29-06-2009

Ik denk, dus ik besta?

Het lijkt alsof we in het leven beslissingen nemen op grond van rationele gedachten. Maar ook ons gevoel blijkt een belangrijke rol te spelen, zo bracht nieuw onderzoek aan het licht.

Hoe nemen wij onze beslissingen? We denken meestal dat dit een analytisch proces is waarbij we zorgvuldig – en soms heel snel – de voors en tegens tegen elkaar afwegen. Uit nieuw onderzoek blijkt echter dat een besluit een ingewikkeld mengsel is, dat dikwijls meer te maken heeft met gevoelens dan met verstandelijk oordeel.

Een overtuigd aanhanger van deze theorie is de neuroloog Antonio Damasio. Hij kwam tot dit inzicht nadat hij over mensen las die door hersenletsel na een ongeluk of een operatie, het gevoelscentrum in het brein niet meer konden gebruiken wanneer ze beslissingen namen.

Een voorbeeld hiervan was de spoorwegwerker Phineas P. Gage. Toen er in 1848 door een explosie een ijzeren staaf door zijn hoofd was geschoten, kon hij de frontale kwab van zijn hersenen niet meer gebruiken. Hoewel Gage hierna normaal bleef functioneren, bemerkte zijn arts dat hij buitengewoon lichtzinnig en sociaal onaangepast gedrag ging vertonen en niet meer in staat was plannen te maken voor de langere termijn.

Damasio was gefascineerd door dit geval. Gages verstandelijke vaardigheden op het gebied van taal, geheugen en waarneming waren volkomen intact, maar zijn beoordelingsvermogen was door het ongeluk vernietigd.

Hij reconstrueerde het ongeluk met behulp van een model van de hersenen en constateerde toen dat de ijzeren staaf het ventromediale gebied van de frontale kwab had doorsneden. Hieruit leidde Damasio af dat redenering en emotie plaatsvinden in verschillende delen van de hersenen, maar dat die allebei noodzakelijk zijn om tot een juiste beslissing te komen.

Damasio haalt ook een meer recent geval aan. Dit betreft een man van een jaar of dertig, Elliot genaamd. Deze werd afstandelijk en onverschillig nadat er chirurgisch een tumor was verwijderd. Net als Gage was hij niet in staat beslissingen te nemen, leerde hij niets van zijn ervaringen en raakte hij uiteindelijk zijn baan – en zijn vrouw – kwijt.

Damasio geeft twee voorbeelden om de veranderingen te illustreren die Elliots persoonlijkheid onderging. De ene dag reed hij zonder aarzeling bij ijzel en sneeuw in de auto, waarbij hij elke glibberige plek en gekantelde auto wist te omzeilen. De volgende dag vroeg Damasio hem een datum te noemen voor een nieuwe afspraak, waarna Elliot een zware paniekaanval kreeg die pas overging toen Damasio zelf maar een datum vaststelde.

De meesten van ons zijn volgens neurowetenschapper Jonah Lehrer het volslagen tegendeel van Elliot en Gage en onze emoties nemen de besluiten voor ons. Sterker nog: hij gelooft dat dopamine, een neurotransmitter (een molecuul voor signaaloverdracht tussen zenuwcellen) die hij omschrijft als ‘het molecuul van de intuïtie’, ons soms dwingt iets te doen waarvan we weten dat het eigenlijk fout is – zoals nóg een weddenschap aangaan of nóg een handtas kopen. Lehrer beschrijft een experiment met twee groepen studenten.

De ene groep moest een kort getal onthouden, de andere groep een lang. Daarna liepen ze naar een andere kamer en onderweg kregen ze fruit of chocoladecake aangeboden. Bijna iedereen die een lang getal moest onthouden, koos voor de cake en de andere groep nam fruit. Waarom? Lehrer leidt hieruit af dat de mensen uit de groep van het lange getal te zeer met hun gedachten elders waren om een verstandiger besluit te nemen.

Omgekeerd wijzen andere experimenten er juist op dat we onze beste besluiten nemen als we afgeleid zijn. In een Nederlands experiment bleken kopers van een auto de beste auto te kiezen als ze er niet over nadachten, hun aandacht ergens anders op richtten en dan de beslissing namen die het eerst in hun hoofd opkwam.

Lehrer is van mening dat dopamine zijn eigen redeneertrant heeft, vaak gebaseerd op een voorafgaand succes en dat de autokopers die afgeleid waren daarom de juiste keuze maakten, zonder erbij na te denken.

Dat zou ook verklaren waarom sporters vaak onder extreme druk en zonder te bedenken wat de volgende stap moet zijn, de juiste beslissing nemen. Als atleten te veel gaan nadenken over wat ze aan het doen zijn, gaat het fout.

Dit overkwam golfer Jean van de Velde op de open kampioenschappen van 1999. Hij begon na te denken over zijn stroke (slag) op de laatste hole, en verspeelde een voorsprong van drie slagen.

Wilt u dit artikel lezen?

Als abonnee kunt u dit artikel gratis lezen door in te loggen op uw account. Nog geen abonnee? Sluit nu een abonnement af.

Andere archief artikelen

Uitgelezen; Wie ben ik als niemand kijkt

Liesbeth Woertman onderzoekt in dit boek het leven van vrouwen in vooral de derde levensfase (na de pensionering) en de laatste vierde levensfase (vanaf ongeveer 75 jaar). Wat betekent het voor hen om een ouder lichaam te hebben in een tijd van geseksualiseerde,...

Basisrecept voor elke dag

Heb jij dat ook aan het begin van een nieuw jaar? Ik sta altijd een beetje te trappelen van ongeduld. Wat zal het nieuwe jaar aan bijzondere ontmoetingen en ontwikkelingen met zich meebrengen? Voor wat voor uitdagingen komen we te staan? Hoe zullen de seizoenen...

Innerlijke reis; ik blijf me verwonderen

Een tante gaf Kor Koetje een boek uit de boedel van een boer, en dat bracht hem in zijn tienerjaren op het pad van de natuurgeneeskunde. Het was Homeopathie in de praktijk van dr. J. Voorhoeve uit de jaren 20 van de vorige eeuw. Koetjes’ schoonzus was zijn eerste...

Boezemfibrileren vaak niet opgemerkt

Atriumfibrilleren, of boezemfibrilleren, is een veelvoorkomende volksziekte bij mensen op hogere leeftijd. Het wordt niet altijd opgemerkt door de arts of de patiënt. Boezemfibrilleren is goed behandelbaar, maar onbeschermd is er een sterk verhoogde kans op...