05-07-2010

Hoe veilig is haarkleuring?

Haarkleuring heeft zijn prijs


Miljoenen vrouwen verven hun haar, zonder daar verder bij stil te staan. Maar het bewijs neemt toe dat haarverf tot tal van gezondheidsproblemen kan leiden – van leverziekte tot kanker.
Wellicht bent u een van die miljoenen vrouwen die gewend zijn hun haar te verven. Dat zou het risico kunnen verhogen op een progressieve, en uiteindelijk fatale leverziekte. Dit schokkende gegeven kwam naar voren uit nieuw onderzoek.
Het bewuste onderzoek omvatte meer dan 5000 mensen in Groot-Brittannië. Een deel van hen leed aan PBC, primaire biliaire cirrose, een vroeg stadium van levercirrose. Aan de hand van gedetailleerde schriftelijke vragenlijsten werd vastgesteld dat één procent van de mannen en meer dan 50 procent van de vrouwen hun haar kleurde. Dat ging gepaard met 37 procent meer risico op PBC. Ook roken had een relatie hiermee, maar alcoholgebruik verrassend genoeg niet1.
Hoewel deze uitkomst nog geen bewijs vormt dat haarverf PBC veroorzaakt, vermoeden de onderzoekers dat het octynoaat, een chemische substantie die in haarverf, nagellak en andere cosmetica zit, de boosdoener is. Deze hypothese wordt ondersteund door proefdier- en reageerbuisonderzoek2,3. Bij mensen is een verband met PBC gezien in een onderzoek naar veelvuldig gebruik van nagellak4.
Andere chemische bestanddelen van haarverf, waaronder toluïdine en p-aminofenol, zouden tot leverschade kunnen leiden5. In een Japans onderzoek bij fabrieksarbeiders die drie tot twintig maal met toluïdine gewerkt hadden, bleken zeven van de 15 onderzochte personen symptomen van leverschade te hebben; drie moesten in het ziekenhuis worden opgenomen met acute leverdysfunctie6. P-aminofenol blijkt ook bij muizen tot leverschade te leiden7.
Meer onderzoek is nodig maar al wel bestaat er voldoende bewijs dat regelmatig gebruik van haarverf vooral bij vrouwen schadelijk is voor de lever.

Kankerrisico
Maar dit is niet het enige waardoor u wellicht wat kritischer naar haarverf gaat kijken. Er is ook bewijs voor een relatie tussen haarverf en kanker, waaronder tamelijk zeldzame vormen zoals het non-Hodgkinlymfoom (NHL – een lymfeklierkanker).
De mogelijke samenhang met kanker werd voor het eerst gezien in de jaren zeventig. Verscheidene onderzoeken stuitten toen op een relatie tussen haarverf (vooral de kleuren zwart, donkerbruin en rood) en borstkanker8,9. Vrouwen die al rond hun twintigste met verven waren begonnen hadden een tweemaal zo groot risico als wie rond haar veertigste begon. Het grootste risico liepen vrouwen tussen de 50 en 79 jaar die al jarenlang hun haar verfden. Degenen die vijf keer of vaker per jaar hun haar verfden hadden tweemaal zoveel kans op eierstokkanker als wie dat nooit had gedaan10. Verder bleek dat kappers vijfmaal zoveel kans hadden op blaaskanker als de bevolking in het algemeen11. Nog onlangs werd in een overzichtsanalyse van 247 studies ontdekt dat kappers meer risico op kanker hebben dan de rest van de bevolking, vooral van longen, strottenhoofd en blaas en Kahler12.
Maar het sterkste bewijs wordt geleverd door de relatie met vormen van kanker die nogal uitzonderlijk zijn. Het gebruik van haarverf zou zelfs twee- tot viermaal meer risico geven op NHL en de ziekte van Kahler13,14. Bij vrouwen zou dit 20 procent van alle gevallen van NHL verklaren15.
Er bestaat overigens ook onderzoek dat dit in twijfel trekt. De conclusie van een rapport van de International Agency for Research on Cancer (IARC) luidt ‘..dat er geen onomstotelijk bewijs bestaat dat privégebruik van haarkleurmiddelen tot blootstelling aan kankerverwekkende stoffen leidt’. Ditzelfde rapport concludeert echter wel dat beroepsmatig gebruik, als kapper, tot contact met ‘mogelijk carcinogene doseringen’ leidt; haarverf kan dus wel degelijk kanker geven.
Het probleem ligt waarschijnlijk bij inmiddels verouderde haarverf, vanwege de toenmalige samenstelling die aanzienlijk carcinogener was dan tegenwoordig. Uit één studie bleek een samenhang tussen meer risico op NHL en haarverf voor met name donkere, permanente kleuring bij producten van vóór 1980. Wie pas daarna haarverf begon te gebruiken had dit extra kankerrisico niet16. Overigens kan hieruit ook de conclusie worden getrokken dat wie dergelijke producten pas sinds kort gebruikt nog in de zogenaamde ‘latentiefase’ zit. Kanker door chemicaliën heeft namelijk meer dan 20 jaar nodig om tot ontwikkeling te komen17. Er kan dus niet per definitie uit worden afgeleid dat moderne producten veiliger van samenstelling zouden zijn.
Een andere verklaring voor de tegenstrijdige uitkomsten ligt in de genen. In de genomica – de nieuwe wetenschap die zich bezighoudt met het in kaart brengen van genen en DNA sequenties – ontdekte men dat sommige personen variaties (polymorfismen) hebben in genen die coderen voor bepaalde ontgiftingsenzymen. Hierdoor zou hun lichaam zich moeilijker kunnen ontdoen van gifstoffen uit de omgeving18. Dit zou kunnen verklaren waarom het kankerrisico van haarverf bij sommigen groter is dan bij anderen. Twee recente onderzoeken vonden alleen bij vrouwen met specifieke polymorfismen een verhoogd risico19,20. Het is dus goed mogelijk dat een genetisch bepaald onvermogen om gifstoffen uit haarverf af te breken tot kanker leidt.
 

Veiliger samenstelling?
Gelukkig is een aantal tot dusver gebruikte bestanddelen van haarverf inmiddels alleen nog toegestaan onder strikte voorwaarden dan wel (in elk geval in Europa) verboden. Maar ook de huidige bestanddelen kunnen nog steeds een gevaar zijn voor de gezondheid.
Zo’n bestanddeel is parafenyleendiamine of PPD, wat nog steeds in meer dan tweederde van alle producten voor permanente kleuring zit, waaronder ook topmerken. PPD is een effectieve kleurstof omdat deze door het lage molecuulgewicht de haarschacht en -follikels kan binnendringen. Daarnaast heeft het een sterk eiwitbindend vermogen. Deze eigenschappen maken het echter ook tot een ideaal contactallergeen, het krachtigste in zijn soort in feite. Sinds de laatste decennia blijken allergische reacties op PPD een groot probleem. De stof is daarom in Duitsland, Frankrijk en Zweden verboden voor gebruik in haarverf. Volgens de huidige Europese regelgeving mag PPD nog maar 6 procent uitmaken van de samenstelling van haarverf voor eigen gebruik.
Ondanks deze beperking constateren dermatologen een toename van contactallergie door PPD. In een onderzoek uit 2007 onder volwassenen in een kliniek in Londen bleek dat het aantal gevallen van contactallergie sinds 2001 was verdubbeld, wat men wijt aan het gebruik van haarverf. Dezelfde kliniek rapporteerde dat in de periode tussen 1965 en 1975 hooguit 11 patiënten met PPD-allergie per jaar werden gezien (geen kappers, dus het was niet vanwege beroepsmatig contact). Dit cijfer is inmiddels gegroeid tot meer dan 40 gevallen per jaar, een tendens die ook zichtbaar is in andere landen21.
Een patiënt met contactallergie door haarverf heeft vaak alleen een ongecompliceerde huiduitslag rond de neus of de haargrens. Maar de reactie kan ook heftiger zijn. In een Deense studie naar klachten van consumenten werden 55 gevallen van ernstig acuut eczeem door haarverf geconstateerd, met forse zwelling van gezicht, hoofdhuid en oren. Dit leidde 75 maal tot bezoek aan een arts en vijfmaal tot ziekenhuisopname. De onderzoekers concludeerden dat de huidige concentratie van PPD in haarverf nog steeds een significant gevaar voor de volksgezondheid inhoudt22. Ook bij kinderen zijn ernstige reacties gerapporteerd23. Zelfs haarverf met een relatief geringe concentratie PPD kan al problemen geven omdat de stof opbouwt in de huid. Dat houdt in dat regelmatige blootstelling aan relatief kleine hoeveelheden, uiteindelijk tot eenzelfde reactie kan leiden als bij een grote dosis in één keer24.
Een ander probleem met PPD is kruis-sensibilisatie. Dit betekent dat als u allergisch reageert op PPD u ook een allergische reactie zult gaan vertonen op daaraan verwante chemische stoffen. Al deze stoffen zitten in haarverf, textielverf, schrijfinkt, voedingskleurstoffen, kleurstoffen van geneesmiddelen, conserveringsmiddelen (parabeen) en medicijnen zoals benzocaïne (gebruikt als plaatselijk verdovingsmiddel en vroeger soms als eetlustremmer), procaïne (onderdeel van een penicillinepreparaat) en sulfonamiden (antimicrobiële middelen). Een allergie voor PPD kan dus ook op de lange termijn tot problemen leiden25.
Sensibilisatie voor PPD ontstaat ook door het gebruik van ‘zwarte henna’ bij tijdelijke tatoeages26. Voor dit doel is PPD overigens niet toegestaan. Volgens de Amerikaanse voedsel- en geneesmiddelenautoriteit Food and Drug Administration (FDA) mag deze stof niet rechtstreeks op de huid worden aangebracht27. Dat mag dan wel zo zijn, maar bij het aanbrengen van haarverf is contact met de huid van het voorhoofd, rond de oren en de hoofdhuid onvermijdelijk. Dat er bij sommigen een allergische reactie op volgt is dus niet verwonderlijk.
 

Chemische cocktail
Nog afgezien van PPD zitten er tal van andere potentieel gevaarlijke chemische stoffen in de haarverven die momenteel verkrijgbaar zijn. Veel daarvan kunnen snel doordringen in de huid. Octynoaat is mogelijk de oorzaak van primaire biliaire cirrose, een progressieve leverziekte. Een andere stof die in veel moderne middelen zit is 4-aminofenol (een andere naam voor p-aminofenol); aangetoond is dat dit kan leiden tot blaaskanker28. En tot dusver tasten we in het duister over de gezondheidseffecten van combinaties van chemische stoffen uit haarverf op de lange duur.
Gelukkig is er een hele industrie ontstaan die zich bezighoudt met de productie van gezondere alternatieven. Maar veel van die zogenaamde ‘natuurlijke’ producten bevatten misschien nog evenveel gifstoffen als de tot dusver gebruikte. De consument zelf moet dus op zijn hoede zijn en het veiligste product proberen te kiezen (zie kader). En anders is het wellicht tijd om een natuurlijk uiterlijk na te streven en op een charmante manier grijs te worden.
 

Joanna Evans

1Gut, 2010; 59: 508-512
2J Autoimmun, 2006; 27: 7-16
3J Immunol, 2005; 174: 5874-5883
4Hepatology, 2005; 42: 1194-1202
5Chin Med J [Engl], 2009; 122: 875-877
6Gut, 2002; 50: 266-270
7J Biochem Mol Toxicol, 2001; 15: 34-40
8NY State J Med, 1976; 76: 394-396
9J Natl Cancer Inst, 1979; 62: 277-283
10Int J Cancer, 1993; 55: 408-410
11Int J Cancer, 2001; 92: 575-579
12Int J Epidemiol, 2009; 38: 1512-1531
13Am J Public Health, 1988; 78: 570-571
14J Natl Cancer Inst, 1994; 86: 210-215
15Cancer Res, 1992; 52 [19 Suppl]: 496s-500s
16Am J Epidemiol, 2004; 159: 148-154
17Crit Rev Toxicol, 2007; 37: 521-536
18Zie ook Medisch Dossier april 2010
19Am J Epidemiol, 2009; 170: 1222-1230
20Carcinogenesis, 2007; 28: 1759-1764
21BMJ, 2007; 334: 220
22Contact Dermatitis, 2002; 47: 299-303
23Contact Dermatitis, 2006; 54: 87-91
24Contact Dermatitis, 2007; 56: 262-265
25Frosch PJ et al., eds. Contact Dermatitis, 4th edn. Heidelberg, Germany: Springer-Verlag, 2006: 479
26J Cosmet Dermatol, 2003; 2: 126-130
27www.cfsan.fda.gov/~dms/cos-tatt.html
28Chem Res Toxicol, 2003; 16: 1162-1173
 

Wilt u dit artikel lezen?

Als abonnee kunt u dit artikel gratis lezen door in te loggen op uw account. Nog geen abonnee? Sluit nu een abonnement af.

Andere archief artikelen

Uitgelezen; Wie ben ik als niemand kijkt

Liesbeth Woertman onderzoekt in dit boek het leven van vrouwen in vooral de derde levensfase (na de pensionering) en de laatste vierde levensfase (vanaf ongeveer 75 jaar). Wat betekent het voor hen om een ouder lichaam te hebben in een tijd van geseksualiseerde,...

Basisrecept voor elke dag

Heb jij dat ook aan het begin van een nieuw jaar? Ik sta altijd een beetje te trappelen van ongeduld. Wat zal het nieuwe jaar aan bijzondere ontmoetingen en ontwikkelingen met zich meebrengen? Voor wat voor uitdagingen komen we te staan? Hoe zullen de seizoenen...

Innerlijke reis; ik blijf me verwonderen

Een tante gaf Kor Koetje een boek uit de boedel van een boer, en dat bracht hem in zijn tienerjaren op het pad van de natuurgeneeskunde. Het was Homeopathie in de praktijk van dr. J. Voorhoeve uit de jaren 20 van de vorige eeuw. Koetjes’ schoonzus was zijn eerste...

Boezemfibrileren vaak niet opgemerkt

Atriumfibrilleren, of boezemfibrilleren, is een veelvoorkomende volksziekte bij mensen op hogere leeftijd. Het wordt niet altijd opgemerkt door de arts of de patiënt. Boezemfibrilleren is goed behandelbaar, maar onbeschermd is er een sterk verhoogde kans op...