In het laatste deel van dit tweeluik over het ketogene voedingspatroon is er aandacht voor het effect op psychische en neurologische aandoeningen. Ook díe kunnen namelijk baat hebben bij ‘keto’, volgens onder andere psychiater en neurowetenschapper Christopher Palmer. In zijn boek Brain Energy beschrijft hij zijn verbazingwekkende ervaringen met psychiatrische patiënten.
Diabetes type-2 ofwel suikerziekte is een snel om zich heen grijpende epidemie. Niet alleen in Europa, maar in de hele wereld. Zeg maar: overal waar de suikerverslaving heeft toegeslagen. Een groot deel van de patiënten met dit type diabetes kan met een ketogeen dieet de ziekte ‘omkeren’, zoals te lezen in het eerste deel van dit tweeluik. Zij bereiken vaak al na enkele weken een betere bloedglucosespiegel, een beter bloedvettenprofiel, een lagere bloeddruk én gewichtsverlies.
De toename van het suikergebruik is echter niet alleen te linken aan de toename van diabetes type-2. Er is ook een relatie met de toename van schizofrenie, een ernstige psychiatrische aandoening. Eén van de allereersten die hier op wees, was medisch geograaf dr. Harold D. Foster (1933-2009). Deze voormalige hoogleraar van de Universiteit van Victoria in Canada schreef een fascinerend boek, dat in 2004 werd vertaald in het Nederlands als De echte oorzaken van schizofrenie.1 Daarin wijst Foster met de beschuldigende vinger naar onder meer suiker.
De relatie tussen diabetes en schizofrenie is aannemelijk
In zijn boek werpt Foster de vraag op waarom het aantal patiënten met schizofrenie de afgelopen anderhalve eeuw zo sterk is toegenomen, en dan vooral in stedelijke gebieden.
Eeuwenlang deed zich in de westerse wereld gemiddeld één geval voor op tweeduizend mensen. Dit veranderde met de komst van de industrialisatie. In Engeland, Ierland, Canada en de Verenigde Staten bijvoorbeeld steeg het aantal gevallen met tenminste een factor zeven tussen het midden van de 18de en het midden van de 20ste eeuw.
Volgens Foster is deze toename mogelijk te verklaren door de aanmaak van adrenochroom, een oxidatieproduct van adrenaline dat hallucinaties kan uitlokken. Die aanmaak wordt bevorderd door de typische kenmerken van de geïndustrialiseerde maatschappij: stress, blootstelling aan voedingsstoffen die allergische reacties veroorzaken, voedingstekorten én de consumptie van suiker.
Bij Foster is te lezen dat het westerse voedingspatroon in toenemende mate wordt gedomineerd door het bekendste én meest schadelijke koolhydraat dat we kennen: suiker. De consumptie per hoofd van de bevolking in bijvoorbeeld de Verenigde Staten is sinds 1822 ruwweg met een factor twintig gestegen. Hypoglycemie is als gevolg daarvan buitensporig toegenomen.
De verhoogde inname van suiker stimuleert het lichaam tot het vrijzetten van insuline, dat vervolgens de bloedsuikerspiegel verlaagt en daarmee de bijnieren aanzet tot het vrijmaken van adrenaline. En bij schizofreniepatiënten zou dit dus worden geoxideerd tot abnormaal hoge concentraties adrenochroom, en hiervan afgeleide stofwisselingsproducten. Wie meegaat in de gedachtegang van Foster, zou zomaar op het idee kunnen komen om patiënten met schizofrenie eens op een ketogeen dieet te zetten. Toch gebeurt dit niet of nauwelijks in de psychiatrie.
Minder depressief
Maar er zijn uitzonderingen, zoals de Amerikaan dr. Christopher Palmer. Naast praktiserend klinisch psychiater, is hij neurowetenschapper aan Harvard Medical School in Boston. Ook Palmer schreef een boek, waarvan vorig jaar een Nederlandse vertaling uitkwam: Brain Energy - Een revolutionaire kijk op psychische klachten.2
Daarin vertelt Palmer onder andere over een 33-jarige patiënt met een schizoaffectieve stoornis, een combinatie van schizofrenie en een stemmingsstoornis. Tom had jarenlang dagelijks last van hallucinaties, waanideeën en angstgevoelens.
Hij probeerde zeventien soorten medicatie - niets hielp. De medicijnen maakten Tom suf, waardoor zijn gevoelens van angst en onrust wel minder werden. Maar de hallucinaties en de waanideeën gingen niet weg. Tot overmaat van ramp nam zijn lichaamsgewicht ook nog eens fors toe, met ruim 45 kilo.
In 2016 besloot Palmer dat het tijd werd om Tom te helpen afvallen. Hij verwees hem niet door naar een diëtist of andere specialist, maar ging zelf met hem aan de slag. ‘Na een aantal mislukte experimenten met verschillende afvalmethodes besloten we een ketogeen dieet te proberen - een dieet met weinig koolhydraten, een matig proteïnegehalte en een hoog vetpercentage’, schrijft Palmer.
Daarna veranderde er veel, binnen een tijdsbestek van weken. Tom was bijvoorbeeld minder depressief en minder suf. ‘Hij maakte meer oogcontact en als hij dit deed, zag ik een tegenwoordigheid van geest en een sprankeling in zijn ogen die ik nooit eerder had gezien.
Nog verbazingwekkender was dat hij me na twee maanden vertelde dat zijn aanhoudende hallucinaties afnamen en hij zijn vele paranoïde complottheorieën heroverwoog. Hij begon zich te realiseren dat ze niet echt waren en waarschijnlijk nooit echt waren geweest. Tom raakte bijna 70 kilo kwijt, verliet het ouderlijk huis en behaalde een diploma.’
Bij epilepsie
Palmer stond perplex. ‘Zoiets had ik in mijn hele loopbaan nog nooit eerder meegemaakt’, schrijft hij. ‘Gewichtsverlies kan angst en depressie bij sommige mensen verminderen. Maar deze man had een psychotische stoornis, die meer dan tien jaar therapie had weerstaan.’ Hoe kon een ketogeen dieet iets dergelijks bewerkstelligen?
Het boek van Foster lijkt Palmer nooit onder ogen te hebben gehad. Maar hij dook in de medische literatuur, en ontdekte onder meer dat het ketogeen dieet een vanouds beproefd middel is tegen epilepsie. De oude Griekse geneesheer Hippocrates wist al dat epileptische toevallen gestopt konden worden door te vasten. Deze remedie werd in veel beschavingen toegepast. ‘Maar met de komst van moderne medicijnen werd dit veelal afgedaan als religieus volksgebruik en waarschijnlijk een fabeltje’, schrijft Palmer.
Hippocrates wist al dat epileptische toevallen gestopt konden worden door te vasten
Ruim een eeuw geleden kwam daar verandering in, toen een arts een onderzoekartikel publiceerde over het effect van vasten op een jongen met epilepsie. Het probleem is echter dat je patiënten niet te lang kunt laten vasten vanwege het risico op uithongering. Daarom ging arts Russell Wilder in 1921 aan de slag met het ketogeen dieet: hij wilde nagaan of dit bij epilepsie lang vasten kon nabootsen, zonder uithongering.
Het werkte. Het ketogeen dieet verminderde of stopte de toevallen bij 85 procent van de epilepsiepatiënten die het probeerden. Rond 1950 echter raakte deze aanpak uit de mode, vanwege het groeiende aantal anti-epileptische medicijnen.
‘Helaas heeft zo’n 30 procent van de patiënten met epilepsie geen baat bij welk van die pillen dan ook, dus werd het ketogeen dieet rond 1970 door het academisch Johns Hopkins ziekenhuis in de Verenigde Staten nieuw leven ingeblazen en gebruikt bij behandelresistente epilepsie’, aldus Palmer. Het effect werd klinisch aangetoond.
In 2020 was de conclusie van een uitgebreide meta-analyse, waarin de resultaten van verschillende studies werden vergeleken, dat kinderen met behandelresistente epilepsie die een ketogeen dieet volgen drie keer zoveel kans hebben om bevrijd te worden van toevallen dan kinderen die een gangbare behandeling krijgen.
Bio-energetische disfunctie
Palmer ging het ketogeen dieet gebruiken bij de behandeling van meer psychiatrische patiënten. Toen het succes aanhield, zocht hij samenwerking met onderzoekers elders in de wereld. ‘We hielden wereldwijd presentaties over dit onderwerp en publiceerden artikelen in wetenschappelijke bladen over de effectiviteit ervan’, schrijft Palmer.
Zo publiceerde hij in 2019 samen met collega’s een overzichtsartikel.3 Aan de basis van schizofrenie ligt volgens hen een bio-energetische disfunctie in de hersenen, die vooral de glucosestofwisseling betreft. Dit is cruciaal, omdat het brein voor zijn energievoorziening voornamelijk hiervan afhankelijk is. Een relatie tussen diabetes en schizofrenie achten ze aannemelijk, omdat diabetes bij schizofreniepatiënten driemaal vaker voorkomt dan bij gezonde proefpersonen.
Bij een voedselaanbod van relatief veel vet en weinig koolhydraten (dus weinig glucose), worden door de verhoogde afbraak van vetzuurketens ketonen aangemaakt, die dan glucose als brandstof vervangen. Dit leidt tot verbeterde insulinegevoeligheid en verlaagde bloedglucosewaarden en normaliseert de bio-energetische verstoring in de hersenen van patiënten met schizofrenie. Ook treedt een algehele verbetering op van de stofwisseling, wat leidt tot gewichtsverlies.
Ook bij ziekte van Alzheimer
Christopher Palmer verwijst in Brain Energy met regelmaat naar de ziekte van Alzheimer. ‘Insulineresistentie in de hersenen is eveneens betrokken bij de ziekte van Alzheimer’, schrijft hij. Sommigen spreken daarom ook wel van ‘diabetes type-3’. Er is volgens Palmer sterk bewijs dat de hersenen van alzheimerpatiënten door insulineresistentie niet voldoende energie uit glucose kunnen krijgen. Ketonen kunnen dan als alternatieve brandstof dienen.
Hij haalt in dit verband een onderzoek aan waarin 26 patiënten allemaal twaalf weken lang het ketogeen dieet en twaalf weken een vetarm dieet volgden, met een tussenperiode van tien weken zonder dieet.4 De deelnemers volgden de diëten in verschillende volgorde en de evaluaties werden blind gedaan. Aan het eind van het onderzoek ontdekte men dat mensen die het ketogeen dieet volgden een verbetering van dagelijks functioneren en kwaliteit van leven ondervonden.
Ook een ‘ketonendrankje’ kan trouwens een gunstig effect hebben. Aan een onderzoek uit 2021 namen 83 personen deel met een beginnende vorm van dementie.5 Ze werden willekeurig in een suppletie- en placebogroep verdeeld. Het ketonendrankje bevatte 15 gram middellange ketenvetzuren (60 procent caprylzuur en 40 procent caprinezuur) opgelost in lactosevrije melk.
De lever kan uit middellange ketenvetzuren ketonen maken. Het drankje werd - evenals de placebodrank - tweemaal per dag gegeven gedurende zes maanden. Vóór en na deze periode werden geheugentesten gedaan. Toediening van het ketonendrankje leidde tot een significante verbetering van vier geheugentaken waaronder het vloeiend spraakvermogen, de flexibiliteit van het geheugen, het herinneringsvermogen en het vermogen om woorden te vinden. Toediening van het drankje ging aantoonbaar gepaard met een toename van ketonen in het bloed, en dit bleek gerelateerd aan de positieve veranderingen.
Psychische aandoeningen zijn feitelijk stofwisselings-stoornissen
Palmer publiceerde ook verschillende casussen, zoals die van een 82-jarige vrouw die sinds haar 17de met schizofrenie kampte. Ruim een halve eeuw had ze last van paranoia, hallucinaties en een verstoorde spraak. Op 70-jarige leeftijd werd ze opgenomen voor psychosen en suïcidepogingen. Ze werd behandeld met tien verschillende antipsychotica, maar die gaven geen verlichting.
Vanwege haar overgewicht (ze woog 150 kilo) begon ze met een ketogeen dieet. Na twee weken nam niet alleen haar lichaamsgewicht af, maar verminderden ook haar symptomen. Ze voelde zich gaandeweg steeds beter en stopte met de antipsychotica. Haar gemoedstoestand stabiliseerde, ze had geen last meer van hallucinaties en was niet langer suïcidaal. Na twaalf jaar het ketogeen dieet gevolgd te hebben, was ze niet alleen
68 kilo lichter maar ook compleet verlost van symptomen zonder gebruik van medicatie. Ze was eindelijk in staat om, zonder hulp van anderen, voor zichzelf te zorgen.
Medische begeleiding
Ook patiënten met andere psychische aandoeningen dan schizofrenie kunnen baat hebben bij ‘keto’. Voorin het boek staat bijvoorbeeld deze getuigenis van David Baszucki: ‘Na een bipolaire episode op 19-jarige leeftijd werd onze zoon onderzocht door meer dan veertig deskundigen uit de geestelijke gezondheidszorg en kreeg hij 29 verschillende medicaties voorgeschreven.
Pas toen hij onder begeleiding van dr. Palmer begon met ketogeen dieettherapie kreeg hij de controle over zijn hersenen en zijn leven terug. De stofwisselingsbenadering van dr. Palmer heeft het potentieel om de globale geestelijke gezondheidsepidemie radicaal aan te pakken.’
Palmer waarschuwt overigens voor zelfwerkzaamheid. ‘Mensen met psychische stoornissen moeten dit dieet alleen volgen onder medische begeleiding’, schrijft hij. ‘Bovendien moeten dan vaak voorgeschreven medicijnen worden bijgesteld of op een veilige manier worden afgebouwd.’ Hij beschouwt het ketogeen dieet niet als een wonderpil.
‘Dit boek gaat niet over het ketogeen dieet, of over welk dieet dan ook. Het gaat ook niet uitsluitend over ernstige psychiatrische aandoeningen; de wetenschappelijke inzichten in dit boek hebben eveneens betrekking op milde depressies en angstgevoelens. Door dit boek ga je misschien wel anders kijken naar menselijke emoties en ervaringen.
Ik ga geen wondermiddel voor psychische aandoeningen geven, of een bepaalde behandeling promoten. Het onverwachte resultaat van deze specifieke behandeling was een eerste stap op mijn pad naar een nieuwe manier om psychische stoornissen te begrijpen.’ En dat nieuwe begrip komt er volgens Palmer op neer dat psychische aandoeningen ‘stofwisselingsstoornissen’ zijn, die tot uiting komen in problemen met de energievoorziening van het brein.
Bronnen
- Harold D. Foster. De echte oorzaken van schizofrenie. OCS, 2004
- Christopher Palmer. Brain Energy - Een revolutionaire kijk op psychische klachten. Lucht, 2023
- Sarnyai Z, Kraeuter AK, Palmer CM. Ketogenic diet for schizophrenia: clinical implication. Curr Opin Psychiatry 2019; 32(5):394-401
- Phillips M, Deprez L, Mortimer G et al. Randomized Crossover Trial of a Modified Ketogenic Diet in Alzheimer’s Disease. Alzheimer’s Res Ther 13(1) (2021): 51
- Fortier M, Castellano C, St-Pierre V et al. A ketogenic drink improves cognition in mild cognitive impairment: Results of a 6-month RCT. Alzheimers Dement. 2021 Mar;17(3):543-552
