16-06-2014

Feiten en fabels over broze botten

Veel vrouwen denken dat het normaal is om na je vijftigste osteoporose of botontkalking te krijgen. Maar klopt dat wel?

Door Lynne McTaggart

Bent u vrouw en boven de vijftig? Dan zult u moeten leven met het schrikbeeld dat de kans op een ingezakte wervelkolom elk jaar groter wordt. Althans, als u de cijfers moet geloven.
In Groot-Brittannië loopt de helft van alle vrouwen en een op de vijf mannen boven de vijftig op zeker moment een botbreuk op door zwakke, poreuze botten, zegt de Britse Osteoporose Stichting (NOS). De Amerikaanse Osteoporose Stichting (NOF) schetst een nog somberder beeld: ruim veertig miljoen mensen hebben op dit moment osteoporose of een hogere kans daarop, omdat hun botmassa te laag is. In Nederland waren er in 2007 ruim 15.000 mannelijke en 133.000 vrouwelijke osteoporosepatiënten bij de huisarts bekend.1 Maar het werkelijke aantal is waarschijnlijk veel hoger. Want veel mensen merken pas dat ze osteoporose hebben als ze met een botbreuk in het ziekenhuis belanden.
Osteoporose komt inderdaad veel voor, blijkt uit recent onderzoek, maar toch wordt het probleem enorm opgeblazen. Dat komt vooral omdat de definitie van wat precies ‘afwijkend’ is steeds verandert en de moderne screeningstechnologieën de nodige beperkingen hebben. Verder heeft ook de geneesmiddelenindustrie een belangrijke vinger in de pap. Die richt zich namelijk vooral op moeilijk te behandelen ziektes, die in bedwang worden gehouden (maar nooit genezen) door levenslang medicijngebruik. Bij osteoporose gaat het dan vooral om bisfosfonaten en hormonen.
Zo hebben de grote farmaceuten een geslaagde pr-campagne op poten gezet die vrouwen van middelbare leeftijd moet laten geloven dat hun botten na de menopauze vanzelf in elkaar zakken en dat die aftakeling alleen gestopt kan worden door de juiste preventieve pillen te slikken. Ze krijgen daarbij hulp van door hen gefinancierde steunfondsen, zoals de Britse Osteoporose Stichting, die voorlichting geven aan het grote publiek. Ook bekendheden verbinden zich aan de geneesmiddelenindustrie, bijvoorbeeld de Amerikaanse actrice Sally Field, die in 2006 het boegbeeld werd van Boniva, een osteoporosemiddel van de farmaceut Roche (zie kader).
‘Iedereen zou een botdichtheidsmeting moeten laten doen. Want dat is de enige manier om erachter te komen of je osteopenie – het voorstadium van osteoporose – of osteoporose hebt’, vertelde de actrice in een interview. ‘Als je osteoporose hebt, moet je naar de dokter. Medicijnen werken echt. Maar de meeste vrouwen met osteoporose gebruiken ze te kort of vergeten ze in te nemen, waardoor ze meer kans op botbreuken hebben…’
Uit allerlei wetenschappelijke en andere gegevens blijkt dat osteoporose niet bij het normale verouderingsproces hoort, maar een ziekte is die wordt veroorzaakt door onze moderne leefstijl. Ook is het een mythe dat je er je hele leven aan vastzit. Osteoporose is niet zozeer een ziekte op zich, maar het gevolg van de wanhopige pogingen van het lichaam om zichzelf te herstellen en een nieuw biochemisch evenwicht te vinden, verklaart dr. Susan Brown, een Amerikaanse voedingsdeskundige en expert op het gebied van botgezondheid.
De pr-campagne van de geneesmiddelenfabrikanten is gebaseerd op zes onjuiste aannames:

1 We horen niet zoveel bot te verliezen als we ouder worden.
2 De helft van alle vrouwen loopt een ernstige botbreuk op.
3 Als je ouder wordt, krijg je zwakke botten.
4 Een lage botmassa leidt tot zwakke botten.
5 Osteoporose ontstaat door te weinig oestrogeen en calcium.
6 Verloren botweefsel komt nooit meer terug.

Fabel 1 We horen niet zoveel bot te verliezen als we ouder worden
Volgens de Amerikaanse Osteoporo Stichting (NOF) hebben zo’n 22 miljoen vrouwen en 12 miljoen mannen in de VS osteopenie (osteo betekent bot, penie betekent verminderd). Dat betekent dat hun botdichtheid lager is dan die van een gezond persoon, maar hoger dan van iemand met osteoporose.
Die botdichtheid wordt meestal gemeten met een DEXA-scan (Dual-Energy X-ray-Absorptiometrie, zie kader). Deze scanmethode maakt gebruik van twee stralenbundels: een met een hoge energie en een met een lage energie. De laag-energetische straling dringt alleen door in zachte weefsels. De hoogenergetische straling dringt ook door in het hardere botweefsel. De radioloog die het onderzoek uitvoert, doet metingen aan verschillende botten in het lichaam. Vervolgens wordt de botdichtheid berekend door het verschil te bepalen tussen de metingen van de twee stralenbundels. De metingen worden daarbij vergeleken met ‘ideale’ waardes.
Of iemand wel of geen osteoporose heeft, wordt bepaald met de T-score. Deze score geeft aan met hoeveel standaarddeviaties (SD) de botdichtheid verschilt van de gemiddelde piekbotdichtheid van een jonge vrouw. Op jongvolwassen leeftijd is de botdichtheid maximaal, waarna deze met de jaren langzaam afneemt. De kans dat een vrouw na de menopauze een negatieve T-score heeft – of een lagere botdichtheid dan een jonge vrouw – is dus bijzonder groot.
Concreet gezegd, houdt een T-score van -1 SD in dat de botdichtheid 10 tot 12 procent lager is dan die van een jonge vrouw. Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) heeft iemand osteoporose als de T-score -2,5 SD of lager is. Als de T-score tussen -1 en -2,5 SD ligt, dan is de gebruikelijke diagnose osteopenie.
Het is maar de vraag of je de botgezondheid van mensen op middelbare leeftijd zomaar mag vergelijken met die van jonge vrouwen. Verder kun je je ook afvragen of jonge mensen wel zo’n ideale maatstaf zijn, zegt dr. Brown. Want ook een op de zes jonge vrouwen (ongeveer 16 procent) heeft een T-score van -1 SD of lager, en heeft dus volgens de WHO osteopenie.
Bovendien wordt de grens tussen osteopenie en osteoporose voortdurend verschoven. Zo bepaalde de Amerikaanse Osteoporose Stichting in 2003 dat een T-score van -2 SD – voorheen de laagste score voor osteopenie – nu gelijkstond met osteoporose. Als gevolg van deze kleine wijziging hadden 6,7 miljoen Amerikaanse vrouwen die eerst nog net in de gezonde categorie vielen, ineens osteoporose en kwamen in aanmerking voor een medische behandeling.
De T-score houdt geen rekening met uw Z-score, die een vergelijking maakt met mensen van uw eigen leeftijd, geslacht, ras en gewicht – allemaal factoren die het risico op botbreuken beïnvloeden.
Ten slotte is het heel normaal om bij het ouder worden botmassa te verliezen. Niet de lage botmassa is het probleem, maar een verminderd vermogen van het bot zichzelf te herstellen.

Fabel 2 De helft van alle vrouwen loopt een ernstige botbreuk op

Dit cijfer is sterk overdreven en slaat vooral op de ‘stille’ wervelfracturen die geen pijn doen en vaak vanzelf genezen. In werkelijkheid breekt 17 tot 22 procent van de vrouwen na het vijftigste levensjaar haar heup; bij mannen is dat 6 tot 11 procent.2 Volgens de Surgeon General, de hoogste gezondheidsadviseur van de Amerikaanse overheid, gebeurt dat bovendien pas op een gemiddelde leeftijd van 82 jaar.
Verder worden veel van deze heupfracturen veroorzaakt door een val. Als vrouwen na zo’n val worden onderzocht, blijken hun botmineraaldichtheid en botmassa weinig te verschillen van die van gezonde controlepersonen. Dat wijst erop dat iets anders dan osteoporose verantwoordelijk is voor de botbreuken, zoals gebrek aan beweging, minder spierkracht, beperkingen van de verstandelijke vermogens of het gezichtsvermogen, een chronische aandoening of het gebruik van bepaalde geneesmiddelen (zie kader).3

Fabel 3 Als je ouder wordt, krijg je zwakke botten
Het klopt dat we niet alleen spiermassa maar ook botmassa verliezen als we ouder worden. Volgens dr. Brown bereiken we onze maximale botdichtheid als we 30 tot 35 jaar oud zijn. Vanaf dan tot aan ons tachtigste levensjaar verliezen we ongeveer een kwart van onze botmassa. Toch zouden ook oudere botten gezond moeten zijn en zichzelf moeten kunnen blijven herstellen.
Zo onderzochten wetenschappers de resten van blanke vrouwen die leefden tussen 1729 en 1852, en waren begraven onder een kerk in Londen. Veel van hen hadden de menopauze al gehad toen ze overleden. Of ze nu jong of oud waren, ze bleken een grotere botsterkte en botdichtheid te hebben dan de meeste vrouwen van tegenwoordig. Bovendien was het botverlies in de heup veel lager.4
Ook de bevindingen van de Amerikaanse tandarts Weston Price wijzen op het bestaan van gezonde oude botten. Hij reisde begin jaren dertig van de vorige eeuw de wereld rond om de gezondheid en voedingsgewoontes van traditionele gemeenschappen te onderzoeken. Volgens Price beschikten de mensen daar vaak hun leven lang over een uitstekende botgezondheid.5
Recenter onderzoek laat zien dat het aantal heupfracturen in de tweede helft van de twintigste eeuw drastisch is gestegen. Bij vrouwen in Nottingham bleek het aantal nieuwe heupfracturen tussen 1971 en 1981 te zijn verdubbeld, en ook bij Zweedse vrouwen werden vergelijkbare bevindingen gedaan.6 Blijkbaar hebben we in de laatste decennia van de afgelopen eeuw iets aan onze leefstijl veranderd wat niet goed is voor onze botten.
Toch krijgen vrouwen niet overal ter wereld vaker osteoporose dan vroeger. Mayavrouwen in Mexico en Guatemala hebben vrijwel nooit osteoporose, terwijl ze gemiddeld toch tachtig jaar oud worden.7 Zelfs in de VS zijn er bepaalde etnische groepen, waaronder Afro-Amerikanen, die maar half zo vaak hun heup breken als blanke Amerikaanse vrouwen.8 Ook in Singapore, Hongkong en het voormalige Joegoslavië komen botbreuken als gevolg van osteoporose extreem weinig voor. In Japan hebben vrouwen na de menopauze vrijwel nooit wervelfracturen, en het aantal heupfracturen bij oudere Japanners is ruim de helft lager dan bij hun westerse tegenhangers.9
Het is duidelijk dat osteoporose niet simpelweg een ziekte is van oudere vrouwen of vijftigplussers. Zo’n dertig procent van alle mannen loopt door osteoporose een keer een botbreuk op. Ook is het aantal breuken van de onderarm – de meest voorkomende botbreuk bij kinderen – de afgelopen dertig jaar flink gestegen, namelijk met 32 procent bij jongens en met 56 procent bij meisjes, vooral bij kinderen met overgewicht.10
Dit wijst er allemaal op dat osteoporose bij het ouder worden en na de menopauze niet onvermijdelijk is, maar iets te maken heeft met onze huidige leefstijl.

Fabel 4 Een lage botmassa leidt tot zwakke botten
Geeft de botmassa eigenlijk wel goed aan wat de werkelijke kans is op botbreuken? Uit een recent onderzoek blijkt dat ongeveer de helft van de patiënten met botbreuken, een betere T-score dan -2,5 SD heeft. Hun botdichtheid is dus niet te laag en ze zouden weinig risico op botbreuken moeten lopen.11
Dit soort onderzoeken wijst erop dat de snelheid van de botafbraak en zeer lage concentraties van hormonen als oestradiol en bijnierschorshormoon (DHEA) wel eens betere graadmeters zouden kunnen zijn voor het risico op botbreuken dan de botdichtheid. In één onderzoek werden 150.000 vrouwen na de menopauze een jaar lang gevolgd, nadat ze eerst een DEXA-scan hadden ondergaan. Maar liefst 82 procent van de vrouwen die in dat jaar een bot braken, had een goede T-score van hoger dan -2,5 en had dus eigenlijk gezonde botten.12

Fabel 5 Osteoporose ontstaat door te weinig oestrogeen en calcium
Het klopt dat oestrogeen een functie heeft in de botmineralisatie (botvorming) en dat hogere oestrogeenwaardes op jongere leeftijd beschermen tegen botverlies. Maar als osteoporose inderdaad ontstaat door een oestrogeentekort, dan heeft de natuur een enorme vergissing begaan bij het ontwerpen van het vrouwelijk lichaam. Dan hadden vrouwen eigenlijk hun hele leven lang over hoge concentraties oestrogeen en andere hormonen moeten beschikken.
Maar osteoporose komt niet overal ter wereld voor, en in ontwikkelingslanden zoals Suriname hebben ouderen veel minder vaak osteoporose dan in het Westen. Toch bevat de voeding van inheemse Zuid-Amerikanen veel minder calcium en krijgen ze, naar we aannemen, rondom hun menopauze ook geen hormonale substitutietherapie. Bovendien komen juist in landen waar het meeste calcium wordt geconsumeerd, de meeste heupfracturen voor.13
De oorzaak van osteoporose heeft vermoedelijk meer te maken met hoe het lichaam bepaalde voedingsstoffen verwerkt. De ziekte staat ook niet op zichzelf, maar hangt samen met allerlei andere factoren die mensen vatbaarder maken. Uit een onderzoek bij oudere vrouwen bleek bijvoorbeeld dat osteoporose verband hield met de algehele voeding en het vermogen van het lichaam om vetten en eiwitten op te slaan. Vrouwen met osteoporose hadden meer kans om ondervoed te raken, hadden minder eetlust en leden vaker aan hart- en vaatziektes.14

Fabel 6 Verloren botweefsel komt nooit meer terug
Botweefsel herstelt zichzelf voortdurend en doet dat op elke willekeurige leeftijd, ook bij lage hormoonspiegels.
Onderzoekers analyseerden de botten van zeer actieve vrouwen en niet-actieve vrouwen van 30 tot 85 jaar oud en ontdekten dat die, ongeacht de leeftijd, grote verschillen vertoonden.15 Verder bleken vrouwelijke verpleeghuispatiënten van gemiddeld 81 jaar in drie jaar tijd hun botmineraaldichtheid te kunnen verhogen door oefeningen te doen en extra calcium en vitamine D te slikken.16 Ook een Frans onderzoek liet zien dat het aantal heupfracturen bij gezonde vrouwen van 84 die extra calcium en vitamine D3 slikten, 42 procent lager was dan bij vrouwen die een placebo slikten. In de behandelde groep steeg de botdichtheid van het dijbeen bovendien met 2,7 procent, terwijl die in de placebogroep juist met 4,6 procent daalde.17
Als het dus aan uw botten ligt, bent u nooit te oud om iets aan uw leefstijl te veranderen.

1 Volksgezondheid Toekomst Verkenning, Nationaal Kompas Volksgezondheid. Bilthoven: RIVM, http://www.nationaalkompas.nl/gezondheid-en-ziekte/ziekten-en-aandoeningen/bewegingsstelsel-en-bindweefsel/osteoporose/omvang/
2 Butler M et al. Treatment of Common Hip Fractures. Rockville, MD: Agency for Healthcare Research and Quality (VS), 2009; www.ncbi.nlm.nih.gov/books/NBK32595/
3 Ageing Res Rev, 2003; 2: 57-93; Drugs Aging, 2005; 22: 877-85
4 Lancet, 1993; 341: 673-5
5 Price WA. Nutrition and Physical Degeneration. New Canaan, CT: Keats Publishing, 1997
6 Lancet, 1983; 1: 1413-4; Acta Orthop Scand, 1984; 55: 290-2
7 Love S. Dr. Susan Love’s Hormone Book. New York: Random House, 1997
8 Osteoporos Int, 2011; 22: 1377-88
9 Proc Soc Exp Biol Med, 1992; 200: 149-152
10 Nutr Today, 2006; 41: 171-7
11 J Musculoskelet Neuronal Interact, 2004; 4: 50-63
12 Arch Intern Med, 2004; 164: 1108-12
13 J Gerontol A Biol Sci Med Sci, 2000; 55: M585-92
14 Medicina [Kaunas], 2006; 42: 836-42
15 Med Sci Sports Exerc, 1986; 18: 576-80
16 Med Sci Sports Exerc, 1981; 13: 60-4
17 N Engl J Med, 1992; 327: 1637-42

Dubieuze DEXA
De gouden standaard onder de scanmethodes voor de botdichtheid is Dual-Energy X-ray-Absorptiometrie of DEXA-scan – een speciaal soort röntgenonderzoek. Hierbij krijgt u eerst een injectie met een radioactieve vloeistof, waarna u op een tafel gaat liggen en gedurende een halfuur tot een uur wordt gescand. Meestal worden er botmetingen gedaan aan de wervelkolom, heupen, hielen en onderarmen.
De DEXA-scan is echter niet altijd even nauwkeurig. De meetwaardes aan de heupen kunnen na een wandelingetje door de kamer tot wel 6 procent afwijken. Dat is net zoveel als het botverlies dat normaal gesproken over een periode van zes jaar optreedt, zegt Susan M. Ott, arts, onderzoeker en docent aan de Universiteit van Washington.1 Ook kan de meetnauwkeurigheid in het geding raken door een slechte kwaliteitscontrole van de apparatuur, bedieningsfouten of een onjuiste positie van de patiënt onder het scanapparaat.2 Ten slotte kunnen extreem onder- of overgewicht, leeftijd (boven de zestig) en zelfs artrose de metingen beïnvloeden.
Het is verder nog maar de vraag of het wel zo nuttig is om de botmassa te meten. Die is namelijk niet altijd direct gerelateerd aan de botsterkte.1 Zo zorgt fluoride voor een aanzienlijk verhoogde botmassa, maar ook voor minder sterke botten. Om die reden hebben ouderen in gemeenschappen waar veel fluoride wordt gebruikt, ook vaker osteoporose. Daarnaast kunnen sommige geneesmiddelen de botmassa met 5 procent verhogen, terwijl het bot toch niet sterker wordt, omdat de botstructuur zelf is beschadigd. Uit onderzoek blijkt dat slechts de helft van de mensen van wie wordt gedacht dat ze door een lage botdichtheid een hoog risico op een botbreuk hebben, ook daadwerkelijk een bot breken.3

1 BMJ, 1994; 308: 931-2
2 BMJ, 1994; 308: 1567
3 BMJ, 1996; 312: 296-7

Verhoogde kans op vallen
Als u als oudere vrouw een heup breekt, krijgen uw zwakke botten daar meestal de schuld van. Maar wat als u nu eens sneller valt dan vroeger? De medicijngroepen hieronder verhogen allemaal de kans dat u valt:

tranquillizers (kalmeringsmiddelen)
barbituraten (slaap- en verdovingsmiddelen)
pijnstillers
antihypertensiva (bloeddrukverlagers)
anti-epileptica (middelen tegen o.a. epilepsie)
sedativa (kalmeringsmiddelen)
antidepressiva (middelen tegen depressie)

Levenslang in de verbouwing
Gezond bot is een dynamisch, levend geheel waarin voortdurend botweefsel wordt afgebroken en weer aangemaakt. Twee soorten cellen zijn daarvoor verantwoordelijk: osteoclasten, de sloopwerkers, die versleten botweefsel weghalen; en osteoblasten, de constructiewerkers, die met mineralen als calcium, magnesium en boor weer nieuw, gezond botweefsel aanmaken. Binnen enkele weken herstelt dit proces van botafbraak en -aanmaak de microscopisch kleine breuken die dagelijks in onze botten ontstaan door de normale belasting van het lichaam. Ook botmassa die verloren is gegaan, kunnen we opnieuw opbouwen. Zelfs mensen die ondervoed of ernstig ziek zijn geweest, kunnen nieuw bot maken, zodra hun voedingstoestand weer normaal is. En dat blijft tot op hoge leeftijd mogelijk.1
Botten breken doordat ze die normale, dagelijkse minibreukjes niet goed meer kunnen repareren. Niet de botdichtheid of te dunne botten zijn het probleem, maar een gebrekkig vermogen om bot aan te maken en te herstellen. En dat probleem is grotendeels te wijten aan een tekort aan juiste voedingsstoffen en lichaamsbeweging, te veel schadelijke stoffen in de omgeving en zelfs medicijngebruik.
Onze botten zijn bovendien de belangrijkste opslagplaats van mineralen voor ons lichaam. Zodra het bloed te weinig voedingsstoffen als calcium, magnesium en fosfor bevat, worden die aangevuld vanuit ons botweefsel. Hetzelfde gebeurt wanneer ons lichaam bij een te hoge zuurgraad bepaalde stoffen nodig heeft als buffer om het zuur-base-evenwicht te herstellen.
Normaal gesproken wordt dit tijdelijke verlies aan mineralen in de botten weer aangevuld door gezonde voeding. Maar als dat niet gebeurt, dan raken de voorraden in het bot uitgeput, met osteoporose als eindresultaat. In feite ontstaat osteoporose dus doordat ons lichaam ons hele leven lang probeert een essentieel inwendig evenwicht in stand te houden, verklaart dr. Brown.

1 Med Sci Sports Exerc, 1981; 13: 60-4

Beter geen bisfosfonaten
‘Voor mij is het een soort wondermiddel’, zei Sally Field over haar medicijn, waarover ze dagelijks een blog schreef op haar Rally with Sally-website. ‘We gaan deze maand met ons hele gezin naar Hawaï… En ik hoef geen groot pakket medicijnen in mijn koffers te stoppen, want één tablet Boniva® beschermt mijn botten de hele maand lang.’
Geneesmiddelen als Boniva (ibandroninezuur), Fosamax (alendroninezuur), Reclast (zoledroninezuur) en Actonel (risedroninezuur) zijn inmiddels internationale bestsellers, vooral onder vrouwen na de menopauze, de groep die het meest te lijden heeft van osteoporose. Deze bisfosfonaten bevatten een stof die, zo wordt geclaimd, botopbouwende stoffen nabootst die van nature in het lichaam voorkomen. Maar het enige wat ze doen, is de botafbraak remmen en de osteoclasten van hun werk afhouden.
‘Bij patiënten die bisfosfonaten gebruiken, is de botaanmaak met 95 procent gedaald’, legt Susan Ott uit. ‘Die bisfosfonaten komen in het botweefsel terecht, waar ze zich door de jaren heen ophopen. Het zou zomaar kunnen dat dit jarenlange medicijngebruik de botten brozer maakt of ons vermogen aantast om schade te herstellen. Want vrouwen die vijf jaar lang alendroninezuur hebben gebruikt, lopen net zo vaak botbreuken op als vrouwen die met het middel zijn gestopt.’
Dat beginnen artsen nu ook te ontdekken. Onderzoek wijst uit dat bisfosfonaten de kans vergroten op ‘atypische’ fracturen – zoals breuken in het dijbeen en subtrochantaire fracturen (breuken van het beenuitsteeksel aan het dijbeen onder het heupgewricht). Vrouwen die minstens vijf jaar lang regelmatig bisfosfonaten hadden gebruikt, kregen dit soort breuken 2,7 keer zo vaak als vrouwen die deze middelen soms of korter dan honderd dagen hadden gebruikt.1
Uit ander onderzoek blijkt dat bisfosfonaten ‘vermoeidheidsfracturen’ (haarscheurtjes in het bot) veroorzaken. Onder 12.777 vrouwen van 55 jaar en ouder, hadden 59 vrouwen een vermoeidheidsfractuur, waarvan er 46 op dat moment bisfosfonaten slikten.2
We weten inmiddels ook dat bisfosfonaatgebruikers een grotere kans hebben op botnecrose van de kaak; daarbij geneest het kaakbot niet goed na het trekken van een tand of kies, kunnen er ontstekingen ontstaan en moet afgestorven botweefsel soms operatief worden verwijderd.3
Susan Ott: ‘Veel mensen denken dat bisfosfonaten “bottenbouwers” zijn. Maar onderzoek wijst uit dat het juist botverharders zijn.’ Ook zijn er nog allerlei andere bijwerkingen, zoals boezemfibrilleren (ongecoördineerde samentrekkingen van de hartboezem), verhoogde bloeddruk, bot- en gewrichtspijn en bloedarmoede. En die maken u allemaal weer gevoeliger voor… osteoporose.

1 JAMA, 2011; 305: 783-9
2 N Engl J Med, 2011; 364: 1728-37
3 J Natl Cancer Inst, 2007; 99: 1016-24
 

Wilt u dit artikel lezen?

Als abonnee kunt u dit artikel gratis lezen door in te loggen op uw account. Nog geen abonnee? Sluit nu een abonnement af.

Andere archief artikelen

Het Laatste woord ;De illusie van de goochelaar

De ‘relatieve risicoverhouding’: zij stimuleert de verkoop van nieuwe medicijnen - waar een groot deel van de winst van Big Pharma wordt gemaakt - en geeft de massame-dia hun content. Zij laat het lijken alsof we allemaal heel erg bezig zijn met briljant zijn en het...

Uitgelezen: Menokilo’s

De boodschap die Leen Steyaert in dit boek aan vrouwen in de overgang wil geven, is dat je het streven naar je ideale gewicht moet loslaten. Zij leert je dat het belangrijker is om fit en gezond te zijn, dan het hebben van een paar kilo’s meer. In het eerste deel van...

Medicatie is vaak geen genezing

In 2020 kwam het boek Studeerden wij medicijnen of geneeskunde? van huisarts Lieneke van de Griendt uit. Een moedige daad: als huisarts collega’s uitnodigen te reflecteren op de uitoefening van hun vak, en nog een stap verder: ze aan te moedigen zichzelf af te vragen:...

Genetische manipulatie; Synthetisch voedsel weet wat je eet

Via de achterdeur komen talloze soorten genetisch gemodificeerde en gemanipuleerde voedingsmiddelen de voedselketen binnen. Veel mensen eten deze producten zonder dat ze dit weten of er een keuze in hebben. Cate Montana bespreekt in het laboratorium gekweekte...

Van ziekte en zorg naar gezond gedrag

Trainen van gezond gedrag en mentale fitheidAls kind genas Heidi Stiegelis van lymfeklierkanker. Sindsdien wilde ze de wereld op het gebied van zorg en leefstijl veranderen. En zo geschiedde. Vanuit haar psychologiepraktijk traint zij nu (zorg)professionals in het...