IJzer geldt al jaren als hét mineraal dat we tekortkomen. Maar steeds meer onderzoek wijst een andere richting op: koper. Cate Montana zoekt het uit.
De tijd dat grote groepen mensen in welvarende landen bezweken aan voedingstekorten zoals scheurbuik (te weinig vitamine C) of pellagra (te weinig vitamine B3, ofwel niacine) ligt ver achter ons. In de westerse wereld worden voedingsdeficiënties als zeldzaam beschouwd.
Toch laten verschillende studies zien dat een chronisch tekort aan biologisch beschikbaar koper steeds vaker samenhangt met oxidatieve stress, een ontregeld afweersysteem en chronische ontsteking.¹ Datzelfde tekort wordt in verband gebracht met uiteenlopende auto-immuunziekten, van alzheimer en hartinfarct tot osteoporose.²
Een handvol onderzoekers spreekt zelfs van een kopertekort als sluipend volksgezondheidsprobleem, met klachten als slechter zicht, bloedarmoede, zenuwpijn en zelfs botkanker.³ Tegelijk noemen veel andere studies een kopertekort “zeldzaam” en wijten ze symptomen als vermoeidheid en oxidatieve stress aan een ijzertekort.
IJzer krijgt de schuld
Vermoeidheid wordt omschreven als uitputting en een gebrek aan energie waardoor dagelijkse bezigheden moeizaam gaan. Chronische vermoeidheid wordt vaak gekoppeld aan een verstoorde ijzerstofwisseling.⁴ IJzer is namelijk een belangrijk onderdeel van hemoglobine, het eiwit in rode bloedcellen dat zuurstof door je lichaam vervoert, en van myoglobine, dat zuurstof opslaat in je spieren.
Een ander eiwit, ferritine, slaat ijzer op in de rest van je lichaam, vooral in je lever en beenmerg. Zonder voldoende ijzer zijn er te weinig rode bloedcellen om zuurstof bij je cellen en hun mitochondriën te brengen de “energiecentrales” die ATP (adenosinetrifosfaat) maken, de brandstof voor je hele lichaam. Een gebrek aan zuurstofdragend ijzer leidt zo tot voortdurende vermoeidheid.

En toch: sinds de Amerikaanse FDA in 1941 voor het eerst een aanbevolen dagelijkse hoeveelheid (ADH) voor vitaminen en mineralen vaststelde, krijgen mensen in welvarende landen meer ijzer binnen dan ooit. De ADH ligt momenteel op 15 tot 18 mg per dag. Maar tel je een gemiddelde dag bij elkaar op inclusief bewerkte producten die zijn “verrijkt” met ijzer, zoals witbrood, ontbijtgranen, pasta en rijst dan zit je daar moeiteloos overheen.
Een rekenvoorbeeld. Begin de dag met een kom met ijzer verrijkte cornflakes (± 10,8 mg per kop) of een paar sneetjes wit toast (1 mg per snee). ’s Middags eet je een hamburger van 170 gram mager rundergehakt (46 mg) met kaas (1,9 mg) op een verrijkt broodje (2 mg). ’s Avonds verrijkte spaghetti (3 mg per kop) met tomatensaus (2 mg) en gehaktballen (23 mg per 85 gram).
Dat is bij elkaar 89,7 mg ijzer op één dag. Plus een multivitamine met 12 mg, en de gemiddelde westerling zit al snel op 100 mg per dag.
En toch geldt ijzertekort volgens de meeste studies nog altijd als de belangrijkste oorzaak van bloedarmoede wereldwijd, met een grote impact op de volksgezondheid.⁵ Artsen die bij een bloedonderzoek een laag serumijzer en ferritine zien, schrijven dan ook standaard ijzersupplementen voor vrij verkrijgbare middelen die soms wel 65 mg per dosis bevatten.
Dat verzwaart een toch al overvolle ijzerlading. Niet voor niets groeit de wereldwijde markt voor ijzersuppletie naar verwachting van 2,79 miljard dollar (± 2,02 miljard pond) in 2025 tot 3,89 miljard dollar (± 2,82 miljard pond) in 2034.
Een ander inzicht
In de wetenschappelijke literatuur klinkt steeds vaker het inzicht dat de meeste- zo niet alle – chronische ziekten, wááronder hardnekkige vermoeidheid, voortkomen uit oxidatieve stress. Wat veel artsen daarbij over het hoofd zien: die oxidatieve stress is geen oorzaak op zich. De diepere oorzaak is celdisfunctie, en die ontstaat door een verstoorde balans tussen drie essentiële mineralen: koper, ijzer en magnesium.⁶
Morley Robbins, oprichter van het Root Cause Protocol (therootcauseprotocol.com) en gespecialiseerd in functionele voeding, sluit zich daarbij aan. “Als koper in je mitochondriën niet meer in staat is zuurstof te activeren zodat er water ontstaat en energiemoleculen vrijkomen ontstaat oxidatieve stress: vrije radicalen, reactieve zuurstofverbindingen, oxidanten.”
“Al in 1928 toonde onderzoek aan dat een tekort aan biologisch beschikbaar koper leidt tot ijzerstapeling in weefsels waar dat ijzer niet thuishoort, vooral in de lever.⁷ Dat zet een keten van oxidatieve stress in gang in cellen en mitochondriën, met aanhoudende vermoeidheid en op den duur aandoeningen als leververvetting tot gevolg. Bovendien verhoogt een combinatie van te weinig koper en te veel ijzer de afbraaksnelheid van magnesium aanzienlijk.”
Robbins werkte zeven jaar aan zijn theorie over de wisselwerking tussen koper, ijzer en magnesium. Hij baseerde zich op honderden studies en zijn werk met cliënten, en in het bijzonder op de studie Iron Behaving Badly van de Britse biochemicus sir Douglas Kell.⁸
Wisselwerking tussen koper en ijzer
Koper heeft antimicrobiële eigenschappen. Het werkt ontstekingsremmend,⁹ ondersteunt je spijsverteringskanaal,¹⁰ verbetert je hersenfunctie en versterkt je afweer. Onderzoek laat zien dat koper cognitieve achteruitgang kan vertragen.¹¹
Suppletie met koper verlaagt het niveau van ontstekingsbevorderende cytokines.¹² En een hogere koperinname blijkt samen te hangen met een lager risico op vroegtijdig overlijden door welke oorzaak dan ook.¹³
Maar koper en ijzer werken samen. IJzer transporteert zuurstof, en koper is het mineraal dat niet alleen het ijzertransport in je bloed regelt, maar ook de zuurstof die het ijzer meedraagt activeert. Door dit samenspel kan je lichaam zonder voldoende biologisch beschikbaar koper niet alle energie produceren die het nodig heeft – en gaat je gezondheid achteruit. Daarnaast is koper essentieel voor de werking van enzymen en het transport van elektronen in je cellen.
Een ander gevolg van die verstoorde balans tussen koper, ijzer en magnesium is een tekort aan ceruloplasmine.¹⁴ “Dat is het belangrijkste antioxidant-eiwit van onze stofwisseling,” zegt Robbins. Dit kopereiwit reguleert de ijzer-, koper- en zuurstofstatus in je lichaam.
“Ceruloplasmine is de “zon” van ons inwendige metabole zonnestelsel,” aldus Robbins. “De veelzijdigheid van dit eiwit is verbluffend. Het kan elke situatie in je lichaam aflezen en precies leveren wat nodig is. Het vervult meer dan twintig enzymfuncties in onder andere de lever, ogen, hersenen, nieren, geslachtsorganen, baarmoeder en placenta. En het kan dat alleen met koper.”
Eén van de belangrijkste functies van dit kopergebonden eiwit is het omzetten van het potentieel toxische ijzer Fe²⁺ (ferro-ijzer) in Fe³⁺ (ferri-ijzer). Ferro-ijzer is precies de vorm waarmee bewerkte voeding zoals brood, pasta en ontbijtgranen vaak wordt “verrijkt”.
Fe²⁺ hoort in je dunne darm te worden opgenomen en daar te oxideren naar Fe³⁺, voordat het in je bloedbaan terechtkomt. Telkens als ijzer een celmembraan moet passeren, is een wisseling van elektronenwaarde nodig en koper maakt die omzetting mogelijk.
Zonder die omzetting kan ijzer niet worden vervoerd in je bloed. Het meer toxische ferro-ijzer blijft dan steken in je weefsels, waar het de normale celwerking verstoort en organen als lever, maag, hart en bloedvaten beschadigt.
Dit heet ijzerontregeling en wordt door artsen voortdurend verward met ijzertekort. Volgens Robbins zit er bij veel mensen meer dan tien keer zoveel ijzer vast in de weefsels als er in het bloed circuleert.
“IJzertekort is niet de werkelijke oorzaak,” legt hij uit. “Het probleem is dat we door voedings- en omgevingsfactoren de afgelopen eeuw veel koper, magnesium en ceruloplasmine hebben verloren. Daardoor kunnen we ijzer niet meer verwerken zoals de natuur het bedoeld heeft.”
Falende diagnostiek
Behalve dat we de echte oorzaak niet herkennen, schiet ook ons diagnostisch vangnet tekort. Er zijn drie soorten ijzertesten in het bloed:
- serumijzer: de hoeveelheid ijzer in het bloed
- ferritine: de ijzervoorraden in je lichaam
- transferrineverzadiging: het percentage transferrine (het ijzervervoerende eiwit) dat met ijzer beladen is
In de jaren zeventig verschoof de focus van serumijzer naar ferritine – een waarde die meestal lager uitvalt dan serumijzer. Ferritine slaat ijzer op binnen je weefsels en organen; het transporteert geen ijzer.
Volgens sir Douglas Kell, Brits biochemicus, Commander of the Order of the British Empire en wereldautoriteit op het gebied van ferritine, is serumferritine geen indicator voor de ijzerbeschikbaarheid, maar een ontstekingsmarker. Het komt in het bloed terecht door celdood (apoptose) elders in het lichaam.¹⁵
“Je kunt iemands ijzerstatus niet beoordelen op basis van standaard ijzertesten,” bevestigt dr. Ben Edwards, een integratief arts in Lubbock, Texas, en oprichter van Veritas Wellness (veritasmedical.com). “Vooral ferritine is een onbetrouwbare marker.”

“Kell zei zelf tegen Morley dat de hoeveelheid ferritine in het bloed eigenlijk nul zou moeten zijn ferritine hoort in de cel, niet in de bloedbaan. Het lekt pas in je bloed wanneer organen, en vooral je lever, hevig ontstoken zijn en hun ferritinevoorraden lozen. Wie chronisch vermoeid is, is dus niet per se bloedarm. Het gaat om ijzerontregeling, niet om ijzertekort.”
In plaats van direct ijzersupplementen voor te schrijven bij een lage ferritine, serumijzer of transferrineverzadiging, vraagt Edwards eerst: “Waar verlies je bloed?” Hij denkt aan maagzweren of ulceratieve colitis. Hij vraagt of er bloed in de ontlasting zit, of een vrouw flink menstrueert.
Pas als er een aanwijsbaar bloedverlies is, beschouwt hij de testwaarden als betrouwbaar. Maar zelfs dan grijpt hij niet automatisch naar ijzerpillen. Vanwege de wijdverbreide ijzerontregeling in de westerse bevolking start hij liever het door Robbins ontwikkelde Root Cause Protocol (zie kader op pag. xx), om vastgelopen ijzer in de weefsels weer in de natuurlijke recyclingstroom te krijgen.
“Als je naar één bloedwaarde kijkt, kun je geen oordeel vellen,” zegt Edwards. “Het is veel complexer dan: “Je ferritine is laag, neem ijzer.” Dat is in mijn ogen kunstfouten maken. Maar het overgrote deel van de artsen weet hier helemaal niets van.”
Het ontbreken van koper in de grond
Het meest tekortschietende mineraal in onze landbouwgrond is op dit moment koper. Onderzoek van het Quadrum Institute in Norwich laat zien dat de afgelopen 80 jaar ruim 80 procent van het koper uit onze landbouwgronden is verdwenen een trend die gewoon doorzet.
Het intensieve gebruik van NPK-meststoffen (stikstof, fosfor en kalium) blokkeert de koperopname door gewassen. Het bestrijdingsmiddel Roundup, met als werkzame stof glyfosaat, onttrekt (chelateert) mineralen aan de bodem koper voorop.
Fluoride, dat in veel landen aan drinkwater en tandpasta wordt toegevoegd, chelateert ook koper in je lichaam, vooral het koper in enzymen van je bindweefsel. Antibiotica zoals penicillamine zijn krachtige koperbinders. Zinksuppletie verlaagt de koperopname in je darm. Synthetische ascorbinezuur – het citroenzuur dat op talloze etiketten staat – maakt ijzer los, blokkeert koperopname en verstoort de structuur van ceruloplasmine.

Retinol, de enige bruikbare vorm van vitamine A, zit alleen in vette voedingsmiddelen als lever, kaas, roomboter van grasgevoerde koeien, room, vette vis en eierdooier. Het speelt een sleutelrol in de koperhuishouding en de werking van zogeheten ATPasen koperafhankelijke enzymen die je stofwisseling aansturen. Toch waarschuwen veel artsen tegen juist die voedingsmiddelen, uit angst voor cholesterol.
“Je kunt koper helaas niet opnemen zonder vet in je voeding,” zegt Robbins. “En je kunt vet niet verwerken zonder koper in je weefsels. Daar komen al die andere verstoringen nog bij. Zo is een perfecte storm ontstaan.”
Bronnen
- Nutrients, 2024; 17(1): 117
- J Trace Elem Med Biol, 2011; 25(4): 204–212
- J Nutr Sci, 2022; 11: e89
- Diagnostics (Basel), 2022; 12(9): 2057
- Nutrients, 2024; 16(20): 3434
- Food Control, 2022; 141: 109212
- J Biol Chem, 1928; 77: 797–812
- BMC Med Genomics, 2009; 2: 2
- PLoS One, 2023; 18(9): e0287741; J Autoimmun, 2025; 157: 103484
- Sci Rep, 2024; 14(1): 19237
- Mol Psychiatry, 2022; 27(10): 4307–4313; Front Nutr, 2024; 11: 1424614; Sci Rep, 2025; 15(1): 24334
- Nutrients, 2025; 17(1): 117
- PLoS One, 2023; 18(10): e0292759
- Compr Physiol, 2018; 8(4): 1433–1461; Biol Trace Elem Res, 2024; 203(4): 2216–2225
- BMJ, 2015; 351: h3692
Het Root Cause Protocol
Dit is een beknopte versie van het protocol. De volledige uitleg is gratis te downloaden via therootcauseprotocol.com/resources.
Fase I – stoppen met
- IJzersupplementen en met ijzer verrijkte voeding
- Vitamine D, calcium, zink en alle synthetische vormen van vitamine C
- Glucosestroop met veel fructose, kunstmatige zoetstoffen en omega-6-olieën (sojaolie, koolzaadolie e.d.)
- Een vetarm dieet – kies in plaats daarvan voor gezonde vetten
- Producten met fluoride
Fase II – starten met
Voed je bijnieren en lever met dagelijks 120 ml versgeperst sinaasappelsap met een snufje wijnsteen (¼ tl) en zeezout (¼ tl).
Remineraliseer je lichaam met mineraaldruppels of magnesium via de huid. “De sleutel is opname,” zegt Edwards. “Ionisch magnesium wordt voor 100 procent opgenomen. Of kies voor een vorm met vertraagde afgifte (Sustained Release Technology) die over acht uur uitwerkt. Magnesium-bisglycinaat is ook een goede optie.” De optimale dosering elementair magnesium is ongeveer 11 mg per kilogram lichaamsgewicht per dag.
Begin met een vitamine C-complex op basis van hele voeding, biologisch geteeld niet meer dan 400 mg per dag.
Neem dagelijks 4 tot 6 mg biologisch beschikbaar koper. Robbins biedt eigen supplementen aan via therootcauseprotocol.com en hielp het Recuperate IQ-merk samenstellen (zie pag. 65). Beide bevatten lever van grasgevoerde runderen.
Fase III – verdiepen
Neem levertraan. Een natuurlijke bron van vitamine A in retinolvorm essentieel om biologisch beschikbaar koper in te zetten voor de ijzerregulatie.
Eet koperrijke voeding. Het lichaam neemt koper het beste op via voeding. Eet biologische, onbewerkte producten en oude graansoorten. De rijkste bron is orgaanvlees, vooral runderlever. Producten van grasgevoerd vee uit Nieuw-Zeeland gelden als de beste keus.
Kies water bewust. Drink gefilterd water dat is geremineraliseerd.
Aanvullende mineralen. Denk aan taurine, boor en jodium.
Geef bloed. Robbins en de artsen die met het protocol werken raden aan bloed te doneren of een aderlating te laten doen zodra het hemoglobine boven 14 g/dl uitkomt. Tot aan de overgang volstaat voor de meeste vrouwen één of twee donaties per jaar om in een gezond ijzerbereik te blijven.
Doe het rustig aan. Robbins en Edwards adviseren om het protocol stap voor stap op te bouwen en het niet onnodig ingewikkeld te maken. Je hoeft niet alles in één keer aan te pakken kies de “stops” en “starts” die voor jou haalbaar zijn.
Vertrouw je lichaam. “Maak je vooral geen zorgen over je labwaarden,” zegt Edwards. “Labwaarden zeggen iets, maar er is veel wat de uitslag beïnvloedt, zeker in een typische westerse leefomgeving. Ze zullen geleidelijk verschuiven, omdat je vanuit een sterk verstoorde balans begint. Geef je lichaam de tijd om op zijn eigen manier te herstellen.”
Dr. Michael Gossweiler (64), tandarts
Naast tandarts is Michael ook microbioloog en onderzoeker in microbiële genetica. Na een kaakoperatie kreeg hij neurologische klachten en steeds meer last van vermoeidheid. Hij verdiepte zich in de werking van mitochondriën en de aanmaak van ATP, en stuitte op het werk van Robbins. Hij was overtuigd, ontmoette Robbins en besloot het Root Cause Protocol uit te proberen.
“Als het op iets nieuws aankomt, ben ik altijd patiënt nummer één,” zegt hij. “Dus ik heb het zelf getest.”
De neurologische klachten verdwenen, en na ongeveer drie maanden voelde hij ook duidelijk meer energie. Hij merkte dat 2 tot 4 mg koper per dag voor hem niet genoeg was.
“Ik heb tussen de 6 en 8 mg per dag nodig om mijn energie op peil te houden. Mede door alle kwikbelasting in mijn werk, denk ik. En ik ben al wat ouder. Mijn kinderen van 18 en 20 zijn er ook mee begonnen, en binnen een week voelden ze zich top.”
Robbins begon Michael ook te helpen met bepaalde patientproblemen, in het bijzonder mislukte implantaten door verminderde botgezondheid. In de loop van de tijd zag Michael dat zijn patiënten goed reageerden op het protocol: sterker bot, betere implantaatresultaten en meer energie.
“Als ik het in één woord moet samenvatten, dan is dat “veerkracht”,” zegt Robbins. “Het protocol maakt mensen beter bestand tegen de stress en het trauma van een ingreep. Het levert energie voor herstel en de sporenmineralen die nodig zijn om bot op te bouwen en gezond te blijven.”
