Kinderkillers: Algemeen voorgeschreven middelen vaak schadelijk voor kinderen

Op 12 oktober van het afgelopen jaar haalden drie grote geneesmiddelfabrikanten ‘vrijwillig’ een groep middelen tegen hoest en verkoudheid voor kleine kinderen van de markt. Die aankondiging volgde meteen op een alarmbericht van de Amerikaanse Food and Drug Administration (FDA) over een onderzoek waaruit bleek dat alledaagse medicijnen voor kinderen alleen al in Amerika verantwoordelijk waren voor meer dan 120 overlijdensgevallen in de afgelopen 37 jaar. In de meeste gevallen ging het om kinderen jonger dan twee jaar. Ter verdediging gaf de geneesmiddelindustrie deels de ouders de schuld; zij zouden de bijsluiters niet goed hebben gelezen en daardoor hun kinderen ongewild een overdosis hebben gegeven.

Een ander exces is een geval waarin de ouders niet alleen beschuldigd, maar zelfs tot gevangenisstraf veroordeeld werden vanwege de bijwerkingen van een geneesmiddel (zie kader ).
Deze twee excessen zijn slechts twee topjes van een enorme ijsberg. Reeds jaren waarschuwen artsen voor de grote problemen die er zijn met medicatie van kinderen in het algemeen. De geneesmiddelindustrie en de regulerende autoriteiten negeren die bedenkingen echter grotendeels.

Bijwerkingen bij kinderen

De afgelopen jaren is er een lawine aan medische artikelen gepubliceerd over de schadelijke effecten van geneesmiddelen voor kinderen. Wereldwijd zijn de kinderartsen er zich bewust van geworden dat vooral kinderen een verhoogd risico lopen op bijwerkingen bij relatief veelgebruikte medicijnen. Onder de eerste klokkenluiders waren de Engelse onderzoekers van de universiteit van Nottingham, die in 2001 een grootschalig onderzoek afrondden naar redenen van opname van kinderen in ziekenhuizen. Zij ontdekten dat maar liefst een beangstigende 50 procent van de opnames plaatsvond vanwege bijwerkingen van een medicijn. Daarvan ging het in 40 procent van de gevallen om een ‘levensbedreigende reactie’. Aangezien bijwerkingen van geneesmiddelen bij kinderen vaak heviger zijn dan bij volwassenen, vormen ze een ‘kwestie die grote betekenis heeft in de algemene gezondheidszorg’1.

In andere landen zien we vergelijkbare verschijnselen. Zo werd in 2004 een onderzoek gedaan naar zes jaar kinderopnames in de ziekenhuizen van Ohio. Ook hier bleek een significant percentage te zijn voortgekomen uit bijwerkingen van medicijnen, waarbij antibiotica, anticonvulsiva en verdovingsmiddelen de meest voorkomende waren. Het is ironisch dat ter behandeling van de bijwerkingen in 73 procent van de gevallen wederom gebruikgemaakt werd van medicijnen, zo bleek uit de patiëntendossiers van de ziekenhuizen2.

Afgelopen jaar maakten farmaceutische onderzoekers aan de universiteit van British Columbia in Canada een overzichtsonderzoek naar toxische (giftige) reacties op geneesmiddelen onder kinderen in dat land. Hun onderzoek omspande vier jaar en er bleek uit dat 62 procent van de bijwerkingen bij kinderen ‘ernstig’ was, waarbij maar liefst 41 (van de 1193) kinderen daadwerkelijk stierven als gevolg van bijwerkingen van een medicijn. De grootste boosdoeners waren isotretinoïne (een middel tegen acne), paroxetine (een antidepressivum), methylfenidaat (Ritalin, het ADHD-middel), amoxycilline (een antibioticum) en valproïnezuur (een anticonvulsivum dat gebruikt wordt bij epilepsie)3.

Bij een overzichtsonderzoek van een aanzienlijk langere tijdsspanne, namelijk vijftien jaar, bleek dat bij Zweedse kinderen de frequentste oorzaken van negatieve bijwerkingen vaccinaties waren en antibiotica. Ook hier waren kinderen gestorven (808 van de 5771) als direct gevolg van hun medicatie4. Dit onderzoek volgde vlak na een intensiever Zweeds onderzoek met als doel de betrouwbaarheid te meten van de rapportage van bijwerkingen van medicijnen in het algemeen. De onderzoekers concludeerden dat zowel artsen als het rapportagesysteem uitermate slordig waren in het bijhouden van ernstige bijwerkingen van geneesmiddelen. Bij diepgaande analyse van 1349 patiëntendossiers uit vijf Zweedse ziekenhuizen bleek een onderrapportage te bestaan van maar liefst 86 procent. Van de 107 patiënten wiens symptomen waarschijnlijk waren ontstaan door geneesmiddelen, waren er slechts 15 ooit beschreven als negatieve bijwerking van een medicijn; bij de andere 92 was de toxische bijwerking volledig genegeerd, en dat ondanks het zeer efficiënte medische systeem dat in Zweden door de overheid wordt geregeld5.

Dat zou betekenen dat het reeds substantiële officiële cijfer voor het jaarlijkse aantal bijwerkingen bij kinderen waarschijnlijk een grote onderschatting is van de werkelijke cijfers. Eveneens in het afgelopen jaar rondden onderzoekers van de Drug Safety Unit van de universiteit van Southampton een grootschalig onderzoek af naar bijwerkingen van geneesmiddelen in twaalf landen. Daaruit bleek dat voor deze bijwerkingen een gemiddelde onderrapportage geldt van de ongelooflijke hoeveelheid van 94 procent6.

Dat betekent dat we, om een betere schatting te krijgen van de situatie, alle officiële statistieken over bijwerkingen van geneesmiddelen met 20 moeten vermenigvuldigen. Achter al deze statistieken schuilt een ernstig en verontrustend feit: de meeste voorgeschreven medicijnen zijn nooit op veiligheid of zelfs maar op werkzaamheid bij kinderen getest. ‘Van minder dan 25 procent van alle medicijnen kan beweerd worden dat ze veilig en effectief zijn [bij kinderen]’, aldus de farmacologen van de universiteit van British Columbia. Hoe kunnen de autoriteiten, en evengoed de artsen, zomaar toestaan dat kinderen geneesmiddelen krijgen waarover geen gegevens zijn wat betreft hun veiligheid of werkzaamheid voor kleine patiëntjes?

Als een middel eenmaal toegelaten is door de autoriteiten voor een enkele aandoening, blijkt het voor ieder ander medisch doel ingezet te mogen worden. Artsen hebben carte blanche om elk toegelaten middel voor te schrijven bij aandoeningen waarvoor het niet getest is en bij patiënten voor wie het effect niet onderzocht is. De geneesmiddelindustrie gebruikt twee tamelijk vergoelijkende termen voor deze situatie: ‘off-label’ of ‘unlicensed’ voorschrijven. De eerste term staat voor het gebruik van een geneesmiddel voor een ziekte waarvoor het niet geïndiceerd is in de toelating, waarin de dosering, soort medische aandoeningen en leeftijdsgroepen van patiënten worden aangegeven. ‘Unlicensed’ heeft betrekking op gebruik van een geneesmiddel voor een soort patiënt voor wie het niet is toegelaten, zoals kinderen of ouderen. Verbazend genoeg zijn beide vormen van gebruik wettelijk toegestaan. In de EU volgens de Geneesmiddelenwet van 1968 en de Farmaceutische Richtlijn 89/341/EEC. In Amerika wordt in de Food and Drug Modernization Act van 1997 zelfs erkend dat deze praktijk bestaat en wordt het geneesmiddelfabrikanten toegestaan artsen te informeren over mogelijke off-label toepassingen.

Het is niet verbazend dat sommige dokters zich hier steeds ongemakkelijker bij voelen. ‘Er is een groot aantal onderzoeken waaruit blijkt dat veel middelen die aan kinderen worden voorgeschreven, off-label gebruikt worden of niet zijn toegelaten voor gebruik bij kinderen,’ aldus professor Ian Wong van de faculteit Farmacie aan de universiteit van Londen. ‘In de ogen van sommigen zijn deze kinderen zonder het te weten proefkonijn in informele en ongecontroleerde experimenten’7.

Decennialang heeft de farmaceutische industrie beweerd dat kinderen helemaal niet mogen deelnemen aan experimenteel klinisch onderzoek voorafgaand aan de marktgang van een geneesmiddel om hen te beschermen tegen mogelijke schadelijke gevolgen. Een ander motief daarvoor zou echter wel eens van financiële aard kunnen zijn. Klinische trials met kinderen zijn duur en moeilijk uit te voeren, terwijl de markt voor geneesmiddelen voor kinderen veel kleiner is dan die voor volwassenen. Het resultaat is dat kinderen zelfs als ze veelgebruikte middelen als pijnstillers krijgen, waarschijnlijk worden blootgesteld aan middelen waarover geen objectieve informatie aangaande veiligheid en werkzaamheid bestaat, noch een risico-rendementsanalyse.

In Zweden is een onderzoek gedaan naar het voorschrijfgedrag van Zweedse artsen. Het bleek dat gemiddeld meer dan 40 procent van de middelen die aan kinderen worden voorgeschreven, off-label waren gebruikt en dat daarbij veel vaker ernstige bijwerkingen optraden dan bij toegelaten middelen. In dit geval was de klasse medicijnen die het vaakst problemen opleverde, die van de middelen tegen astma. Deze waren verantwoordelijk voor een op de drie gevallen van ernstige bijwerkingen8.

Het feit dat huisartsen geneesmiddelen off-label gebruiken is enigszins begrijpelijk, aangezien zij zich niet in de frontlinies van wetenschappelijk onderzoek bevinden. Uit Italiaans onderzoek is echter gebleken dat de ziekenhuizen zich hieraan nog meer schuldig maken dan de huisartsen. Na wereldwijd gegevens verzameld te hebben, teruggand tot 1985, vonden ze dat tot 80 procent van alle voorschrijvingen aan kinderen in ziekenhuizen off-label dan wel unlicensed waren. De meest gebruikte middelen waren paracetamol (acetaminofen), cisapride, chloorhydraat en salbutamol9. Geen wonder dus dat gebleken is dat kinderen de kwetsbaarste groep zijn als het gaat om bijwerkingen van geneesmiddelen in ziekenhuizen. Volgens de onderzoekers van de universiteit van Nottingham krijgt maar liefst een op de tien kinderen te lijden onder ernstige bijwerkingen als direct gevolg van een behandeling met geneesmiddelen door artsen in ziekenhuizen10.

Roependen in de woestijn

Dit alles is geen verrassing voor dr. Mohammed Al-Bayati, toxicoloog en patholoog, die zich dertig jaar geleden, op de vlucht uit het Irak van Saddam Hussein, in Californië vestigde. Toen hij in Amerika aankwam, was hij geschokt een bijna even repressief regiem aan te treffen in de vorm van de westerse geneeskunde. Achter elkaar werd hij geconfronteerd met gevallen van ouders die vervolgd werden voor de dood van hun kind, waarbij er sommigen in de gevangenis belandden en anderen zelfs de doodstraf tegen zich hoorden uitspreken. Voor Al-Bayati kwam steeds een ding heel duidelijk naar voren als hij naar dergelijke gevallen keek: bijna altijd waren er artsen, ziekenhuizen, geneesmiddelen en vaccinaties betrokken bij het overlijden van het kind. Al gauw werd hij zeer regelmatig gevraagd als getuige-deskundige in de verdediging van zulke ouders, soms in hoger beroep (zie kader).

Tot op heden heeft dr. Al-Bayati meer dan twintig gevallen met succes verdedigd in Amerika en Canada. Dat succes is gebaseerd op uitgebreid detectivewerk, waarbij hij steeds zeer vasthoudend tot de medisch forensische details doordringt. Een van zijn laatste gevallen was dat van Patrick, een baby van drie maanden, die in november 2005 ernstig ziek werd en door zijn ouders naar het ziekenhuis gebracht werd. Daar werd een batterij onderzoeken op hem uitgevoerd. Volgens de uitslagen had het kind ‘subdurale en subretinale bloedingen, zeven ribbreuken in verschillende genezingsstadia, ernstige bloedarmoede, trombocytose, een laag creatininegehalte en een te hoog suikergehalte in het bloed, en een verhoogde bloedceltelling van neutrofielen en monocyten’. De artsen concludeerden dat het kind de symptomen had van het ‘shaken baby syndrome’ en beschuldigden de ouders ervan hun kind ernstig te hebben mishandeld.

De advocaten van de ouders schakelden dr. Al-Bayati in, die al snel de enorme hiaten in de aanklacht zag. Het onderliggende probleem bij Patrick was dat hij altijd een ziek kind geweest was; hij was prematuur geboren en had meer last van braken en voedingsproblemen dan gemiddeld, waardoor hij ondervoed raakte. Twee weken voordat hij met spoed naar het ziekenhuis ging, was hem paracetamol voorgeschreven vanwege ernstige hoest. Vijf dagen later had het jongetje klachten van maagreflux waarvoor hij Zantac kreeg, een middel tegen maagzweren.

Werkelijke boosdoener

Volgens Al-Bayati was dat de werkelijke oorzaak van het probleem. ‘Patrick kreeg Tylenol, dat bestaat uit acetaminophen (paracetamol) in een dosis van 200 mg per dag: een hoge dosering voor een kind van die leeftijd, omdat het leververgiftiging kan veroorzaken. Vervolgens kreeg het kind Zantac (ranitidine) hoewel van ranitidine bekend is dat het de toxische effecten van paracetamol versterkt. Leververgiftiging kan dus deels een verklaring zijn voor de subdurale en subretinale bloedingen, nog verergerd door het tekort aan vitamine K en de bloedarmoede die het kind al had.’
Maar hoe zit het dan met de ribbreuken? Wat kan daar de oorzaak van zijn? ‘Het kind hoestte chronisch, had al een tekort aan eiwitten en vitamine K, waardoor de botten verzwakken, en dus kunnen de ribben kwetsbaar zijn bij hevig hoesten’11, aldus Al-Bayati.

Twintig jaar geleden was dr. Al-Bayati een roepende in de woestijn, maar tegenwoordig neemt de bezorgdheid binnen de medische professie zelf enorm toe. Men begint zich te realiseren dat maar weinig geneesmiddelen ooit getest zijn op gebruik bij kinderen, voornamelijk doordat in het officiële proces voor toelating van een medicijn alleen wordt geëist dat de veiligheid en werkzaamheid bij volwassenen zijn aangetoond. Veel artsen roepen nu om grote hervormingen op dat vlak.

‘De huidige manier van toelating van medicijnen voor kinderen levert een buitengewoon onbevredigende situatie op voor zowel kinderen als hun artsen,’ zegt professor Peter Hill van het Great Ormond Street Hospital for Children12. De praktijk waarbij kinderen medicijnen voor volwassenen krijgen wordt eenvoudig tot onwetenschappelijk giswerk verklaard. Zoals professor Andrew Bush van het National Heart and Lung Institute in Londen het stelt: ‘…de verschillen tussen volwassenen en kinderen, en de verschillende ontwikkelingsstadia van de kindertijd, vragen om strategieën die deze situatie verbeteren in plaats van maar te blijven vertrouwen op extrapolatie uit onderzoek met volwassenen […], de verschijningsvormen van ziekten kunnen totaal anders zijn bij kinderen […], een piepende ademhaling bij kinderen is geen miniatuurvorm van astma bij volwassenen’13.

Volgens professor Laura Cuzzolin van de universiteit van Verona in Italië moeten we ‘direct actie ondernemen voor een rationeler gebruik van geneesmiddelen in de kindergeneeskunde om te voorkomen dat jongeren en kinderen aan onnodige gevaren worden blootgesteld’14. De regulerende instanties zijn nu eindelijk in actie gekomen. In 2001 heeft de Amerikaanse Food and Drug Administration (FDA) de geneesmiddelenindustrie gevraagd specifieke kindergeneeskundige gegevens over veiligheid en werkzaamheid te verschaffen voor elk nieuw middel dat aan kinderen kon worden voorgeschreven. In ruil daarvoor kreeg de fabrikant een halfjaar extra exclusiviteit op basis van een patent.

Hoewel het lijkt alsof de industrie dat idee enthousiast omarmd heeft, zijn tot nu toe vrijwel alle gevallen van een verlengd patent van toepassing geweest op ‘middelen voor hart- en vaataandoeningen en andere middelen die zelden aan kinderen worden voorgeschreven, maar waarvoor een halfjaar extra exclusiviteit bij volwassenen zeer lucratief is’, luidde de zure observatie van een team kinderartsen van het Erasmus Medisch Centrum in Rotterdam. Op 1 juli 2007 is in Nederland de nieuwe geneesmiddelwet in werking getreden 15. In artikel 68 van deze wet wordt bepaald dat ‘off-label en unlicensed voorschrijven van medicijnen alleen geoorloofd is wanneer daarover binnen de beroepsgroep protocollen of standaarden zijn ontwikkeld. Als de protocollen en standaarden nog in ontwikkeling zijn, is overleg tussen de behandelend arts en apotheker noodzakelijk’. Volgens het Nederlands Kenniscentrum Farmacotherapie bij Kinderen (NKFK) dreigt deze nieuwe wetgeving, als deze naar de letter wordt uitgevoerd, de beroepsgroep het werken vrijwel onmogelijk te maken. De gevraagde kennis over geneesmiddelengebruik bij kinderen, die nodig is om verantwoord voor te schrijven, is namelijk te gebrekkig. Om dit probleem structureel op te lossen is meer wetenschappelijk onderzoek nodig16.

Veranderingen: te weinig en te laat

Nog een groot probleem is dat bijwerkingen niet alleen optreden bij middelen die alleen op recept te krijgen zijn, maar ook bij de alledaagse vrij verkrijgbare middelen, die meestal voor relatief triviale aandoeningen worden gepromoot. Op 1 oktober 2007 bracht de FDA een 365 pagina’s dik rapport uit over slijmverdunners (middelen tegen hoest en verkoudheid), waarin de onthulling stond dat tussen 1969 en 2006 maar liefst 54 kinderen waren overleden nadat ze zulke medicijnen hadden genomen, en 69 nadat ze antihistaminica hadden gekregen. In het rapport wordt toegegeven dat die cijfers waarschijnlijk een grote onderschatting vormen van het werkelijke aantal, gezien de ernstige onderrapportage van bijwerkingen bij medicijnen17.

Terwijl de FDA zich opmaakte voor een onderzoek naar de veiligheid en werkzaamheid van de ongeveer 800 vrij verkrijgbare hoestmiddelen, verkoudheidsmiddelen en antihistaminica, haalden de gewaarschuwde fabrikanten reeds een groot aantal van die middelen die speciaal voor kleine kinderen bedoeld waren, van de markt (zie het kader 2). Op 19 oktober 2007 adviseerde het daarvoor aangewezen panel van de FDA deze 800 middelen niet te gebruiken bij kinderen jonger dan zes jaar18. In september 2007 had de Consumer Healthcare Products Association (CHPA), de Amerikaanse branchevereniging van leveranciers van vrij verkrijgbare medicatie, al een heretikettering doorgevoerd op slijmverdunners voor kleine kinderen.

Daarop stond dat ze niet aan kinderen jonger dan twee gegeven mochten worden. Dit was zeer waarschijnlijk een reactie op een rapport van zeven maanden eerder van de Amerikaanse GGD’s (US Centers for Disease Control and Prevention), dat geen goede pers betekende voor de branche. Daarin werd gewaarschuwd dat ‘zorgverleners en clinici moeten weten dat toediening van hoest- en verkoudheidsmiddelen aan kinderen jonger dan twee jaar ernstige ziekten of fatale overdosering kan veroorzaken’19.

Al deze activiteiten maskeren echter het onderliggende probleem. Aangezien er geen gegevens zijn over veiligheid of efficiëntie, is de medicatie van kinderen als geheel een chaos, en desondanks lijken de autoriteiten volstrekt inert. In 2002 publiceerde de EU Better Medicines for Children als ‘prelude’ naar een nieuwe regelgeving voor de medicatie van kinderen, maar sindsdien heeft ze niets gedaan. In Amerika doet de FDA ook niet meer dan de spreekwoordelijke put dempen, en dan nog alleen maar voor een minuscuul deel van het probleem.

Door dit klimaat van regulatietwijfel zijn veel kinderartsen diep gefrustreerd. De redactie van dit tijdschrift heeft een dossier aangelegd met meer dan dertig medische publicaties van het afgelopen decennium over geneesmiddelen voor kinderen. De smeekbeden van de artsen aan het adres van de autoriteiten om eindelijk actie te ondernemen zijn bijna wanhopig: ‘onwenselijke situatie’, ‘vereist actie’ en ‘irrationeel’ zijn maar een paar citaten. Zelden zijn artsen zo eensgezind geweest tegen een industrie die ze zo vaak juist zien als hun levensader. In de tussentijd worden er nog steeds duizenden kinderen beschadigd door bijwerkingen, bij sommigen zelfs dodelijke.

BRONNEN:

1Br J Clin Pharmacol, 2001 ; 52 : 77-83
2Drug Saf, 2004; 27: 819-829
3Can J Clin Pharmacol, 2007; 14: e45-e57
4Pharmacoepidemiol Drug Saf , 2005; 14: 493-499
5Pharmacoepidemiol Drug Saf , 2004; 13: 483-487
6Drug Saf, 2006;29: 385-396
7Drug Saf, 2003; 26: 529-537
8Pharmacoepidemiol Drug Saf, 2004; 13: 147-152
9Eur J Pediatr, 2005; 164: 552-558
10Br J Clin Pharmacol, 2001 ; 52 : 77-83
11Medical Veritas, 2006; 3: 1019-1040
12Arch Dis Child, 2005; 90: i17-18
13Paediatr Drugs, 2006; 8: 271-277
14Fundam Clin Pharmacol, 2003; 17: 125-131
15Eur Respir J, 2004; 23: 310-313
16www.nkfk.nl/index.php?option=com_content&task=view&id=103&Itemid=51
17Nonprescription Drug Advisory Committee Meeting, 2007-4323b1-02-FDA 10-01-2007
18Medline Plus: www.nlm.nih.gov/medlineplus/news/fullstory_56432.html
19CDC MMWR Surveill Summ, 2007; 56: 1-4


Wie is de dader?

 In november 1997 hield de twee maanden oude Alan Yurko, die verzwakt geboren werd na een moeilijke zwangerschap, plotseling op met ademhalen. Zijn vader haastte zich met het kind naar een ziekenhuis in Florida, alwaar het jongetje na twee dagen overleed. Het ziekenhuis beschuldigde de vader van het veroorzaken van het shaken baby syndrome (SBS); hij werd veroordeeld tot levenslang. In hoger beroep vroegen de advocaten dr. Al-Bayati om onderzoek te doen. Hij zegt: ‘Het ziekenhuis had twee belangrijke fouten gemaakt: er was niet gekeken naar de medische aantekeningen van het kind, waarin een voorgeschiedenis stond van infecties, noch naar de bijwerkingen van vaccinaties die het kind gekregen had van de huisarts. Bovendien kreeg het kind hoge doses natriumbicarbonaat en heparine van het ziekenhuis zelf, en juist door die middelen had het een hartstilstand en interne bloedingen gekregen. Ik kon vaststellen dat deze symptomen, die lijken op die van SBS, pas ontstaan waren nadat de baby in het ziekenhuis was opgenomen’1.

 In augustus 2005 werd de twee maanden oude Averial met spoed naar het ziekenhuis gebracht door haar moeder. Ze kreeg de diagnose acute bronchopneumonie en respiratory distress-syndroom. Uit de bloedanalyse bleek een ernstige infectiegraad. Uit de longfoto’s bleek longontsteking en uit het lichamelijk onderzoek en lichaamsscans bleken geen tekenen van lichamelijk letsel. Het ziekenhuis gaf haar adrenaline, natriumbicarbonaat, antibiotica en andere medicijnen. Pas daarna werden er breuken van de schedel en ribben gevonden op de scans. De baby overleed elf dagen na de opname. Bij het pathologisch onderzoek daarna werden tekenen gevonden van bloedingen in en buiten de schedel, die tezamen met de ribfracturen consistent waren met lichamelijk letsel. De 27-jarige vader van het meisje werd ervan beschuldigd zijn dochter dood te hebben geschud en hij wacht momenteel op zijn proces. Dr. Al-Bayati is te hulp geroepen. ‘Uit mijn onderzoek blijkt dat de bloeding, het hersenoedeem en de necrose, alsmede de schedel- en ribfracturen zijn opgetreden nadat het kindje naar de spoedeisende hulp gebracht was. Deze letsels zijn ontstaan door de oorspronkelijke infectie en de medicijnen die ze in het ziekenhuis gekregen heeft’2.

1Medical Veritas, 2004; 1: 201-231
2Medical Veritas, 2007; 4: 1452-1469


Grootste boosdoeners

In dit kader vindt u de grootste boosdoeners onder medicijnen met ernstige bijwerkingen voor kinderen.
Slijmverdunners
 Elk middel met codeïne, dextromethorfan, carbinoxamine, efedrine, pseudo-efedrine, fenylefrine of broomfeniramine1.
 Hoestonderdrukkende middelen met hydrocodon ‘kunnen leiden tot ernstige ziekte, letsel of overlijden’, aldus de FDA die inmiddels een formeel verbod heeft uitgevaardigd op de meeste (meer dan 200) van deze middelen2. In Nederland is het niet meer verkrijgbaar.
Antihistaminica
 Elk middel met difenhydramine, broomfeniramine en chloorfenamine3.
Astmamiddelen
 Inhalatie-corticosteroïden kunnen de groei remmen en osteoporose veroorzaken4.
NSAID’s
 Ibuprofen, aspirine en paracetamol (acetaminofen) zijn ‘een significante oorzaak van ziekte bij kinderen’5.
Antibiotica
 Meer dan de helft van alle antibiotica veroorzaken bijwerkingen6.
 Dit is een van de belangrijkste groepen middelen met fatale bijwerkingen voor kinderen7.
 Amoxycilline is een van de vaakst voorkomende oorzaken van bijwerkingen8.
Gedragsgeoriënteerde middelen
 Ritalin geeft hoofdpijn, slapeloosheid, anorexie en een versneld hartritme9.
Vaccins
 In het meest recente rapport van de CDC worden 11,4 gevallen van bijwerkingen per 100.000 voorschriften gemeld, voornamelijk bij kinderen jonger dan zes jaar; 14,2 procent van alle meldingen waren ‘ernstig’: met levensbedreigende ziekte, opname in het ziekenhuis, blijvende beperkingen of dood als gevolg10.

1CDC MMWR Surveill Summ, 2007; 56: 1-4
2www.fda.gov/bbs/topics/NEWS/2007/NEW01713.html
3Nonprescription Drug Advisory Committee Meeting, 2007-4323b1-02-FDA 10-01-2007
4J Allergy Clin Immunol, 2003; 112 [3 suppl]: S1-40
5Br J Clin Pharmacol, 2005 ; 59 : 718-723
6Biomedica, 2007; 27: 66-75
7Arch Dis Child, 2002; 87: 462-466
8Can J Clin Pharmacol, 2007; 14: e45-57
9Curr Opin Pediatr, 2002; 14: 219-223
10MMWR Surveill Summ, 2003; 52: 1-24


Kinderaandoeningen behandelen zonder medicijnen

Veel kinderen krijgen negatieve bijwerkingen door medicijnen voor problemen die met veiliger alternatieven te behandelen zijn. Consulteer echter altijd een bevoegde arts voordat u het op deze manier doet.
Infecties, Bacteriën en schimmels
 Colloïdaal zilver. Zorg dat u geen overdosis geeft: 100 mcg/dag is veilig voor een kind van 20 kilo1.
 Tea tree olie. Dit is even effectief als standaard antibiotica bij huidinfecties, inclusief MRSA2, al kunnen er wel huidreacties op ontstaan.

Verkoudheid
 Echinacea3 en vitamine C4.
 Neusdruppels met zout water
 Stoom inhaleren van water met Friars Balsam (een 600 jaar oud kruidenmiddel met benzoë, aloë en storax). Let op dat u het kind op afstand houdt van het hete water en dat het de stoom niet te heet inhaleert.

Hoesten
 Eps® 7630, een kruidenmiddel van de wortel van een geranium (Pelargonium sidoides)5, geproduceerd door Schwabe Pharmaceuticals in Karlsruhe: www. schwabepharma.com.
 CORSHE-E, een ayurvedische kruidenlinctus (siroop)6. Een soortgelijk product is Olbas Cough Syrup.

Urinewegen en blaas

 Cranberrysap of bosbessensap7.

Diarree
 Individueel afgestemde homeopathie8.

Binnenoor
 Natuurgeneeskundige kruidendruppels voor de oren met tea tree olie, knoflook en andere kruiden9.
 Individueel afgestemde homeopathie10.
 Homeopathische Pulsatilla11.

Keelpijn
 Keelspray met 15% extract van salie (Salvia officinalis)12; een soortgelijk product is Echinacea keelspray van dr. A. Vogel, Zwitserland.
 Rode iep als therapie voorafgaand aan een geneesmiddel.
 Niets doen is beter dan geneesmiddelen als penicilline13.

Pijn,Hoofdpijn
 Pepermuntolie op het voorhoofd en de slapen14.
 Accupressuur15.
 Zelfhypnose16.
 Ga voedselallergieën na17.
 Moederkruid kan helpen18, al ontstond daar twijfel over na een recent onderzoek19.
 Homeopathie (al zijn er geen klinische trials).

Kiespijn
 Kruidnagelolie.
 Kompres met actieve kool.
 Tinctuur van Plantago major (weegbree).
 Wilde passiebloem (passiflora incarnata) bij overgevoelige tanden.
 Tinctuur van de bast van de prickly ash (‘kiespijnboom’: zanthoxylum americanum) om de tanden en het tandvlees te verdoven.

Gedragsproblemen
 Elimineer additieven uit de voeding van het kind20.
 Ga na of er voedingsallergieën zijn21.
 Pycnogenol; het extract van de bast van de Franse Pinus Maritimus22.
 Omega-3- en –6-supplementen23.

1Curr Probl Dermatol, 2006; 33: 17-34
2J Antimicrob Chemother, 2003; 51: 241-246
3Lancet Infect Dis, 2007; 7: 473-480
4Cochrane Database Syst Rev, 2007; 3: CD000980
5Phytomedicine, 2007; 14[suppl 6]: 69-73
6J Herb Pharmacother, 2004; 4: 1-12
7N Engl J Med, 1991; 324: 1599
8Pediatr Infect Dis J, 2003; 22: 229-234
9Cochrane Database Syst Rev; 2006; 3: CD005657
10Pediatr Infect Dis J, 2001; 20: 177-183
11J Am Inst Homeop, 1986; 79: 3-4
12Eur J Med Res, 2006; 11: 20-26
13BMJ, 2003; 327: 1324-1327
14Nervenartzt, 1996; 67: 672-681
15Digital Dissertation Abstracts, 1990; DAI-B 50/12 : 5890
16Pediatrics, 1987; 79: 593-597
17J Pediatr, 1989; 114: 51-58
18Lancet, 1988: ii: 189-192
19Curr Opin Neurol, 2005; 18: 289-292
20Lancet, 2007; online voorafgaand aan druk; DOI:10.1016/S0140-6736(07)61306-3
21J Pediatr, 1989; 114: 51-58
22Eur Child Adolesc Psychiatry, 2006; 15: 329-335
23Pediatrics, 2005 ; 115 : 1360-1366

Wilt u dit artikel lezen?

Als abonnee kunt u dit artikel gratis lezen door in te loggen op uw account. Nog geen abonnee? Sluit nu een abonnement af.

Andere archief artikelen

Uitgelezen; Wie ben ik als niemand kijkt

Liesbeth Woertman onderzoekt in dit boek het leven van vrouwen in vooral de derde levensfase (na de pensionering) en de laatste vierde levensfase (vanaf ongeveer 75 jaar). Wat betekent het voor hen om een ouder lichaam te hebben in een tijd van geseksualiseerde,...

Basisrecept voor elke dag

Heb jij dat ook aan het begin van een nieuw jaar? Ik sta altijd een beetje te trappelen van ongeduld. Wat zal het nieuwe jaar aan bijzondere ontmoetingen en ontwikkelingen met zich meebrengen? Voor wat voor uitdagingen komen we te staan? Hoe zullen de seizoenen...

Innerlijke reis; ik blijf me verwonderen

Een tante gaf Kor Koetje een boek uit de boedel van een boer, en dat bracht hem in zijn tienerjaren op het pad van de natuurgeneeskunde. Het was Homeopathie in de praktijk van dr. J. Voorhoeve uit de jaren 20 van de vorige eeuw. Koetjes’ schoonzus was zijn eerste...

Boezemfibrileren vaak niet opgemerkt

Atriumfibrilleren, of boezemfibrilleren, is een veelvoorkomende volksziekte bij mensen op hogere leeftijd. Het wordt niet altijd opgemerkt door de arts of de patiënt. Boezemfibrilleren is goed behandelbaar, maar onbeschermd is er een sterk verhoogde kans op...