Het beste proefkonijn: de mens

Om te beoordelen of een nieuw geneesmiddel veilig en effectief is, worden meestal eerst dierproeven gedaan. Helaas zeggen de uitslagen van die proeven niet altijd hoe mensen op het middel zullen reageren: er kunnen bij mensen nog altijd levensbedreigende reacties plaatsvinden, zelfs nadat het middel is toegelaten op de markt. Kathy Archibald, directeur van de Safer Medicines Campaign (campagne voor veiliger medicijngebruik), pleit voor het testen van medicijnen op mensen.

Door Kathy Archibald

In januari 2016 werden zes gezonde mannen met spoed in het ziekenhuis opgenomen vanwege ernstig hersenletsel. Een van hen overleed. In een onderzoekslaboratorium in Frankrijk was een nieuw geneesmiddel tegen pijn en stemmingsstoornissen op hen getest.
Tijdens een bijeenkomst bij het nationale Franse bureau voor geneesmiddelen en gezondheidsproducten concludeerden deskundigen naar aanleiding van deze gebeurtenis dat de stof een ‘verbazingwekkende en nooit eerder voorgekomen’ reactie in de hersenen had veroorzaakt. De kans op een dergelijke reactie was nooit uit eerdere dierproeven gebleken. De deskundigen vonden dit ‘onverklaarbaar’.1 Het geneesmiddel was getest op muizen, ratten, honden en apen zonder dat er problemen waren gevonden, hoewel de dieren 400 keer zoveel van het middel hadden gekregen als de zes vrijwilligers.2

Dit is slechts een voorbeeld van hoe weinig dierproeven zeggen – áls ze al iets zeggen – over de veiligheid van nieuwe geneesmiddelen. Er zijn echter al tests beschikbaar die relevantere informatie opleveren omdat ze werken met humaan (menselijk) materiaal.
De tekortkomingen van dierproeven werden in 2006 ook al onderstreept, toen een geneesmiddelenonderzoek in Londen werd gestopt nadat zes jonge mannen op de intensive care waren opgenomen met hart-, lever- en nierfalen. Degene die er het slechtst aan toe was, verloor al zijn tenen en een aantal vingertoppen.

Op een bepaald moment zwollen de hoofden op van de mannen in dit onderzoek, dat daarom bekend werd als het ‘elephant man’-onderzoek, naar Joseph Merrick: de man die door zijn misvormingen een curiositeit werd in het victoriaanse Engeland. Toch had het geneesmiddel, tegen reumatoïde artritis en leukemie, veilig geleken toen het werd getest op apen die doses kregen die 500 maal zo hoog waren als de dosis die de vrijwilligers bijna fataal werd.3

Niet veel doden
De officiële instanties wijzen erop dat dergelijke catastrofes heel weinig voorkomen. Ze blijven erbij dat dierproeven onmisbaar zijn om vrijwilligers en patiënten te beschermen bij klinisch onderzoek naar geneesmiddelen. En zonder dat onderzoek zouden er geen nieuwe geneesmiddelen komen.
Maar je kunt nooit zeker weten hoe weinig deze levensbedreigende reacties voorkomen. Want farmaceutische bedrijven zijn niet verplicht om de resultaten vrij te geven van onderzoeken in een vroeg stadium, de zogenaamde fase I-onderzoeken, waarin de veiligheid van geneesmiddelen wordt getest. Ze moeten de bijwerkingen echter wel melden bij de autoriteiten.

In een poging om te kijken hoe groot de risico’s voor gezonde vrijwilligers zijn, werden in een onderzoek dat in 2015 in de British Medical Journal is gepubliceerd, op een totaal van 394 fase I-onderzoeken elf ernstige bijwerkingen ontdekt.4 Dat wijst erop dat er in fase I-onderzoeken problemen voorkomen die niet worden gemeld. En deze stoffen hadden na de dierproeven groen licht gekregen.
Gegevens die werden verkregen na een beroep op de wet op de vrijheid van informatie laten zien dat er tussen 2010 en 2014 in het Verenigd Koninkrijk 7187 mensen ernstige en onverwachte bijwerkingen kregen tijdens klinische onderzoeken. Van hen zijn er 761 overleden, hoewel in geen van deze gevallen bewezen kon worden dat het overlijden ‘direct veroorzaakt’ was door het onderzoeksgeneesmiddel.5
In 1993 veroorzaakte een klinisch onderzoek naar een mogelijke behandeling tegen hepatitis B van de Amerikaanse gezondheidsinstituten (NIH), waarin fase I en fase II waren gecombineerd (om zowel de veiligheid als de effectiviteit te testen), onverwachte en verwoestende reacties, waaronder geelzucht, leverfalen en multi-orgaanfalen.

Vijf van de vijftien deelnemers overleden; van twee anderen konden artsen het leven redden door een spoedeisende levertransplantatie. Na eerdere dierproeven om de giftigheid van het middel te testen, waaronder een zes maanden durend onderzoek bij honden, was het middel vrijgegeven om bij mensen te worden getest.6

Maar niet alleen de vroege fases van klinische onderzoeken brengen risico’s met zich mee. In februari 2016 werd op last van de Amerikaanse voedings- en geneesmiddelenautoriteit (FDA) een internationaal klinisch fase III-onderzoek naar pacritinib afgebroken. Pacritinib is een geneesmiddel tegen bloedkanker. Het onderzoek moest worden gestopt nadat een aantal patiënten waren overleden door hartstilstand, hartfalen of hersenbloeding.7 Hoeveel mensen uiteindelijk zijn overleden, is niet bekendgemaakt. In proeven bij muizen en honden was het middel veilig gebleken.8
Ironisch genoeg zou het ‘elephant man’-onderzoek uit 2006 misschien helemaal niet zijn doorgegaan als een eerder onderzoek gepubliceerd zou zijn. Daarin was een patiënt ziek geworden nadat hij een vergelijkbaar middel had gekregen.9

Mensen als proefkonijn

In India heeft het hooggerechtshof in 2013 alle klinische onderzoeken in dat land verboden. Eerst moesten alle bijwerkingen en gevallen van overlijden, en de toestemmingsformulieren van deelnemers, worden vastgelegd en gemeld. Het gerechtshof besloot dit nadat ngo’s (niet-gouvernementele organisaties) petities hadden ingediend over het schaden van publieke belangen. Bij controle van overheidsgegevens hadden de ngo’s ontdekt dat tussen 2005 en 2012 meer dan 2600 patiënten waren overleden en bijna 12.000 patiënten ernstige bijwerkingen hadden gehad tijdens klinische onderzoeken. Hiervan werden 80 gevallen van overlijden en meer dan 500 ernstige bijwerkingen direct toegeschreven aan het onderzochte geneesmiddel.10

De rechters van het hooggerechtshof zeiden: ‘We vinden het pijnlijk dat analfabeten en kinderen van India door internationale farmaceutische bedrijven als proefkonijnen worden gebruikt.’11 Er worden in India inderdaad duizenden klinische onderzoeken uitgevoerd, vanwege de grote groepen patiënten die nog niet behandeld worden (wat de uitkomsten zou kunnen beïnvloeden) en de relatief lage kosten. Nu in India strengere regels zijn ingevoerd, hebben veel farmaceutische bedrijven hun onderzoeken verplaatst naar China, Turkije, Indonesië, Maleisië en Oost-Europa.
In Europa en Amerika zijn er gelukkig niet heel veel voorbeelden van mensen die tijdens klinisch onderzoek overlijden of ernstig letsel oplopen, omdat er goede regelgeving is. Maar de ervaring in India wijst erop dat deze incidenten wel voorkomen. Mede door dit soort incidenten valt 95 procent van de nieuwe geneesmiddelen af tijdens de klinische onderzoeken.12 Een middel kan afvallen omdat het niet bij mensen blijkt te werken, maar dus ook vanwege vervelende of gevaarlijke reacties, ondanks het feit dat het middel eerder in ten minste twee diersoorten is getest en bij beide dieren effectief en veilig is gebleken.

Dierproeven zijn niet te rechtvaardigen

Wetenschappers discussiëren al jaren over de waarde van dierproeven. In 1984 schreven Laurence, McLean en Weatherall het volgende: ‘De dierproeven die worden gebruikt om te beoordelen of een middel giftig is, zijn voornamelijk gebaseerd op ervaring. De betrouwbaarheid ervan is niet vastgesteld… Het is de hoogste tijd om te bepalen of de tests die nu worden uitgevoerd voldoende voorspellende waarde hebben om het gebruik te rechtvaardigen, of dat ze een enorme verspilling van middelen zijn die geen enkel doel dient.’13

Meer dan dertig jaar later lijkt hun ergste vrees bevestigd. Jarrod Bailey heeft met collega’s een overzichtsartikel gepubliceerd van onderzoeken naar meer dan 3000 geneesmiddelen. Het wordt beschouwd als de uitgebreidste analyse die ooit is uitgevoerd. De analyse laat zien dat er geen enkele garantie bestaat dat een geneesmiddel veilig is voor mensen. Ook al is het veilig gebleken in tests met muizen, ratten, konijnen, honden en apen.14
Eén onderzoek liet zien dat van de ernstige bijwerkingen van 43 geneesmiddelen die schadelijk bleken voor patiënten, 81 procent eerder niet in dierproeven was opgemerkt.15 In een ander overzichtsartikel van onderzoeken ‘met tientallen miljoenen dieren’ concludeerden wetenschappers van een Amerikaanse en een Israëlische organisatie voor landbouwkundig onderzoek: ‘Met behulp van diermodellen voorspellen hoe mensen in klinische onderzoeken reageren, mislukt erg vaak. Daarom wordt ervoor gepleit om de veiligheid en werkzaamheid via een andere benadering te bepalen’.16

Grote problemen

Niet alleen deelnemers aan klinische onderzoeken lopen het risico dat zij schade ondervinden van geneesmiddelen waarvan de veiligheid niet volledig is vastgesteld. Als een nieuw geneesmiddel op de markt is toegelaten, kan het binnen enkele maanden aan miljoenen mensen worden voorgeschreven. Maar klinische onderzoeken kunnen nooit bijwerkingen aantonen die pas aan het licht komen als veel grotere aantallen mensen het geneesmiddel gebruiken. Sommige patiëntengroepen hanteren daarom als vuistregel dat het beter is na de toelating van een nieuw geneesmiddel minimaal zeven jaar te wachten voordat mensen het gaan gebruiken.17

Omdat klinische onderzoeken niet ontworpen zijn om zelden voorkomende bijwerkingen op te sporen, zijn preklinische onderzoeken het enige veiligheidsnet dat mensen moet beschermen tegen nieuwe geneesmiddelen. En preklinisch onderzoek bestaat hoofdzakelijk uit dierproeven. De volgende belangrijke poortwachter om gevaren van geneesmiddelen te herkennen, is het registreren van de ervaringen nadat het middel op de markt is gekomen. Dat werkt slechts beperkt, omdat waarschijnlijk minder dan 10 procent van de bijwerkingen daadwerkelijk wordt gemeld.18

Methoden die beter kunnen voorspellen

Wetenschappers en onderzoekers bij universiteiten en bedrijven werken momenteel aan de ontwikkeling van een nieuwe generatie, relevantere en beter voorspellende, methoden om giftigheid te meten. Een belangrijk kenmerk van die nieuwe methoden is dat ze menselijke cellen of weefsels gebruiken, of computermodellen van menselijke organen of systemen, of scans (beelden van buitenaf) van vrijwilligers, of combinaties hiervan. Hieronder vallen apparaten met ‘een levend systeem op een chip’, en onderzoeken met zeer lage doses die heel weinig risico’s geven. Deze methoden geven waardevolle inzichten in de werking van het menselijke systeem als geheel.19

Met zulke tests met menselijk materiaal kunnen vaak bijwerkingen worden opgespoord die niet werden gevonden bij de dierproeven.
Een microlever (HepatoPac genoemd), die bestaat uit menselijke levercellen, kan leverschade door fialuridine voorspellen.20 Dit was het mogelijke middel tegen hepatitis B waaraan vijf patiënten overleden in het verwoestende klinische onderzoek van 1993 (zie blz….). Er was geen leverschade voorspeld op basis van preklinische dierproeven.

Na het ‘elephant man’-onderzoek werd snel een laboratoriummethode met menselijke cellen ontwikkeld als model voor de ‘cytokinenstorm’ die wel bij de vrijwilligers was opgetreden, maar niet bij dieren.21 Bij een cytokinenstorm komen er plotseling heel veel boodschappermoleculen vrij, die allerlei lichaamsprocessen verstoren.

In het Tox21-initiatief van de Amerikaanse regering werden ongeveer 10.000 chemische stoffen getest met een serie tests op basis van menselijke cellen. Met deze tests konden belangrijke veiligheidsaspecten van geneesmiddelen en chemicaliën ‘aanzienlijk beter’ worden vastgesteld dan met dierproeven.22

Met tests op basis van menselijke genetische markers (merkstoffen) kunnen ernstige problemen met de geneesmiddelen Vioxx en Avandia worden vastgesteld. Deze middelen hebben in het verleden tienduizenden doden veroorzaakt door hun giftigheid, die niet in dierproeven was voorspeld.23
Er zijn inmiddels computermodellen die veel nauwkeuriger en betrouwbaarder dan dierproeven kunnen voorspellen hoeveel van een geneesmiddel de juiste plaats in het lichaam bereikt. Dit verbetert de vooruitzichten van succesvolle klinische onderzoeken bij mensen.24
Tests waarbij geen dieren worden gebruikt, zijn vaak sneller en goedkoper, en bovendien nauwkeuriger en betrouwbaarder. Daardoor kunnen patiënten sneller toegang krijgen tot veiliger geneesmiddelen. Biopta, een bedrijf dat menselijke weefsels levert, schat dat er gemiddeld 7 euro wordt bespaard door elke euro die wordt geïnvesteerd in voorspellende tests met menselijk materiaal.25 De directeur van de Amerikaanse gezondheidsinstituten (NIH), Francis Collins, vertelde onlangs aan een Amerikaanse senaatscommissie dat de dierproeven voor het testen van de giftigheid van geneesmiddelen binnen tien jaar voor het grootste deel zullen zijn vervangen door biochips, die met minder kosten en een hogere verwerkingssnelheid nauwkeuriger resultaten geven.26

De menselijke factor

Het gebeurt ook dat dierproeven uitwijzen dat een stof mogelijk een succesvolle behandeling voor mensen is, terwijl later blijkt dat die positieve resultaten niet in andere diersoorten worden gevonden. Er zijn meer dan 100 behandelingen voor een acute beroerte bekend die bij patiënten niet effectief of schadelijk waren, ondanks successen in diermodellen voor beroerte.27

Ongeveer 150 geneesmiddelen bleken niet te werken bij patiënten met bloedvergiftiging, de belangrijkste oorzaak van overlijden op de intensive care. Onderzoekers waarschuwen dat foutieve aanwijzingen uit misleidende diermodellen vele jaren werk en miljarden euro’s kosten.28 Dertig jaar lang hebben mensen met ernstig hoofdletsel steroïden gekregen om het risico op overlijden te verminderen, op basis van voorspellingen uit dierproeven. Maar in 2004 werd ontdekt dat dit het risico voor mensen juist verhoogt, en waarschijnlijk het overlijden van meer dan 10.000 mensen heeft veroorzaakt.29

Dierproeven zijn niet alleen slechte modellen voor de veiligheid voor mensen, ze zijn ook onbetrouwbaar voor het aantonen van de effectiviteit van een behandeling. Net zoals er veel kandidaat-geneesmiddelen in klinische onderzoeken afvallen omdat ze bijwerkingen veroorzaken bij mensen, zo blijken ook veel middelen helemaal niet te werken bij mensen, terwijl ze het goed deden bij dieren. Dit maakt het ontwikkelen van geneesmiddelen buitengewoon duur, omdat bedrijven de kosten van klinisch onderzoek niet alleen voor de succesvolle middelen moeten terugverdienen, maar per succesvol middel ook voor die negen andere onderzoeken die geen succes opleverden.

Wetenschappers hebben ervoor gepleit dat biomedisch onderzoek niet met dieren, maar met mensen zou moeten worden uitgevoerd. Cliff Barry, leider van het onderzoek naar tuberculose (tb) in het Amerikaanse National Institute of Allergy and Infectious Diseases, heeft opgemerkt dat het feit dat alles eerst op muizen wordt getest ‘ons een nieuwe generatie geneesmiddelen heeft gekost… We blijven het gebaande pad volgen…Dit geldt niet alleen voor tb; het geldt voor vrijwel elke ziekte.’30

Azra Raza, professor in de geneeskunde aan de Universiteit van Columbia, zegt dat we, in elk geval met betrekking tot kankeronderzoek, ‘moeten stoppen met het bestuderen van muizen, omdat dat in wezen geen nut heeft; we moeten beginnen met het bestuderen van verse menselijke cellen’.31
Hakan Sentürk, hoofdredacteur van de Turkish Journal of Gastroenterology, daagt andere wetenschappelijke tijdschriften uit om deze lijn te volgen en niet meer te publiceren over dierproeven. Hij zegt: ‘Gezien de beperkingen van diermodellen zou het publiceren van resultaten van dierproeven de wetenschappelijke gemeenschap misleiden met zinloos onderzoek en het algemene publiek valse hoop geven. Dat is niet ethisch… In plaats daarvan moeten relevante benaderingen – met onderzoeken met menselijk materiaal – agressiever worden ontwikkeld en toegepast. Gelukkig bestaan er veel onderzoeksmethoden zonder dierproeven, zoals geaccepteerde klinische modellen, rekenmodellen en invitromodellen (d.w.z. in reageerbuis), en worden er voortdurend nieuwe technieken ontwikkeld en goedgekeurd, zoals darmen en andere organen “op een chip”.’32

Fiona Godlee, hoofdredacteur van de British Medical Journal, vraagt: ‘Waarop zou u de nadruk van uw inspanningen leggen: investeren in beter dieronderzoek, of een verschuiving naar financiering van meer klinisch onderzoek?’33 Elias Zerhouni, voormalig directeur van de Amerikaanse NIH, zegt hierop: ‘Onderzoekers hebben te veel vertrouwd op resultaten van dierproeven. Het probleem is dat dit niet blijkt te werken. Het wordt tijd dat we niet meer om het probleem heen draaien . . . We moeten onze aandacht verleggen en nieuwe methoden ontwikkelen voor gebruik bij mensen, om de achtergronden van menselijke ziekten te begrijpen.’34

Cruciaal moment

We bevinden ons op het hoogtepunt van een nieuw tijdperk van biomedisch onderzoek, waarin iedereen profiteert van de voordelen van effectievere en veiligere medicijnen, speciaal voor mensen ontworpen en getest. Er zijn overtuigende bewijzen dat diermodellen medisch onderzoek kunnen belemmeren en een risico kunnen vormen voor patiënten.

Een verschuiving naar geavanceerdere technieken op basis van de menselijke biologie zou de vooruitgang zeker niet hinderen, maar zou het biomedisch onderzoek versnellen en veiligere en betere geneesmiddelen opleveren tegen lagere kosten: een win-winsituatie die door iedereen moet worden ondersteund. Investeren in voor mensen relevante methoden moet de hoogste prioriteit krijgen. Internationale samenwerking, waarbij de beste wetenschappers van bedrijven en universiteiten worden samengebracht, is essentieel. Er wordt al gewerkt aan een aantal uitstekende programma’s, zoals het Europese Innovative Medicines Initiative. Deze programma’s moeten worden ondersteund en uitgebreid.

Het is van cruciaal belang dat de richtlijnen voor de ontwikkeling van geneesmiddelen worden aangepast en verbeterd, zodat het toepassen van de beste nieuwe benaderingen wordt aangemoedigd. De huidige regelgeving houdt innovatie tegen, doordat deze de wetenschappelijke ontwikkelingen niet kan bijhouden.

In de afgelopen vijftig jaar, en vooral naar aanleiding van het Softenon-drama, hebben regeringen gehamerd op het belang van dierproeven. Dat is gebeurd, ondanks het ironische feit dat meer dierproeven het vrijgeven van Softenon niet zouden hebben voorkomen, omdat maar weinig soorten schade ondervinden van dit middel.35

Ondanks het feit dat er veel nieuwe tests beschikbaar zijn die de veiligheid van geneesmiddelen bij mensen beter kunnen voorspellen, eisen overheden nog steeds niet van farmaceutische bedrijven dat ze deze nieuwe tests gebruiken.

De Safer Medicines Campaign heeft op dit moment een online petitie lopen – alleen voor inwoners van het Verenigd Koninkrijk – waarin de overheid wordt opgeroepen het gebruik van betrouwbaardere veiligheidstests voor nieuwe medicijnen te eisen. Er wordt gestreefd naar 10.000 ondertekenaars. In een enquête gaf 75 procent van de professionals in de gezondheidszorg aan dat ze vonden dat farmaceutische bedrijven wettelijk verplicht moeten worden om nieuwe geneesmiddelen te testen met methoden die de veiligheid voor mensen aantoonbaar het beste voorspellen.

[kader:] Hoe worden nieuwe geneesmiddelen getest?

Voordat geneesmiddelen op de markt komen, moeten ze verschillende teststadia doorlopen. Van elke 5000 stoffen die in een lab worden ontdekt, wordt er uiteindelijk slechts één op de markt gebracht. Het hele proces van het ontwikkelen van dat ene middel heeft het farmaceutische bedrijf dan ongeveer 175 miljoen euro gekost en heeft 12 tot 15 jaar geduurd.
Preklinische fase. Voordat een stof op mensen wordt getest, moet de effectiviteit ervan eerst in het lab worden vastgesteld. Meestal wordt eerst getest op gekweekte cellijnen in reageerbuisjes en flesjes. Dit wordt ‘in vitro’ (letterlijk: in een glas) genoemd. Daarna wordt de veiligheid van het nieuwe middel meestal getest op laboratoriummuizen, -ratten of -apen (in vivo: in de levenden). Alleen stoffen die deze tests goed doorstaan, worden voldoende veilig en effectief geacht om te worden getest bij mensen. De resultaten van deze tests worden bijna nooit openbaar gemaakt, meestal om commerciële redenen.
Fase I-onderzoeken. Deze onderzoeken dienen uitsluitend om de veiligheid van de nieuwe stof te testen. Hiervoor wordt een klein groepje jonge, gezonde mannen en vrouwen geworven. De doseringen kunnen in de loop van het onderzoek worden verhoogd. Ook de resultaten van deze tests worden zelden openbaar gemaakt, behalve wanneer er iets rampzalig verloopt.
Fase II-onderzoeken. Aan deze onderzoeken doen meestal meer mensen mee, ook patiënten die de aandoening hebben waarvoor het geneesmiddel bedoeld is. Dit is de eerste test waarin gekeken wordt of het middel bij mensen werkt.
Fase III-onderzoeken. Als het nieuwe geneesmiddel de eerste twee fasen goed heeft doorlopen, kan het vervolgens bij een veel grotere groep patiënten worden getest. De effectiviteit en veiligheid van het middel worden vaak vergeleken met een bestaand geneesmiddel of met een placebo (neppil). In het ideale geval duren deze onderzoeken minimaal een jaar en doen er duizenden patiënten aan mee, maar meestal gaat het om veel kortere onderzoeken met veel minder mensen. Als ook deze fase met succes doorlopen is, wordt het nieuwe geneesmiddel toegelaten op de markt en is het op recept verkrijgbaar.
Fase IV-onderzoeken. Men blijft de veiligheid en effectiviteit van het nieuwe geneesmiddel in de gaten houden, ook nadat het middel op recept verkrijgbaar is en door duizenden mensen wordt gebruikt. Maar het systeem is zeker niet feilloos, ook omdat de meeste bijwerkingen niet worden gemeld. Soms worden zorgwekkende gegevens ook verborgen, zoals gebeurde met de pijnstiller Vioxx: vroege tekenen dat het middel bij patiënten schadelijk was voor hart en bloedvaten werden terzijde geschoven, nadat uit dierproeven was gebleken dat het middel veilig was en zelfs hart beschermende eigenschappen had.

[kader:] Niet-menselijke personen?
Veel mensen, onder wie beroemdheden als wijlen Robin Williams en Sting, hebben zich verbaasd over het communicatievermogen van de gorilla Koko. Ze kent ongeveer 300 woorden in gebarentaal, en ze heeft laten zien dat ze abstracte gedachten kan begrijpen en een besef van tijd heeft.
Koko heeft ons een inkijkje gegeven in de geestelijke wereld van een ‘niet-menselijke persoon’, zoals gerechtshoven de grote apen tegenwoordig noemen. Pressiegroepen, zoals het Institute for Ethics and Emerging Technologies (IEET), willen dat deze aanduiding zodanig verbreed wordt dat ook dolfijnen en walvissen, olifanten en papegaaien eronder vallen, aangezien al deze dieren blijk geven van eigenschappen zoals zelfbewustzijn, vermogen om te plannen, creativiteit, en communicatie met symbolen.
Medisch onderzoek houdt deze nieuwe manier van denken niet bij. De Engelse organisatie voor dierenrechten PETA (People for the Ethical Treatment of Animals) heeft rapporten gepubliceerd waarin staat dat in Britse laboratoria ruwe – en volgens veel mensen wrede – experimenten worden uitgevoerd met apen en papegaaien, meestal ten behoeve van medisch onderzoek. Soortgelijke experimenten worden ook in China en Japan uitgevoerd, waar bijvoorbeeld genetisch gemodificeerde apen met de ziekte van Parkinson worden gefokt ten behoeve van wetenschappelijk onderzoek.
Het standaard antwoord is te lezen in het Engelse Weatherall-rapport uit 2006, waarin de conclusie werd getrokken dat er ‘sterke wetenschappelijke argumenten blijven bestaan voor een zorgvuldig gereguleerd gebruik van niet-humane primaten, wanneer er geen andere mogelijkheden zijn om antwoorden te vinden op duidelijk geformuleerde vragen van bijzonder belang.’ Maar met het beschikbaar komen van tests op basis van menselijk materiaal, zoals menselijke biochips (zie het hoofdartikel), zijn er nu dus wel andere mogelijkheden. Daarom moet er een eind komen aan het kwellen van dieren in naam van de wetenschap.

Bronnen:

  1. CBCnews Health, 15 januari 2016
  2. The Guardian – French drug trial man dead expert report unprecedented reaction, 7 maart 2016
  3. Journal of Clinical Investigation, 2008; 118: 1344-7
  4. BMJ, 2015; 350: h3271
  5. Mirror – Trial and error thousands left seriously, 2015
  6. Discover Magazine – The cure that killed, maart 1994
  7. Seattle Times – FDA halts CTI Biopharma drug trial for detrimental effect on survival
  8. Journal of Blood Medicine, 2014; 5: 143-52
  9. Expert Scientific Group on Phase One Clinical Trials. Final Report, 30 November 2006
  10. Pharmaceutical Journal, 2015; 294
  11. The Health Site – Supreme court stands firm on clinical trial ban
  12. Nature Reviews Drug Discovery, 2012; 11: 17-8
  13. Laurence DR et al. Safety Testing of New Drugs: Laboratory Predictions and Clinical Performance. London: Academic Press, 1984
  14. Alternatives to Laboratory Animals, 2015; 43: 393-403
  15. Regulatory Toxicology and Pharmacology, 2012; 64: 345-9
  16. Theriogenology, 2008; 69: 2-9
  17. Patient Drug News – The 7-year rule
  18. Drug Safety, 2006; 29: 385-96
  19. Nature, 2011; 471: 661-5
  20. Hepregen – HepatoPac: A Bioengineered Micro-Liver Platform for Predictive and Mechanistic Toxicology Studies
  21. Journal of Immunology, 2007; 179: 3325-31
  22. Nature Communications, 2015; 7: 10425
  23. GEN – Extending the Range of miRNA Technology; N Engl J Med, 2004; 351: 1707–9; BBC – Health News
  24. BMC Bioinformatics, 2015; 16: 365
  25. Biopta – How we help
  26. NICEATM ICCVAM Forum 2016
  27. Huffington Post – Want to improve medical research
  28. NY Times – Testing of some deadly diseases on mice mislead, report says
  29. Lancet, 2004; 364: 1292-2
  30. Slate – Lab mice are they limiting our understanding of human disease
  31. MDS Patient Support – TED Talk on MDS/AML research by expert Dr. A Raza
  32. Turkish Journal of Gastroenterology, 2015; 26: A-IX–A-X
  33. BMJ, 2014; 348: g3719
  34. NIH Record – Researchers have relied too much on animal data
  35. The National – When animals fail the test

Wilt u dit artikel lezen?

Als abonnee kunt u dit artikel gratis lezen door in te loggen op uw account. Nog geen abonnee? Sluit nu een abonnement af.

Andere artikelen van Kathy Archibald

No results found.

Column dr. Wendy Lin; Handzenuw in de knel

Anderhalf jaar geleden kwam een man in mijn praktijk. Hij was net gepensioneerd. Zijn hele leven was hij internationaal correspondent geweest, dus hij had veel tijd achter zijn toetsenbord doorgebracht. Tuinieren was de hobby waarin hij altijd zijn rust had gevonden....

Kathy Archibald avatar

Over de auteur

Kathy Archibald is directeur van de Safer Medicines Campaign, een onafhankelijke organisatie die zich richt op patiëntveiligheid en de effectiviteit van dieronderzoek. Ze is genetica en heeft gewerkt in de farmaceutische ontwikkeling. Ze dankt haar leven aan moderne geneeskunde.
Lees meer artikelen van Kathy Archibald