), stoornissen in het autismespectrum en ADHD (Attention Deficit Hyperactivity Disorder).

Hoewel psychologen graag onderscheid maken tussen deze vier groepen stoornissen, hebben veel kinderen in de praktijk last van meer stoornissen tegelijk, bijvoorbeeld dyspraxie gecombineerd met een stoornis in het autismespectrum of ADHD met dyslexie. Dit wijst erop dat deze stoornissen mogelijk te wijten zijn aan een algemeen probleem in de hersenen. Hiermee wordt het probleem voor het individuele kind alleen maar groter.

En vaak verhult de kale diagnose het algemene karakter van de handicap. Het is niet simpel een kwestie van problemen met lezen (dyslexie) of onhandigheid (dyspraxie). Mensen met dyslexie worden later volwassenen die niet kunnen lezen, die zichzelf niet hoog aanslaan en zich vervreemd voelen van de wereld om hen heen. Kinderen met dyspraxie praten vaak langzaam en leggen daardoor niet gemakkelijk contact met leeftijdgenoten. Op de lange termijn kan dit leiden tot ernstige sociale problemen, eenzaamheid en gevoelens van wanhoop.

Kinderen met ADHD (aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit) kunnen niet omgaan met een normale klasomgeving; zij kunnen niet stilzitten of zich concentreren en maken zich daardoor vaak schuldig aan wangedrag. Vaak worden zij uiteindelijk van alle onderwijs uitgesloten en eindigen zij als criminele volwassenen.

Het verbazingwekkende is dat de conventionele geneeskunde voor zo’n veelvoorkomende categorie stoornissen nog in de duistere middeleeuwen verkeert als het gaat om de behandeling ervan. Wanneer deze aandoeningen tot uiting komen als gedragsproblemen, is het aanbieden van medicijnen de meest gangbare reactie. Ritalin is de bekendste daarvan: het is gewoon een ‘chemische gummiknuppel’ waarmee je de achterliggende problemen de kop indrukt zonder ze te genezen.

Verder is dyslexie de enige aandoening die nog iets heeft dat op een officieel behandelprogramma lijkt, maar het wereldje van de onderwijspsychologie wordt zo door onenigheid gekenmerkt dat het in de praktijk een kwestie van toeval is welke therapie een concreet kind met dyslexie door de officiële instanties krijgt aangeboden. Gelukkig komt de alternatieve geneeskunde ons te hulp. Enkele vernieuwende pioniers – met vaak een geringe medische achtergrond – hebben een paar veelbelovende therapieën ontwikkeld.

Het Dore-programma

Op de allereerste plaats, in termen van bewijsmateriaal, staat het Dore-programma, genoemd naar degene die het bedacht heeft, Wynford Dore. Deze Britse zakenman had een dochter met een ernstige vorm van dyslexie en de traditionele behandeling hielp niet bij haar.

Hij deed jarenlang onderzoek naar de mogelijke oorzaak en concludeerde dat leermoeilijkheden mogelijk het gevolg zijn van een probleem in het cerebellum, een gebied aan de onderkant van de hersenen. Van het cerebellum (Latijn voor ‘kleine hersenen’) is bekend dat het een belangrijke rol speelt bij de coördinatie tussen zintuiglijke waarneming en de beweging van het lichaam.

Verschillende zenuwbanen verbinden het cerebellum met de motorische hersenschors: zij sturen informatie naar de spieren over de manier waarop die moeten bewegen en zij ontvangen informatie over de positie van het lichaam in de ruimte.

Dore vond nieuw onderzoek waaruit bleek dat het cerebellum een uitgebreidere rol speelt bij een aantal centrale cognitieve functies, waaronder ook het verwerken van taal en muziek en de algehele alertheid van de hersenen. ‘Het cerebellum is verantwoordelijk voor het integreren van zintuiglijke informatie, zodat efficiënt leren kan plaatsvinden,’ zegt hij. ‘Als de zenuwbanen die het denkende brein en het cerebellum met elkaar verbinden nog niet volledig zijn ontwikkeld, kan het cerebellum niet snel genoeg informatie verwerken.’

De Dore-behandeling is bedoeld om deze hersenverbindingen te herstellen. Een reeks lichamelijke evenwichts- en coördinatieoefeningen wordt gecombineerd met verscheidene visuele, verbale en geheugentaken. Men denkt dat het cerebellum hierdoor wordt gestimuleerd om nieuwe zenuwbanen te creëren. Het is een intensieve, veeleisende behandeling, die tot een jaar lang dagelijks moet worden volgehouden. Het verrassende is dat veel kinderen dat ook opbrengen; de resultaten zijn indrukwekkend.

Drie jaar geleden besloten onderzoekers van de universiteit van Exeter om het Dore-programma uit te proberen bij een groep van 35 schoolkinderen met verschillende leermoeilijkheden. De helft van de kinderen kreeg deze behandeling, terwijl de andere helft alleen elke dag een soort gymnastiekoefeningen deed. Na een halfjaar werd gemeten hoeveel vooruitgang de kinderen hadden geboekt.

De uitkomsten waren verbazingwekkend. De onderzoekers rapporteerden bij de Dore-kinderen een ‘significante verbetering’ in houdingstabiliteit, behendigheid, vloeiend lezen (drie keer zo goed), gestandaardiseerde tests voor lezen en schrijven (acht keer zo goed) en begrijpend lezen (vier keer zo goed).

De onderzoekers concludeerden dat ‘naast de directe effecten op evenwicht, behendigheid en oog-lichaamcoördinatie, de voordelen van het Dore-programma zich in belangrijke mate uitstrekken tot de cognitieve vaardigheden.’1 Vier andere, vergelijkbare studies naar het Dore-programma hebben dezelfde resultaten opgeleverd. Een van die studies werd in de gevangenis uitgevoerd. In dit geval leidde de therapie tot een aanzienlijke afname van ADHD-gedrag.

Reflextherapie

De reflextherapie komt op de tweede plaats, als het gaat om klinische onderbouwing. Deze techniek is gebaseerd op de theorie dat leermoeilijkheden veroorzaakt worden doordat onvolgroeide reflexen in het kind zijn blijven voortbestaan. Alle baby’s worden geboren met een aantal aangeboren automatische reflexen die hen helpen te overleven, bijvoorbeeld een grijpreflex wanneer zij een voorwerp in hun hand krijgen, een zuigreflex voor dingen die in de buurt van de mond komen en een schrik-huilreflex wanneer zij met gevaar geconfronteerd worden.

Maar naarmate het kind ouder wordt, moet het deze primitieve reflexen vanzelf loslaten en de controle meer aan de bewuste hersenen overlaten. In de jaren zeventig stuitte de Britse psycholoog Peter Blythe op het idee dat leermoeilijkheden het gevolg zouden kunnen zijn van een tekortkoming in dit proces. Hij begon kinderen met leermoeilijkheden te onderzoeken en ontdekte dat velen van hen inderdaad voor een deel hun primitieve babyreflexen hadden behouden.

Dit ontbreken van de juiste ontwikkeling, zo meende hij, zou de oorzaak kunnen zijn van wat hij een ‘achterblijvende neurologische ontwikkeling’ noemde, waarbij de aanhoudende primitieve reflexen een goed functioneren van de hersenen in de weg staan.

Hij bedacht een ontwikkelingsgericht oefenprogramma met een serie oefeningen voor heel precieze bewegingen die er speciaal op gericht zijn om alle primitieve reflexen op te ruimen. Zodra het lichaam gestimuleerd wordt om zich te ontdoen van die hardnekkige reflexen, krijgen de hersenen de vrijheid om op natuurlijke wijze hun groei te voltooien.

In de loop der jaren, zo beweert Blythe, heeft hij duizenden kinderen genezen van het hele scala van leermoeilijkheden, hoewel hij het meeste succes heeft gehad bij dyslexie, dyspraxie en ADHD. De feitelijke klinische resultaten die zijn behandeling ondersteunen zijn schaars, zij het veelbelovend.

Zes jaar geleden besloten psychologen aan de Queens University in Belfast om de uitgangspunten van zijn theorie te toetsen door te zoeken naar de aanwezigheid van primitieve reflexen bij kinderen van acht tot elf jaar die aan dyslexie leden. De theorie van Blythe werd door hun resultaten volledig ondersteund.

Kinderen met leesproblemen hadden inderdaad een hardnekkige tonische nekreflex. De reflex zou verdwijnen als zij het ontwikkelingsgerichte oefenprogramma kregen.2

Maar werkt dat oefenprogramma ook in de praktijk? Hoewel het onderzoek nog gepubliceerd moet worden in de grote vakbladen, zien de voorlopige resultaten er goed uit. Een evaluatie van diverse kleinschalige studies die in totaal achthonderd kinderen betroffen, laat zien dat dit oefenprogramma inderdaad tot een significante verbetering leidt in neurologisch disfunctioneren, evenwicht, coördinatie en leesvaardigheid.3

Een ander degelijk onderzoek, dat in 2004 is begonnen en nog steeds gaande is, wordt geleid door Jackie Micklethwaite, een onderwijzeres op een basisschool in Derbyshire. Het ontwikkelingsgerichte oefenprogramma wordt hier vergeleken met normale lichamelijke opvoeding.

Tot dusver heeft zij gevonden dat het ontwikkelingsgerichte oefenprogramma twee keer zo goed werkt als gewone lichamelijke opvoeding in het verbeteren van ‘evenwicht, coördinatie en motorische, visuele, perceptuele en auditieve vaardigheden’. Door toepassing van het ontwikkelingsgerichte oefenprogramma bleek het leesniveau bij een derde van de kinderen met zelfs vijftien maanden toe te nemen.

Andere technieken

Enkele andere technieken berusten minder op wetenschappelijk onderzoek, maar hebben wel degelijk goede mogelijkheden. Bij de techniek Neurolink, die gebaseerd is op de Chinese geneeskunde, wordt met de vingers op acupunctuurpunten getikt om de ‘verbroken verbindingen’ in het lichaam te herstellen.

Deze techniek, die is ontwikkeld door de Nieuw-Zeelandse osteopaat Allan Phillips, beroept zich bij verschillende aandoeningen op goede resultaten, ook bij leermoeilijkheden.

Gavin Burt, een osteopaat in Londen, vindt het een ‘frappante’ techniek voor de behandeling van lichte vormen van autisme, hyperactiviteit, dyspraxie en dyslexie. Hij rapporteert de klinische gegevens van drie dyslectische kinderen en meldt dat een serie van vier behandelingen met Neurolink over een periode van een halfjaar ‘zeer effectief was om de impulsiviteit te verminderen, taakstructurering te bevorderen en het denken … (in het bijzonder) visueel denken mogelijk te maken.’4

Een bekendere behandeling is gezichtstherapie, waarbij gezegd moet worden dat die voor dyslexie misschien beter geschikt is dan voor andere leermoeilijkheden. In zijn eenvoudigste vorm wordt bij deze techniek vaak gebruik gemaakt van gekleurde glazen om het scherpe contrast van zwarte letters op wit papier te verzachten en zo het lezen te vergemakkelijken.

Een ingewikkeldere behandeling is een combinatie van lichttherapie (twintig minuten per dag in een lichtbron van wisselende golflengte kijken om de gezichtszenuw te stimuleren) en oefeningen om scherper te zien en voorwerpen beter te volgen met de ogen. Maar hoewel deze techniek in de VS wijdverbreid is, worden er nog steeds verhitte discussies gevoerd over de waarde van het klinische bewijsmateriaal.5

Bij leermoeilijkheden is misschien ook een rol weggelegd voor chiropractici en osteopaten. Hoewel daar geen klinisch-experimenteel onderzoek naar is gedaan, zijn er talloze anekdotische succesverhalen over schedelosteopathie, waarbij een verkeerde ligging van de schedelplaten gecorrigeerd wordt, en standaardosteopathie waarbij een correctie plaatsvindt wanneer wervels niet goed op elkaar aansluiten. Van beide structurele problemen is bekend dat zij het functioneren van de hersenen beïnvloeden.

Biochemische oorzaken

Er zijn steeds meer aanwijzingen dat de achterliggende oorzaak van leermoeilijkheden bij veel kinderen misschien van biochemische aard is en is terug te voeren op een tekort aan voedingsstoffen of een gebrekkige stofwisseling. Een van de oudste aanwijzingen daarvoor is het gegeven dat veel kinderen met leermoeilijkheden aanleg voor allergieën hebben, wat vaak tot uiting komt in huidproblemen, vermoeidheid en slaapstoornissen.

In de jaren zeventig waren huisvrouw Sally Bunday en haar moeder Irene Colquhoun de eersten die een verband veronderstelden tussen ADHD en astma, eczeem en andere allergieachtige aandoeningen, nadat zij hadden gemerkt dat een van Sally’s kinderen hyperactief gedrag begon te vertonen na het nuttigen van bepaalde chemische toevoegingen in etenswaren of zelfs gewoon eten.

Zij zagen ook dat ADHD-kinderen erg veel dorst hebben en last hebben van een droge huid en droog haar, hetgeen allemaal overeenkomt met een tekort aan essentiële vetzuren.6 In de jaren tachtig hebben artsen van het Great Ormond Street kinderziekenhuis het verband tussen ADHD en voedselallergie vastgesteld in een groot klinisch onderzoek.7

Later is ook een tekort aan essentiële omega-3-vetzuren in verband gebracht met problemen met het gezichtsvermogen en het denken.8 Het overtuigendste onderzoek is echter pas het afgelopen jaar aangekondigd, nadat onderzoekers van de universiteit van Oxford een gerandomiseerde studie van een halfjaar hadden uitgevoerd bij 117 schoolkinderen met leermoeilijkheden en daarbij placebo’s hadden vergeleken met een supplement van essentiële omega-3-vetzuren. ‘Voor de essentiële vetzuren werd, in tegenstelling tot de placebo, een significante verbetering gevonden in lezen, spellen en gedrag,’ melden de onderzoekers.9

BRONNEN:

1 Dyslexia, 2003; 9: 48-71
2 Lancet, 2000; 355: 537-541
3 Child Care Pract, 2005; 11: 415-432
4 Dyslexia Rev, 2003; 14: 14-16
5 Optometry, 2002; 73: 553-575
6 Med Hypotheses, 1981; 7: 673-679
7 Lancet, 1985; i: 540-545
8 J Pediatr, 1994; 125: S39-S47
9 Pediatrics, 2005; 115: 1360-1366
 

Wilt u dit artikel lezen?

Als abonnee kunt u dit artikel gratis lezen door in te loggen op uw account. Nog geen abonnee? Sluit nu een abonnement af.

Andere archief artikelen

Uitgelezen; Wie ben ik als niemand kijkt

Liesbeth Woertman onderzoekt in dit boek het leven van vrouwen in vooral de derde levensfase (na de pensionering) en de laatste vierde levensfase (vanaf ongeveer 75 jaar). Wat betekent het voor hen om een ouder lichaam te hebben in een tijd van geseksualiseerde,...

Basisrecept voor elke dag

Heb jij dat ook aan het begin van een nieuw jaar? Ik sta altijd een beetje te trappelen van ongeduld. Wat zal het nieuwe jaar aan bijzondere ontmoetingen en ontwikkelingen met zich meebrengen? Voor wat voor uitdagingen komen we te staan? Hoe zullen de seizoenen...

Innerlijke reis; ik blijf me verwonderen

Een tante gaf Kor Koetje een boek uit de boedel van een boer, en dat bracht hem in zijn tienerjaren op het pad van de natuurgeneeskunde. Het was Homeopathie in de praktijk van dr. J. Voorhoeve uit de jaren 20 van de vorige eeuw. Koetjes’ schoonzus was zijn eerste...

Boezemfibrileren vaak niet opgemerkt

Atriumfibrilleren, of boezemfibrilleren, is een veelvoorkomende volksziekte bij mensen op hogere leeftijd. Het wordt niet altijd opgemerkt door de arts of de patiënt. Boezemfibrilleren is goed behandelbaar, maar onbeschermd is er een sterk verhoogde kans op...