Integrale geneeskunde bij kanker

Kankerspecialsiten die werken volgens de integrale geneeskunde (ook wel integrative medicine genoemd) combineren het beste uit de reguliere en alternatieve geneeskunde en gebruiken allerlei verschillende behandelingen. Cate Montana inventariseerde bij de beste artsen aan beide zijden van de Atlantische Oceaan welke behandelingen ze het liefst inzetten.

‘Kanker is slechts een symptoom van een aandoening van het hele systeem, niet alleen van de borst of de dikke darm of de prostaat’, zegt Leigh Erin Connealy. Ze is oprichter en medisch directeur van het Cancer Center for Healing en het Center for New Medicine in Californië: een van de grootste kankercentra ter wereld. ‘Het is een aandoening van het hele systeem, omdat het lichaam een heel systeem is. Je kunt niet alleen kanker behandelen. Je moet datgene herstellen wat de perfecte storm in het lichaam veroorzaakt.’ Een ‘perfecte storm’ betekent dat een zeldzame combinatie van uiteenlopende omstandigheden tot zoiets extreems als kanker leidt.

Connealy ’s benadering om kanker te behandelen, is kenmerkend voor de manier waarop de beste integrale kankerspecialisten over de hele wereld werken. Connealy heeft in de afgelopen 35 jaar al meer dan 65.000 kankerpatiënten behandeld. Integrale artsen kijken bij kanker naar het hele systeem. Ze onderzoeken de volledige gezondheidstoestand van elke patiënt en richten zich op de genezing van de hele persoon, niet alleen de tumor.

Ze onderzoeken omgevingsfactoren, zoals voeding en blootstelling aan giftige stoffen. Ze kijken ook naar de emotionele en psychische toestand van de patiënt. En ze kiezen uit een breed palet van alternatieve en reguliere behandelingen, die volgens hen het beste zijn voor die persoon.

Hoewel er een groot aantal holistische en integrale behandelingen van kanker bestaat, kiezen artsen specifieke methoden, waarvan de meeste klinisch gevalideerd zijn. Hier volgt een lijst van behandelmethoden die je kunt overwegen als je aanvullende of alternatieve therapieën zoekt naast of voor de standaardbehandelingen: chemotherapie, bestraling en een operatie. Veel genoemde therapieën worden in Nederland echter niet op grote schaal toegepast, maar bijvoorbeeld alleen nog maar in studies.

Adoptieve celtherapie

Adoptieve celtherapie verhoogt het aantal en/of de werkzaamheid van immuuncellen door middel van laboratoriumtechnieken, waardoor de immuunrespons tegen kanker sterker wordt.1 De volgende therapieën vallen hieronder:

CAR-T-celtherapie (chimere antigeenreceptor-T-celtherapie). T-cellen zijn witte bloedcellen die cellen opruimen die door bacteriën en virussen beschadigd zijn. T-cellen kunnen ook kankercellen aanvallen: bij deze therapie worden je T-cellen in het laboratorium bewerkt om de kankercellen te herkennen en te bestrijden.

CAR-NK-celtherapie (chimere antigeenreceptor-natural killer-celtherapie). NK-cellen hebben tot taak afwijkende cellen te identificeren en te doden. Bij deze therapie worden NK-cellen bewerkt om kankercellen beter te herkennen.

TIL-therapie. TIL betekent tumor-infiltrerende lymfocyten. Bij deze therapie worden T-cellen uit een stukje operatief verwijderde tumor gehaald. In het laboratorium worden ze vermeerderd en via een infuus krijgt de patiënt ze weer in zijn bloedbaan terug.

Angiogeneseremmers

Angiogeneseremmers verhinderen de vorming van nieuwe bloedvaten naar en in de tumor. Zo gaat deze therapie de tumorgroei tegen.2

Artesunaat

Artesunaat is een antiparasitair medicijn dat oorspronkelijk werd ontwikkeld voor de behandeling van malaria. Het blijkt ook tegen tumoren te werken. Artesunaat (toegediend via een infuus) veroorzaakt kankerceldood (apoptose), doordat het reageert met ijzerdeeltjes in de lysosomen van kankercellen: kleine blaasjes in de cellen die enzymen bevatten. De vrije radicalen die daarbij ontstaan, vernietigen de mitochondriën (energiecentrales) van de kankercellen.3

Vaccinatietherapie

Een stukje afgenomen tumor (biopt) wordt in het laboratorium onderzocht. De stukjes van de tumor waarop het immuunsysteem het sterkst zal reageren, worden in het laboratorium nagemaakt, waarna een vaccin tegen die stukjes wordt geproduceerd. Als het vaccin wordt ingespoten, ontstaat in het lichaam een afweerreactie tegen de tumor. Het vaccin bevat verder ook andere stoffen die de immuunrespons tegen de kanker stimuleren.4

3-broompyruvaat

3-broompyruvaat (3BP) is een organische verbinding die lijkt op melkzuur en die het enzym hexokinase blokkeert. Hexokinase produceert glucose in het lichaam en bindt zich ook aan beschadigde mitochondriën in kankercellen, waardoor deze geen celenergie (ATP) meer kunnen produceren. Daardoor gaan de kankercellen dood, terwijl gezonde cellen ongemoeid worden gelaten.5

Cytokinetherapie

Bij cytokinetherapie worden interferonen en interleukines (allebei cytokines: eiwitten van het immuunsysteem) gebruikt om een immuunrespons op te wekken.6

Dendritische celtherapie

Dendritische celtherapie is een vorm van vaccinatie-therapie. Dendritische cellen zijn de ‘schildwachten’ van het immuunsysteem, die aangeven waar ziekten of afwijkende cellen zich verbergen en het immuunsysteem laten zien hoe het deze moet aanvallen.7

Maretak

Maretak (viscum album) wordt al lange tijd gebruikt bij de behandeling van kanker (zie kader p27). Het is een immuunversterker waarvan is aangetoond dat het de overlevingsduur verbetert en tumorremissie bevordert. Remissie betekent dat er bij medisch onderzoek geen kanker (volledige remissie) of 50 procent minder kanker (partiële remissie) in je lichaam wordt gevonden.8

Gut flora replacement therapy

Gut flora replacement therapy is het implanteren van nuttige darmbacteriën en -gisten uit probiotische supplementen in de darm om de darmwerking te verbeteren.

 

Het metabolisme als strategie tegen kanker

Bijna honderd jaar geleden opperde de Duitse arts, onderzoeker en Nobelprijswinnaar Otto Warburg dat de hoofdoorzaak van kanker een defect in de mitochondriën is. Mitochondriën zijn de energiecentrales van de cel. Ze produceren ATP, de energiebron waarvan alle cellen afhankelijk zijn om te functioneren. Warburg ging ervan uit dat dit defect ertoe leidde dat mitochondriën voor deze productie overschakelen van het gebruik van zuurstof (ademhaling) naar het veel minder efficiënte proces van het vergisten van suiker tot melkzuur.

In overeenstemming met deze theorie wordt een verhoogde glycolyse, zelfs in aanwezigheid van zuurstof, al meer dan tachtig jaar gezien als de bekendste biomarker van kanker.1
Dit duidelijke verschil tussen kankercellen en gezonde cellen werd bekend als het ‘Warburg-effect’.

Helaas werd Warburgs theorie in het midden van de vorige eeuw vervangen door de overtuiging dat kanker uitsluitend een genetisch bepaalde ziekte is. Meer dan zeventig jaar lang heeft de geneeskunde onvermoeibaar gezocht naar de genetische oorzaken van kanker en de chemische ‘sleutels’ (farmaceutische middelen) om kankergenen uit te schakelen. Toch neemt kanker nog steeds toe.

Maar Warburgs stofwisselingstheorie maakt momenteel een comeback. Onderzoek in de jaren tachtig liet zien dat de mitochondriën in tumorcellen afwijkend zijn en dat er grote hoeveelheden van het enzym hexokinase aan hun buitenmembraan vastzitten: dat enzym zorgt voor de omzetting van glucose,2 wat kankercellen ‘onsterfelijk’ maakt en hun groei bevordert.3

De suikertoevoer verminderen waarvan kankercellen afhankelijk zijn voor hun stofwisseling, en de hexokinase in de mitochondriën van kankercellen uitschakelen, blijken effectieve methoden om kanker te behandelen. Daarom kan een ketogeen dieet (met weinig koolhydraten, veel vet en matige hoeveelheid eiwitten) soms een effectieve aanvullende behandeling zijn bij kanker.4

Het ketogeen dieet kan de groei van tumoren vertragen, voorkomen dat kanker ontstaat en de levensduur verlengen.5 Het helpt ook kankerbestrijdende medicijnen bij hun werking tegen kanker6 en vermindert de ontsteking die de woekering van kankercellen stimuleert.7

Twee biochemici van de Johns Hopkins Universiteit hebben in 2004 ratten met grote carcinomen behandeld met 3-broompyruvaat (3BP). Ze wilden op die manier de hexokinase in de kankercellen uitschakelen. Alle gevorderde kankers in alle negentien dieren werden vernietigd zonder de omliggende gezonde cellen te schaden, en de kanker kwam niet terug.8
Deze metabolische strategieën kun je naast andere behandelingen gebruiken.

De suikertoevoer verminderen waarvan kankercellen afhankelijk zijn, en de hexokinase in de mitochondriën van kankercellen uitschakelen, blijken effectieve methoden tegen kanker

‘Ik heb verschillende patiënten die hier met vergevorderde kanker kwamen, en ze komen jaren later nog steeds’, zegt Donese Worden, een natuurgeneeskundig arts in Arizona, over de stofwisselingsaanpak. ‘Ik heb bijvoorbeeld een patiënt met prostaatkanker die ik volgens deze methode heb behandeld, en zijn tumor is zo drastisch geslonken dat zijn arts besloot om geen operatie of chemo te doen.

‘Daarna is hij getrouwd en ging op reis naar Europa, was helemaal gelukkig en stopte met zijn ketogeen dieet. Drie weken lang at hij brood en dronk wijn. Toen hij terugkwam, waren zijn kankermarkers gestegen en was de tumor weer gegroeid. Maar zodra hij weer met een ketogeen dieet begon, slonk de tumor weer.’

Begin echter nooit op eigen initiatief een ketogeen dieet als je kanker hebt. Overleg altijd met je behandelend arts en doe het onder begeleiding van een diëtist. Bij sommige vormen van kanker kan het dieet juist averechts werken.

 

Bronnen
1 Sci Rep, 2014; 4: 4927
2 J Biol Chem, 1981; 256: 8699−704
3 Semin Cancer Biol, 2009; 19: 17–24
4 Nutrients, 2020; 12: 1473
5 Cancer Res, 2011; 71: 4484–93
6 Nature, 2018; 560: 499–503
7 Lipids, 2016; 51: 703–14
8 Biochem Biophys Res Commun, 2004; 324: 269–75

 

Kruidentherapie

Enkele kruiden waarvan bewezen is dat ze kankerbestrijdende eigenschappen hebben:

  • Artemisinine, een extract van de zomeralsem (Artemisia annua). Het is de voorloper van artesunaat 9
  • Leea indica
  • Vernonia amygdalina
  • Monnikspeper (Vitex trifolia)
  • Pereskia bleo
  • Wampi (Clausena lansium)
  • Trompetkruid (Strobilanthes crispus)10

Vitamine C

Hoge doses vitamine C per infuus zouden de groei van tumoren vertragen en helpen bij de productie van interferonen (signaaleiwitten). De vitamine zou ook kankerverwekkende stoffen neutraliseren die voorkomen in bewerkte voedingsmiddelen en die in verband zijn gebracht met maag- en darmkanker (zie kader p27). Uit studies blijkt dat deze behandeling de kwaliteit van leven verbetert, de ernst van de symptomen vermindert en in sommige gevallen zelfs voor remissie zorgt.11

Hyperbarezuurstoftherapie

Kanker creëert een zuurstofarme omgeving, en bij deze therapie krijg je 100 procent zuurstof toegediend. Dat blijkt een tumorremmend effect te hebben bij bepaalde soorten kanker.12

Hyperthermie

Bij oppervlakkige hyperthermie of hyperthermie van het gehele lichaam wordt hitte gebruikt (tussen 40 en 45°C) om de kankercellen te doden en de nabijgelegen bloedvaten te vernietigen. Hoe hoger de temperatuur en hoe langer de behandeling duurt, hoe groter het effect.13

Checkpointremmers

Checkpointremmers zorgen dat de T-cellen beter kankercellen kunnen aanvallen en opruimen.14

Insuline-potentiatieherapie

Bij insuline-potentiatieherapie (IPT-therapie) wordt eerst insuline toegediend (kankercellen hebben meer insulinereceptoren). Vervolgens krijg je chemotherapie in lage doses (10 tot 25 procent van de normale chemotherapie) gecombineerd met glucose, om de ‘suiker-hongerige’ kankercellen direct aan te pakken.

Metabole behandeling

Bij een metabole behandeling van kanker kijk je naar de stofwisseling van kankercellen. Zo kun je met een bepaald dieet bijvoorbeeld kankercellen laten verhongeren.15

Metronomische chemotherapie

Een soort extreem lage dosis chemotherapie (gewoonlijk 10-30 procent van een normale chemodosis) die in tabletvorm wordt toegediend.16

Monoklonale antilichamen

Deze in het laboratorium gemaakte antilichamen worden via een infuus toegediend. Ze binden aan de kankercellen, waardoor het immuunsysteem die herkent en aanvalt.17

Natural killer celtherapie

NK-cellen herkennen kankercellen en vallen deze aan, maar ze leven niet lang genoeg of vermenigvuldigen zich niet snel genoeg om de kankercellen volledig uit te roeien. Deze therapie verlengt de levensduur van de NK-cellen van een patiënt door ze te behandelen met kleine signaaleiwitten (cytokinen), zodat ze de kanker beter kunnen bestrijden.18

Oncotripsie

Oncotripsie gebruikt ultrasone golven (geluidsgolven met een zo hoge frequentie dat mensen ze niet kunnen horen) en richt die op de tumor. Deze golven maken kankercellen kapot, terwijl de gezonde omliggende weefsels onbeschadigd blijven.19 Een apparaat dat hiervoor wordt gebruikt, is de CellSonic VIPP (very intensive pressure pulses). Het levert honderden snelle drukgolven die gericht of meer diffuus op het lichaam worden gericht, waarbij de kankercellen worden aangetast terwijl de gezonde cellen met rust worden gelaten.

Onzontherapie

Bij onzontherapie wordt eerst je eigen bloed afgenomen, dat wordt aan ozon blootgesteld en vervolgens weer via een infuus in het lichaam gebracht.20

Peptidetherapie

Peptidetherapie is een soort ‘kankervaccin’. Peptiden zijn korte ketens van aminozuren die zich richten op kankercelmembranen en celdood veroorzaken. Ze kunnen ook de productie van tumorreactieve T-cellen stimuleren.21

Fotodynamische therapie

Fotodynamische therapie (PDT) is een soort lichttherapie bij huidkanker. Bij deze therapie worden afwijkende huidcellen (kankercellen) gevoelig gemaakt voor licht door middel van een crème met een lichtgevoelige stof. Als de crème is ingewerkt, wordt de huid aan licht blootgesteld. Daardoor ontstaat een chemisch proces in de kankercellen waardoor deze uiteindelijk afsterven.22

Poly-MVA

Poly-MVA is een gepatenteerd mengsel met liponzuur, palladium en andere vitaminen en mineralen, dat is samengesteld om de mitochondriën te herstellen, de energieproductie in de cel te ondersteunen en mogelijk kankercellen af te breken. Het kan een aanvullende therapie zijn bij bestraling.23

Sonodynamische/fotodynamische therapie

Sonodynamische/fotodynamische therapie (SPDT) is een variant op PDT (hierboven). De PDT wordt gekoppeld aan ultrageluid van lage intensiteit (dat via een huidsonde wordt toegediend aan de getroffen tumorgebieden) om een nog sterker antitumoreffect te bereiken.22

 

Uitgebreid onderzoek bij kanker

Verder gaan dan de standaardzorg betekent dat je onderzoeken en behandelingen op de patiënt afstemt. Geen twee patiënten zijn gelijk in hun biochemie, hun lichamelijke conditie, hun leefstijl, hun geestelijke, emotionele en spirituele toestand of hun kanker. Net zoals de lijst van integrale behandelingen bij kanker lang is, is ook de lijst van onderzoeken die aan de behandeling voorafgaan lang.

De volgende lijst met onderzoeken is afkomstig van Erin Singh, natuurgeneeskundig arts in Ohio, die een metabole benadering volgt om kanker te behandelen, ontwikkeld door Nasha Winters. Ze wijst erop dat deze lijst onvolledig is: alleen de belangrijkste onderzoeken staan erop, die vaak worden gebruikt, afhankelijk van de patiënt, het type kanker en de algemene klinische toestand en voorgeschiedenis.

Standaard bloedonderzoek, waarbij je uitgaat van optimale waarden voor de mens, niet de ‘normale’ waarden van de hele bevolking, waar ook mensen bij horen die ziek zijn:

  • volledig bloedbeeld met differentiatie, om de aantallen van alle cellen in het bloed te bepalen;
  • uitgebreid metabolisch panel (CMP), dat naar voorspellende markers voor kanker, ontsteking en mitochondriale functie kijkt (inclusief hs-CRP, ESR, LDH en LDH-iso-enzymen);
  • uitgebreid bloedonderzoek schildklier (TSH, FT3, rT3, T3-harsopname en FT4).

Niet-standaard bloedonderzoek kan bestaan uit:

  • antistoffen tegen de schildklier (anti-TPO)
  • ANA- (of ANF-)test, om antinucleaire antistoffen op te sporen, die op een auto-immuunziekte duiden
  • koper, ceruloplasmine. Een ceruloplasminetest wordt meestal, samen met een kopertest, gebruikt om een genetische aandoening op te sporen die koperstapeling veroorzaakt
  • galectine-3, een marker voor hartfalen die ook op kankergroei kan wijzen
  • VEGF (vasculair-endotheliale groeifactor), een stof die de groei van nieuwe bloedvaten stimuleert
  • HbA1c, een maat voor de gemiddelde bloedsuikerspiegel van een patiënt in de afgelopen 2-3 maanden
  • nuchtere insuline
  • lipidenprofiel, met name triglyceriden, die bloedsuikerproblemen kunnen weerspiegelen
  • ferritine
  • homocysteïne
  • IGF-1 (insuline-achtige groeifactor-1), een hormoon dat in verband is gebracht met de ontwikkeling van kanker
  • vitamine D
  • GGT (gamma-glutamyltransferase), een marker voor leverschade
  • alkalische fosfatase iso-enzymen (AF), een aanwijzing voor botaandoeningen
  • D-dimeer en fibrinogeen, in verband met de bloedstolling
  • SNP’s (mutaties) in het nutrition genome: een eenmalige beoordeling van genetische varianten die te maken hebben met het metabolisme van voedingsstoffen
  • vloeibare biopsie om circulerend tumor-DNA te analyseren. De analyse wordt gedaan met stukjes genetisch materiaal van de tumor of tumorcellen die in het bloed zitten.
  • weefselonderzoek

Uitgebreide hormoonwaarden

  • DUTCH (Dried urine test for comprehensive hormones). Volledig profiel dat geslachts- en bijnierhormonen en hun afbraakproducten meet
  • CUEP (comprehensive urine element profile) Urineonderzoek naar blootstelling aan giftige stoffen, om de uitscheiding van giftige metalen te meten

Alternatieve scans om DNA-beschadigende straling te vermijden:

  • MRI-scan van het hele lichaam
  • CT-scans zonder contrastmiddel

Toxicologische tests:

  • het gehalte aan metalen, zowel potentieel toxische metalen als metalen met voedingswaarde
  • een bepaling van kwik in haar, bloed en urine, niet alleen om te bepalen hoeveel kwik er in het lichaam aanwezig is, maar ook hoe goed het lichaam in staat is het uit te scheiden
  • een bloedtest om glyfosaat, schimmels, niet-metaalhoudende oplosmiddelen en organische zuren te meten (die informatie geven over het microbioom, de voeding en de stofwisseling in het lichaam)

 

Uitzaaiingen verdwenen

Gepubliceerd in The Townsend Letter (www.townsendletter.com), dinsdag 10 augustus 2021.

In januari 2016 kwam er een man van 50 voor een consult bij Leigh Erin Connealy. Hij was in juni 2014 gediagnosticeerd met stadium III melanoom. Operatief waren er plekken met afwijkend weefsel van zijn rug en linkerscheenbeen verwijderd. Ook waren er twaalf lymfeklieren verwijderd, en één ervan had microscopisch kleine uitzaaiingen. Een PET-scan in september 2014 was schoon en verdere behandeling werd niet aanbevolen.

In december 2016 liet een CT-scan van de buik twee vlekjes in de linkerkwab van zijn lever zien. Een MRI met contrast van zijn buik toonde dezelfde vlekken, die overeenkomen met uitzaaiing naar de lever. De PHI-test (meet drie vormen van het prostaateiwit PSA) en de CTC-test (circulerende tumorcellen) waren hoog, wat wijst op kankeractiviteit.

Hij bleef een constante reeks aan holistische behandelingen krijgen, omdat de vlekjes gestaag bleven krimpen

Connealy startte met een drie maanden durende behandeling (driemaal per week) met hyperbare zuurstof, vitamine C per infuus en natriumdichlooracetaat (DCA: een middel dat de glucoseproductie vermindert) plus tweemaal per week PEMF (gepulseerde elektromagnetische veldtherapie), een ‘lichtbundelgenerator’ en eenmaal per week ozontherapie. Ook werden vier behandelingen met oligonucleotiden aanbevolen – middelen die de genexpressie manipuleren – met tussenpozen van enkele maanden.

De patiënt kreeg ook poly-MVA, selenium en artesunaat (een stof die is afgeleid van de alsemplant). Hij begon ook met wekelijkse LDH-testen (lactaatdehydrogenase, een test op kanker), hyperthermiebehandelingen tweemaal per week en tweemaal daags 500 mg metformine (een diabetesmedicijn dat helpt de bloedsuikerspiegel onder controle te houden).

Hij bleef een constante reeks aan holistische behandelingen krijgen, omdat de vlekjes gestaag bleven krimpen. In juni 2019 toonde een MRI van de buik verkalking van de levervlekjes zonder nieuwe plekken en er waren geen uitzaaiingen te zien. Een MRI van het bekken toonde ook geen metastasen. Het stadium IV melanoom van de patiënt is sinds juni 2019 in remissie.

 

Vitamine C-behandeling

Na tientallen jaren onderzoek is duidelijk vastgesteld dat ascorbinezuur, beter bekend als vitamine C, het immuunsysteem versterkt tegen infectieziekten, kanker en andere chronische degeneratieve ziekten.1

Vitamine C versterkt ons afweersysteem ten eerste via hydroxylering: een biochemische reactie waarbij zuurstof en waterstof worden gebonden om hydroxylgroepen te creëren, die een positieve invloed hebben op de stofwisseling en andere lichaamsfuncties. Ten tweede werkt vitamine C als antioxidant, dus het vermindert de vrije radicalen en stimuleert het immuunsysteem. Bovendien beschermt vitamine C ook tegen virale ziekten.1

Zie vitamine C als een ‘kanker-precisiebom’, die geen schade toebrengt aan je gezonde cellen

‘Gezien de veiligheid en omdat het een synergetische werking heeft met bijna alle andere kankerbehandelingen, zowel conventionele als niet-conventionele, beschouwen we een infuus met vitamine C als een soort onmisbare aanvullende therapie voor elke kankerpatiënt’, zegt Lucas Tims, natuurgeneeskundig oncoloog en medisch directeur van de Riordan Clinic in Kansas.

Om er zeker van te zijn dat het veilig is, screenen de artsen van de Riordan Clinic patiënten op een zeldzame aandoening genaamd G6PD (glucose-6-fosfaat-dehydrogenase)-deficiëntie, een erfelijke ziekte waarbij rode bloedcellen worden afgebroken als het lichaam wordt blootgesteld aan bepaalde stoffen (zoals medicijnen), waaronder vitamine C. Bij hen kan vitamine C dus tot bijwerkingen leiden. Ook kijken ze of patiënten die een infuus met vitamine C krijgen, goed werkende nieren hebben: dat is noodzakelijk bij grote hoeveelheden vitamine C.

Er zijn ook een paar soorten cytostatica (chemo) waar vitamine C niet goed mee samengaat: proteasoomremmers. Proteasoom is een eiwitcomplex dat andere, overbodige of beschadigde eiwitten afbreekt tot peptiden. Proteasoomremmers zijn dus medicijnen die de dat eiwitcomplex remmen, zodat de eiwitten zich opstapelen in de kankercellen, die daardoor afsterven. Ze worden bijvoorbeeld gebruikt bij multipel myeloom en mantelcellymfoom (een type non-Hodgkinlymfoom).

‘Kankerpatiënten bij wie de ziekte actief is, krijgen meestal twee tot drie keer per week 50 tot 100 gram [vitamine C], en daarna, zodra ze geen tekenen van de ziekte meer vertonen, eens per maand een onderhoudsdosis van 25 tot 50 gram’, zegt Tims.

‘De meeste reguliere westerse artsen zijn terughoudend om een vitamine C-behandeling te proberen, ook al is het een aanvullende behandeling. Want ze zijn bang dat vitamine C, een antioxidant, de chemo en bestraling, wat oxidatieve therapieën zijn, verstoort’, vervolgt Tims.

‘Maar wat ze over het hoofd zien – en er is wetenschappelijk bewijs om dit te onderbouwen – is dat vitamine C niet langer alleen als antioxidant werkt als je hoge doses intraveneus geeft. Het heeft ook de neiging om te reageren met ijzer en koper in het bloed: een reactie waardoor waterstofperoxide ontstaat. En waterstofperoxide oefent oxidatieve effecten uit op kankercellen, vergelijkbaar met de manier waarop chemotherapie werkt.

‘Gezonde cellen hebben een goed werkend enzym, catalase genaamd, dat waterstofperoxide afbreekt, maar de overgrote meerderheid van kankercellen heeft dat enzym niet. Zie vitamine C als een ‘kanker-precisiebom’, die geen schade toebrengt aan je gezonde cellen.’

Bron
1 Subcell Biochem, 1996; 25: 213–31

 

Maretakextract

Viscum album – beter bekend als maretak – komt oorspronkelijk uit Europa en West- en Zuid-Azië. Het is een parasitaire plant die op verschillende boomsoorten groeit. In tegenstelling tot vitamine C heeft maretak geen directe kankerbestrijdende effecten. Wat het wel doet, is het vermogen van je lichaam versterken om zich via het immuunsysteem van kanker te ontdoen.

Het extract van de maretak wordt meestal toegediend via een onderhuidse injectie in het buikvet. Daar zitten veel immuuncellen die een belangrijke rol spelen bij de bestrijding van kanker: macrofagen (witte bloedcellen die zieke cellen opeten), T-cellen (witte bloedcellen die belangrijk zijn in de adaptieve immuunrespons) en natural killer (NK)-cellen (die snel reageren op ziekteverwekkers).

De gebruikelijke dosering voor maretak is ongeveer 20 tot 50 mg (oplopend tot 100 mg). Een onderhoudsbehandeling kan wel vijf tot tien jaar duren, afhankelijk van de patiënt en de kanker.

Let op! Gebruik alleen de medicinale vorm van maretak en alleen onder begeleiding van een arts. Onbewerkte maretak is bijzonder giftig!

 

Bronnen
1 Front Immunol, 2019; 10: 2250
2 Angiogenesis, 2014; 17: 471–94
3 Semin Cancer Biol, 2017; 46: 65–83; Cancer Lett, 2020; 483: 127–36
4 Science, 2018; 359: 1355–60
5 J Bioenerg Biomembr, 2012; 44: 1–6
6 J Interferon Cytokine Res, 2019 ; 39: 6–21
7 Life Sci. 2020 Aug 1;254:117580
8 Eur J Med Res, 2003; 8: 109–19
9 Anticancer Res, 2017; 37: 5995–6003
10 J Ethnopharmacol, 2019; 235: 75–87
11 Integr Cancer Ther, 2014; 13: 280–300
12 Target Oncol, 2012; 7: 233–42
13 Natural Doctor News and Reviews, ‘A promising cancer therapy,’ 1 februari 2014
14 Immunotherapy, 2016; 8: 809–19
15 Curr Med Chem, 2017; 24: 1170–85
16 Eur J Cancer, 2013; 49: 3387–95
17 Anticancer Res, 2017; 37: 5935–9
18 Front Immunol. 2019 Dec 6;10:2836
19 Proc Math Phys Eng Sci, 2020; 476: 20190692
20 J Int Med Res, 1994; 22(3): 131–44
21 J Biomed Sci, 2017; 24: 21
22 Sci Rep, 2020; 10: 21791; Ultrasound Med Biol, 2021; 47: 1032–44
23 J Environ Pathol Toxicol Oncol, 2016; 35: 333–42

 

Wilt u dit artikel lezen?

Als abonnee kunt u dit artikel gratis lezen door in te loggen op uw account. Nog geen abonnee? Sluit nu een abonnement af.

Andere archief artikelen

Uitgelezen; Wie ben ik als niemand kijkt

Liesbeth Woertman onderzoekt in dit boek het leven van vrouwen in vooral de derde levensfase (na de pensionering) en de laatste vierde levensfase (vanaf ongeveer 75 jaar). Wat betekent het voor hen om een ouder lichaam te hebben in een tijd van geseksualiseerde,...

Basisrecept voor elke dag

Heb jij dat ook aan het begin van een nieuw jaar? Ik sta altijd een beetje te trappelen van ongeduld. Wat zal het nieuwe jaar aan bijzondere ontmoetingen en ontwikkelingen met zich meebrengen? Voor wat voor uitdagingen komen we te staan? Hoe zullen de seizoenen...

Innerlijke reis; ik blijf me verwonderen

Een tante gaf Kor Koetje een boek uit de boedel van een boer, en dat bracht hem in zijn tienerjaren op het pad van de natuurgeneeskunde. Het was Homeopathie in de praktijk van dr. J. Voorhoeve uit de jaren 20 van de vorige eeuw. Koetjes’ schoonzus was zijn eerste...

Boezemfibrileren vaak niet opgemerkt

Atriumfibrilleren, of boezemfibrilleren, is een veelvoorkomende volksziekte bij mensen op hogere leeftijd. Het wordt niet altijd opgemerkt door de arts of de patiënt. Boezemfibrilleren is goed behandelbaar, maar onbeschermd is er een sterk verhoogde kans op...