Op een miezerige namiddag staan Mira Opdam en ik in Wierden naar haar kudde te kijken. De paarden staan rustig in de paddock hooi te eten. Eén merrie zondert zich af: ze loopt weg van ons en van de andere paarden en komt dan weer naar het hek, alsof ze uit de wei wil.
Daarvoor heeft Opdam mij in haar praktijkruimte uitgelegd hoe zij de paarden inzet in haar coaching. Zij werkt onder andere met het systemische principe in de kudde. Ieder mens is onderdeel van meerdere systemen: familiesysteem, collega’s, vrienden. Al die systemen beïnvloeden ons lichaam en onze geest en daarmee onze vitaliteit.
Het kuddeprincipe
Tijdens een coachingsessie laten paarden je zien waar de verstoring in je systeem zit en welke patronen een belemmering vormen. ‘Paarden zijn namelijk kuddedieren én vluchtdieren. Pas wanneer je als mens echt je plek inneemt in het leven, kun je in je kracht komen en dat is nodig om de kudde sterk te houden.’ Zij vervolgt: ‘Paarden tunen in op ons hart- en buikbrein. Daarmee nodigen ze ons uit om onze blik naar binnen te richten. Als begeleider vertolk ik hun bewegingen.’ Maar dat is zeker geen lijstje van wanneer het paard dit doet, betekent het dat. Alles is informatie, en Opdam plaatst deze in de context van de coachee en van het moment.
De pleasestand
Casussen kunnen heel herkenbaar zijn. We besluiten daarom niet te spreken over coachees in haar praktijk. Ik geef een persoonlijk voorbeeld, zodat Opdam kan illustreren wat er gebeurt tijdens een sessie. In de auto naar Wierden voelde ik me moe en realiseerde ik me dat ik tijdens het familiebezoek net voor het interview weer in mijn rol als vrolijke noot was vervallen. Dat is volgens Opdam exact waarover systemisch werken gaat: ‘Je bent zo moe, omdat je jezelf hebt weggegeven. Dit patroon van willen pleasen, kan de plek zijn die het meest dienend is aan je familiesysteem, maar tegelijkertijd leiden tot blok-kades in je hart en lijf.’
Tijdens een mensenleven ontstaan steeds nieuwe patronen als overlevingsstrategie. Opdam noemt dit de krasjes op een ziel. Zij tekent een plaatje ter verduide-lijking en vervolgt: ‘Jouw overlevingsmechanisme is de pleasestand, de diepe wens om goed genoeg te zijn. Die wens hebben we allemaal. Paarden zeggen: je bent goed genoeg. Paarden nodigen je uit om weer verbin-ding te maken met je authentieke zelf, om die patronen opnieuw onder de loep te nemen, zodat je levensenergie weer kan stromen.’
Terug naar buiten
Bij de wei legt Opdam uit dat iedere kudde wordt geleid door een leidende merrie en een leidende hengst. De mer-rie wordt gekozen op basis van vertrouwen, respect en ervaring. Het is vaak een oudere merrie die al wat heeft meegemaakt, weet waar voedsel te halen is en waar het veilig is. De leidende hengst moet zijn positie bevechten en is altijd fysiek het sterkst.
Opdam observeert de merrie die in haar eentje wat ronddoolt. Een merrie staat voor vrouwelijke kracht. Zij zou bijvoorbeeld aan een coachee kunnen vragen welke vrouwelijke kracht is weggegaan. Dat kan een kracht van jezelf zijn, maar het kunnen ook vrouwen in je leven zijn. Zij vraagt of ik het zoeken naar een eigen plek herken. Ik vertel spontaan dat ik niet meer op mijn plek zit, wonend midden in het centrum van Rotterdam. Mijn huis is fijn, mijn man is lief, mijn buren zijn aardig, maar de stad voelt onverschillig en hard.
De paarden hebben een opdracht: de coachee één laten worden met hart en lijf
‘De paarden laten zien dat het fysiek niet op je plek zitten nu zonder meer aan de orde is’, aldus Opdam. In haar vertolking neemt zij het normale gedrag van de merrie als uitgangspunt. ‘Het is een hele krachtige merrie en midden op de dag de wei uit willen, is voor haar niet gemiddeld. Alleen eten doet ze wel vaker. Maar zo dolen niet.’
Mannelijke dominantie
Ondertussen zwiept de hengst wat geïrriteerd met zijn staart. Een hengst staat volgens Opdam voor het mannelijke. Zij vraagt wat de impact van mannelijke, dominante energie op mij is. Ik antwoord dat ik tien jaar geleden besloot niet meer voor ‘bazige’ bazen te willen werken en freelancer werd. De hengst reageert onmiddellijk onrustig terwijl we hierover praten en de hele kudde neemt een andere plek in.
Gewoonlijk zou Opdam vragen of een coachee zijn plek wil innemen in de kudde. Dat contact zou weer in een andere beweging resulteren. Opdam noemt het een toneelstuk dat zich ontvouwt. ‘In het samenspel van dit systeem hebben de paarden maar één opdracht: de coachee één laten worden met zijn hart en lijf.’ Maar voor het uitspelen van het hele stuk is helaas geen tijd meer. Een boeiende middag waarbij ik niet had verwacht dat mijn krasjes zo direct afleesbaar zouden zijn van de kudde.
