31-07-2008

Gezond ouder en wijzer

Weiger die medicijnencocktails
DE MEESTE MENSEN VERWACHTEN DAT ZE STEEDS MEER GEZONDHEIDSPROBLEMEN ZULLEN KRIJGEN WANNEER ZE OUDER WORDEN EN DAT ZE STEEDS MINDER KUNNEN. VOLGENS DE MEDISCHE STAND HOORT DAT GEWOON BIJ HET OUDER WORDEN. TEGEN DE SYMPTOMEN VAN DIE AFTAKELING ZIJN ER VELE VERSCHILLENDE GENEESMIDDELEN VOORHANDEN, DIE OUDEREN MEESTAL IN COMBINATIES TEGELIJK KRIJGEN. TEGENWOORDIG IS HET VOOR VEEL MENSEN VAN 65 JAAR EN OUDER NORMAAL DAT ZE OP REGELMATIGE BASIS VIJF OF MEER MEDICIJNEN GEBRUIKEN.
In plaats van een bron van eeuwige jeugd zijn geneesmiddelen er echter juist vaak de oorzaak van dat problemen van de ouderdom – lichamelijke kwetsbaarheid, functieverlies van vitale organen en zelfs geestelijke aftakeling – toenemen. Daarom is het zorgwekkend dat artsen met zoveel gemak aan ouderen verschillende medicijnen voorschrijven, ook al omdat deze bevolkingsgroep met de dag groter wordt. Op dit moment is 18 procent van de Engelse bevolking ouder dan 65 jaar; in Nederland is dat percentage nu 14 en het zal tot 2020 oplopen tot 18 procent. In Engeland zijn mensen van 65 jaar en ouder verantwoordelijk voor bijna de helft van het landelijk medicijngebruik1; in Nederland momenteel voor 40 procent2. Waarschijnlijk zijn dit nog voorzichtige cijfers, want er schijnt zeer veel onderrapportage te zijn over medicijngebruik van ouderen.

 

Scheutig met medicijnen
De oorzaak van het probleem ligt in de visie van artsen op gezondheidszorg bij ouderen. Ook is hun kennis over de werkzaamheid en geschiktheid van medicijnen voor deze leeftijdsgroep nogal globaal. Bij een grootschalig onderzoek dat vorig jaar is uitgevoerd onder meer dan 765.000 senioren, bleek dat meer dan 20 procent van de middelen die hun was voorgeschreven, niet geschikt was voor ouderen3. Tien jaar geleden bleek uit een veel geciteerd onderzoek in Amerika ook al dat bijna een kwart van de senioren aldaar één of meer medicijnen voorgeschreven kreeg die helemaal niet aan ouderen voorgeschreven mochten worden 4.
De gevaarlijkste praktijk, die overal ter wereld voorkomt, is echter polyfarmacie. Hierbij worden meer middelen tegelijk voorgeschreven zonder dat men voldoende op de hoogte is van de wisselwerking tussen die middelen. De meeste Amerikaanse ouderen gebruiken bijvoorbeeld gemiddeld drie tot vijf middelen5, zonder dat de vrij verkrijgbare middelen of kruidengeneesmiddelen daarin worden meegerekend. In Canada gebruikt 91 procent van de ouderen één of meer geneesmiddelen (vrij verkrijgbare of voorgeschreven) en is het gemiddelde per patiënt meer dan vier per persoon6. In Engeland gebruikt minimaal eenderde van de patiënten van 75 jaar of ouder vier of meer voorgeschreven middelen7. Bij een Australisch onderzoek onder meer dan 200.000 veteranen bleek dat:
• meer dan de helft van de onderzochten meer dan vijf verschillende middelen gebruikte;
• eenvijfde meer dan tien middelen gebruikte;
• ongeveer één op de veertien meer dan vijftien middelen gebruikte;
• één op de dertig meer dan twintig middelen gebruikte8.

Oorspronkelijk vonden dergelijke voorschrijfpraktijken alleen in verpleeghuizen plaats, maar tegenwoordig loopt iedereen die ouder is dan vijftig jaar dit risico. Behalve dat artsen niet bedacht zijn op de gevaren van interacties tussen geneesmiddelen, schrijven ze ook steeds vaker een middel voor een andere aandoening voor of in een andere dosering dan toegelaten. Dit is een bekende en belangrijke oorzaak van ongewenste bijwerkingen.
Naarmate het geneesmiddelgebruik stijgt, neemt het risico van ongewenste bijwerkingen exponentieel toe. Ten opzichte van gebruik van slechts één middel stijgt het risico van bijwerkingen met 4 procent bij gebruik van vijf middelen. Maar als iemand zestien middelen neemt, schiet dat risico naar 54 procent9.

De moderne ziekte polyfarmacie
Het komt zo vaak voor dat medicijnen bijwerkingen hebben, dat de medische wereld oog begint te krijgen voor ‘iatrogene ziekten’ (ziekten veroorzaakt door de dokter) door voorgeschreven geneesmiddelen als een van de belangrijkste oorzaken van ziekte en overlijden. In het Journal of the American Medical Association, het belangrijkste wetenschappelijke blad voor Amerikaanse medici, werd bekendgemaakt dat bijwerkingen van geneesmiddelen de grootste doodsoorzaak vormden onder patiënten in het ziekenhuis na de andere grote doodsoorzaken: hartaandoeningen, kanker, beroertes, longaandoeningen en ongelukken. Tevens waren de negatieve bijwerkingen van een medicijn bij een kwart van de 80-plussers de oorzaak dat zij in het ziekenhuis terechtkwamen10.
In Amerika luidt de schatting dat voor elke dollar die in verpleeghuizen aan geneesmiddelen wordt besteed, er nog een dollar gaat naar de behandeling van de bijwerkingen ervan11. Nog erger is dat een arts een negatieve bijwerking voor een nieuwe ziekte kan aanzien, waardoor hij steeds meer recepten toevoegt aan een reeds uitpuilende pillendoos. Deze zogeheten ‘voorschrijfcascade’ leidt natuurlijk tot nog meer bijwerkingen12.

Een ouder lichaam
De meeste geneesmiddelen worden getest op gezonde mensen in de dertig of veertig aangezien ouderen, net als kinderen, niet gezien worden als ideale proefpersonen voor medisch onderzoek. De reden is dat een ouder lichaam anders op medicijnen reageert.
Er zijn drie aspecten van het oudere lichaam waardoor medicijngebruik gevaarlijker kan zijn dan normaal:
• absorptie;
• distributie;
• metabolisme;
• uitscheiding.

In tegenstelling tot wat algemeen wordt aangenomen, verandert de absorptie niet altijd met de leeftijd. Ouderen nemen geneesmiddelen volledig op, zij het niet altijd even snel. Maar eenmaal opgenomen kunnen de middelen zich anders gedragen dan in een jonger lichaam.
Bij ouderen met overgewicht kunnen geneesmiddelen die in vet oplossen, zich in het vetweefsel tot giftige hoeveelheden ophopen. Op vergelijkbare wijze kan de opname van middelen die in water oplossen, door meer vetweefsel vertraagd raken, terwijl hun effect groter is en langer duurt. Ook kunnen bij ouderen het metabolisme (de omzetting) in de lever en de uitscheiding door de nieren van een middel langzamer zijn of minder volledig. Ook hierdoor stijgt het risico van toxiciteit (giftigheid) en schade aan die organen.

De gewoonte doorbreken
Zowel de arts als de oudere patiënt zelf, en wellicht zijn familieleden, moeten er samen aan werken de gewoonte van polyfarmacie te doorbreken. Helaas zijn de meeste artsen niet erg geneigd te veranderen. Zo bleek uit een Australisch onderzoek dat huisartsen zelfs niet van werkwijze veranderen als ze duidelijke bewijzen te zien kregen van hun eigen fouten in het voorschrijfgedrag uit een periode van twee jaar13. Vanwege die starre houding is het aan de oudere patiënt zelf zich sterk op te stellen als medisch consument en zelf zijn huiswerk te doen bij elk geneesmiddel dat hem wordt voorgeschreven (zie het kader). Sta er vervolgens op dat de huisarts de middelen schrapt die u niet nodig heeft.
Van de meest voorgeschreven middelen (zoals kalmeringsmiddelen en stemmingsverbeteraars) vertoont ongeveer de helft een interactie met alcohol14. Bij oudere patiënten is hierbij extra waakzaamheid geboden, zelfs bij vrij verkrijgbare middelen, omdat de medicijnen zelf vaak ook alcohol bevatten.
Tevens is het van belang dat er geen middelen worden voorgeschreven voor klachten die vanzelf overgaan of die met de leeftijd samenhangen. Zo worden veel kwaaltjes van de ouderdom veroorzaakt door gedrags- of leefstijlfactoren als roken of drinken. Evenzo zijn veel degeneratieve aandoeningen waar ouderen vaak last van hebben, terug te voeren op de volgende zes aspecten van een ongezond verouderingsproces.
• Veranderingen van de mitochondriële functie door oxidatieve stress. Mitochondriën zijn de energiecentrales van de cel. Hier worden voedingsstoffen afgebroken om energie vrij te maken voor herstelprocessen, verdedigingsmechanismen, functies van de zenuwen en spieren en andere celprocessen ter behoud van het lichaam en tegen veroudering. Mitochondriële aandoeningen, zoals fibromyalgie, hartproblemen, immuundeficiënties en aandoeningen van het centrale of perifere zenuwstelsel zoals de ziekte van Alzheimer en dementie, gaan samen met versnelde veroudering15.
• Verhoogde glycering van eiwitten. Bij dit proces wordt bloedsuiker (glucose) omgezet in geglyceerde eiwitten, waaronder glycohemoglobine. Dat laatste speelt een rol bij de instandhouding van het bloedsuikergehalte bij diabetici, maar een teveel van deze eiwitten kan weer leiden tot een slechte instelling van het glucose. Bij een slechte afstelling van de insuline op de suikerstofwisseling worden er andere eiwitten in het lichaam geglyceerd, wat kan leiden tot tandvleesaandoeningen en uitval van tanden16, huidveroudering en rimpelvorming17, en een verhoogd risico van hartziekten18.
• Chronische ontstekingsprocessen. Deze ontstaan in de darmen door uitlokkende factoren als allergenen of parasieten. Er kunnen lokale of systemische immuunreacties door ontstaan met cellen van het lymfatisch weefsel van de darm: het zogeheten GALT (gut-associated lymphoid tissue). Bij mensen die daar van nature aanleg voor hebben, ontstaan door chronische ontstekingsprocessen niet alleen aandoeningen van de maag, darmen en lever, maar ook een verhoogd risico van Alzheimer en hartziekten19,20.
• Onvoldoende vertering van homocysteïne (een aminozuur). Hierdoor ontstaat bij sommigen een verhoogd risico van hartziekten21, beroerte en dementie.
• Gemankeerde ontgifting. Dit houdt in dat toxinen zich in het lichaam ophopen. Dit kunnen zowel geneesmiddelen zijn als schadelijke stoffen uit het milieu. Ze kunnen van zichzelf toxisch zijn en/of doordat ze bijdragen aan de productie van vrije radicalen.
• Veranderingen van de immuniteit kan ontstaan door alle bovenstaande factoren. Naarmate de immuunfunctie afneemt, wordt iemand vatbaarder voor infecties en allergenen.

Al deze problemen kunt u in de hand houden door goede eetgewoonten en lichaamsbeweging (zie de kaders). Als uw arts het u niet vertelt of, wat waarschijnlijker is, het niet weet, dient u ook zelf na te gaan welke geneesmiddelen niet geschikt zijn voor ouderen (zie kader). Inmiddels is bekend dat één op de zeven oudere patiënten minimaal één ongeschikt middel krijgt22. De risicovolle middelen die het vaakst worden voorgeschreven, zijn langwerkende benzodiazepinen (kalmeringsmiddelen en slaappillen), het antistollingsmiddel dipyridamol (Persantin) en het tricyclische antidepressivum amitriptyline (Sarotex of Tryptizol).
Het is van cruciaal belang alert te blijven op geleidelijke veranderingen die op een schadelijke bijwerking kunnen wijzen. Belangrijke alarmsignalen zijn veranderingen van de stemming, energietekort, gedragsveranderingen of geheugenvermindering. Maar al te vaak worden die signalen over het hoofd gezien, veronachtzaamd of gewoon afgedaan als ‘de leeftijd’ of seniliteit. Maar er is bijna geen hartmiddel, bloeddrukmedicijn, slaappil of kalmeringsmiddel dat niet tot dergelijke symptomen kan leiden. Kijk dus altijd naar de medicatie als er zich een psychologisch symptoom voordoet, of dat nu bij uzelf is, een oudere patiënt of een familielid.

Minder medicijnen gebruiken
Door uzelf een paar eenvoudige vragen te stellen kunt u voorkomen dat er een voorschrijfcascade ontstaat. Voelt u zich niet in staat uw arts tegen te spreken, neem dan iemand uit uw gezin of familie mee die het met u eens is.
• Is de klacht die ik heb niet zo groot of gaat hij vanzelf over? Zo ja, dan is het wellicht het best er geen medicijnen voor te nemen.
• Kan ik ook beter worden door mijn leefstijl aan te passen? Afvallen, stoppen met roken, minder alcohol gebruiken en vaker bewegen kunnen allemaal tot grote verbetering leiden. Vaak is het resultaat even goed, of beter, dan een geneesmiddel.
• Hoe lang geleden heeft de huisarts alle medicijnen nagelopen die ik neem? Volgens de wetenschappers is het aan te bevelen regelmatig alle medicijnen die u gebruikt, bij elkaar te zoeken (ook de vrij verkrijgbare) en mee te nemen naar het spreekuur om ze eens goed door te nemen. Kijk of u met een of meer kunt stoppen.
• Heb ik al die middelen nodig? De kans is aanzienlijk dat het antwoord ‘nee’ is. Door uw medicatie te vereenvoudigen en alleen nog de bewezen werkzame en noodzakelijke middelen te nemen verlaagt u uw risico ziek te worden door medicijngebruik.
• Kan de dosis niet lager? Als u de arts verzoekt de dosering en frequentie van de voorgeschreven middelen kritisch te bekijken, blijkt er vaak een verlaging mogelijk zonder dat de gunstige werking verloren gaat.
• Wat zijn de negatieve bijwerkingen van dit/deze middel(en)? Zorg dat u van de arts een volledig overzicht krijgt van de mogelijke bijwerkingen van uw medicijnen. Lees alle informatie uit de bijsluiter en op de verpakking, zodat mogelijke bijwerkingen niet ten onrechte aangezien worden voor ouderdomsverschijnselen.
• Bestaat er een minder toxisch middel met dezelfde gunstige werking? Vrijwel altijd zijn er ook andere middelen mogelijk. Sta erop dat u het veiligste medicijn krijgt.
• Moet ik deze bijwerking melden? Het antwoord luidt altijd ‘ja’. Door onderrapportage van negatieve bijwerkingen of door er ten onrechte vanuit te gaan dat het door de ouderdom komt, blijft de ernst van de problemen door polyfarmacie onderbelicht.

De gezondheidszorg voor 65-plussers is gebaseerd op de foutieve aanname dat ouder worden betekent dat u minder gezond wordt en dat de geneeskunde dat kan oplossen. Om gezond en fit te blijven of te worden doet u er echter beter aan uw eetgewoonten en lichaamsbeweging onder de loep te nemen, en wat vaker geneesmiddelen te weigeren, vooral medicijnencocktails.

1Pharm J, 1997; 259: 686-688
2www.artsennet.nl, april 2004
3Arch Intern Med, 2004; 164: 1621-1625
4JAMA, 1994; 272: 292-317
5J Am Geriatr Soc, 2001; 49: 277-283
6Ann Emerg Med, 2001; 38: 666-671
7BMJ, 2004; 329: 434
8Aust NZ J Public Health, 1997; 21: 469-476
9Clin Geriatr Med, 1990; 6: 293-307
10JAMA, 1998; 279: 1200-1205
11Arch Intern Med, 1997; 157: 2089-2096
12BMJ, 1997; 315: 1096-1099
13BMJ, 1999; 318:: 507-511
14Generations, 1988; 12: 9-13
15N Engl J Med, 1995; 333: 638-644
16J Periodontal Res, 1996; 31: 508-515
17J Clin Invest, 1993; 91: 2463-2469
18J Clin Invest, 1995; 96: 1395-1402
19Neurology, 1997; 48: 626-632
20N Engl J Med, 1997; 336: 973-979
21JAMA, 1997; 277: 1775-1781
22Ann Pharmacother, 2000; 34: 338-346
 

kader 1
Meer beweging, minder medicijnen
– ouderen moeten bewegen – sleutelwoord: variatie
Regelmatig bewegen brengt tal van voordelen met zich mee: het kan voortijdig overlijden voorkomen1,2 en het risico van zogeheten ouderdomsaandoeningen verlagen. Toch beweegt bijna driekwart van de senioren op dit moment niet zoveel als aanbevolen.
Een zittende leefstijl verhoogt het risico van hartfalen ongeveer evenveel als roken of een hoge bloeddruk. Hoewel minder dan 10 procent van de oudere vrouwen rookt, beweegt meer dan 70 procent te weinig3, op zichzelf dus al een belangrijke oorzaak van ziekte.
Vrijwel elke oudere heeft baat bij meer lichaamsbeweging. Het best is een combinatie van cardio-inspanningen (zoals wandelen), krachttraining (met gewichten) en trainingen van evenwicht en lenigheid (yoga of tai chi). Wie als oudere actief blijft, plukt daarvan vele vruchten4, waaronder:
• een betere hartfunctie;
• een gezondere bloedsomloop;
• constantere bloedsuikerspiegels;
• sterkere botten;
• een beter evenwicht;
• minder pijn;
• gezondere gewrichten;
• een betere slaap;
• minder vermoeidheid;
• een scherpere geest;
• minder kans op kanker van het colon of rectum, de borsten of de prostaat.

1Med Sci Sports Exerc, 1998; 30: 992-1008
2JAMA, 1989; 262: 2395-2401
3Arch Fam Med, 1998; 7: 285-289
4Am Fam Physician, 202; 65: 419-426, 427-428
 

kader 2
Verkeerde medicijnen
Laag beginnen en langzaam opbouwen – waakzaam blijven over het medicijngebruik
Wanneer artsen aan ouderen medicijnen voorschrijven, zouden zij de gouden regel: ‘laag beginnen en langzaam opbouwen’ dienen aan te houden. Door te beginnen met eenderde tot de helft van de normale dosis zijn mogelijke nadelige effecten al te voorkomen1. Bovendien is er een scala aan medicijnen die als ongeschikt voor ouderen bekendstaan. Vele daarvan hebben een ‘anticholinerge werking’: ze verstoren de functie van het parasympathische zenuwstelsel en dat leidt tot verwarring, wazig zien, obstipatie (verstopping), een droge mond, lichtheid in het hoofd, problemen bij het plassen en incontinentie. Onderstaande lijst is een selectie uit de Beers list of inappropriate drugs for older patients2 en andere bronnen3.
• Antiarrhythmica (bijvoorbeeld disopyramide) kunnen hartfalen uitlokken en zijn zeer anticholinerg.
• Antidepressiva/antipsychotica (zoals amitriptyline, doxepine, imipramine) zijn zeer anticholinerg en versuffend.
• Antidiarrhoica (bijvoorbeeld difenoxylaat) geven duizeligheid, cognitievermindering en kunnen verslavend zijn.
• Anti-emetica (bijv.trimethobenzamide) geven tremoren, rusteloosheid en veranderingen in de ademhaling en het hartritme.
• Antihistaminica (vaak vrij verkrijgbaar tegen verkoudheid) zijn zeer anticholinerg en worden ten onrechte gebruikt om in slaap te komen; wie ze gebruikt vanwege een seizoensallergie, doet er goed aan de laagst mogelijke dosis te nemen.
• Antihypertensiva (bijvoorbeeld methyldopa, reserpine): methyldopa kan het hartritme vertragen en tot depressie leiden; reserpine leidt tot depressies, erectiestoornissen, sufheid en een licht gevoel in het hoofd.
• Antispasmodica voor de maag en darmen (zoals het belladonna bevattende Donnatal, clidinium, hyoscyamine, propantheline) zijn zeer anticholinerg en in het algemeen behoorlijk toxisch.
• Antispasmodica voor de urinewegen (bijvoorbeeld oxybutynine) hebben anticholinerge effecten; gebruik de laagst mogelijke dosering.
• Antistollingsmiddelen (zoals dipyridamol, ticlopidine) voorkomen bloedstolsels bij mensen die een hartaanval of beroerte hebben gehad: ticlopidine werkt niet beter dan aspirine maar is wel giftiger.
• Barbituraten (alle behalve fenobarbital) zijn zeer verslavend en hebben meer bijwerkingen dan andere kalmeringsmiddelen uit de groep van hypnotica; deze behoren niet meer voorgeschreven te worden aan nieuwe patiënten, behalve bij epileptische aanvallen.
• Benzodiazepinen (bijvoorbeeld chloordiazepoxide, diazepam, flurazepam, triazolam) hebben een langdurige kalmerende werking en verhogen het risico dat de patiënt valt en iets breekt: triazolam kan leiden tot geestelijke en gedragsstoornissen.
• Hypoglykemische (suikerverlagende) middelen (bijvoorbeeld chloorpropamide) laten zich langzaam uitscheiden uit het lichaam waardoor er een verlengde en ernstige hypoglykemie (abnormaal laag glucosegehalte) kan ontstaan; ook kan ernstig oedeem ontstaan.
• Meprobamaat-tabletten tegen angstklachten zijn zeer verslavend en versuffend; ze kunnen eraan bijdragen dat mensen vallen en iets breken.
• Methylfenidaat (Ritalin) leidt tot prikkelbaarheid, stimulering van het centrale zenuwstelsel en toevallen.
• Narcotica (bijvoorbeeld pentazocine, propoxyfeen) zijn verslavend, leiden tot hallucinaties en verwarring en ze helpen vaak niet tegen de pijn.
• NSAID’s (bijvoorbeeld indometacine, fenylbutazon, ketorolac, piroxicam): indometacine geeft ernstige bijwerkingen van het centrale zenuwstelsel; fenylbutazon onderdrukt het beenmerg en ketorolac en piroxicam verhogen het risico van bloedingen in de maag of de dunne darm.
• Spierverslappers zijn twijfelachtig wat werkzaamheid betreft en hebben een anticholinerge werking met sufheid en verzwakking tot gevolg.

1Geriatrics, 1996; 51: 26-30, 35
2Arch Intern Med, 1991; 151: 1825-1832
3Can Med Assoc J, 1997; 156: 385-391
 

kader 3
Aanpak via de voeding
Anti-oxidanten zijn belangrijk – zink versterkt de immuniteit
• Vitamine E is een anti-oxidant die de immuunfunctie verbetert en een beschermende werking heeft tegen kanker, hartziekte, diabetische oogaandoeningen en leverziekte. Met een zeer hoge dosis (1800 IE/dag) zijn reeds ontstane diabetische retinopathie (beschadiging van de kleine bloedvaten in het netvlies) en leverziekte terug te dringen1. Neem dagelijks 200-800 IE.
• Vitamine C is ook een beschermende anti-oxidant tegen kanker en hartziekte2, en verbetert bovendien de wondgenezing, aanmaak van nieuw bindweefsel en de immuunfunctie3. U kunt deze vitamine het best nemen met co-factoren zoals bioflavonoïden of met andere anti-oxidanten. Neem dagelijks minimaal 1 gram.
• B-vitaminen in de vorm van 400 microgram foliumzuur per dag kunnen het gehalte homocysteïne verlagen en voorkomen zo atherosclerose (verharding van de vaatwanden), hartaanvallen, beroertes en mogelijk ook de ziekte van Alzheimer4. Het effect kan nog versterkt worden door vitamine B12 (500 microgram/dag) toe te voegen. Samen kunnen ze het gehalte aan homocysteïne met 25-33 procent verlagen5. Neem het als onderdeel van een vitamine-B-complex: per dag 400 microgram foliumzuur, 50-100 microgram vitamine B12, 500 milligram B5 en 50 milligram andere B-vitaminen.
• Carotenoïden zijn anti-oxidanten die het verouderingsproces kunnen vertragen en werken tegen ouderdomsziekten; in het bloed van mensen zijn er zo’n 21 vastgesteld. Bètacaroteen verbetert de immuunfunctie en verlaagt het risico van kanker en hartaandoeningen bij een dosis van 25.000-50.000 mg/dag6. Lycopeen, dat in hoge concentraties in tomaatproducten zit, maar ook verkrijgbaar is als supplement, is het meest voorkomende carotenoïd in het bloed. Het risico van maculadegeneratie (MD, schade aan de gele vlek van het oog) van de oude dag kan erdoor afnemen7, wat luteïne en zeaxanthine ook als effect hebben8, en het kan helpen prostaatkanker te voorkomen of af te remmen9. Neem dagelijks 15 mg.
• Vitamine D is van belang bij de preventie van veel ouderdomsziekten, waaronder broze botten10 en sommige vormen van kanker. Wie veel binnenzit, kan hier een tekort aan krijgen. Een supplement moet het vitamine D3 bevatten, want dat is de natuurlijke vorm van deze vitamine. De dagelijks aanbevolen dosis voor ouderen is 600 IE, maar laat eerst meten hoeveel u al heeft want een overdosis is even schadelijk als een tekort.
• Mineralen als mangaan, zink, selenium en koper ondersteunen de anti-oxidatieve enzymen van het lichaam. Vooral zink is belangrijk, omdat dit bij het ouder worden afneemt, vaak doordat de zwezerik steeds minder efficiënt gaat werken. Dat kan leiden tot een verzwakt immuunsysteem, gestoorde wondgenezing en een verminderde weerstand tegen infecties. Neem dagelijks 30 mg zink met 2-3 mg koper.
• Co-enzym Q10 kan ook oxidatie en ouderdomsziekten tegengaan. Deze anti-oxidant is cruciaal voor de energieproductie in de mitochondriën, de energiecentrales van de cel, vooral in het hart. Neem dagelijks 50-100 mg of, bij kanker, een hartziekte of een immuunstoornis 100-400 mg.

1Diabetes Care, 1999; 22: 1245-1251
2Clin Invest, 1993; 71: 3-6
3Altern Med Rev, 1998; 3: 174-186
4Can J Cardiol, 1999; 15[Suppl B]: 35B-8B)
5BMJ, 1998; 316: 894-898
6FASEB J, 1995; 9: A436
7Arch Ophthalmol, 1995; 113: 1518-1523
8Am J Clin Nutr, 1995; 62 [6 Suppl]: 1448S-1461S
9J Natl Cancer Inst, 1995; 87: 1767-1776
10N Engl J Med, 1992; 327: 1637-1642
 

Wilt u dit artikel lezen?

Als abonnee kunt u dit artikel gratis lezen door in te loggen op uw account. Nog geen abonnee? Sluit nu een abonnement af.

Andere archief artikelen

Systeemdenken in de geneeskunde

Een chronische aandoening kun je vaak beter oplossen als je naar de film van het leven kijkt, in plaats van naar een foto van het huidige moment. Dan wordt duidelijk welke factoren een rol speelden in het ontstaan van het ziektebeeld. En ook hoe genezing kan worden...

Leververvetting: Een stille epidemie

Zonder het te weten heeft een vijfde van de Nederlanders te maken met een leveraandoening. Door een voeding rijk aan slechte suikers en vetten slaat de lever op hol en produceert hij grote hoeveelheden vet. Dit vet wordt opgeslagen in de lever waardoor deze vervet en...

Geld staat bovenaan, gezondheid onderaan

De industriële lobby verandert de berichtgeving over de volksgezondheid Dat je tegenwoordig niemand meer kunt vertrouwen, is voor scherpzinnige lezers van Medisch Dossier allang duidelijk. We moeten de adviezen die we krijgen van onze gezondheidsautoriteiten met veel...

Nieuws van Juglen: Acrylamide. Liever niet!

De Europese voedselwaakhond SAFE heeft recent ontdekt dat de hoeveelheid acrylamide in sommige voedingsmiddelen vier tot vijf keer hoger is dan wettelijk toegestaan. Op hun website, www.foodnavigator.com, staat hierover een uitgebreid artikel. Niet alleen in voeding...

Psychedelica als medicijn van de toekomst

Psychedelica worden steeds vaker gebruikt als medicijn. De laatste jaren is er een toename van ceremonies met zogenoemde plantmedicijnen als truffels en ayahuasca. Waar staat de wetenschap en wat kunnen bepaalde middelen doen? Medisch Dossier stelt een aantal vragen...