04-08-2008

Ken uw vragenlijst

Uit de gegevens in eetdagboeken bleek dat een hoge consumptie van verzadigde vetten het risico van borstkanker verdubbelt.’

Dit is een artikel over vragenlijsten; jazeker, die gehate dingen die u telkens weer moet invullen. Maar belangrijker is dat dit artikel ook over eetgewoonten gaat, het voedsel dat we consumeren, en onze gezondheid op de lange termijn. De meeste mensen proberen immers gezond te eten, maar omdat we voortdurend tegenstrijdige verhalen lezen over wat ‘gezond eten’ nu eigenlijk inhoudt, is dat geen gemakkelijke opgave. Vooral de geneeskunst lijkt altijd overhoop te liggen met de voedingsdeskundigen en wat de ene partij beweert, blijkt vaak in tegenspraak met de beweringen van de ander.

Omdat hij dit zelf tijdens zijn opleiding heeft geleerd, herinnert de huisarts ons er graag aan dat we alle voedingsstoffen die we nodig hebben, uit onze maaltijden kunnen halen en geen supplementen hoeven te nemen. Hoe hij dat weet? Uit de onderzoeksgegevens die in de loop der jaren bijeengesprokkeld zijn.

Wat is waar?

Zo komen we weer terug bij het fenomeen van de vragenlijst. In de afgelopen twintig jaar hebben medisch onderzoekers aan de hand van vragenlijsten over voedselfrequentie gegevens over voeding en eetgewoonten verzameld. Zoals het met dit soort formulieren gaat, wordt de vragenlijst bij de proefpersoon achtergelaten om zelf verder thuis in te vullen. Het probleem daarbij is dat de vragenlijst rekent op het geheugen van de persoon en op zijn bereidheid de waarheid te vertellen.

Moet ik echt opschrijven dat ik vandaag twee grote zakken patat heb gegeten? Gelukkig is de vragenlijst onnauwkeurig genoeg om deze incidentele dwalingen van het geheugen toe te staan. De uitkomst is echter dat de verstrekte gegevens zeer onnauwkeurig zijn. Dus u heeft hartklachten, maar eet nooit patat? Dan kan patat geen factor zijn bij het ontstaan van gezondheidsklachten.

Dr. Sheila Bingham en anderen van de MRC Dunn Human Nutrition Unit in Cambridge hebben in een recent uitgevoerd onderzoek de omvang van het probleem aangestipt.1
Ze besloten het inconsistente bewijs rond het verband tussen vetrijke voeding en borstkanker te controleren. Kleinschalige gecontroleerde onderzoeken wijzen op een verband, maar dit werd nooit in grootschaliger, en vermoedelijk ook wetenschappelijker, onderzoek bevestigd.

Bingham en haar collega’s controleerden de antwoorden van 25.630 mannen en vrouwen in het Britse Norfolk, die tussen 1993 en 1997 vragenlijsten hadden ingevuld. Van deze proefpersonen hielden er 23.656 eveneens een dagboek bij van wat ze aten, een geperfectioneerde vorm van een vragenlijst die nu pas in verschillende onderzoeken wordt gebruikt. Het dagboek dwingt de deelnemer dagelijks al het voedsel dat hij consumeert, te specificeren, waarbij het risico dat hij bepaalde artikelen weglaat of vergeet lager wordt. Het betekent ook meer werk voor de analisten, die de ingevoerde gegevens van het ‘eetdagboek’ in voedingswaarden moeten omzetten.

In totaal werden er vanaf het begin van het experiment tot aan september 2002 onder de deelnemers 168 gevallen van borstkanker gemeld. Toen de onderzoekers de vragenlijsten van de deelnemers onder de loep namen, vonden ze een relatief lage vetconsumptie in de eetpatronen. De eetdagboeken, die door dezelfde patiënten waren bijgehouden, gaven echter een totaal ander beeld te zien.

Bij analyse van de eetdagboeken ontdekten de onderzoekers dat de kankerpatiënten er eigenlijk zeer vetrijke eetgewoonten op na hielden en met name veel verzadigde vetten aten. Uit de vragenlijsten over voedselfrequentie bleek ook een veel hogere inname van zuivel en verzadigde vetten dan uit de eetdagboeken naar voren kwam.

Over het algemeen toonden de dagboekgegevens aan dat een hoge consumptie van verzadigde vetten het risico van borstkanker verdubbelde in vergelijking met een eetpatroon met lage tot gemiddelde consumptie van verzadigde vetten. Maar dit verband zou nooit zijn aangetoond als de onderzoekers aan hun bevindingen uit de voedselfrequentievragenlijsten hadden vastgehouden; toch waren de oorspronkelijke gegevens door dezelfde mensen verschaft. Bovendien suggereert deze ontdekking een veel groter verband tussen verzadigde vetten en borstkanker dan alle eerdere experimenten.

Methodologie

Zeer weinig, of misschien geen enkel onderzoek naar voeding en gezondheid maakt gebruik van eetdagboeken. De methode is volgens de onderzoekers te lastig, te traag en te duur en daarbij worden er toch al zelden subsidies verstrekt voor onderzoek naar voedingsgewoonten. Het subsidiegeld kun je dan beter aan de werving van deelnemers besteden dan aan een andere methodologie, redeneert men al gauw.

En farmaceutische bedrijven, de belangrijkste subsidiegevers, laten liever hun eigen medicijnen en supplementen testen dan een onderzoek naar voedingsstoffen te bekostigen waarvan de uitkomst wellicht is dat hun producten overbodig zijn. Dr. Binghams onderzoek is duidelijk als een bom ingeslagen. Daarnaast wordt het voedingsonderzoek in het algemeen door haar onderzoek voor een beslissende keuze gesteld.

Zal het de voedselfrequentiemethode nu helemaal afschaffen, of vertoont het Bingham-onderzoek zelf misschien barstjes? Sommige onderzoekers scharen zich al achter deze denkwijze. Waarom zou je immers een comfortabele methodologie veranderen omwille van een ingewikkelder methode die een nog groter deel van het subsidiepotje opslokt?

Dr. Bingham heeft echter goede papieren: haar onderzoek bevestigt slechts wat men in kleinschaliger experimenten al ontdekte en tegelijkertijd rekent ze af met alle verwarring en tegenstrijdigheden. Wil de medische stand haar bevindingen echter accepteren, dan is daarvoor een diepgaande verandering in hun denktrant nodig.

Het onderzoek zet immers ook vraagtekens bij elk grootschalig voedingsexperiment dat tot nu toe werd verricht en waarop talloze medische adviezen zijn gebaseerd. Binghams onderzoek is een van de grootste dat ooit naar het verband tussen eetgewoonten en ziekten werd gedaan en het eerste dat de uitkomsten van kleinere experimenten bevestigt.

Ondertussen woedt het debat voort en zult u, de consument, de tegenstrijdige onderzoeksresultaten in de krantenartikelen moeten filteren. Gaat het om een grootschalig onderzoek, met wellicht duizenden deelnemers? Neem de bevindingen dan met een korreltje zout (indien we aannemen dat zout goed voor u is).

En dan te bedenken dat jarenlange discussies over gezonde voedingsgewoonten steunden op die ellendige vragenlijsten die niemand graag invult en als ze al ingevuld werden, gebeurde dat op basis van die bekende menselijke eigenschap: liegen.
Bryan Hubbard

BRON:1 Lancet, 2003; 362: 212-4

Wilt u dit artikel lezen?

Als abonnee kunt u dit artikel gratis lezen door in te loggen op uw account. Nog geen abonnee? Sluit nu een abonnement af.

Andere archief artikelen

Uitgelezen; Wie ben ik als niemand kijkt

Liesbeth Woertman onderzoekt in dit boek het leven van vrouwen in vooral de derde levensfase (na de pensionering) en de laatste vierde levensfase (vanaf ongeveer 75 jaar). Wat betekent het voor hen om een ouder lichaam te hebben in een tijd van geseksualiseerde,...

Basisrecept voor elke dag

Heb jij dat ook aan het begin van een nieuw jaar? Ik sta altijd een beetje te trappelen van ongeduld. Wat zal het nieuwe jaar aan bijzondere ontmoetingen en ontwikkelingen met zich meebrengen? Voor wat voor uitdagingen komen we te staan? Hoe zullen de seizoenen...

Innerlijke reis; ik blijf me verwonderen

Een tante gaf Kor Koetje een boek uit de boedel van een boer, en dat bracht hem in zijn tienerjaren op het pad van de natuurgeneeskunde. Het was Homeopathie in de praktijk van dr. J. Voorhoeve uit de jaren 20 van de vorige eeuw. Koetjes’ schoonzus was zijn eerste...

Boezemfibrileren vaak niet opgemerkt

Atriumfibrilleren, of boezemfibrilleren, is een veelvoorkomende volksziekte bij mensen op hogere leeftijd. Het wordt niet altijd opgemerkt door de arts of de patiënt. Boezemfibrilleren is goed behandelbaar, maar onbeschermd is er een sterk verhoogde kans op...