16-06-2014

Krijg ik nu baarmoederhalskanker?

Sinds kort weet mijn nicht van 29 dat ze baarmoederhalsdysplasie (CIN-1) heeft. Dat zijn veranderde cellen in haar baarmoederhals die zijn ontdekt bij een colposcopie (kijkonderzoek). Haar arts heeft haar aangeraden om over een halfjaar terug te komen voor een nieuwe colposcopie, om te kijken of ze behandeld moet worden. Ze maakt zich veel zorgen en weet niet goed wat ze moet doen. Kunt u ons iets meer vertellen over baarmoederhalsdysplasie en over mogelijke natuurlijke behandelingen? M.D.

De diagnose baarmoederhalsdysplasie klinkt angstaanjagend, maar betekent niet dat je kanker hebt. Wel zijn er abnormale veranderingen opgetreden in de cellen die de baarmoederhals (cervix, het deel van de baarmoeder dat uitmondt in de vagina) bekleden. Deze veranderde, ‘onrustige’ cellen zijn geen kankercellen en geven meestal ook geen klachten. Wel worden ze beschouwd als een voorstadium van kanker. Ook kunnen ze volgens artsen kankercellen worden als ze niet worden behandeld.

Dysplasie en CIN
De kans dat baarmoederhalsdysplasie – of Cervicale Intra-epitheliale Neoplasie (CIN) – zich daadwerkelijk ontwikkelt tot kanker, hangt af van hoe ernstig de afwijkingen van de cellen zijn en hoeveel van het bekledende epitheelweefsel is aangetast. Uit onderzoek naar het natuurlijke verloop van CIN blijkt dat een lichte graad van dysplasie, of CIN-1 (zoals uw nicht heeft), zich in slechts een op de honderd gevallen tot kanker ontwikkelt. Bij een matige dysplasie (CIN-2) geldt dat voor vijf op de honderd vrouwen; bij ernstige dysplasie (CIN-3) voor twaalf op de honderd.
Vaak veranderen de afwijkende cellen vanzelf weer terug naar normaal. Dat gebeurt bij 60 procent van de vrouwen met CIN-1. Bij vrouwen met CIN-2 is dat 40 procent en bij vrouwen met CIN-3 iets meer dan 30 procent. In de overige gevallen is de kans nog steeds groot dat de dysplasie gewoon blijft zoals deze was, en dus niet verergert of zich tot kanker ontwikkelt.1

Kleine kans op kanker
U kunt uw nicht daarom geruststellen en haar vertellen dat de kans heel klein is dat ze door de veranderingen in haar baarmoederhals kanker krijgt. De kans is groot dat deze vanzelf en zonder behandeling weer verdwijnen. Dat is ook precies waarom haar arts heeft gekozen voor een afwachtende aanpak. Uw nicht krijgt over een halfjaar weer een colposcopie. Daarbij worden de cellen van de baarmoederhalswand met een vergrotend kijkinstrument, de colposcoop, nauwkeurig onderzocht. Als dan blijkt dat de veranderingen zijn verergerd, kan de arts adviseren om de afwijkende cellen weg te laten halen.

Opereren
Meestal adviseren artsen pas om te behandelen bij een matige tot ernstige dysplasie, of wanneer een lichte dysplasie na langere tijd niet is verdwenen. Er zijn diverse behandelingen mogelijk, afhankelijk van hoe ernstig de afwijkingen van de cellen zijn. Allemaal vereisen ze operatief ingrijpen en brengen ze bepaalde risico’s met zich mee (zie kader).

Natuurlijke aanpak
Als uw nicht graag zelf iets wil doen, zou ze zich kunnen richten op voedings- en leefstijlfactoren die samenhangen met baarmoederhalsdysplasie.
Waarschijnlijk zijn bijna alle gevallen van baarmoederhalsdysplasie toe te schrijven aan het seksueel overdraagbare humaan papillomavirus (HPV). Sommige HPV-stammen zijn kankerverwekkend en zijn in verband gebracht met baarmoederhalskanker. Maar niet alle vrouwen die het virus bij zich dragen, krijgen baarmoederhalsdysplasie of baarmoederhalskanker, dus zijn er waarschijnlijk nog andere factoren die een rol spelen.
Bovendien groeit het bewijs dat de veranderingen in de cellen misschien ook op een natuurlijke manier teruggedraaid kunnen worden. Lees de onderstaande tips daarom goed door en vraag ook advies aan een ervaren natuurgenezer over de juiste doseringen en een passende holistische aanpak.

Slik foliumzuur
Baarmoederhalsdysplasie is in verband gebracht met een tekort aan bepaalde voedingsstoffen, met name foliumzuur (vitamine B11). Een verklaring hiervoor zou kunnen zijn dat het lichaam zich hierdoor minder goed tegen virusinfecties kan weren. Uit een onderzoek onder ruim vijfhonderd vrouwen bleek dat vrouwen met CIN en een HPV-infectie, veel lagere foliumzuurwaardes hadden dan vrouwen met een normaal baarmoederhalsuitstrijkje. Ook kregen vrouwen die behalve een lage foliumzuurwaarde ook minder antioxidanten als vitamine C, E en A hadden, vaker CIN.2
Een ander onderzoek wees uit dat vrouwen met weinig foliumzuur in hun bloed, vijf keer vaker een infectie hadden met HPV-16 − een van de agressievere stammen van het virus, die vaak voorkomt samen met CIN-3 (ernstige dysplasie) en baarmoederhalskanker.3
Dat een tekort aan foliumzuur een rol speelt bij baarmoederhalsdysplasie is goed te verklaren. Deze vitamine is namelijk essentieel voor de aanmaak en het herstel van DNA, ons genetisch materiaal. De cellen die de baarmoederhals bekleden, worden elke zeven tot veertien dagen vervangen en maken daarom voortdurend nieuw DNA aan. Daardoor krijgt het HPV alle gelegenheid om zijn eigen genetische materiaal in het DNA van zijn gastvrouw te plaatsen. Bij een tekort aan foliumzuur wordt ons DNA nog kwetsbaarder en is de kans op DNA-schade door kankerverwekkende stoffen en virussen nog groter.4
Het is nog niet duidelijk of synthetisch foliumzuur helpt tegen baarmoederhalsdysplasie. In één onderzoek had het slikken van 10 mg foliumzuur per dag geen merkbaar effect bij vrouwen met CIN-1 of CIN-2.5 Een ander onderzoek bij vrouwen die anticonceptiemiddelen slikten en CIN-1 of CIN-2 hadden, liet echter wel een effect zien. Als deze vrouwen drie maanden lang 10 mg foliumzuur per dag gebruikten, gaven hun weefselmonsters aan het eind van het onderzoek gunstigere scores dan die van de vrouwen die geen foliumzuur hadden geslikt. Bovendien was ook hun dysplasie verbeterd.6 Het zou kunnen dat vrouwen die orale anticonceptiemiddelen gebruiken, beter op foliumzuursupplementen reageren, aangezien de anticonceptiepil het foliumzuurgehalte in het lichaam verlaagt.
Hoewel de rol van foliumzuur bij baarmoederhalsdysplasie nog verder moet worden onderzocht, lijken er weinig risico’s te kleven aan het slikken van extra foliumzuur. Uw nicht zou daarom kunnen overwegen om dagelijks extra foliumzuur en andere B-vitamines, vooral B6 en B12, te slikken om haar te helpen in de strijd tegen haar afwijkende baarmoederhalscellen.

Gebruik extra carotenoïden
Carotenoïden zijn kleurstoffen met antioxidatieve eigenschappen, die in groente en fruit zitten. Lage carotenoïdenwaardes zijn in verband gebracht met zowel CIN als baarmoederhalskanker. Zo bleek uit een onderzoek dat vrouwen met CIN of baarmoederhalskanker veel lagere bloedwaardes van bètacaroteen, lycopeen en canthaxanthine hadden dan gezonde vrouwen.7 Ook lage waardes van de carotenoïden alfacaroteen, zeaxanthine en luteïne hangen samen met een hogere kans op CIN. Het dagelijks slikken van 30 mg bètacaroteen bleek echter niet te werken tegen ernstige baarmoederhalsdysplasie.8 Toch kan het bij de veel lichtere dysplasie van uw nicht de moeite van het proberen waard zijn om extra carotenoïden te slikken.

Kies voor vitamine A
Bij vrouwen met baarmoederhalsdysplasie en een lage vitamine A-waarde in hun bloed, ontwikkelde CIN zich bijna vijf keer vaker tot de ernstigste CIN-graad of kanker dan bij vrouwen met hogere vitamine A-waardes, blijkt uit een onderzoek.9 In een ander onderzoek werd gekeken naar de lokale toepassing van vitamine A om CIN te behandelen. Met behulp van een sponsje en een baarmoederhalskapje brachten de onderzoekers een vitamine A-derivaat direct in de baarmoederhals aan. Na zes maanden bleek dat bij 43 procent van de behandelde vrouwen met CIN-2, de afwijkingen waren verdwenen, terwijl dat in de placebogroep bij slechts 27 procent het geval was. Bij patiënten met CIN-3 of ernstige dysplasie had de behandeling echter geen effect.10
Vitamine A kan bij grote hoeveelheden schadelijk zijn en daarom mag uw nicht deze aanpak alleen uitproberen onder begeleiding van een deskundig therapeut.

Stop met roken
Als uw nicht rookt, is dit een goed moment om daarmee te stoppen. Roken hangt namelijk samen met een hogere kans op HPV-infecties, en ook op CIN en baarmoederhalskanker. Het Internationaal Agentschap voor Onderzoek naar Kanker (IARC) beschouwt baarmoederhalskanker als een van de aandoeningen die door roken worden veroorzaakt.11 Zelfs meeroken kan tot afwijkende cellen in de baarmoederhals leiden, aldus een recent onderzoek.12

Stop met de pil
Waar meer discussie over bestaat, is dat orale anticonceptiemiddelen kunnen bijdragen aan CIN en baarmoederhalskanker. Hoewel uw arts u misschien vertelt dat er geen bewijs is voor een verband, zegt een recente meta-analyse van 28 afzonderlijke onderzoeken iets anders. Pilgebruiksters blijken namelijk een aanzienlijk grotere kans op baarmoederhalskanker te hebben dan vrouwen die nooit orale anticonceptiemiddelen hebben gebruikt. Ook is die kans groter naarmate zij de pil langer gebruiken.13 Zoals al eerder gezegd, kunnen orale anticonceptiemiddelen het foliumzuurgehalte in het lichaam verlagen.14 Dat zou het verband tussen de pil en baarmoederhalsdysplasie kunnen verklaren.

Ontspan
Ook ontspanningstechnieken en mind-bodytherapieën zoals yoga en tai chi kunnen helpen. Zo blijkt uit onderzoek dat vrouwen met baarmoederhalsdysplasie die zich gestrester voelen, vaker een slechte afweerreactie tegen HPV hebben. Daardoor kunnen ze het virus minder goed bestrijden.15

Ga voor groene thee
Groenethee-extracten die lokaal toegediend of in capsulevorm geslikt worden, zouden wel eens kunnen werken tegen baarmoederhalsdysplasie en HPV-infecties. Een Koreaans onderzoek bij 51 vrouwen met een HPV-infectie en afwijkende baarmoederhalscellen wees namelijk uit dat 69 procent van de vrouwen die met groene thee waren behandeld, daar positief op reageerde. Hun cellen zagen er gezonder uit.. Bij de niet-behandelde vrouwen was dat slechts 10 procent.16

Eet I3C
De stof indol-3-carbinol (I3C) zit in groentes uit de kruisbloemenfamilie, zoals kool, broccoli en spruitjes, en zou gunstig kunnen werken bij baarmoederhalsdysplasie. In een onderzoek bij dertig patiënten met CIN-2 en 3, slikte één groep 200 mg I3C per dag en een andere groep 400 mg per dag. Een derde groep gebruikte een placebo. Na twaalf weken bleek CIN bij geen van de tien patiënten uit de placebogroep volledig te zijn verdwenen. Maar bij vier van de acht patiënten die dagelijks 200 mg I3C hadden ingenomen en vier van de negen patiënten uit de groep van 400 mg, was de dysplasie wel volledig verdwenen.17

1 Int J Gynecol Pathol, 1993; 12: 186-92
2 Eur J Gynaecol Oncol, 1997; 18: 526-30
3 JAMA, 1992; 267: 528-33
4 Altern Med Rev, 2003; 8: 156-70
5 Am J Obstet Gynecol, 1992;166: 803-9
6 Am J Clin Nutr, 1982; 35: 73-82
7 Clin Cancer Res, 1996; 2: 181-5
8 Cancer Epidemiol Biomarkers Prev, 2001; 10: 1219-22; 1029-35
9 Cancer Invest, 1999; 17: 253-8
10 J Natl Cancer Inst, 1994; 86: 539-43
11 ISRN Obstet Gynecol, 2011; 2011: 847684
12 Am J Obstet Gynecol, 2011; 204: 213.e1-6
13 Gynecol Endocrinol, 2011; 27: 597-604
14 Can Fam Physician, 1985; 31: 1523-6
15 Ann Behav Med, 2008; 35: 87-96
16 Eur J Cancer Prev, 2003; 12: 383-90
17 Gynecol Oncol, 2000; 78: 123-9

Operatieve opties
Een arts kan de onrustige baarmoederhalscellen operatief weghalen. Hoe dat gebeurt en welke risico’s dat met zich meebrengt, leest u hieronder.
Een veelgebruikte methode is de lisexcisie, die ook wel LLETZ (Large Loop Excision of the Transformation Zone) of LEEP (Loop Electrosurgical Excision) wordt genoemd. Hierbij wordt het afwijkende weefsel weggebrand met behulp van een dunne, metalen, lusvormige draad die met elektrische stroom wordt verhit. Een lisexcisie leidt in 90 tot 95 procent van de gevallen tot genezing. De risico’s bestaan uit bloedingen, infecties en problemen bij de zwangerschap, zoals een te vroege bevalling of een baby met een te laag geboortegewicht.
Bij een conisatie wordt een kegelvormig stukje weefsel met afwijkende cellen weggesneden uit de baarmoederhals. De kans op genezing varieert van 70 tot 98 procent. Deze methode heeft dezelfde risico’s als een lisexcisie. Ook is conisatie in verband gebracht met het overlijden van de baby kort voor of na de geboorte bij moeders die deze behandeling hebben ondergaan.1 Als de ingreep onder algehele narcose wordt gedaan, zijn ook daar bepaalde risico’s aan verbonden.
Bij cryotherapie worden de afwijkende cellen met een koude sonde bevroren, wat 99 procent van het afwijkende weefsel zou moeten vernietigen. De risico’s bestaan onder andere uit bloedingen, infecties en de vorming van littekenweefsel. Ook lijken vrouwen na cryotherapie vaker baarmoederhalskanker te krijgen dan na een andere behandeling.2
Bij laserchirurgie worden de afwijkende cellen met een laser weggebrand. In 90 procent van de gevallen leidt deze behandeling tot genezing. Er ontstaat minder littekenweefsel dan bij cryotherapie, maar vaak is de behandeling pijnlijker en is er meer bloedverlies.3

1 Lancet, 2006; 367: 489-98; BMJ, 2008; 337: a1284
2 J Natl Cancer Inst, 2009; 101: 721-8
3 Gynecol Oncol, 1985; 22: 23-31
 

Wilt u dit artikel lezen?

Als abonnee kunt u dit artikel gratis lezen door in te loggen op uw account. Nog geen abonnee? Sluit nu een abonnement af.

Andere archief artikelen

Het laatste woord; Patiënten en cliënten zijn vooral mensen

Als mens hebben we veel rollen. We zijn ouder en/of kind, partner, grootouder, buurman of -vrouw, collega, teammaat en nog veel meer. Op het moment dat iemand ernstig ziek wordt, blijft er vaak nog maar één rol over: die van patiënt. Voor iedereen is de zieke mens...

Eten als medicijn

De overgang vormt een kantelpunt in de gezondheid van elke vrouw. In Eten als medicijn: overgang legt gynaecoloog drs. Dorenda van Dijken uit hoe het vrouwenlichaam in deze levensfase verandert. Met haar adviezen én 75 recepten van culinair journalist Janneke...

Groeien met psychosynthese

In een souterrain aan de Amsterdamse Lijnbaansgracht zit de psychosynthese praktijk van Wim Verbeek (61). Een trap voert naar beneden, de wachtruimte in. Daarachter ligt zijn praktijk, warm en zacht verlicht. Verbeek, stevige handdruk en vriendelijke oogopslag, gaat...

Luister (niet) altijd naar je gevoel; Deel 1

In dit eerste deel van een tweeluik over ‘luisteren naar je gevoelens’ legt Cindy de Waard uit waarom dit zo belangrijk is. En waarom het niet altijd verstandig is om naar je gevoel te luisteren. Zij bekijkt het onderwerp vanuit een holistisch perspectief, met...

Je knie heeft zorg nodig

Vorig jaar kwam een man van 43 weer terug in mijn praktijk. Vier jaar eerder was hij bij mij geweest met knie-artroseklachten. De specialist had hem gezegd dat er geen genezing mogelijk was. Bezoeken aan meerdere behandelaars en acupuncturisten hadden hem ook niet...

Medisch Dossier avatar

Over de auteur