14-07-2008

Het vuil dat we ademen

Luchtvervuiling is het ongrijpbare afval van ons moderneleven,van het verkeer op de wegen tot de industriële processen. Aangenomen wordt dat het vooral schadelijk is voor de longen en tot een scala aan ademhalingsstoornissen kan leiden. Maar volgens onthutsende nieuwe onderzoeksgegevens veroorzaakt de vervuiling meer sterfgevallen aan hartzieken dan aan longziekten. Zelfs wordt hij in verband gebracht met aangeboren afwijkingen en wiegendood.

De lucht die we dagelijks inademen, is inmiddels zo vervuild dat er wereldwijd 3 miljoen mensen per jaar aan sterven. Alleen al in Amerika zijn 100.000 mensen het dodelijk slachtoffer van luchtvervuiling: meer dan het aantal levens dat daar jaarlijks door verkeersongevallen eindigt.

In Nederland zijn dat er volgens de WHO 3600 (schatting dd juni 2007); het aantal dodelijke verkeersslachtoffers is ongeveer 900. Uiteraard zal er nooit ‘dood door luchtvervuiling’ op een overlijdensakte staan. In plaats daarvan zal bijvoorbeeld als doodsoorzaak vermeld worden: verergering van astma, bronchitis, emfyseem of een andere longgerelateerde aandoening. Allemaal aandoeningen waarvan het directe verband met luchtvervuiling al bekend is.

Nog verontrustender is echter het bewijs dat blootstelling aan luchtvervuiling evenzeer het hart aantast als de longen. Een geringe mate van luchtvervuiling kan het risico van een fatale hartaanval of beroerte al vergroten. Uit onderzoek blijkt zelfs dat het risico van overlijden door een hartaandoening door luchtvervuiling groter is dan het risico van overlijden door een ademhalingsziekte.

Luchtvervuiling en het hart

Vorig jaar publiceerde een vooraanstaand wetenschappelijk tijdschrift een van de meest overtuigende onderzoeken tot nu toe waaruit bleek dat door luchtvervuiling het risico van hartziekten toeneemt1. Uit eerdere onderzoeken bleek al dat er meer sterfgevallen en ziekenhuisopnames door hartaandoeningen voorkwamen wanneer de luchtvervuiling erger was. Uit dit nieuwste onderzoek, dat een van de grootste in zijn soort was, bleek echter dat ‘de omvang van de gezondheidsimplicaties waarschijnlijk groter is dan tot nu toe bekend was’.

De Amerikaanse onderzoekers gebruikten de gegevens van bijna 66.000 post-menopauzale vrouwen in de leeftijd van 50 tot 79 jaar, uit 36 steden verspreid door het hele land, die deelnamen in het Women’s Health Initiative (WHI) Observational Study. Geen van de vrouwen had aan het begin van het onderzoek een hartaandoening, maar negen jaar later waren er 1816 die een hartaanval, beroerte, of een bypassoperatie hadden gehad of zelfs waren gestorven aan een hartvaataandoening. Die informatie vergeleken de onderzoekers met gegevens over de luchtkwaliteit rond het huis van elke vrouw. Ze ontdekten dat diegenen die in de vervuildste streken woonden, het grootste risico liepen een hartvaataandoening te krijgen en daaraan te overlijden. Langdurige blootstelling aan een hoge mate van vervuiling bleek ook samen te gaan met een groter risico van hartaandoeningen.

Interessant was de bevinding dat alleen luchtvervuiling door fijnstof, zoals door verkeersuitstoot, krachtcentrales op basis van kolenverbranding en andere industriële oorzaken, samenging met een verhoogd risico. Andere vervuilende stoffen, zoals zwaveldioxide, stikstofdioxide, koolmonoxide en ozon, hadden geen verband met een verhoogd risico van hartziekte.
Misschien nog het belangrijkst van al is dat dit nieuwe WHI-onderzoek een groter statistisch verband heeft aangetoond tussen fijnstofvervuiling en sterfgevallen door hartaandoeningen aan de kransslagader dan uit voorgaande onderzoeken bleek.

Zo bleek uit een onderzoek van de American Cancer Society dat bij elke toename van 10 eenheden in het gehalte aan fijnstof in de lucht (in de publicaties heet dat PM2.5 voor particulate matter met een diameter kleiner dan 2,5 micrometer) het risico van overlijden door een hartziekte met 12 procent stijgt. Het verband bleek groter dan voor het risico van overlijden door ademhalingsziekten 2. Evenzo werd bij het Harvard Six Cities-onderzoek gevonden dat het risico om aan hart- en vaatziekten te overlijden met 19 procent groter werd bij elke toename met 10 mcg per m3 fijnstof in de lucht 3.

Bij het hiervoor genoemde nieuwe WHI-onderzoek bleek echter dat het risico veel sterker steeg: maar liefst 76 procent per toename van 10 mcg. Dat is een zorgwekkende ontdekking daar het gemiddelde fijnstofgehalte in de 36 steden varieerde van 3,4 mcg/m3 (in Honolulu, Hawaiï) tot 28,3 mcg/m3 (in Riverside, Californië).

Risico groter bij vrouwen?

Volgens milieu-epidemioloog Douglas Dockery van de Harvard School of Public Health is inmiddels duidelijk dat luchtvervuiling met fijnstof een op zichzelf staand risico voor de gezondheid inhoudt, al is het niet even duidelijk waarom. ‘Het kan liggen aan de chemische samenstelling, de grootte of het feit dat ze andere vervuilende stoffen kunnen vervoeren tot diep in de longen,’ zegt hij. ‘Momenteel wordt er veel onderzoek gedaan om dat uit te zoeken.’

Wat we wel weten, is dat sommige mensen vatbaarder zijn voor de risico’s voor hart en vaten door luchtvervuiling dan anderen. In hun commentaar bij het WHI-onderzoek wijzen Dockery en zijn collega-expert van Harvard, Peter Stone, erop dat hartziekten bij vrouwen anders zijn dan bij mannen. ‘De kransslagaderen van vrouwen zijn kleiner dan die van mannen en vaak is er een diffusere vorm van arteriosclerose dan in de arteriën van mannen. De haarvaten van vrouwen blijken vaker niet goed te functioneren dan die van mannen.’ Hun theorie is dat sekse alleen waarschijnlijk niet bepaalt of iemand kwetsbaar is voor luchtvervuiling, maar dat het wel ‘een indicator kan zijn van een onderliggend proces in het hart dat bij vrouwen het risico verhoogt’4.

Dat zou kunnen verklaren waarom er een veel sterker verband werd gevonden tussen luchtvervuiling en overlijden aan hartziekten in het WHI-onderzoek dat enkel vrouwen betrof. In andere onderzoeken, waarin zowel mannen als vrouwen proefpersoon waren, werden ook grotere effecten van fijnstofvervuiling gevonden op het hartvaatstelsel bij vrouwen dan bij mannen, met name bij oudere vrouwen 5,6.

Bij een van die onderzoeken, waarbij gedurende 22 jaar niet-rokende volwassenen in Californië werden gevolgd, werd inderdaad een verband aangetoond tussen een verhoogd risico van fatale hartaandoeningen bij vrouwen en een stijgend gehalte luchtvervuiling door fijnstof6. De theorie van de onderzoekers was dat fijnstof anders wordt afgezet, en waarschijnlijk op een schadelijker manier, in de longen van vrouwen dan in die van mannen 7. Ouderen en mensen met diabetes of onderliggende hart- of longaandoeningen zijn wellicht ook kwetsbaarder voor de nadelige effecten van luchtvervuiling 8.

Aangeboren afwijkingen

Het blijkt dus dat we luchtvervuiling serieuzer moeten nemen als risicofactor van hartziekten bij volwassenen. Maar niet alleen voor hen vormt het een risico. Uit nieuwe gegevens blijkt dat de schadelijke effecten van vervuilde lucht ook de placenta kunnen passeren en het hart van een ongeboren kind kunnen aantasten. Bij een onderzoek van de School of Public Health van de Universiteit van Californië in Los Angeles (UCLA) en het California Birth Defects Monitoring Program (CBCMP) bleek dat bij zwangere vrouwen die waren blootgesteld aan lucht met een hoog gehalte ozon en koolstofdioxide, het risico tot drie keer zo groot is dat ze een baby krijgen met een ventrikelseptumdefect (een gat in de wand tussen de twee hartkamers die het bloed rondpompen), een afwijking van (een van) de hartkleppen of van de aorta (de hoofdslagader).

Het risico was het hoogst bij vrouwen die in de tweede maand van hun zwangerschap blootgesteld waren aan verontreinigende stoffen. Dat is de maand waarin het hart en andere organen zich beginnen te ontwikkelen. Het meest verontrustend is echter het feit dat vrijwel het hele geografische onderzoeksgebied, waarin de totale stadsdistricten van Los Angeles, Orange, San Bernardino en Riverside in Californië waren opgenomen, voldeden aan de staatseisen voor koolmonoxidegehalte en ozon 9.

Bij een ander onderzoek in zeven stadsdistricten in Texas werd eveneens een verband gevonden tussen de kwaliteit van de lucht en het risico van aangeboren hartafwijkingen. Hoewel het koolmonoxidegehalte hier lager lag dan in Californië, ontdekten de onderzoekers dat vrouwen in streken met het hoogste gehalte aan ozon en koolmonoxide in de lucht een twee keer zo grote kans hadden dat hun baby met een hartaandoening werd geboren als vrouwen in de streken met het laagste gehalte. Fijnstof en zwaveldioxide in de lucht hingen ook samen met een verhoogd risico van hartafwijkingen en zelfs zijn er gegevens waaruit valt op te maken dat door luchtvervuiling wellicht het risico van een hazenlip stijgt 10.

Nog meer bewijzen komen er uit onderzoek in Centraal Europa, waar onderzoekers een verband hebben gevonden tussen een hoog niveau van luchtvervuiling in een streek en een hogere incidentie van hart- en andere afwijkingen bij de geboorte11,12. Blijkbaar zit er iets in de lucht wat de normale foetale ontwikkeling kan verstoren.

De bewijzen tot nu toe

Alle genoemde onderzoeken maken deel uit van een groeiende hoeveelheid bewijsmateriaal uit de hele wereld voor het feit dat de luchtvervuiling een hogere tol eist van ongeboren kinderen dan we tot nu toe dachten. Behalve met aangeboren afwijkingen is luchtvervuiling door onderzoek in Amerika, Brazilië, Mexico, China en de Tsjechië in verband gebracht met een laag geboortegewicht, premature geboorte, doodgeboren kinderen en wiegendood 9. De onderzoeken wijzen niet allemaal dezelfde luchtvervuilende stoffen aan als grootste boosdoener. In sommige worden gassen genoemd, andere geven fijnstofdeeltjes de schuld en weer andere leggen de verantwoordelijkheid bij beide. Maar de algemene conclusie van alle onderzoeken is consistent: hoe hoger de mate van vervuiling, des te groter het risico voor baby’s.

Een van de belangrijkste bevindingen is dat vervuiling van de buitenlucht een sterke samenhang blijkt te vertonen met wiegendood. De verantwoordelijke stof blijkt PM10 te zijn, stofdeeltjes met een diameter kleiner dan 10 mcm, zoals die in uitlaatgassen voorkomen. Bij een internationaal onderzoek rapporteerden de onderzoekers dat 16 procent van de onverklaarde sterfgevallen van baby’s met een normaal geboortegewicht samenhing met PM10. Hun theorie was dat wanneer de vervuiling hoger is dan 12 mcg per m3 lucht, dat ‘een substantiële bijdragende factor is in de postneonatale mortaliteit’. In het onderzoek was het gemiddelde sterftecijfer aan alle oorzaken 236,8 sterfgevallen per 100.000 baby’s, waarvan er 14,7 per 100.000 toe te schrijven waren aan vervuiling met PM10. In het geval van wiegendood was dat getal 11,7 per 100.000 13.

Ook bleek bij een onderzoek van het Amerikaanse Environmental Protection Agency dat wiegendood 26 procent vaker voorkwam bij baby’s die aan de hoogste mate van luchtvervuiling met PM10 blootstonden 14. Volgens een analyse van de gegevens door de non-profit onderzoeksorganisatie The Environmental Working Group (EWG) valt dat om te rekenen tot 500 gevallen van wiegendood per jaar in Amerika die toe te schrijven zijn aan fijnstof in de lucht.

Bij Canadees onderzoek naar het verband tussen wiegendood en luchtvervuiling werd daarentegen gevonden dat het gassen waren (zwaveldioxide, stikstofdioxide en koolmonoxide) in plaats van fijnstof die het sterkste verband vertoonden met de incidentie van wiegendood 15. Hoewel er meer onderzoek nodig is om vast te stellen welke vervuilende stoffen nu precies het schadelijkst zijn, zal inmiddels wel duidelijk zijn dat er iets moet gebeuren om de mensen die het grootste risico lopen te beschermen.

Wat zegt de WHO?

Er bestaat een aantal richtlijnen en standaarden over vervuiling van buitenlucht, waaronder de wereldwijde richtlijnen voor de kwaliteit van lucht die de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) vorig jaar heeft uitgebracht 16. Daarin worden maxima aangegeven voor fijnstof (PM), ozon, stikstofdioxide en zwaveldioxide. Volgens de WHO zou het sterftecijfer door luchtvervuiling in steden met wel 15 procent kunnen dalen, wanneer zijn standaarden voor slechts een van de vervuilende stoffen, bijvoorbeeld fijnstof, zouden worden gehandhaafd 17.

Maar cruciaal is de vraag natuurlijk of er ook een maximale concentratie is waaronder geen risico voor de volksgezondheid optreedt.18 Tot op heden, aldus de WHO, is er in elk geval voor fijnstof nog niet zo’n drempelwaarde bepaald. Er worden zelfs schadelijke effecten gevonden bij een mate van vervuiling die niet veel hoger ligt dan de gebruikelijke concentratie aan fijnstof in zowel Amerika als West-Europa, die voor deeltjes kleiner dan 2,5 mcm (PM2.5) rond de 3-5 mcg/m3 lucht ligt. ‘Het is niet waarschijnlijk,’ zegt de WHO, ‘dat door een waarde in een standaard of richtlijn elk individu geheel beschermd kan worden tegen elk mogelijke schadelijke gezondheidseffect’. Dat wil zeggen dat het aan onszelf is om ons te beschermen tegen het vuil in de lucht die we inademen.

BRONNEN:

1 N Engl J Med, 2007; 356: 447-458
2 Circulation, 2004; 109: 71-77
3 N Engl J Med, 1993; 329: 1753-1759
4 N Engl J Med, 2007; 356: 511-513
5 Environ Health Perspect, 2005; 113: 201-206
6 Environ Health Perspect, 2005; 113: 1723-1729
7 Environ Health Perspect, 2005; 113: A836-837
8 Circulation, 2004; 109: 2655-2671
9 Am J Epidemiol, 2002; 155: 17-25
10 Am J Epidemiol, 2005; 162: 238-252
11 Acta Chir Plast, 1998; 40: 112-114
12 Mutat Res, 1993 ; 289 : 145-155
13 Environmental Health: A Global Access Science Source, 2004; 3: 4
14 Envoron Health Perspect, 1997; 105: 608-612
15 Pediatrics, 2004; 113: e628-631
16 zie http://whqlibdoc.who.int/hq/2006/ en kies het bestand genaamd WHO_SDE_PHE_OEH_06.02_eng.pdf
17 Lancet, 2002; 360: 1233-1242
18 Lancet, 2002; 360: 1233-42.


Het vervuilde hart

De wetenschappers zijn het er niet over eens hoe luchtvervuiling met fijnstof nu het risico van hartziekten doet stijgen, maar zij opperen een aantal mogelijke mechanismen. Een daarvan is dat door inhalatie van fijnstofdeeltjes oxidatieve stress en ontstekingsreacties ontstaan niet alleen in de longen, maar verspreid door het lichaam, waardoor het autonome zenuwstelsel ontregeld raakt (dat de polssnelheid en de bloeddruk reguleert), bloedvaten beschadigd raken en arteriosclerose ontstaat (verharding van de arteriën). Uit onderzoek blijkt dat opstapeling van arteriosclerotische afzettingen aan de vaatwanden veel meer voorkomt bij mensen die in streken wonen waar meer fijnstof in de lucht zit 1.

Bij onderzoek met muizen (dus de bevindingen zijn niet per se van toepassing op mensen) bleek er zelfs een duidelijk causaal verband te zijn tussen luchtvervuiling en arteriosclerose 2.
Nog een mogelijkheid is dat door blootstelling aan luchtvervuiling de samenstelling van het bloed verandert, met mogelijk ernstige gevolgen voor het hart. Er is bijvoorbeeld aangetoond dat door fijnstof het fibrinogeen en de stollingsfactoren in het bloed snel en significant toenemen. Dat zijn welbekende risicofactoren voor een hartaanval of beroerte 3.

BRONNEN:

1 N Engl J Med, 2007; 356: 511-513
2 JAMA, 2005; 294: 3003-3010
3 Circulation, 2004; 109: 2655-2671


Wat hangt er in de lucht

Luchtvervuiling is een veelomvattende term voor een scala aan vervuilers, elk door een andere bron en elk op een eigen manier potentieel schadelijk voor de mens, afhankelijk van zijn gezondheidsprofiel.
• Fijnstof
Bron: brandstofverbranding door wegverkeer, industriële processen, landbouw en houtverbrandingsovens.
Gezondheidsgevaren: verergering van ademhalingsaandoeningen zoals astma, bronchitis, emfyseem en longontsteking; hart- en vaatziekten; wiegendood.
• Polycyclische aromatische koolwaterstoffen
Bron: motorvoertuigen, industriële processen en andere processen met onvolledige verbranding van organische brandstof.
Gezondheidsgevaren: hart- en ademhalingsziekten door luchtvervuiling; kanker.
• Ozon
Bron: ozonvervuiling, ofwel smog, treedt op grondniveau op als het zich mengt met stikstofdioxide en vluchtige organische stoffen (uit energiestations, auto’s, verwerkingsindustrieën, en huishoudelijke processen) en reageert met zonlicht.
Gezondheidsgevaren: irriteert de ademwegen en ogen; geeft ademproblemen zoals kortademigheid, hoesten en piepende ademhaling (bij kortdurende blootstelling). Met name kinderen zijn kwetsbaar omdat hun kleinere longen minder goed tegen een hoog ozongehalte kunnen. Een hoog ozongehalte kan ook blijvende schade aan het ongeboren kind veroorzaken.
• Koolstofmonoxide, zwaveldioxide, waterstofchloride, waterstoffluoride, benzeen en ammoniak
Bron: verschillende industriële, chemische en landbouwprocessen.
Gezondheidsgevaren: ademhalings- en hart- en vaatziekten, verhoogd risico van kanker; verlaagd geboortegewicht bij een baby wiens moeder tijdens de zwangerschap overmatig is blootgesteld (koolmonoxide).


Het risico minimaliseren

Hoe kunnen we onszelf dan wel beschermen tegen de gezondheidsrisico’s van het vuil dat we inademen? Begin met een onderzoekje van het eigen milieu. Is er een drukke weg of snelweg in de buurt? Is er een boerderij binnen enkele kilometers afstand? Is er industriële verwerkingsactiviteit in de omgeving van woonhuis of werk?

Vervolgens is een onderzoekje van uzelf aan de orde. Hoe staat het met uw gezondheid? Bent u gevoelig voor luchtvervuilende stoffen? Wat komt er in uw familie voor? Al die factoren bepalen mede of luchtvervuiling een belangrijke rol speelt in uw eigen gezondheid. Maar wat de prognose ook is, u kunt genoeg doen om het effect ervan te verminderen.

• Verhoog het gebruik van antioxidanten. Bestrijd de oxidatieve stress die luchtvervuiling oplevert, door een ruime hoeveelheid antioxidanten te gebruiken die de vrije radicalen vangen. Vitamine C en E zijn met name effectief tegen respectievelijk stikstofdioxide en ozon bij longziekten1. Voor een goed resultaat over de hele linie kunt u het best de belangrijkste antioxidanten gebruiken in de onderstaande aanbevolen dagelijkse hoeveelheden voor volwassenen.
o vitamine A: 2660 IE voor vrouwen; 3330 voor mannen;
o vitamine C: minimaal 1 g;
o vitamine E: 400 IE;
o selenium : tot 200 mcg.

Deze doseringen liggen nog ruim binnen de veilige marges. Bij mensen die op te hoge doseringen kunnen reageren, bestaat er echter wel een klein risico, dus raadpleeg eerst een gekwalificeerde en ervaren therapeut.

• Maak uw omgeving schoon met ionisators. Installeer de apparaatjes in de auto en in huis, of draag een ionisator om uw hals. Zo’n apparaatje ‘sproeit’ elektronen – negatief geladen deeltjes – in de lucht die zich hechten aan vervuilende stoffen, waardoor die neerslaan of geneutraliseerd worden.
• Stop met roken. Uit onderzoek komt naar voren dat roken in combinatie met luchtvervuiling het risico vergroot van overlijden door hartritmestoornissen, hartfalen en hartstilstand 2.
• Weet wat er in de lucht hangt. Om op de hoogte te blijven van de mate van luchtvervuiling in uw omgeving kunt u de plaatselijke instantie benaderen die dat bijhoudt (voor Nederland kunt u die vinden op de website van milieuhulp.nl:
http://www.milieuhulp.nl/algemeen/page.php?thema=algemeen&page=faq&antwoord=1&id=345). Als de luchtvervuiling ernstig is:

o Blijf zoveel mogelijk binnen, omdat daar de mate van vervuiling minder is dan buiten.
o Moet u toch naar buiten, beperk de activiteit buitenshuis dan tot de ochtenduren of wacht tot na zonsondergang, vooral als er smog is.
o Blijf uit de buurt van verkeersdrukte en vermijd activiteiten buitenshuis in de omgeving van drukke wegen. Zoek een park waar de kinderen kunnen spelen met weinig verkeer in de buurt.
o Ga niet buiten sporten en span u niet anderszins in de buitenlucht in als uit de berichtgeving blijkt dat de kwaliteit van de lucht ongezond is. Hoe sneller iemand ademhaalt, des te meer vervuiling neemt hij op in de longen.
• Draag uw steentje bij. Verkeersuitstoot is de grootste boosdoener, dus gebruik de auto zo min mogelijk. Moet u toch rijden, zorg dan dat uw auto zo ‘groen’ mogelijk is door hem geregeld te laten afstellen: een zuinige auto loost beduidend minder schadelijke uitlaatgassen. Matig ook uw snelheid. Een auto die minder hard rijdt, verbruikt minder brandstof en produceert dus minder afvalstoffen. Voor meer informatie over milieuvriendelijker autorijden kunt u de websites raadplegen van de ANWB 3 en van Ecoline 4.
• Ga niet vlak bij een grote weg wonen. Gaat u verhuizen, zoek dan een huis dat niet dicht bij een drukke weg staat. Bij een grootschalig onderzoek in Engeland en Wales bleek dat mannen en vrouwen die op minder dan 200 meter afstand van een grote weg woonden, een 5 procent hoger risico hadden van een beroerte dan diegenen die er 1000 meter of meer vanaf woonden 5.

BRONNEN:
1 Ann NY Acad Sci, 1992; 669: 141-155

2 Circulation, 2004; 109: 2655-2671
3 http://www.anwb.nl/published/anwbcms/content/auto/kiezen-en-kopen/tips-en-advies/kiezen/groen-en-goedkoper/entree.nl.html
4 http://www.ecoline.org/verde/infobladen/07auto.shtml
5 Stroke, 2003; 34: 2776-2780
 

Wilt u dit artikel lezen?

Als abonnee kunt u dit artikel gratis lezen door in te loggen op uw account. Nog geen abonnee? Sluit nu een abonnement af.

Andere archief artikelen

Uitgelezen; Wie ben ik als niemand kijkt

Liesbeth Woertman onderzoekt in dit boek het leven van vrouwen in vooral de derde levensfase (na de pensionering) en de laatste vierde levensfase (vanaf ongeveer 75 jaar). Wat betekent het voor hen om een ouder lichaam te hebben in een tijd van geseksualiseerde,...

Basisrecept voor elke dag

Heb jij dat ook aan het begin van een nieuw jaar? Ik sta altijd een beetje te trappelen van ongeduld. Wat zal het nieuwe jaar aan bijzondere ontmoetingen en ontwikkelingen met zich meebrengen? Voor wat voor uitdagingen komen we te staan? Hoe zullen de seizoenen...

Innerlijke reis; ik blijf me verwonderen

Een tante gaf Kor Koetje een boek uit de boedel van een boer, en dat bracht hem in zijn tienerjaren op het pad van de natuurgeneeskunde. Het was Homeopathie in de praktijk van dr. J. Voorhoeve uit de jaren 20 van de vorige eeuw. Koetjes’ schoonzus was zijn eerste...

Boezemfibrileren vaak niet opgemerkt

Atriumfibrilleren, of boezemfibrilleren, is een veelvoorkomende volksziekte bij mensen op hogere leeftijd. Het wordt niet altijd opgemerkt door de arts of de patiënt. Boezemfibrilleren is goed behandelbaar, maar onbeschermd is er een sterk verhoogde kans op...