Gezond leven, de balans opgemaakt

Van alle adviseurs op het gebied van de gezondheid die recent in de belangstelling stonden, steken er twee duidelijk uit boven de rest: William Wolcott en Paul Check.
De eerste, William Wolcott, is de belangrijkste autoriteit op het gebied van metabole typering1 en voormalig directeur van het International Health Institute van dr. William Kelley. Hij volgde de voetsporen van deze pionier op het gebied van kanker en veranderde onze opvattingen over voedingsgewoonten en de behandeling van ziekten ingrijpend. Volgens zijn programma, waarmee hij in 1978 begon, is er namelijk niet één manier van gezond eten en genezen die voor iedereen goed werkt. Hij kwam tot zijn ontdekking toen hij in 1978 een Kelley-dieet volgde dat specifiek voor zijn metabole type gold en hij opeens van de allergieën afkwam waar hij al heel lang last van had.

Wolcott ging met Kelley samenwerken en samen ontdekten ze dat veel mensen met een ernstige aandoening, waaronder kanker, weer gezond werden wanneer zij zich in hun behandeling alleen richtten op het dieet dat op basis van het individuele metabolisme bij hen paste. De specifieke klinische klachten of diagnoses speelden daarbij geen rol. De stelling dat een dieet op basis van het metabolisme van alle benaderingen de grootste impact heeft op kanker, wordt onderschreven door zowel de Amerikaanse als de Europese tak van het alternatieve kankerfonds People Against Cancer.

De achterliggende theorie is complex en daarom kunt u ‘t het best aan een speciaal opgeleide behandelaar overlaten om uw metabole type vast te stellen. In dit artikel vindt u echter wel een eenvoudige checklist en een lijst met voedingsmiddelen, waarmee u in elk geval een begin kunt maken. Onze tweede favoriet op dit moment is Paul Chek, specialist op het gebied van holistische gezondheidsleer en correctieve lichaamsbeweging. Hij is opgeleid door Wolcott en heeft een aantal programma’s ontworpen op het gebied van de spijsvertering, eetgewoonten en beweging voor een zo goed mogelijke gezondheid.

In dit artikel hebben wij een paar van de beste tips van deze twee heren bijeengebracht.

Stel uw dieet bij op basis van uw individuele biochemie

In het begin van de twintigste eeuw reisde de briljante wetenschapper Weston Price de hele wereld over op zoek naar inheemse bevolkingsgroepen om hun eetgewoonten en gezondheid te bestuderen. Hij deed veel opmerkelijke ontdekkingen. Hierna volgen er een paar.

• De eetgewoonten van de inheemse bevolkingsgroepen waren onderling totaal verschillend (afhankelijk van geografie, klimaat en natuurlijk aanwezige voedingsbronnen).
• Inheemse stammen die de eetgewoonten van hun voorouders volgden, waren uitzonderlijk gezond en sterk.
• Bevolkingen die geleidelijk of om bepaalde redenen anders gingen eten dan hun voorouders, ontwikkelden degeneratieve aandoeningen.

Toen dr. Kelley deze ideeën verder uitwerkte, kwam hij erachter dat er niet één enkel dieet bestond dat voor iedereen goed was, en dat een gezonde manier van eten afgestemd moet zijn op iemands eigen genetisch bepaalde behoeften. Eind jaren zeventig begon dr. Kelley mensen in te delen in metabole typen aan de hand van het autonome zenuwstelsel. Bij elk type hoorde een eigen voedingsprotocol, van vegetarisch tot vleesgeöriënteerd, en alles daartussenin. Ook nam hij verschillende combinaties van vitaminen en mineralen op, die elk een andere mate van metabole onbalans aanpakten2,3.

Volgens zijn theorie, die door Wolcott is verfijnd en aangevuld, is er bij elke chronische ziekte een onbalans van een of meer fundamentele homeostatische controlemechanismen, die de biochemische reacties reguleren die voortdurend in het lichaam plaatsvinden.

Uw ‘aan/uit-knop’

Het zenuwstelsel bestaat uit twee onderdelen: het centrale en het autonome. Het autonome zenuwstelsel, oftewel de ‘meesterregulator van het metabolisme’, beheerst alle onwillekeurige activiteiten van het lichaam: de functies die onbewust plaatsvinden. Voorbeelden zijn de hartslag, de spijsvertering, de ademhaling, weefselherstel, cellulaire activiteiten, regulatie van de lichaamstemperatuur, de immuunfunctie en ontelbare andere functies.

Het autonome zenuwstelsel heeft twee afzonderlijke afdelingen: het sympathische en het parasympathische zenuwstelsel. Deze beheersen elk een ander deel van de metabole activiteiten. Bepaalde organen, klieren en systemen staan onder invloed van het sympathische systeem, andere onder die van het parasympathische. Elk van die twee systemen zet andere lichaamsfuncties ‘in werking’ ofwel ‘innerveert’ deze, terwijl het andere systeem diezelfde functie juist ‘uitzet’ of ‘inhibeert’.

Door dit dualistische ‘aan-uit’-fenomeen kunnen de twee autonome afdelingen in een synchrone samenwerking alle onwillekeurige processen in het lichaam reguleren. Zo versnelt het sympathische zenuwstelsel de polssnelheid terwijl het parasympathische deze vertraagt. De rollen kunnen ook omgekeerd zijn: het parasympathische zenuwstelsel zwengelt de spijsvertering bijvoorbeeld juist aan inclusief de bijbehorende uitscheiding van maagzuur, samentrekkingen van de maag en andere bijbehorende functies4.

De meeste mensen ondervinden meer neurologische invloed van ofwel het parasympathische ofwel het sympathische zenuwstelsel. Ook wordt ieder mens weer in een andere mate beïnvloed door elk van de systemen. Als gevolg van deze aangeboren verschillen heeft elk mens andere voedingsgerelateerde lichamelijke, gedragsmatige en psychologische eigenschappen, die ofwel ‘sympathisch-dominant’ ofwel ‘parasympathisch-dominant’ zijn.

Niet alleen Kelley, maar ook andere voedingspioniers zoals dr Frances Pottenger, beseften dat een goede gezondheid alles te maken had met een goed evenwicht tussen de twee afdelingen van het autonome zenuwstelsel. Vervolgens ontdekte Wolcott dat naast die genetische aanleg voor een grotere of kleinere invloed van één van de twee autonome systemen, er ook een genetische aanleg bestaat voor een grote of kleinere snelheid van verbranding: de snelheid waarmee voedingsmiddelen in de cellen worden omgezet in energie. Deze aangeboren en omgevingsbepaalde verschillen spelen allemaal een rol bij de bepaling van de individuele biochemie en het metabole type.

Volgens Wolcott wordt het metabole type bepaald door in totaal negen homeostatische factoren:
• verbrandingssysteem (voor de omzetting van energie in de cellen);
• autonome zenuwstelsel (de metabole ‘aan/uit-knop’ van het lichaam);
• katabool/anabool-evenwicht (‘opbranden’ van zuurstof in de cellen);
• endocriene type (van invloed op de voedselkeuze die het gewicht in stand houdt);
• zes verschillende soorten zuur/base-evenwicht (pH);
• prostaglandinenbalans (reguleert ontstekingsprocessen en immuunreacties);
• constitutionele type (voedingselementen met invloed op het metabolisme);
• elektrolytenbalans (regulatie van de bloedsomloop en de osmotische druk);
• bloedgroep (grondslag voor bepaalde bloedgroepspecifieke vormen van voedselovergevoeligheid).

Al die factoren zijn van invloed op de neiging tot verzuring dan wel alkalisering en de manier waarop iemand voedingstoffen omzet, tot zure dan wel basische eindproducten. Een sympathische neiging ofwel snelle verbranding (snelle omzetting van koolhydraten in energie) leidt bijvoorbeeld vaker tot verzuring, terwijl een parasympathische geneigdheid, ofwel een langzame verbranding, sneller tot alkalisering leidt.

Voedingstoffen spelen een centrale rol bij de balans van het autonome systeem. Zo stimuleren of versterken bepaalde voedingstoffen de sympathicus terwijl ze het tegengestelde effect hebben op de parasympathicus, of vice versa. Een voedingstof kan verzurend werken op de ene homeostatische factor, terwijl hij alkaliserend werkt op een andere.

Wolcott is tevens de ontdekker van de ‘dominantiefactor’. Dat houdt in dat een van de homeostatische controlemechanismen altijd zal overheersen en dat de afdeling van het autonome zenuwstelsel met de grootste impact uitmaakt welke invloed bepaalde voedingstoffen hebben of hoe de verbranding verloopt. Het dominerende systeem bepaalt hoe voedingstoffen zich in een persoon gedragen: of deze tot verzuring leiden of tot alkalisering.

Met andere woorden, het is dus niet het voedingsmiddel of de voedingstof zelf dat of die bepaalt of er een verzurend of alkaliserend effect vanuit gaat, maar het dominante systeem (of dominantiefactor) dat onder invloed van dat voedingsmiddel of die voedingstof uiteindelijk bepaalt wat het resultaat qua zuur/base-evenwicht en andere reacties op de voedingstoffen zijn.
De slotsom van dit alles is dat het metabole type wordt bepaald door de verhouding en de soorten macronutriënten (eiwitten, vetten en koolhydraten) die iemand dagelijks gebruikt.

Iemand met een eiwit-type heeft de neiging koolhydraten snel te verbranden en heeft dus meer behoefte aan eiwitten en vetten om de energieproductie in balans te houden. Ook heeft zo iemand een grotere behoefte aan purines, aminozuren uit donkere vleessoorten zoals kippenpoten, rood vlees, vissenkuit, sardientjes en ansjovis, en een grotere hang naar zout. De ideale verhouding van macronutriënten voor een eiwit-type is 40 procent eiwitten, 30 procent koolhydraten en 30 procent vetten.

Iemand met een koolhydraat-type verbrandt een hoge inname van vetten en eiwitten juist niet goed. Iemand met dit type moet relatief meer koolhydraten eten om zijn vetten en eiwitten te kunnen gebruiken. Deze mensen voelen zich het best als ze lichte vleessoorten eten zoals kipfilet en magere varianten van vlees en vis, in combinatie met kwalitatief hoogwaardige koolhydraten. Een koolhydraat-type moet meer (60-70 procent) koolhydraten eten dan eiwitten (20-25 procent) en 10 procent vetten.

Wie een gemengd type heeft, heeft meestal 45 procent koolhydraten nodig en 35 procent eiwitten met 20 procent vetten. Belangrijk is dat iemand met een gemengd type bij elke maaltijd zowel eiwitrijke als koolhydraatrijke voedingsmiddelen gebruikt. Het kan nodig zijn wat te experimenteren met de verhoudingen om de maaltijden goed af te stellen tot u een verhouding heeft gevonden waarbij u zich beter voelt.

Merkt u bij uzelf de symptomen op die wijzen op een teveel aan koolhydraten (zie het kader), dan kunt u het volgende proberen:
• eet meer vetten en eiwitten;
• drink water;
• ga sporten.

Wie te veel vet of eiwitten heeft gegeten, moet onmiddellijk:
• koolhydraten eten (en wel met een hoge glykemische index indien mogelijk, zoals groenten die onder de grond groeien of granen);
• vers geperst sap drinken of vers fruit eten;
• spijsverteringsenzymen nemen, waaronder protease en lipase.

Top vijf gezondste gewoonten

Naast het vaststellen van uw biochemische profiel vormen de volgende gezondheidsadviezen van Paul Chek5 bijna een garantie voor verbetering van de gezondheid.
• Gebruik alleen nog biologische voedingsmiddelen. Biologisch geteelde gewassen en biologisch gefokte dieren bevatten niet alleen veel minder schadelijke stoffen, maar ook veel meer voedingstoffen. Naast primaire voedingstoffen van betere kwaliteit (water, vezels, eiwitten, vetten, koolhydraten, vitaminen en mineralen) bevatten biologische voedingsmiddelen veel van de 5000-10.000 secundaire voedingstoffen die in planten worden aangetroffen, en die in 57 onderzoeken goed bleken voor de gezondheid6.

Tevens bevat biologisch voedsel veel antioxidatieve fenolbestanddelen. Die zijn tien keer zo efficiënt in het opruimen van vrije radicalen in het lichaam die kanker kunnen veroorzaken, als gewone antioxidanten zoals vitamine C en E7.
• Eet alleen nog vlees van dieren die op gras geleefd hebben. Koeien, schapen, buffels en vele andere dieren zijn eigenlijk graseters, terwijl de koeien in de bio-industrie granen te eten krijgen (tarwe en koren). Op die manier worden ze sneller volwassen en stevig (in vijftien maanden in plaats van vier of vijf jaar). In een reportage van de New York Times is wel eens het walgelijke verhaal uit de doeken gedaan van kalfjes die snel van de borst van hun moeder weggehaald werden en op een dieet van koren en granen gezet, daardoor antibiotica nodig hadden en zo ziek werden dat ze het amper overleefden8.
Vlees krijgt in Amerika van het Department of Agriculture alleen het certificaat Organic, wanneer de dieren geen antibiotica, groeihormonen of niet-biologische voeding hebben gehad. Dat geldt ook voor Engeland. Voor het Nederlandse EKO-keurmerk hoeft niet alle voeding van biologische afkomst te zijn, maar wel het grootste deel. Binnen die regels mogen de dieren dus toch gevoed worden met granen en dat gebeurt ook vaak. Dat is niet de ideale voedingsbron voor ze. En wie zelf overgevoelig is voor gluten, kan zich zelfs beroerd voelen na consumptie van vlees of gevogelte afkomstig van dieren die op granen hebben geleefd. De beste optie is dus biologisch vlees van grasgevoede dieren te nemen. Niet-biologisch scharrelvlees, maar wel grasgevoed, is de tweede beste optie.
• Eet alleen nog biologische scharreleieren. Kippen die een natuurlijk leven leiden, leggen eieren met een optimale verhouding omega-3/omega-6-vetzuren. Die verhouding ligt tussen de 1:1 en 1:4. Het ei van een bio-industriekip kan wel een verhouding van 1:16 tot 1:30 hebben.
• Wees voortaan voorzichtig met vis. De liters afvalwater en industrieel afval die dagelijkse door de geïndustrialiseerde landen de zee in gestort worden, hebben onze wateren grotendeels vergiftigd, waardoor het eten van vis een gevaarlijke onderneming is geworden. In 1991 schatte de Amerikaanse National Academy of Sciences het risico van kanker van de gemiddelde viseter al 75 keer zo hoog in dan volgens de richtlijnen acceptabel is9.

Naarmate de oceanen ‘leeggevist’ en vergiftigd worden, zijn er steeds meer viskwekerijen ontstaan. Net als vee worden de vissen in deze kwekerijen verkeerd gevoed met granen en soja alsmede een groot aantal geneesmiddelen. Vissen van een kwekerij bevatten dus vaak resten van antibiotica en andere middelen. Ook is de verhouding tussen omega-3- en omega-6-vetzuren, net als bij de bio-industriekippen, drastisch veranderd ten opzichte van die van normale vissen.

Daarbij is het risico vrij hoog dat een vis vervuild is met industriële stoffen. Veel kwekerijvissen blijken zoveel methylkwik te bevatten dat het volgens veel gezondheidsexperts niet goed is ze vaker dan eens in de week te eten. Uit een onderzoek bleek zelfs dat vis die met kwik was vervuild, het beschermende effect tenietdeed van de omega-3-vetzuren die in vis zitten, waardoor er meer hartziekten zouden ontstaan10.

Door uw eiwitbronnen te rouleren (oftewel een tussenpoos te hanteren van minimaal vier dagen voordat u weer hetzelfde eet) verkleint u het risico dat u te veel krijgt van enige vorm van een pesticide, antibioticum of chemische vervuiling. Wees extra voorzichtig met zwaardvis, haai, tonijn en andere diepzeevissen, met name de grotere omdat die langer leven en dus meer kwik opstapelen.

Vis, met name de grotere soorten, kunt u het best grillen. Dat is het veiligst, omdat daarbij de sappen met daarin de resten pesticide eruit kunnen lopen. Haal zo mogelijk het vet eraf. Kies geen vis uit vrije wateren, tenzij ze uit bergmeren en beken komen die ver verwijderd zijn van de commerciële wereld.

• Gebruik geen zuivel meer tenzij biologisch en onbewerkt. Bij pasteurisatie wordt de melk een halve minuut verhit tot 63 0C. Daarbij worden alle belangrijke enzymen vernietigd evenals de vitaminen en aminozuren. Rauwe melk bevat melkzuurproducerende bacteriën die een beschermende werking tegen ziekteverwekkers hebben. Mensen met een overgevoeligheid voor zuivel kunnen vaak wel tegen rauwe melk en rauwe melkproducten omdat daarin de enzymen die helpen bij de vertering van zuivel intact zijn.

Bij homogenisering wordt de melk door een fijn filter gehaald, waardoor de vetbolletjes een factor 10 of meer kleiner worden. Zo kunnen er eiwitten de maag passeren zonder verteerd te worden, wat tot onvolledige eiwitvertering en allergieën kan leiden.

Bewerkte melk kan ook recombinant bovine groeihormoon bevatten, een genetisch gemodificeerd groeihormoon dat de concentratie van insulineachtige groeifactor (IGF) in het lichaam kan verhogen tot wel negen keer zo hoog. Van een hoge concentratie IGF is een verband geconstateerd met veel vormen van kanker11,12.
William Wolcott en Paul Chek

1Wolcott, W.L., The Metabolic Typing Diet, Doubleday, 2000
2Kelley, W.D., One Answer to Cancer, Kelley Foundation, 1969
3Kelley, W.D., The Metabolic Types, Kelley Foundation, 1976
4Wolcott, W.L., Metabolic Technology 1, International Health Institute, 1983
5www.chekinstitute.com
6Organic Farming, Food Quality and Human Health Report, British Soil Association, 2001
7Clarke, A. et al., Living Organic. Source Books, Naperville, IL 2001
8New York Times, 31 maart 2002
9Epstein, S, en D. Steinman, The Safe Shopper’s Bible. Macmillan, New York 1995
10N Engl J Med, 2002; 347: 1735-1736
11Int J Cancer, 1994; 57: 491-477
12Jpn J Cancer, 1994; 85: 46-52


tekenen van te veel eiwitten of koolhydraten

– lekkere trek = te veel koolhydraten – sufheid = te veel eiwitten
Uw lichaamscellen zijn net houtvuurtjes: als ze te snel branden (te veel koolhydraten voor uw metabole type), zal het vuurtje ook snel uitdoven. Branden ze te langzaam (te veel vet en eiwitten), dan is het vlammetje te klein en geeft het te weinig warmte. Hierna staan de meest waarschijnlijke tekenen die bij beide mogelijkheden horen.
Te veel koolhydraten voor uw metabole type
Directe tekenen
hoofdpijn, onrust, onverzadigd gevoel
snel weer hongerig (door laag bloedsuiker)
erge trek in vet, eiwitten of snoep
snel afgeleid, ADHD-achtig gedrag
moe maar opgewonden, nerveus
zenuwachtig energiek, met pieken en dalen
Langetermijntekenen
overmatige reactie op stress
depressie
pukkels
verstopping
insulineresistentie en diabetes
hoofdpijn
pijn in de nek en schouders
lage rugpijn
slecht slapen
deregulatie van het autonome zenuwstelsel
te hoge adrenalineproductie
verlaagde afweer
Te veel eiwitten voor uw metabole type
Directe tekenen
lethargie, slaperigheid
loomheid of gedeprimeerde stemming
mentaal sloom of langzaam
zwaar gevoel
vol gevoel, maar toch hongerig
soms erge snoepzin
soms erge zin in thee of koffie
Langetermijntekenen
disfunctie van het autonome zenuwstelsel
depressie, zwaarlijvigheid
slechte lichaamsgeur
weinig energie, veel trek in zoetigheid
weinig baat bij lichaamsbeweging, vooral duursport
snel ouder worden
abnormale bloeddruk
te lage adrenalineproductie
pijn in de nek en schouders
hoofdpijn
hormonale ontregeling
lage rugpijn
algehele slechte gezondheid
kader 2
De juiste voeding voor uw type
– let op eiwitten – houd granen in de gaten – geen uitschieters in suiker en snacks
Een eiwit-type moet:
• bij elke maaltijd eiwitten eten;
• de nadruk leggen op voedingsmiddelen met een hoge dichtheid, veel purine en veel vet;
• rustig aan doen met granen (alleen volkoren granen) en geen brood eten behalve volgranen- en zuurdesembrood;
• vooral groenten eten die boven de grond groeien;
• de volgende dingen weinig eten: maïs, aardappelen, bieten, wortelen, omdat dit allemaal voedingsmiddelen zijn met een hoge glykemische index;
• de fruitconsumptie in de gaten houden: beperk deze tot avocado’s, groene appels, peren en bananen; geen citrusfruit eten;
• met mate groentesap drinken en geen fruitsappen;
• noten eten;
• zoveel vet eten als gewenst, ongeacht welke soort (inclusief echte boter, natuurlijke koudgeperste oliën en niet met water gebonden margarine);
• een snack eten indien nodig;
• geen cafeïne gebruiken, geen suiker en geen rauw voedsel waar veel oxaalzuur in zit, dat de calciumopname belemmert (voorbeelden zijn zwarte thee, chocola, cranberry’s, druiven en aardbeien);
• weinig voedingsmiddelen gebruiken met veel fytaten (tarwe, haver, soja en sojamelk) omdat die tot mineraaltekorten, allergie, darmproblemen en botafbraak kunnen leiden: ze belemmeren namelijk uw grote behoefte aan calcium. Eet u ze toch, zorg dan dat ze een nacht in de week hebben gestaan of, bij sojaproducten, dat ze gefermenteerd zijn op de traditionele wijze;
• weinig voedingsmiddelen gebruiken met veel gluten, omdat die moeilijk te verteren zijn.
Een koolhydraat-type moet:
• bij elke maaltijd eiwitten eten;
• relatief weinig eiwitten en vet eten ten opzichte van koolhydraten;
• weinig eiwitten gebruiken die zwaarder zijn en veel purine bevatten; lichtere eiwitten kiezen;
• veel verschillende biologische koolhydraten van goede kwaliteit gebruiken en zo min mogelijk koolhydraten met een hoge glykemische index;
• voedingsmiddelen met een hoge glykemische index in evenwicht brengen met eiwitten;
• weinig noten en zaden eten;
• weinig vetten en oliën gebruiken;
• geen uitschieters in de koolhydraatinname laten ontstaan;
• veel granen en brood eten van goede kwaliteit;
• veel vers groentesap gebruiken;
• geen fruitsappen drinken;
• weinig groenten eten met veel purine;
• alleen een snack eten indien nodig;
• geen cafeïne gebruiken of snelle happen met veel suiker;
• weinig vetrijke voedingsmiddelen eten;
• zo min mogelijk voedingsmiddelen nemen die de schildklierfunctie onderdrukken, zoals rauwe broccoli, spruitjes, kool, bloemkool, boerenkool, mosterd, rapen en waterkers. Wie die voedingsmiddelen toch vaak wil eten, doet er goed aan ze te koken (zodat de schildklieronderdrukkende stof, ‘thiocanaat’, inactief wordt gemaakt) en aan te vullen met zeewier, omdat daar veel jodium in zit.
Houd daarnaast rekening met het volgende wanneer u maaltijden samenstelt:
• Kijk naar de glykemische index van voedingsmiddelen. Een uitgebreide lijst is bijvoorbeeld te vinden op http://www.natuurgeneeskunde-praktijk.nl/Bloedsuiker/glycemindex.htm#lijst.Reken ook dranken mee: 170 ml sinaasappelsap uit geconcentreerd sap bevat 21 gram koolhydraten.
• Denk ook aan de koolhydraten in alcohol: veel witte wijnen, likeuren en cocktails bevatten veel suiker. Als vuistregel kunt u elk drankje (alcohol of fris/limonade) beschouwen als één portie koolhydraten.
• Vergeet niet ook boter, dressing en jus mee te rekenen. Als er te veel vet in zit, kan een maaltijd uit balans zijn zodat iemand met een koolhydraat-type zich loom of vol gaat voelen en extra koolhydraten moet gaan eten. Iemand met een eiwit-type moet oppassen voor zoete sauzen met een hoog suikergehalte.
• Let op voedingssupplementen met vetzuren bij het samenstellen van de maaltijd. Iemand met een koolhydraat-type kan al met 2 gram visolie zijn maaltijd uit balans brengen, en moet dus, als hij een supplement gebruikt met essentiële vetzuren, het koolhydraatgehalte van zijn maaltijden wellicht verhogen.
Ten slotte: test uw metabole type steeds na enkele maanden opnieuw. Naarmate iemand gezonder wordt, verandert hij vaak van type.


Wat is uw metabole type: eiwit, koolhydraat of gemengd?

– Eiwit-type: veel behoefte aan zuivel en vlees – koolhydraat-type: licht voedsel en minder vaak – gemengd type: van allebei een beetje
Hoewel het ingewikkeld is om iemands type vast te stellen, en het ‘t best kan gebeuren door een daartoe opgeleid adviseur (zie onderaan), geeft de onderstaande vereenvoudigde lijst u wel een idee van uw optimale verhouding van voedingsmiddelen. Lees beide lijsten door om na te gaan wat het meest op u van toepassing is. Merkt u dat u in beide groepen ongeveer evenveel aanstreept, dan heeft u waarschijnlijk een gemengd type en moet u uw inname aan koolhydraten en eiwitten bij elke maaltijd waarschijnlijk ongeveer gelijk verdelen. Hoewel veel mensen naar een van de twee (eiwitten of koolhydraten) neigen, moet iedereen zijn reactie op maaltijden in de gaten blijven houden en zijn voedingskeuze steeds bijstellen op basis van zijn eigen reacties op eten (zie kader).

Eiwit-typen
• zijn goede eters: neiging tot ‘leven om te eten’;
• zijn liefhebbers van vet, zout eten;
• hebben meer zout nodig (onbewerkt zeezout);
• voelen zich het best na een snack met eiwitten;
• voelen zich het best na een maaltijd met relatief veel vetten en eiwitten, korter voor het slapengaan.
• hebben een goede spijsvertering, eten graag eiwitten en voelen zich goed als ze vetten of vet voedsel eten;
• hebben van nature een voorkeur voor rood vlees boven wit vlees;
• verbranden koolhydraten te snel als ze er niet eiwitten en vetten bij eten;
• gedijen beter bij volvette zuivelproducten;
• hebben meer purine nodig (aminozuren die in rood vlees zitten en in vleessoorten als kippenpoten, viskuit, sardientjes en ansjovis);
• moeten zich hoeden voor energierepen en drankjes, die veel suiker bevatten;
• slapen het best als ze:
o een avondmaal hebben gegeten dat vooral bestond uit vlees, met minder groenten en koolhydraten;
o geen zoet nagerecht hebben gegeten zoals cake, koek of snoep (maar wel na een toetje met niet al te veel suiker zoals roomijs van goede kwaliteit);
o een tussendoortje hebben gehad met veel eiwit en vet, één of twee uur voor het slapengaan;
• voelen zich na een grote inspanning het best als ze iets eten of drinken met veel eiwitten of vet, zoals een eiwitshake;
• blijven tot vier uur mentaal helder en vrolijk na een maaltijd op basis van vlees, met zwaardere vleessoorten zoals zalm, en relatief weinig koolhydraten;
• krijgen vaak een energiepiek, wanneer ze een dipje bestrijden met iets te eten met veel suiker en zonder vet en eiwitten, waarna ze al gauw instorten en zich sloom voelen;
• hebben van de vissoorten het liefst schaal- en schelpdieren, kaviaar, vette vis zoals haring en zalm en donker tonijnvlees in plaats van witte vissoorten;
• voelen zich in het algemeen beter als ze tussendoortjes gebruiken of meerdere kleine maaltijden over de dag verdeeld;
• kunnen de dag het best beginnen met een uitgebreid ontbijt met eiwitten en vetten, zoals eieren met worstjes of spek.

Koolhydraat-typen
• maken zich niet zo druk over eten en ‘eten om te leven’;
• zetten vetten en eiwitten niet om als ze die zonder iets anders eten;
• moeten relatief veel koolhydraten eten ten opzichte van vetten en eiwitten;
• hebben een voorkeur voor lichte vleessoorten en magere voedingsmiddelen en zijn meer geneigd tot duursporten;
• kunnen gedijen op slechts twee maaltijden per dag;
• moeten slechte koolhydraten vermijden;
• moeten niet te veel zout hebben en vinden voeding al snel te zout;
• hebben van nature een voorkeur voor lichte vleessoorten zoals kip- of kalkoenfilet in plaats van de pootjes of vleugels;
• kunnen weliswaar 70 procent van hun maaltijd in de vorm van koolhydraten nemen, maar moeten niet vergeten ook eiwitten en vetten te eten;
• voelen zich loom worden na volvette zuivel of vet vlees en voelen zich beter na/hebben een voorkeur voor magere zuivel en lichtere yoghurt/kwark;
• kunnen het best lichte vleessoorten eten zoals kipfilet, mager vlees en witte vis;
• moeten voedingsmiddelen met veel purine vermijden (omdat die vaak te langzaam oxideren);
• slapen het best als ze:
o een avondmaal hebben gegeten dat voornamelijk bestond uit groente of andere koolhydraten en relatief weinig vlees;
o een tussendoortje met meer koolhydraten hebben gehad, drie tot vier uur voor het slapengaan;
o nu en dan een zoet nagerecht nemen voor het slapengaan;
• voelen zich na een grote inspanning het best als ze iets eten of drinken met veel koolhydraten (zoet) zoals een energiedrankje;
• blijven tot vier uur helder en vrolijk na een maaltijd op basis van koolhydraten met groenten, brood of rijst en een kleine hoeveelheid vlees zoals kipfilet of witte vis;
• voelen zich beter en energieker tot aan de volgende maaltijd als ze een dipje bestrijden met iets te eten met veel suiker, zoals een stroopwafel, snoep of suikerhoudende drank zonder veel eiwitten of vetten;
• hebben van de vissoorten het liefst witte vis, kabeljauw, platvis, schelvis, baars, tong, forel, tonijn en tarbot;
• kunnen het goed uithouden zonder snack tussen de maaltijden door;
• kunnen de dag het best beginnen met een licht ontbijt zoals ontbijtgranen, fruit, yoghurt, brood en eventueel eieren.

Zijn van beide beschrijvingen veel punten op u van toepassing, dan heeft u een gemengd type en moet u van beide iets toepassen. Voor een professionele vaststelling van uw metabole type zie www.MetabolicTypingOnline.com of www.MetabolicEd.com.

Wilt u dit artikel lezen?

Als abonnee kunt u dit artikel gratis lezen door in te loggen op uw account. Nog geen abonnee? Sluit nu een abonnement af.

Andere archief artikelen

Uitgelezen; Wie ben ik als niemand kijkt

Liesbeth Woertman onderzoekt in dit boek het leven van vrouwen in vooral de derde levensfase (na de pensionering) en de laatste vierde levensfase (vanaf ongeveer 75 jaar). Wat betekent het voor hen om een ouder lichaam te hebben in een tijd van geseksualiseerde,...

Basisrecept voor elke dag

Heb jij dat ook aan het begin van een nieuw jaar? Ik sta altijd een beetje te trappelen van ongeduld. Wat zal het nieuwe jaar aan bijzondere ontmoetingen en ontwikkelingen met zich meebrengen? Voor wat voor uitdagingen komen we te staan? Hoe zullen de seizoenen...

Innerlijke reis; ik blijf me verwonderen

Een tante gaf Kor Koetje een boek uit de boedel van een boer, en dat bracht hem in zijn tienerjaren op het pad van de natuurgeneeskunde. Het was Homeopathie in de praktijk van dr. J. Voorhoeve uit de jaren 20 van de vorige eeuw. Koetjes’ schoonzus was zijn eerste...

Boezemfibrileren vaak niet opgemerkt

Atriumfibrilleren, of boezemfibrilleren, is een veelvoorkomende volksziekte bij mensen op hogere leeftijd. Het wordt niet altijd opgemerkt door de arts of de patiënt. Boezemfibrilleren is goed behandelbaar, maar onbeschermd is er een sterk verhoogde kans op...