Go with the flow

Volgens Raymond Perrin kan lymfedrainage helpen bij ME en CVS. Wat is het en hoe werkt het?

Toen osteopaat en neurowetenschapper Raymond Perrin in 1989 een patiënt voor rugpijn behandelde, kwam hij op de gedachte dat er een structurele basis kan zijn voor myalgische encefalomyelitis/chronischevermoeidheidssyndroom (ME/CFS). Sindsdien heeft hij drie decennia lang het wetenschappelijke bewijs over de aandoening uitgeplozen en ontwikkelde hij een effectieve techniek om zijn patiënten te behandelen. Die techniek, de Perrin-techniek gedoopt, is gebaseerd op lymfedrainage. Maar welke factoren spelen een rol bij de Perrin-techniek?

Factor 1: Glymfatisch systeem

Hersenvocht (andere namen: hersenruggemergvocht, liquor, lumbaalvocht of cerebrospinaal vocht) stroomt rond de hersenen, en op en neer door het ruggenmerg. Het heeft vele functies, waaronder die van beschermende buffer voor het centrale zenuwstelsel, en het leveren van voedingsstoffen aan de hersenen. Maar een functie die pas onlangs meer aandacht heeft gekregen van de wetenschap, is de rol die hersenvocht speelt bij de afvoer van grote moleculen, zoals veel afvalstoffen, uit het centrale zenuwstelsel (CZS) naar het lymfestelsel.

Toen Perrin deze functie ontdekte, noemde hij het: ‘neurolymfatische drainage’. Onlangs heeft een aantal wetenschappers in de Verenigde Staten en Europa zijn ontdekking bewezen. Zij gebruiken de term ‘glymfatisch systeem’ voor deze drainage, omdat het afvalstoffen afvoert uit de glia (de ondersteunende cellen in de hersenen) naar de lymfevaten.1 Er zijn zelfs echte lymfevaten ontdekt in de membranen van de hersenen, in zowel dierlijke als menselijke studies. Die kun je tegenwoordig zichtbaar maken met een MRI-scan.2

Factor 2: Afvalstoffen opruimen

Het lymfestelsel is een netwerk van kanalen door het hele lichaam dat als tweede afvoersysteem fungeert, naast de bloedstroom. Waarom heeft het lichaam een secundair systeem nodig om giftige of lichaamsvreemde stoffen af te voeren? Zijn de aders niet goed genoeg? Het antwoord is dat dat te maken heeft met de omvang van de afvalstoffen.

Het bloed verwerkt afvalstoffen en deeltjes die in de bloedsomloop terechtkomen via de wand van microscopisch kleine bloedvaatjes, die we haarvaten of capillairen noemen. De wand daarvan lijkt op een fijn gaas, dat fungeert als een filter, waardoor alleen kleine moleculen in de bloedbaan zelf terechtkomen.

De lymfecapillairen (of initiële lymfevaten) kunnen ook grote moleculen opnemen via een wand die lijkt op de kieuw van een vis: die gaat zo wijd open als nodig is om de molecule op te slokken. De lymfe gaat vervolgens via grotere lymfevaten naar een lymfeknoop (lymfeklier). Daar worden die grote moleculen onschadelijk gemaakt. Vandaar wordt de lymfe afgevoerd naar de bloedbaan. Dat gebeurt bij de afvoerpunten net onder het sleutelbeen, waar ze in twee grote aders uitkomen: de sleutelbeenaders (of vena subclavia). Het grootste deel van de lymfe van het lichaam wordt afgevoerd naar de linker vena subclavia.

Als de afvalstoffen eenmaal zijn afgevoerd naar de vena subclavia, vinden ze uiteindelijk hun weg naar de lever om te worden afgebroken.3 Daar wordt het bloed ontdaan van zijn afvalstoffen.
De lymfevaten helpen ook om bepaalde afvalstoffen af te voeren via de huid (via transpiratie), de urine, de ontlasting en de ademhaling.

Factor 3: Het pompmechanisme

Vroeger wisten we niet dat het lymfestelsel een eigen pompmechanisme had. We dachten dat de circulatie afhankelijk was van de masserende werking van de omringende spieren en van de bloedvaten die naast de lymfevaten liggen. Een beetje zoals je vingers tandpasta uit een tube persen.

Maar we weten nu dat de verzamelkanalen van het lymfestelsel vanbinnen bekleed zijn met een gladde spierlaag,4 en dat de hoofdafvoer van de lymfevaten, de borstbuis (het thoracale kanaal), een belangrijk pompmechanisme in zijn wanden heeft.5 Dat mechanisme wordt aangestuurd door het sympathische zenuwstelsel.6

Bij een verstoring van het sympathische zenuwstelsel kan het pompmechanisme van de borstbuis de lymfe in de verkeerde richting pompen en dat leidt tot een verdere ophoping van afvalstoffen in het lichaam.

Factor 4: Het sympathische zenuwstelsel

Het sympathische zenuwstelsel is een onderdeel van het autonome zenuwstelsel, dat zich bezighoudt met alle automatische functies van het lichaam. Hoewel het bekend staat als het systeem dat ons helpt in tijden van gevaar (het ‘vecht-en-vlucht’-systeem), regelt het sympathische zenuwstelsel ook de bloedstroom en de normale werking van alle organen in het lichaam, zoals het hart, de nieren en de darmen. En het is essentieel voor een gezonde lymfedrainage.

Bij patiënten met ME/CVS en fibromyalgie heeft het sympathische zenuwstelsel al jaren onder stress gestaan, voordat de eerste tekenen en symptomen zich voordoen. Dat kan fysieke stress zijn door overbelasting, door een lichaamshouding of door een oude blessure. Maar het kan ook emotionele stress zijn, stress door omgevingsfactoren (zoals vervuiling) of stress van het immuunsysteem door een infectie of allergie.

De sympathische zenuwen lopen vanuit de thoracale wervelkolom (ter hoogte van de borst) naar alle delen van het lichaam. De hypothalamus, die net boven de hersenstam ligt, fungeert als regelcentrum voor autonome functies. Hij krijgt input uit andere hersengebieden, vooral het limbisch systeem, dat betrokken is bij emotie, motivatie, leren en geheugen. De hypothalamus regelt ook alle hormonen in het lichaam.

Factor 5: Feedbackmechanisme in het hormoonsysteem

De hypothalamus regelt de hormonen via een feedbackmechanisme. Dat mechanisme kun je uitleggen met een voorbeeld. Als de suikerspiegel in het lichaam te laag is, kan dat komen door een stijging van het hormoon insuline, geproduceerd in de alvleesklier. Insuline is, net als andere hormonen, een grote eiwitmolecule die zich via het bloed verplaatst en de afbraak van suiker stimuleert. Vanuit het bloed gaat insuline naar de hypothalamus. Deze berekent of er meer of minder insulineproductie nodig is en op grond daarvan stuurt hij een boodschap naar de alvleesklier om de productie aan te passen.

Het hersengebied van de hypothalamus is een van de weinige plekken in de hersenen waar de overdracht van grote moleculen vanuit het bloed naar de hersenen mogelijk is: in de zogenaamde circumventriculaire organen. In alle andere delen van de hersenen worden die tegengehouden door een filter dat we de bloed-hersenbarrière noemen. Die bevat hechte verbindingen die voorkomen dat afvalstoffen en andere schadelijke stoffen vanuit het bloed in de hersencellen terechtkomen. Maar speciale transportmoleculen kunnen de bloed-hersenbarrière passeren en die kunnen deze grote eiwitmoleculen vervoeren, zodat het biofeedbackmechanisme kan werken en er hormonen naar de hersenen kunnen worden overgebracht.

De nauwe verbindingen in de bloed-hersenbarrière zorgen er dus voor dat er slechts beperkt transport mogelijk is van grotere moleculen. Maar er zijn aanwijzingen dat deze barrière schade kan oplopen door neurotoxische stoffen die in het bloed circuleren. Ook het verouderingsproces en sommige aandoeningen maken de barrière kwetsbaarder voor beschadiging.

Bij veel ziektebeelden zorgen gaten in de bloed-hersenbarrière en niet goed functionerende transporteiwitten ervoor dat grote giftige moleculen de hersenen kunnen binnendringen en een gezonde werking van het centrale zenuwstelsel kunnen verstoren.7 Bij ME/CVS blijkt dat veel ontstekingsbevorderende immuuncellen dat inderdaad doen.8

Factor 6: Lymfesysteem in de hersenen

Het centrale zenuwstelsel (CZS), dat bestaat uit de hersenen en het ruggenmerg, is het enige gebied in het lichaam waarvan we honderden jaren lang hebben gedacht dat het geen lymfesysteem had. We hebben lymfevaten om grote moleculen af te voeren, en we dachten dat het centrale zenuwstelsel niets kon doen als het werd aangevallen door
grote afvalstoffen.

Maar nu is aangetoond dat hersenvocht afvalstoffen afvoert via minuscule openingen naast de bloedvaten. Die transporteren de afvalstoffen naar vloeistof in de zogeheten perivasculaire ruimten (ruimten in de vaatwand) en vervolgens via perforaties in de schedel naar het lymfestelsel buiten het hoofd.

Er vindt ook drainage plaats van de perivasculaire route naar lymfevaten in de buitenste laag van de hersenvliezen (de membramen die onze hersenen omgeven).2 De lymfevaten in het hoofd en rond de wervelkolom voeren via de borstbuis en het rechter lymfekanaal afvalstoffen af naar het bloed en de lever, waar ze worden afgebroken.9

Dit afvoermechanisme is nu gefilmd. De meeste stoffen worden afgevoerd langs een bot tussen de ogen, boven de neus: de zeefvormige plaat.10 De afvalstoffen komen vervolgens in de lymfevaten terecht in het weefsel rond de neusbijholten. Er zijn nog meer soortgelijke afvoerkanalen, die liggen naast de bloedvaten die de hersenzenuwen van bloed voorzien, met name naast de oog- en oorzenuw, naast de drielingzenuw (in de wang), en ook langs het ruggenmerg naar buiten, naar lymfezakken naast de wervelkolom.11

Factor 7: Ophoping van afvalstoffen

Bij ME/CVS werken volgens Perrin deze drainagepaden onvoldoende, of zijn ze verstopt, en dat kan zowel in het hoofd als het ruggenmerg. Dat leidt tot een ophoping van afvalstoffen in het CZS.
De oorzaken voor drainageproblemen variëren van patiënt tot patiënt. Het kan een trauma aan het hoofd zijn door een ongeval, het kan erfelijk zijn of ontstaan door een probleem bij de geboorte. Of de wervelkolom staat niet helemaal recht – wat vooral bij heel actieve tieners voorkomt – wat kan leiden tot een verstoring van de normale afvoer. Als het ruggenmerg en de hersenen beide zijn aangetast, zal de verhoogde toxiciteit de werking van de hypothalamus verstoren. Dat heeft ook weer invloed op de sympathische controle van de centrale lymfekanalen. Dat zorgt er op zijn beurt voor dat meer afvalstoffen via de perivasculaire ruimten terug worden gepompt in de weefsels en de hersenen, wat de hypothalamus en de sympathische controle nóg verder aantast. Zo ontstaat een vicieuze cirkel.12

Behandeling van het probleem

Bij ME/CVS spelen biomechanische factoren een grote rol: factoren die met beweging te maken hebben. De ziekte heeft duidelijke en diagnosticeerbare lichamelijke symptomen, waaronder een verstoorde houding van de wervelkolom, vergrote lymfevaten en specifieke gevoelige punten die verband houden met de verstoorde sympathische zenuwen en het terugstromen van lymfevocht. De afvoer van vocht van de hersenen naar de lymfevaten heeft een bepaald ritme, dat je met craniale osteopathische technieken kunt voelen. Een getrainde therapeut kan bij
ME/CVS-patiënten een stoornis in het craniale ritme voelen.13

De Perrin-techniek helpt de afvalstoffen uit het CZS af te voeren. Het maakt gebruik van manuele technieken die de gezonde stroom van lymfe en hersenvocht stimuleren en de structuur van de wervelkolom verbeteren. Daardoor vermindert op haar beurt de toxische overbelasting van het centrale zenuwstelsel, wat vervolgens de belasting van het sympathische zenuwstelsel vermindert en uiteindelijk helpt bij het herstel van een goede gezondheid.

Effectieve effleurage

Een van de belangrijkste behandelingen die Perrin toepast bij patiënten met ME/CVS is effleurage: een massagetechniek waarbij je met strijkende bewegingen over het oppervlak van hoofd, nek en romp gaat. Een getrainde en ervaren therapeut bepaalt de precieze aard, inhoud, intensiteit en timing van elke behandeling, maar het algemene doel is om verstopte lymfevaten in het hele lichaam weer open te maken.

Je wilt wrijving voorkomen, want die verergert een eventuele ontstekingsaandoening. Daarom is het belangrijk om bij effleurage een olie of crème te gebruiken. Perrin gebruikt vaak kokosolie en zoete amandelolie, maar volgens hem werkt elke andere natuurlijke, hypoallergene en ongeparfumeerde olie of crème prima. Babyolie is niet geschikt, want dat is een geparfumeerde minerale olie, een bijproduct van de raffinage van ruwe olie bij de productie van benzine en andere aardolieproducten. Babyolie bestaat hoofdzakelijk uit alkanen en cycloalkanen die, net als bijvoorbeeld benzeen en formaldehyde, schade kunnen toebrengen aan het zenuwstelsel.

De zachte strijkbewegingen worden ritmisch uitgevoerd in de richting van het sleutelbeen. Daardoor ontstaat het ‘harmonica-effect’, zoals Perrin dat noemt. Bij een harmonica oefen je druk uit op de uiteinden van een blaasbalg, waardoor je lucht door het instrument perst om de gewenste muziek te produceren. Op dezelfde manier oefent effleurage in de richting van een van de sleutelbenen druk uit die de lymfe dwingt om via het centrale kanaal in de bloedvaten (vena subclavia) te stromen.

Deze verhoogde druk op het lymfevocht in de lymfekanalen van de borstkas en het rechter lymfekanaal creëert een negatieve druk in de lymfevaten eronder en erboven. Dat zorgt voor het zogeheten heveleffect, wat iedereen kent die ooit een aquarium heeft schoongemaakt: door aan een buis te zuigen ontstaat een bepaalde druk. Vloeistof stroomt altijd van een gebied met een hogere druk naar een gebied met lagere druk. De lymfevaten bij de sleutelbeenderen geven de lymfe af aan het bloed in de vena subclavia. Omdat het lymfevocht door de massage die kant op stroomt, wordt de druk in de andere lymfevaten lager en nemen die meer vocht en afvalstoffen uit de weefsels op. De lymfe in het hele lymfestelsel, uiteindelijk ook de lymfe uit de hersenen en het ruggenmerg, zal die richting op stromen. Afvalstoffen die vastzitten in het centrale zenuwstelsel, soms al jaren, zullen nadat ze zijn opgezogen (net als de sifonbuis of hevelslang in het aquarium doet), langzaam maar zeker door de hoofdvaten en -kanalen van het lymfestelsel worden afgevoerd.

Lichte manipulatie

Een andere techniek is voorzichtige mobilisatie van de thoracale en bovenste lumbale wervelkolom, en het strekken en mobiliseren van de ribben, samen met effleurage van de lymfevaten die aan weerszijden van de wervelkolom lopen. Deze combinatie van voorzichtige mobilisatie en zachte weefseltechnieken verbetert de beweeglijkheid van de thoracale en bovenste lumbale wervelkolom en de ribben, en ontspant de spieren rond de wervelkolom.

Het belangrijkste doel van al deze technieken is de structuur en de algehele kwaliteit van beweging van de ruggen- en lendenwervels te verbeteren. Alle mobilisatietechnieken worden langzaam en voorzichtig toegepast met minimale kracht. Zo voorkom je vervelende ontstekingen van de wervelkolom en verminder je mogelijke kramp in de omliggende spieren in reactie op de behandeling.

Het verbeteren van de biomechanica van de wervelkolom en de lymfecirculatie in deze regio bevordert de gehele neuro-lymfedrainage. Het zeer ritmische en zachte karakter van de effleuragetechniek in combinatie met het strekken en mobiliseren van de ribben, levert een uiterst ontspannende en toch krachtige behandeling op. Een die niet alleen bij ME/CVS helpt, maar bij allerlei mechanische stoornissen in het bovenlichaam en bij pijn in de bovenrug.

De mobilisatietechniek helpt ook om het middenrif te ontspannen: de spierwand tussen de buik en borstkas. Minder spanning in het middenrif bevordert ook weer de lymfedrainage.

Betere ademhaling

Nadat de beweeglijkheid van de beperkte wervelkolom verbeterd is en de omliggende spieren ontspannen zijn, is het belangrijk om te proberen het mechanisme van de ademhaling te verbeteren. Dat is essentieel bij ME/CVS-patiënten, omdat de hoeveelheid zuurstof in het lichaam invloed heeft op de ‘chemische’ inhoud van het lichaam en dat heeft direct effect op
de lichaamsweefsels.

Een tekort aan zuurstof veroorzaakt meer vermoeidheid bij de patiënt en verergert de symptomen. Als je het mechanisme van de ademhaling in de ribbenkast verbetert, vergroot je de longcapaciteit van de patiënt als hij inademt, waardoor hij meer zuurstof opneemt.

De inademing blijkt de beweging van de hersenvloeistof te bevorderen, wat op zijn beurt de craniale ritmische impuls (CRI of kortweg craniaal ritme) bevordert, wat volgens Perrin de neuro-lymfedrainage stimuleert.14

Craniosacrale technieken

Het belangrijkste en meest effectieve onderdeel van de behandeling is stimulering van de CRI met behulp van craniosacrale technieken. Dat gebeurt tegen het einde van een behandeling. Het heeft direct invloed op het wisselende craniale ritme.

Van craniale technieken, waarbij lichte druk en minimale beweging worden gebruikt, is aangetoond dat ze effectief zijn voor alle aspecten van de gezondheid. Net als de effecten van de ‘pomp’ van de lymfekanalen in de borstkas op het hele lymfestelsel kan een ervaren therapeut de CRI door het hele lichaam palperen, aangezien de lymfe zich door alle organen en ledematen verspreidt.14
De richting van de kracht die de therapeut met zijn handen en armen uitoefent als hij de techniek toepast, lijkt op het mechanisme van het pompen en zuigen van lucht in de blaasbalg van een smid, maar dan met veel minder druk. Tijdens de compressiefase van deze milde techniek wordt het volume in het ventriculaire systeem (met hersenvocht gevulde holtes in de hersenen) verminderd, waardoor het hersenvocht naar buiten wordt gedwongen en zo via verschillende kanalen wordt afgevoerd.

Minder is meer

Na de behandeling kan een patiënt zich duizelig of zelfs misselijk voelen. Dat komt doordat er vervelende afvalstoffen uit het CZS vrijkomen gedurende ongeveer een halfuur na afloop van de behandeling. Om daarbij te helpen, raadt Perrin bepaalde supplementen aan, zoals vitamine C, knoflook en grapefruitzaadextract.

Bij de Perrin-techniek geldt: minder is meer. Vooral in het beginstadium van de behandeling. De therapeut moet oppassen dat hij de drainage, vooral het craniale ritme, niet overstimuleert met een te lange of te krachtige behandeling. Want dat kan een heftige reactie veroorzaken.

Naarmate het behandelprogramma vordert en de patiënt verbetert, kan de behandeling geleidelijk opgevoerd worden.

 

Bronnen
1 J Psychosom Res, 1995; 39: 633–40; J Psychosom Res, 2002; 52: 485–93; Ann Behav Med, 2002; 24: 106–12; J Psychosom Res, 2003; 54: 439–43.
2 J Intern Med, 2011; 270: 327–38
3 Beyond myalgic encephalomyelitis/chronic fatigue syndrome: redefining an illness. Committee on the Diagnostic Criteria for Myalgic Encephalomyelitis/Chronic Fatigue Syndrome; Board on the Health of Select Populations; Institute of Medicine. Washington DC: National Academies Press; 2014.
4 Front Pediatr, 2018; 6: 242
5 J Chronic Fatigue Syndr, 2007; 14: 77–85; J Intern Med, 2010; 268: 265–78; Psychol Med, 2003; 33: 197–201
6 Popul Health Metr, 2004; 2: 1
7 Lancet, 1961; 1: 1371–4; Med J Aust, 1995; 163: 294–7; Ann Occup Hyg, 2003; 47: 261–7; Tired or Toxic. Syracuse, New York: Prestige Publishing; 1990; Psychosom Med, 1996; 58: 38–49; Arch Int Med, 1994; 154: 2049–2053; Psychiatry Res, 2000; 95: 67–74
8 Aust N Z J Psychiatry, 1992; 26: 249–56
9 J Clin Pathol, 2007; 60(2): 113–6
10 Biomedicines, 2017; 5: 15; J R Soc Med, 1991; 84: 118–21; Am J Med Sci, 1871; 61: 17–52
11 Nature, 1997; 386: 721–4; Neuroreport, 2003; 14: 225–8; Med Hypotheses, 2003; 60: 840–2
12 NZ Med J, 1989; 102: 126–7; CFIDS Chronicle, 1995; 55–8
13 Int J Clin Pract, 2004; 58: 297–9; Cur Cardiol Rep, 2010; 12: 503–8
14 J Neurosci, 2015; 35: 2485–91

 

Wilt u dit artikel lezen?

Als abonnee kunt u dit artikel gratis lezen door in te loggen op uw account. Nog geen abonnee? Sluit nu een abonnement af.

Andere archief artikelen

Uitgelezen; Wie ben ik als niemand kijkt

Liesbeth Woertman onderzoekt in dit boek het leven van vrouwen in vooral de derde levensfase (na de pensionering) en de laatste vierde levensfase (vanaf ongeveer 75 jaar). Wat betekent het voor hen om een ouder lichaam te hebben in een tijd van geseksualiseerde,...

Basisrecept voor elke dag

Heb jij dat ook aan het begin van een nieuw jaar? Ik sta altijd een beetje te trappelen van ongeduld. Wat zal het nieuwe jaar aan bijzondere ontmoetingen en ontwikkelingen met zich meebrengen? Voor wat voor uitdagingen komen we te staan? Hoe zullen de seizoenen...

Innerlijke reis; ik blijf me verwonderen

Een tante gaf Kor Koetje een boek uit de boedel van een boer, en dat bracht hem in zijn tienerjaren op het pad van de natuurgeneeskunde. Het was Homeopathie in de praktijk van dr. J. Voorhoeve uit de jaren 20 van de vorige eeuw. Koetjes’ schoonzus was zijn eerste...

Boezemfibrileren vaak niet opgemerkt

Atriumfibrilleren, of boezemfibrilleren, is een veelvoorkomende volksziekte bij mensen op hogere leeftijd. Het wordt niet altijd opgemerkt door de arts of de patiënt. Boezemfibrilleren is goed behandelbaar, maar onbeschermd is er een sterk verhoogde kans op...