Hoogvliegers: de kracht van cannabis

Er is nieuw onderzoek gedaan naar CBT en cannabis: hoe kan het dat die zulke sterke effecten hebben? De onderzoekers ontdekten een ‘mini-cannabissysteem’ dat alle belangrijke systemen van ons lichaam kan beïnvloeden.

Het is alweer tachtig jaar geleden dat we ontdekten welke stoffen in de plant Cannabis sativa (marihuana) de sterkste effecten hebben: THC en CBD. Twintig jaar later, in 1965 – de hoogtijdagen van bewustzijnsverruimende middelen, hasj, vrije liefde en anti-oorlogsprotesten – slaagde de Israëlische organisch-chemicus Raphael Mechoulam erin om beide moleculen in zijn lab te maken. Toen wilde iedereen ineens onderzoek doen naar THC (delta-9-tetrahydrocannabinol), de meest psychoactieve stof uit de plant, wat betekent dat de stof invloed heeft op onze hersenen en geest.

De andere stof die Mechoulam had gemaakt, CBD (cannabidiol), had geen psychoactieve werking en werd eigenlijk genegeerd, totdat uit enkele kleine onderzoeken bleek dat CBD kalmerend werkt bij mensen met angst. Het bleek ook te werken tegen epileptische aanvallen. Daarmee was de race begonnen om te ontdekken hoe en waarom die stoffen invloed hebben op de fysiologie – en de geest – van de mens.

De mens gebruikt al duizenden jaren cannabis om van alles en nog wat te behandelen: van slapeloosheid tot maag-darmklachten en van gewrichtsontsteking tot migraine. In de loop van de 20e eeuw werden honderden medische octrooien aangevraagd voor ‘middelen’ op basis van cannabis, bijvoorbeeld bij jicht, epilepsie en vrouwenproblemen, zoals menstruatiepijnen.

Kristina Ranna is hoofd Gezondheid bij Endoverse, een Tsjechische organisatie die voorlichting geeft over het ‘endocannabinoïd-systeem’. Zij vertelt dat oude vormen van geneeskunde, zoals de traditionele Chinese geneeskunst en de Ayurveda in India, het endocannabinoïd-systeem al kenden. ‘Ze noemden het niet zo, maar werkten er wel mee. Bij Ayurveda bijvoorbeeld hebben voeding, bijhouden hoeveel vetten je eet en behandeling met speciale oliën alles te maken met het endocannabinoïd-systeem.’

Tegen het einde van de jaren 80 van de vorige eeuw werd een nieuwe techniek ontwikkeld: radiolabeling. Met die techniek konden onderzoekers moleculen ‘merken’ en dan volgen hoe en waar die zich door het lichaam bewegen. Met deze techniek werden uiteindelijk de cannabinoïd-receptoren CB1 en CB2 ontdekt. Dat zijn moleculen op het oppervlak van cellen die THC- en CBD-moleculen herkennen, binden en de cel binnenlaten.

Toen deze receptoren waren ontdekt, begrepen onderzoekers eindelijk waarom cannabinoïden die van buiten het lichaam komen, effect hebben op lichaam én geest. Het onderzoek verplaatste zich vervolgens naar het menselijk lichaam zelf. Als het lichaam cannabinoïd-receptoren heeft, dan maakt het lichaam misschien ook zelf cannabis-achtige stoffen aan.

Fibromyalgie, migraine en andere aandoeningen die moeilijk te behandelen zijn, worden mogelijk veroorzaakt door een slecht of traag werkend endocannabinoïd-systeem

De onderzoekers vonden twee onverzadigde vetzuren die ons lichaam zelf maakt: anandamide en 2AG (2arachidonoylglycerol). Als deze stoffen aan de CB1- en CB2-receptoren binden, worden allerlei reacties in het lichaam in gang gezet die erg lijken op de genezende effecten van cannabis (zonder het ‘high’ worden). Maar het duurde nog tientallen jaren, voordat we de werkelijke omvang en complexiteit van het endocannabinoïd-systeem (ECS) begonnen te begrijpen.

Een groep onderzoekers schreef hierover in het wetenschappelijke tijdschrift PLoS: ‘In overdrachtelijke zin vormt het ECS een psychisch-neurologisch immuunsysteem in het klein, ofwel een medicijn voor lichaam én geest.’1

‘Toen we ons realiseerden dat er overal in ons lichaam cannabinoïd-receptoren zitten en dat de cannabinoïden die van nature al in ons lichaam zitten, overal invloed op hebben – ze regelen ons hart, ons zenuwstelsel, het inwendige evenwicht in het lichaam, onze huid en alle andere weefsels – dacht iedereen: Yes, nu snappen we het!’, vertelt Carrie Newbold, hoofd Research van de eCS-kliniek in Australië.

‘Als het gaat over hoe het ECS in een gezond menselijk lichaam werkt, beginnen we een beetje een idee te krijgen wat het doet. Mogelijk zet het pijnreceptoren uit. Mogelijk zet het de dopamineproductie aan. We weten echt nog niet hoe het precies werkt.’

 

Het endocannabinoïd-systeem

Het endocannabinoïd-systeem of ECS bevindt zich in ons zenuwstelsel. Het wordt al in de vroegste ontwikkelingsstadia van het zenuwstelsel aangelegd. Het bestaat uit drie onderdelen:

  • Endocannabinoïden: stoffen die in ons lichaam worden gemaakt en signalen tussen zenuwcellen doorgeven (neurotransmitters). Deze stoffen hebben ongeveer dezelfde molecuulstructuur en hetzelfde effect als de fytocannabinoïden die door Cannabis sativa worden gemaakt, beter bekend als marihuana;
  • Eannabinoïd-receptoren: moleculen die in het celoppervlak in allerlei organen en lichaamsdelen zitten. Deze receptoren herkennen en binden de endocannabinoïden;
  • Enzymen die de endocannabinoïden maken of juist afbreken.

Het ECS is betrokken bij het regelen van de stofwisseling, het hormoonsysteem, het hart, de bloedvaten en de nieren. De cannabinoïd-receptoren zijn in alle delen van het lichaam te vinden. In de hersenen zijn bijzonder veel CB1-receptoren te vinden: in de middenhersenen, de hippocampus, hersenschors, kleine hersenen, amygdala en andere gebieden.

CB2-receptoren zijn te vinden in organen die te maken hebben met het immuunsysteem en het regelen van ontstekingen en infecties.

Uit onderzoek blijkt dat het ECS helpt om ons inwendige evenwicht in stand te houden, zodat ons lichaam optimaal kan functioneren. Het heeft een directe invloed op de hersenfunctie en ook op de ontwikkeling van de hersenen bij baby’s, zowel vóór als na de geboorte. Verder helpt het ECS bij het regelen van het immuunsysteem, de stofwisseling, de darmen, het centrale zenuwstelsel en het hormoonsysteem. Het beïnvloedt van alles, van hormoonproductie tot de intensiteit van pijn, onze stemmingen, eetlust, seksuele activiteit en of we ’s nachts goed kunnen slapen.

Het ongebruikelijke van het ECS is dat het een ‘omgekeerd systeem’ is: het werkt precies tegengesteld aan hoe andere neurotransmitters werken.

Neurotransmitters zijn chemische boodschappers. Ze worden gemaakt door bepaalde (presynaptische) zenuwcellen. De zenuwcellen slaan die stoffen op, totdat er een signaal komt dat zorgt dat ze vrijkomen. Als dat gebeurt, steekt de vrijgekomen stof over naar de volgende (postsynaptische) zenuwcel en zorgt ervoor dat die cel gaat doen wat hij moet doen.

Endocannabinoïden worden echter niet opgeslagen. Ze worden ‘op commando’, dat wil zeggen naar behoefte, aangemaakt en komen dan vrij bij de (postsynaptische) zenuwcel die normaal het signaal van de neurotransmitter ontvangt. Ze steken vervolgens over naar de presynaptische zenuwcel, dus in omgekeerde richting, en binden dan aan endocannabinoïd-receptoren op de presynaptische cellen. Door deze werking in tegengestelde richting kunnen endocannabinoïden de vorming en het vrijkomen van alle andere soorten neurotransmitters in het lichaam regelen. Daarmee regelen ze de communicatie tussen de zenuwcellen overal in het centrale zenuwstelsel.

 

Ranna beaamt dat ons begrip van het endocannabinoïd-systeem en het wetenschappelijk onderzoek naar dit systeem nog in de kinderschoenen staan. ‘Je moet je het ECS voorstellen in een soort hogere filosofische context en betekenis,’ zegt Ranna. ‘Het zit verspreid door ons hele lichaam en het lijkt alle functies van ons lichaam met elkaar te verbinden. Het laat zien dat alles in ons lichaam met al het andere verbonden is. Het kan een soort postbode zijn die informatie door het lichaam heen verspreidt. We weten het gewoon nog niet.’

Het is niet alleen een mysterie hoe het ECS in een gezond lichaam werkt. We weten nog minder hoe het werkt in een lichaam dat niet gezond is. Daarbij denken medisch onderzoekers nu dat we veel aandoeningen kunnen toeschrijven aan een slecht of trager werkend ECS.

De activiteit van endocannabinoïden in specifieke delen van het lichaam, zoals in het immuunsysteem (waar de meeste CB2-receptoren te vinden zijn), blijkt afhankelijk van de mate waarin meer of minder cannabinoïd-receptoren worden aangemaakt.

Bij de juiste hoeveelheden ontstaat een harmonieus evenwicht in het hele ECS. Dat wordt de ‘endocannabinoïde toon’ genoemd. Uit onderzoek blijkt dat veel aandoeningen, zoals fibromyalgie, prikkelbaredarmsyndroom, migraine en andere aandoeningen die moeilijk te behandelen zijn, weleens het gevolg kunnen zijn van een gebrek aan endocannabinoïde toon: een slecht of traag werkend endocannabinoïd-systeem.2 Er bestaat zelfs een officiële naam voor deze aandoening: klinisch endocannabinoïd-deficiëntiesyndroom (Engelse afkorting: CEDS).

Symptomen van CEDS kunnen heel algemene verschijnselen zijn, zoals slecht slapen, vaak hoofdpijn hebben en angstig zijn. Ze kunnen ook heel ernstig en ingewikkeld zijn, zoals bij fibromyalgie. Bij kinderen met een aandoening in het autistisch spectrum zijn ook lagere concentraties endocannabinoïden in de bloedsomloop gevonden.3

Waardoor gaat het ECS langzamer werken? De antwoorden liggen voor het grijpen, maar we moeten ze nog onderzoeken.

‘Deze stoffen worden niet in ons lichaam opgeslagen, zoals andere stoffen die signalen tussen zenuwcellen doorgeven. Dus als we niet voldoende bouwstenen hebben om endocan-nabinoïden te maken, kunnen we er niet zoveel produceren als we nodig hebben’, zegt Newbold.

‘Zo wordt bijvoorbeeld anandamide (het belangrijkste endocannabinoïd dat het lichaam aanmaakt) gevormd uit omega 3- en omega 6-vetzuren. Maar omdat het evenwicht van deze vetzuren in ons voedingspatroon is veranderd, zijn deze vetzuren in ons lichaam ook niet meer in evenwicht. Dat kan een probleem zijn. Mogelijk hebben we tegenwoordig minder CB1- en CB2-receptoren door gebruik van medicijnen of pesticiden. Het kan ook zijn dat de enzymen die endocannabinoïden afbreken om een of andere reden overactief zijn.

‘Als je veel marihuana rookt, krijgt je endocannabinoïd-systeem misschien alles wat het nodig heeft al uit externe bronnen en vertraagt het daarom de eigen productie. Het is één groot systeem, we weten het gewoon niet.’

Een gezond endocannabinoïd-systeem

Voedingspatroon

Voeding is heel belangrijk voor een gezond endocannabinoïd-systeem. Een uitgebalanceerd voedingspatroon met biologische groenten, fruit, vis en vlees is het beste. Je moet ook zorgen dat je voldoende gezonde, verzadigde en onverzadigde vetten eet, maar vermijd kunstmatige transvetten en sterk bewerkte geharde (gehydrogeneerde) oliën – met name maïsolie, sojaolie, saffloerolie, zonnebloemolie en koolzaadolie. Deze oliën zitten veel in bewerkt voedsel, kant-en-klaar voedsel en magnetron-eten (zoals magnetron-popcorn). Volgens Ranna zijn met name hennepzaadolie en walnotenolie goed uitgebalanceerd en heel voedzaam voor het endocannabinoïd-systeem.

Onderzoek heeft laten zien dat omega 3-vetzuren invloed hebben op het endocannabinoïd-systeem,1 en dat een goed evenwicht tussen omega 3- en omega 6-vetzuren heel belangrijk is. De ideale verhouding is 1:1. Helaas bevatten kant-en-klaar-voedsel, gefrituurd eten en snacks zoals chips zoveel omega 6-vetzuren, dat deze verhouding bij een gemiddelde persoon is opgelopen tot 1:15.2 Je kunt dit weer in evenwicht brengen door meer sardientjes, haring, makreel, zalm en ansjovis te eten, want die bevatten veel omega 3-vetzuren.

Als je niet van vette vis houdt, haal dan je omega3-vetzuren uit graseieren, walnoten, chiazaad, lijnzaad, tofu en pindakaas.

Hieronder vind je een aantal andere voedingsmiddelen en specerijen die de vorming van endocannabinoïden in het lichaam bevorderen:

  • cacao bevat anandamide en andere ‘feel good’-stoffen
  • zwarte truffels bevatten ook veel anandamide
  • macawortel (Peruaanse ginseng) bevat stoffen die erg op cannabinoïden lijken
  • Thaise basilicum (krapao), curcumine (de gele kleurstof in kurkuma), zwarte peper, kaneel, kruidnagel, rozemarijn, oregano en lavendel stimuleren het ECS. De essentiële oliën van deze kruiden doen hetzelfde.
  • echinacea bindt aan CB2-receptoren die het immuunsysteem beïnvloeden

Complementaire en alternatieve geneeskunde

Massages, osteopathische behandelingen en acupunctuur verhogen allemaal de concentraties anandamide in het lichaam. Ze verhogen ook de aantallen CB1 en CB2.1 Yoga en meditatie hebben ook positieve effecten op anandamide en andere endocannabinoïden.3

Lichaamsbeweging

Matige lichamelijke inspanning wordt aangeraden om het ECS sterker te maken. Dat werkt beter dan intensieve lichamelijke inspanning.

Slaap

Consequent zorgen voor voldoende nachtrust is heel goed voor je lichaam.

Bronnen
1 PLoS One, 2014; 9: e89566
2 Biomed Pharmacother, 2006; 60(9): 502–7
3 Evid Based Complement Alternat Med, 2020; 2020: 8438272

 

Wat laten de onderzoeken zien?

We weten dat endocannabinoïden goed zijn tegen veel aandoeningen waar we last van hebben. Uit onderzoeken met diermodellen van multipele sclerose (MS) weten we dat anandamide en 2AG, de twee belangrijkste endocannabinoïden in het lichaam, een duidelijk effect hebben op het beheersen van spierkrampen.4 Het blijkt dat de stoffen ook een belangrijke rol spelen bij het verlichten van chronische pijn5 en pijn door bepaalde aandoeningen, zoals endometriose.6 En ze helpen niet alleen bij patiënten in de laatste stadia van kanker, ze gaan ook de groei van tumoren tegen. Dat doen ze door de signalen die zorgen dat kankercellen gaan woekeren en kunnen overleven, te veranderen.7

Het zal dus niemand verbazen dat endocannabinoïden invloed hebben op ons bewustzijn, onze emotionele toestand en zelfs onze dromen.8 Veel mensen gebruiken endocannabinoïden om hun zorgen en angst te verminderen. Daardoor hoeven ze minder of zelfs geen SSRI’s (bepaalde soort antidepressiva) te gebruiken, of benzodiazepinen en barbituraten (kalmerende middelen die ernstige bijwerkingen kunnen hebben).9 Endocannabinoïden kunnen ook helpen bij slaapproblemen.10

Artsen zoals Ranna and Newbold geven adviseren patiënten vaak hoe ze hun natuurlijke endocannabinoïd-systeem kunnen versterken door hun voedingspatroon en leefstijl aan te passen. Daarnaast geven ze ook cannabinoïden van buiten het lichaam aan hun patiënten: de fytocannabinoïden CBD en THC uit de cannabisplant.

‘De verschillende verhalen van patiënten zijn echt geweldig’, zegt Newbold. ‘Laatst had ik een MS-patiënt die zielsgelukkig was dat ze zich zo goed voelde sinds ze CBD gebruikte. Meestal duurt het een tijdje voordat een behandeling met CBD gaat werken. Zij was net begonnen met CBD, en na twee of drie weken kon ze weer lopen en zichzelf weer aankleden.

Sinds ik hennepolie en tabletten met CBD gebruik, gaat het beter met mijn gewrichten en ziekte van Crohn. Ik voel me nu niet meer zo ongerust. Ik heb die heel erge pijn niet meer en ik slaap tegenwoordig fantastisch!

‘Mijn favoriete verhaal gaat over mijn hond, een Deense dog. Ze was in haar oor gebeten door een andere hond en de wond wilde maar niet genezen. Omdat het om de punt van haar oor ging, kon ik er niets aan doen. Elke keer dat ze met haar kop schudde, ging de wond weer open. Je kunt je voorstellen hoe dat eruitzag, in een huis met witte muren. Ik heb toen een CBD-crème (gemaakt uit de hele plant) genomen en die twee keer per dag aangebracht.

Na twee dagen was de wond helemaal genezen. Geen bloed meer op mijn witte muren!’

Een van Ranna’s patiënten was Angelo (50) uit Melbourne. Al vanaf zijn vijfde had hij de ziekte van Crohn. ‘Ik ben mijn hele leven ziek geweest en heb vaak in het ziekenhuis gelegen voor allerlei operaties’, vertelt hij. ‘Helaas heeft het allemaal niet gewerkt. Ik gebruikte ook methotrexaat (een middel voor chemotherapie), kreeg injecties met Humira (een immuunonderdrukkend middel) en ik gebruikte regelmatig steroïden. Ik heb nu gewrichtsontstekingen en botontkalking in mijn hele lichaam. Maar sinds ik hennepolie en tabletten met CBD gebruik, gaat het beter met mijn gewrichten en ziekte van Crohn. Ik ben minder onrustig. Ik heb die erge pijn niet meer en ik slaap tegenwoordig fantastisch!’

 

De belangrijkste spelers

In marihuana zijn zeker 144 cannabinoïden gevonden: van THC, de krachtige geestverruimende stof in marihuana, tot het sterk therapeutische middel CBD (cannabidiol) dat artsen regelmatig voorschrijven als middel tegen pijn, aanvallen bij bijvoorbeeld epilepsie, de ziekte van Crohn en de ziekte van Parkinson. Er wordt ook onderzoek gedaan naar minder bekende cannabinoïden, zoals CBG, CBC, CBN en THCV, om te kijken of ook daarvoor medische toepassingen zijn.

Welke cannabinoïden worden er in ons lichaam gemaakt? En welke receptoren zijn er om die stoffen te binden?

Endocannabinoïden

Anandamide (arachidonoyl-ethanolamide) is een neurotransmitter. Het is de eerste endogene (in het lichaam gemaakte) cannabinoïde die werd ontdekt en bestudeerd. De naam komt uit het Sanskriet, waarin ‘ananda’ het woord is voor ‘gelukzaligheid.’

Anandamide werkt op CB1- en CB2-receptoren, met een rol als ‘agonist.’ Agonisten zijn stoffen die aan een specifieke receptor binden en daarmee een reactie in gang zetten, in tegenstelling tot antagonisten, die een receptor blokkeren waardoor die niet meer kan reageren. Anandamide heeft weliswaar een heel andere chemische structuur en geen geestverruimende effecten, maar de werking ervan lijkt van alle endocannabinoïden het meest op het cannabinoïd THC, de sterkste psychoactieve stof in cannabis.

Anandamide wordt aangemaakt in de hersenen, in gebieden die te maken hebben met beweging, verstandelijke vermogens, geheugen en motivatie, pijn, plezier en eetlust.

Als anandamide bindt aan de CB1-receptoren in een gebied van de hersenen dat de thalamus heet, heeft dat invloed op ons pijngevoel en ons slaap-waakritme.1 Anandamide zorgt waarschijnlijk voor een betere slaap en verhoogt de concentraties adenosine, waardoor je gemakkelijker in slaap valt.2

Adenosine ontspant ook de bloedvaten en het herstelt een normaal hartritme bij mensen met een hartritmestoornis. Dat verklaart misschien waarom anandamide kan werken tegen hoge bloeddruk. Anandamide gaat ook ontstekingen tegen en kan helpen bij de behandeling van chronische nierziekten en hart- en vaatziekten.3

Anandamide heeft ook invloed op het beloningensysteem in de hersenen en is waarschijnlijk ook betrokken bij verslaving en misbruik van medicijnen. Er zijn onderzoeken die erop wijzen dat je anandamide zo zou kunnen regelen dat het kan helpen bij het behandelen van verslaving.4 Ten slotte werkt anandamide ook goed tegen angst.5

De stof 2AG (2arachidonoylglycerol) is afgeleid van arachidonzuur, een essentieel vetzuur in celmembranen. 2AG bindt zowel aan CB1- als CB2-receptoren. Onderzoek bij muizen laat zien dat 2AG goed kan zijn voor hart en bloedvaten6 en voor zenuwen. Die laatste eigenschap kan nuttig zijn bij de behandeling van hersenletsel na een ongeluk.7 In een onderzoek met menselijk bloed activeerde 2AG neutrofielen (witte bloedcellen die in het beenmerg worden aangemaakt). Neutrofielen regelen ontstekingen en afweerreacties.8 Mensen met fibromyalgie die een trainingsprogramma van vijftien weken doorliepen, hadden niet alleen sterkere spieren gekregen, maar hadden ook hogere concentraties 2AG.9

Een in het lichaam gemaakte cannabinoïde die nauw verwant is aan anandamide, is DEA (docosatetra-enylethanolamide). DEA kan de bloeddruk verlagen.10

Ook HLEA (homoglino-enylethanolamide) is nauw verwant aan anandamide. HLEA werkt waarschijnlijk als agonist op CB1-receptoren.

NADA (Narachidonyldopamine) is ook een in het lichaam gemaakte cannabinoïde die bindt aan receptoren. Van deze stof is nog niet zoveel bekend.

Oleamide (cis9octadecenoamide) is een vetzuur met een lange keten. Het heeft ongeveer dezelfde werking als anandamide, dat zorgt dat je gemakkelijker in slaap valt.11

PEA (palmitoylethanolamide) is zelf geen cannabinoïde, maar versterkt de effecten van anandamide. Daarnaast remt het ontstekingen en verlicht het pijn.12

Bindingsplaatsen van receptoren

CB1 is een cannabinoïd-receptor en hoort bij een groep eiwitten die G-proteïnegekoppelde receptoren worden genoemd. Deze eiwitten geven signalen door die in de cel als een soort schakelaars werken. CB1 zit voornamelijk in de hersenen en het centrale zenuwstelsel. Er wordt veel onderzoek gedaan naar hoe endogene cannabinoïden, zoals anandamide en 2AG, de CB1-receptoren activeren. De onderzoekers hopen dat deze stoffen gebruikt kunnen worden bij de behandeling van ziekten die met hersenen en gedrag te maken hebben (neuropsychologische aandoeningen) en ziekten waarbij zenuwcellen worden afgebroken (neurodegeneratieve aandoeningen).13

CB2 is een cannabinoïdreceptor en is ook een eiwit uit de groep van G-proteïnegekoppelde receptoren. Het zit voornamelijk in het immuunsysteem en regelt de werking van immuuncellen. Er wordt onderzoek gedaan naar hoe je CB2-receptoren kunt gebruiken bij de behandeling van auto-immuunziekten en ontstekingen.14

Bronnen
1 Neuroscience, 2014; 265: 72–82
2 Sleep, 2003; 26: 943–7
3 Front Biosci (Schol Ed), 2016; 8: 264–77; J Cardiovasc Pharmacol, 2009; 53: 267–76
4 Acta Pharmacol Sin, 2019; 40: 309–323
5 Curr Psychiatry Rep, 2019; 21(6): 38
6 Hypertension, 2000; 35: 679–84
7 Nature, 2001; 413(6855): 527–31
8 J Immunol, 2011; 186: 3188–96
9 Med Sci Sports Exerc, 2020; 52(7): 1617–28
10 Neurogastroenterol Motil, 2011; 23(6): 567–e209
11 Science, 1995; 268(5216): 1506–9
12 Vet J, 2007; 173: 21–30; Br J Pharmacol, 2008; 155: 837–46
13 Int J Mol Sci, 2018; 19(3): 833
14 Cell Mol Life Sci, 2016; 73: 4449–70

 

Goed voor jezelf zorgen

‘Je moet gewoon doen wat je moeder vroeger altijd al zei’, zegt Ranna. ‘Eet gezond, zorg voor voldoende rust en ga naar buiten voor voldoende lichaamsbeweging. Ga wandelen of zwemmen. Water is zo goed voor je gezondheid. Het zorgt dat je je verbonden voelt met je lichaam en geest. Het helpt al om in de buurt van de zee, een meer of een rivier te zijn.

En het belangrijkste: wees lief voor jezelf. Zoek uit waar je stress van krijgt en probeer daar op een vriendelijke manier iets aan te doen. Als je werk bijvoorbeeld veel stress veroorzaakt, neem dan niet meteen ontslag, want dan ga je je zorgen maken over geld. Probeer een manier te vinden om beter om te gaan met je situatie, zodat je leven makkelijker wordt.’

Volgens Carrie Newbold, hoofd Research van de eCS-kliniek in Australië, werken osteopathische behandelingen echt goed, naast een gezond voedingspatroon, goede nachtrust en voldoende lichaamsbeweging. En overdrijf niet met lichaamsbeweging.

‘Amandamide komt vrij bij matige lichamelijke inspanning. Wandel een blokje om en zorg dat je ademhaling wel wat versnelt, maar dat je niet echt buiten adem raakt. Je mag niet helemaal uitgeput raken. Je geeft het ECS de beste boost met matige lichamelijke inspanning.’

 

Bronnen
Dr Kristina Ranna, www.endoverse.com
Dr Carrie Newbold, www.ecsclinic.com

Bronnen
1 PLoS One, 2014; 9: e89566
2 Cannabis Cannabinoid Res, 2016; 1: 154–65
3 Mol Autism, 2019; 10: 2
4 FASEB J, 2000; 15: 300–2
5 Rambam Maimonides Med J, 2013; 4(4): e0022
6 Cannabis Cannabinoid Res, 2017; 2: 72–80
7 Handb Exp Pharmacol, 2015; 231: 449–72
8 CNS Neurol Disord Drug Targets, 2017; 16: 370–9
9 CNS Spectr, 2007; 12: 211–20
10 Curr Neuropharmacol, 2020; 18: 97–108

Wilt u dit artikel lezen?

Als abonnee kunt u dit artikel gratis lezen door in te loggen op uw account. Nog geen abonnee? Sluit nu een abonnement af.

Andere archief artikelen

Uitgelezen; Wie ben ik als niemand kijkt

Liesbeth Woertman onderzoekt in dit boek het leven van vrouwen in vooral de derde levensfase (na de pensionering) en de laatste vierde levensfase (vanaf ongeveer 75 jaar). Wat betekent het voor hen om een ouder lichaam te hebben in een tijd van geseksualiseerde,...

Basisrecept voor elke dag

Heb jij dat ook aan het begin van een nieuw jaar? Ik sta altijd een beetje te trappelen van ongeduld. Wat zal het nieuwe jaar aan bijzondere ontmoetingen en ontwikkelingen met zich meebrengen? Voor wat voor uitdagingen komen we te staan? Hoe zullen de seizoenen...

Innerlijke reis; ik blijf me verwonderen

Een tante gaf Kor Koetje een boek uit de boedel van een boer, en dat bracht hem in zijn tienerjaren op het pad van de natuurgeneeskunde. Het was Homeopathie in de praktijk van dr. J. Voorhoeve uit de jaren 20 van de vorige eeuw. Koetjes’ schoonzus was zijn eerste...

Boezemfibrileren vaak niet opgemerkt

Atriumfibrilleren, of boezemfibrilleren, is een veelvoorkomende volksziekte bij mensen op hogere leeftijd. Het wordt niet altijd opgemerkt door de arts of de patiënt. Boezemfibrilleren is goed behandelbaar, maar onbeschermd is er een sterk verhoogde kans op...