Leefstijlvisie bij Alzheimer

Ziekte of klacht

Alzheimer en leefstijl

Tekst: Toine de Graaf

De Amerikaanse neuroloog Dale Bredesen vindt het onzinnig te wachten op ‘het’ medicijn tegen de ziekte van Alzheimer. Hij verwacht veel meer van een gepersonaliseerd leefstijlprogramma voor de vroege fase van Alzheimer: ReCODE (‘Reversal of Cognitive Decline’ ofwel omkering van cognitieve achteruitgang). ReCODE zou volgens een nieuwe klinische studie zeven keer beter werken dan het medicijn lecanemab (Leqembi), dat eveneens bedoeld is voor beginnende Alzheimer.

36 mechanismenDragen volgens Bredesen bij aan de pathofysiologie van de ziekte van Alzheimer
84 procentDeel van de 25 deelnemers dat verbeterde in de proof-of-concept-trial uit 2022
73 deelnemersNamen deel aan de gerandomiseerde studie: 50 in de behandelgroep, 23 in de controlegroep
Zeven keerZo veel groter was het effect dan in de klinische lecanemabstudie
Leefstijlvisie bij alzheimer 1

Bredesen telt minstens 36 mechanismen die bijdragen aan de ziekte van Alzheimer. Wie er maar één aanpakt, maakt weinig kans.

Alzheimer is hard op weg volksziekte nummer één te worden. Volgens schattingen telt ons land in 2040 ruim een half miljoen patiënten. Voor andere landen gelden eveneens sombere voorspellingen. De farmaceut die een veilige en effectieve remedie in de markt weet te zetten voor zelfs maar een deel van de potentiële doelgroep, is dus al spekkoper. Maar dit is nog niet zo eenvoudig, leert het lot van Leqembi dat als werkzame stof lecanemab heeft. Het is een injectie die om de twee weken wordt toegediend in het ziekenhuis, en bedoeld voor mensen met beginnende Alzheimer. Zij hebben eiwitophopingen (bèta-amyloïd plaques) in de hersenen en lecanemab hecht zich daaraan, waardoor het lichaam ze kan opruimen.

In 2024 zag het er nog goed uit voor het ‘veelbelovende’ lecanemab. Wel zou naar verwachting minder dan 15 procent van de mensen met beginnende Alzheimer in aanmerking komen voor het middel. Zorginstituut Nederland boog zich vorig jaar over mogelijke vergoeding vanuit het basispakket, nadat lecanemab in de ‘sluis’ voor dure geneesmiddelen was geplaatst. Afgelopen februari was het negatieve advies voor de minister van VWS klaar, die het overnam. Onderzoek laat zien dat het effect van lecanemab zo klein is dat patiënten onvoldoende verschil merken. Zij gaan nog steeds fors achteruit in hun dagelijks functioneren en lopen wel het risico op ernstige bijwerkingen, zoals hersenbloedingen en hersenzwellingen. In zeldzame gevallen kunnen die dodelijk zijn.

Mark Janssen, bestuursvoorzitter van het Zorginstituut, houdt intussen hoop op een ‘echte doorbraak’ rond Alzheimer. De vraag is wel hoe realistisch dit is. De Amerikaanse neuroloog Dale Bredesen vindt het onzinnig te wachten op ‘het’ medicijn tegen Alzheimer. In zijn boek Het einde van Alzheimer, dat in 2019 werd vertaald in het Nederlands, legt hij uit waarom: ‘Er zijn minstens 36 verschillende mechanismen die bijdragen aan de pathofysiologie van de ziekte van Alzheimer, dus als er slechts één wordt aangepakt is de kans op succes gering’.1

Slechte dakdekkers

Bredesen vergelijkt de farmaceutische bedrijven met slechte dakdekkers die bezig zijn aan een huis dat is getroffen door een hagelbui met tientallen stenen ter grootte van een basketbal, en zich fanatiek op één enkel gat richten: ‘Maar ze doen niets aan de 35 overige gaten, waardoor er zoveel regenwater naar binnen kan komen dat de bewoners maar beter op zoek kunnen gaan naar een woonboot’. Hij adviseert eerst te bepalen welke van de 36 factoren een rol spelen bij een specifieke patiënt, en vervolgens een gepersonaliseerd behandelplan op te stellen. Ofwel: in plaats van met één denkbeeldige silver bullet schiet Bredesen liever met een ‘schot hagel’, bestaande uit componenten waarover is nagedacht.

In Bredesens visie gaat het daarbij vooral om leefstijlmaatregelen, zoals voeding met minder koolhydraten, meer lichaamsbeweging, een betere slaap en stressvermindering. Zo worden patiënten regelmatig in een milde ketose gebracht, met behulp van een ketogeen dieet dat heel weinig koolhydraten bevat. Er is namelijk sterk bewijs dat de hersenen van Alzheimerpatiënten door insulineresistentie niet voldoende energie uit glucose kunnen verkrijgen. Ketonen kunnen dan als alternatieve brandstof dienen. Ook periodiek vasten sluit hierbij aan, waarbij men zorgt dat tussen de avondmaaltijd en het volgende ontbijt minimaal twaalf uur zit. In die tussentijd wordt hooguit thee gedronken.

Daarnaast wordt ingezet op een optimaal slaappatroon, meditatie en andere stressreducerende technieken. In sommige gevallen zijn hormonale behandelingen aangewezen. Bredesen zet daarnaast voedingssupplementen in, zoals melatonine, visolie, vitamine D, coënzym Q10 en vitamine B12. Zijn aanpak staat bekend als het ‘Bredesen Protocol’ of ReCODE (‘Reversal of Cognitive Decline’ ofwel omkering van cognitieve achteruitgang).

“

ReCODE werkt volgens dit onderzoek zeven keer beter dan lecanemab.

Leefstijlvisie alzheimer 2

Minder koolhydraten, meer beweging, betere slaap en minder stress: in Bredesens visie draait het vooral om leefstijlmaatregelen.

Negen van de tien

In 2014 leverde Bredesen de eerste aanwijzing dat zijn aanpak zou kunnen werken.2 Tien patiënten (55 tot 75 jaar) namen deel aan een gepersonaliseerd programma met een combinatie van leefstijlinterventies. Ze hadden geheugenverlies geassocieerd met Alzheimer, of een voorloper hiervan: milde cognitieve stoornis (MCI) of subjectieve cognitieve stoornis (SCI). Het programma hield onder meer in dat de inname van groenten en fruit werd verhoogd en de inname van snelle koolhydraten, gluten en bewerkte voeding werd beperkt. De deelnemers kregen diverse supplementen, afhankelijk van hun persoonlijke situatie. Daarnaast werd gewerkt aan een betere slaap, stressreductie, extra beweging en regelmatig vasten. Soms werden hormonale behandelingen gestart.

De proefpersonen werden maximaal twee jaar gevolgd. Bij negen van de tien patiënten trad een subjectieve/objectieve verbetering op van de geheugenklachten, binnen drie tot zes maanden. Zes patiënten hadden door hun geheugenproblemen moeite met hun werk, of hadden al moeten stoppen. Door het programma waren ze weer in staat om te werken. De patiënt die niet verbeterde, bleek al een vergevorderd stadium van Alzheimer te hebben. De resultaten suggereerden dat cognitieve achteruitgang, althans in de vroege fase, grotendeels wordt aangestuurd door stofwisselingsprocessen. In de jaren die volgden, wist Bredesen zijn aanpak te optimaliseren. Zo identificeerde hij verschillende subtypen van de ziekte van Alzheimer, met bijbehorende interventies op maat (zie kader).

Leefstijlvisie alzheimer 3

Bij negen van de tien deelnemers trad binnen drie tot zes maanden verbetering op van de geheugenklachten.

Drie subtypen Alzheimer

Neuroloog Dale Bredesen onderscheidt verschillende subtypen van de ziekte van Alzheimer, met bijbehorende interventies op maat. Het eerste subtype noemt hij ‘inflammatoir’ en wordt gekenmerkt door (laaggradige) ontstekingsprocessen die het gevolg zijn van infecties, voeding of andere oorzaken. Ook gaat dit subtype samen met hormonale afwijkingen, zoals insulineresistentie. Inflammatoire Alzheimer reageert het snelst op het ReCODE-protocol, is de ervaring van Bredesen. Subtype 1 komt vaker voor bij mensen die genetisch drager zijn van een of twee ApoE4-allelen, en zit dus ‘in de familie’.

Het tweede subtype omschrijft hij als ‘atrofisch’ en kenmerkt zich door een afname van en gebrek aan ondersteunende voedingsstoffen (zoals vitamine D), hormonen (zoals schildklierhormoon, bijnierhormoon, oestrogeen, progesteron en testosteron) en andere moleculen. Er kan insulineresistentie optreden, of het insulinegehalte kan te laag zijn. Dit type komt ook vaker voor bij mensen die een of meer kopieën van ApoE4 dragen, maar het veroorzaakt doorgaans pas ongeveer tien jaar later symptomen dan het inflammatoire type.

Het derde subtype noemt Bredesen ‘toxisch’. Dit type Alzheimer treedt op door blootstelling aan giftige substanties, zoals metalen of biotoxines (gifstoffen die door microben zoals schimmels worden geproduceerd). Het toxische subtype komt doorgaans voor bij mensen die het gangbare ApoE3-allel dragen, in plaats van ApoE4. Het toxische subtype slaat toe op relatief jonge leeftijd. De eerste symptomen kunnen zich al voordoen vóór het 50e levensjaar, vaak na hevige stress. Het proces begint ook niet met geheugenverlies, maar met cognitieve problemen met cijfers, spreken of organiseren.

De verschillende subtypen kunnen deels met elkaar overlappen. Wat ze in elk geval gemeen hebben, zijn de onderliggende pathologische kenmerken van Alzheimer, zoals de ophoping van bèta-amyloïd ‘plaques’ in het brein. Hoe een en ander in de kwetsbare omgeving van de hersenen precies uitpakt, hangt volgens Bredesen onder meer af van de genetische aanleg, maar nog meer van leefstijlfactoren als voeding, slaap, lichaamsbeweging en blootstelling aan milieufactoren. In feite krijgt iedere patiënt bezoek van een ‘eigen’, persoonlijke Alzheimer.

Eerste klinische proef

Een eerste prospectieve klinische proef (‘proof-of-concept trial’) op basis van Bredesens benadering resulteerde in 2022 in positieve resultaten.3 Die studie werd, samen met Bredesen, uitgevoerd door drie integrale artsen: Kat Toups, Ann Hathaway en Deborah Gordon. De studie omvatte 25 deelnemers (50 tot 76 jaar). Ze hadden MCI ofwel ‘pre-Alzheimer’, dan wel beginnende dementie. Concreet betekende dit dat de deelnemende patiënten qua cognitie een Montreal Cognitive Assessment score (MoCA-score) hadden van 19 of hoger.

Bij elke patiënt werden diverse biomarkers gemeten, zoals voor inflammatie (ontstekingen), chronische infectie, insulineresistentie, vaatziekte, hormooninsufficihormooninsufficientëntieeuml;ntie of -ontregeling, tekorten aan voedingsstoffen, blootstelling aan toxines of giftige stoffen (metalen, organische giftige stoffen en biotoxines) en genetische aanleg voor cognitieve achteruitgang. MRI-beeldvorming van de hersenen vond plaats bij de start van de studie en na negen maanden.

De patiënten werden gedurende negen maanden behandeld met een gepersonaliseerd ‘precisieprotocol’ dat gericht was op de bij hen mogelijk bijdragende factoren. Hun cognitie werd vier keer beoordeeld: bij de start en na drie, zes en negen maanden.

De cognitieve testen brachten aan het licht dat 21 deelnemers (84%) verbeterden, één deelnemer (4%) liet geen verandering zien en drie deelnemers (12%) gingen achteruit. Bij de testen ging het om de al genoemde MoCA, de CNS Vital Signs (online kwantitatieve, multi-domein neuropsychologische testbatterij), BrainHQ (gecomputeriseerde hersentraining en beoordeling) en de AQ-21 en AQ-20 (vragenlijst en beoordelingsschaal voor zorgverleners). MRI-beeldvorming toonde aan dat de krimp van de hersenen, die typerend is voor MCI en dementie, werd voorkomen.

“

Wachten op hét medicijn tegen Alzheimer is onzinnig, vindt Bredesen.

Leefstijlvisie alzheimer 4

MRI-beeldvorming toonde aan dat de krimp van de hersenen, typerend voor MCI en dementie, werd voorkomen.

Zeven keer zo goed

Deze positieve resultaten ondersteunden Bredesens opvatting dat het identificeren en behandelen van de oorzaken van cognitieve achteruitgang met een gepersonaliseerd protocol een effectieve aanpak is voor patiënten met MCI of vroege dementie. De onderzoekers concludeerden dat een grotere, gerandomiseerde gecontroleerde studie gerechtvaardigd was. Die werd vervolgens in gang gezet. In de loop van 2025 is deze gerandomiseerde, gecontroleerde studie voltooid, en in december verscheen een eerste preprint-versie. Afgelopen april verscheen een derde versie.4 Het wachten is nu op publicatie in een peer-reviewed tijdschrift.

In plaats van drie, werkten dit keer zes integrale artsen mee. Het vinden van behandelaars was geen probleem. Volgens Bredesen zijn intussen ruim tweeduizend artsen in de VS zodanig bijgeschoold dat ze het gepersonaliseerde leefstijlprogramma kunnen toepassen. In totaal namen 73 mensen met milde cognitieve stoornis of beginnende dementie deel aan de studie, die negen maanden duurde. De deelnemers waren tussen de 45 en 76 jaar oud, met een gemiddelde leeftijd van 65. De patiënten werden willekeurig toegewezen aan een gepersonaliseerd protocol of een standaardbehandeling. Een leefstijlinterventie laat zich, anders dan medicatie, niet blinderen: patiënten en begeleidende artsen wisten welke behandeling ze kregen. De behandelgroep telde 50 patiënten en de controlegroep 23. Patiënten uit de controlegroep gingen terug naar hun huisarts of neuroloog en bleven de gebruikelijke behandelingen volgen.

De conclusie van de studie: ‘In de meeste gevallen leidt deze behandeling tot cognitieve verbetering in plaats van alleen het vertragen van de achteruitgang, en dat zonder significante negatieve bijwerkingen zoals hersenzwelling, microbloedingen of atrofie’. Het algehele effect van het gepersonaliseerde protocol was groter dan dat van elke andere behandeling voor cognitieve achteruitgang, en zeven keer zo goed als het effect in de klinische lecanemabstudie.

Wie is Dale Bredesen?

Prof. Dale Bredesen is een Amerikaanse neuroloog die als hoogleraar verbonden is aan het Department of Molecular and Medical Pharmacology van de David Geffen School of Medicine van de University of California (UCLA) in Los Angeles. Bredesen is een internationaal erkende expert gespecialiseerd in de mechanismen van neurodegeneratieve ziekten. Gedurende zijn carrière heeft hij zich laten leiden door één eenvoudig idee: de ziekte van Alzheimer zoals we die kennen is niet alleen te voorkomen, maar zelfs omkeerbaar. Bredesen is oprichter van Apollo Health, het bedrijf dat het ReCODE-protocol commercieel aanbiedt en zorgverleners hierin certificeert.

Meer info: www.apollohealthco.com

‘Eerste effectieve aanpak’

IHCAN Magazine, het toonaangevende Britse vaktijdschrift voor professionals in de integrale gezondheidszorg, wijdde in zijn februarinummer tien pagina’s aan de preprint-studie.5 Bredesen komt uitgebreid aan het woord. Hij zegt onder meer: ‘Op de zes locaties gingen de behandelde patiënten gemiddeld steeds verder vooruit gedurende de negen maanden. Ze vertoonden verbeteringen in hun algehele cognitie, verbeteringen in hun samengestelde geheugenscores, verbeteringen in de executieve functies en verbeteringen in hun verwerkingssnelheid.’

Ook de partners van de deelnemers merkten verschillen. ‘Dit was niet zo’n geval waarbij de verbeteringen zo klein waren dat de partners ze niet eens opmerkten, zoals in andere onderzoeken wel is gebeurd’, zegt Bredesen. ‘Deze verbeteringen waren duidelijk merkbaar voor de partners. Dus volgens alle criteria waren deze patiënten duidelijk beter.’ Bovendien verbeterde hun algehele gezondheid. Deelnemers in de behandelgroep kregen onder meer een gezondere bloeddruk, een lager gewicht (BMI) en betere bloedglucosewaarden (HbA1c).

Bredesen is niet bepaald terughoudend: ‘Dit is nu echt de eerste effectieve aanpak van cognitieve achteruitgang’. Hij wordt gesterkt in zijn conclusie doordat deelnemers uit de controlegroep na de studielooptijd van negen maanden gedurende zes maanden gratis behandeling kregen aangeboden, zodat ze ook van de voordelen konden profiteren. Ook zij gingen vervolgens vooruit, maar niet zo snel als de patiënten uit de oorspronkelijke behandelgroep. Dit illustreert volgens Bredesen dat hoe langer je wacht terwijl je hersenen degenereren, hoe moeilijker het wordt om het tij te keren. Snel behandelen loont, is zijn boodschap.

Leefstijlvisie alzheimer 5

Snel behandelen loont: hoe langer je wacht terwijl de hersenen degenereren, hoe moeilijker het wordt om het tij te keren.

Bronnen

  1. Bredesen D. Het einde van Alzheimer. Een leefstijlprogramma om cognitieve achteruitgang te voorkomen. Scriptum, 2019
  2. https://doi.org/10.18632/aging.100690
  3. https://doi.org/10.3233/JAD-215707
  4. www.preprints.org/manuscript/202512.2694
  5. www.apollohealthco.com/wp-content/uploads/ihcan-february2026cx.pdf

Redactionele kanttekening bij dit artikel

De hier besproken RCT is vooralsnog alleen als preprint verschenen en dus nog niet peer-reviewed. Bovendien wordt deze studie, net als het IHCAN-artikel erover, gepubliceerd via Apollo Health, het bedrijf van Bredesen zelf, dat het ReCODE-protocol commercieel aanbiedt. Dat betekent niet dat de resultaten onjuist zijn, maar wel dat onafhankelijke, peer-reviewed bevestiging nog moet volgen. Ook de eerdere, kleinschalige studies naar Bredesens aanpak waren ongecontroleerd: zulke case series kunnen geen oorzakelijk verband aantonen, wat mede de aanleiding was voor de nu uitgevoerde gerandomiseerde trial.

Andere artikelen van Toine de Graaf

Kanker als metabole ziekte

Ziekenzorg of gezondhoudzorg

Bloed als rode draad

Zorg voor je pijnappelklier

Wat houdt Japan slank?

No results found.
Toine de Graaf

Over de auteur

Drs. Toine de Graaf is fulltime freelancejournalist, gespecialiseerd in gezondheidszorg, medische onderzwerpen en voeding. Hij schreef onder andere het boek ''De kracht van de alternatieven'' vanuit zijn interesse voor de alternatieve en complementaire geneeskunde. Je vindt dit boek in onze webshop.

Lees meer artikelen van Toine de Graaf