Einde chemotherapie in zicht?

Het verkoudheidsvirus kan kanker in slechts één week vernietigen en de behandeling – virotherapie – zou in de toekomst chemotherapie kunnen vervangen.

Komt het einde van de chemotherapie eindelijk in zicht? Zo ja, dan zal dit giftige paardenmiddel dat kan genezen maar ook doden, worden overtroefd door het verkoudheidsvirus – en dat zou al binnen een paar jaar kunnen gebeuren. Het verkoudheidsvirus kan tegen die tijd de standaardbehandeling zijn tegen een reeks tot op heden onbehandelbare kankervormen.

Virotherapie – waarbij aangepaste virussen en bacteriën worden ingezet om kanker en aandoeningen van het centrale zenuwstelsel te behandelen – staat al meer dan een eeuw op de medische radar, maar is nu ineens op het hoofdpodium verschenen. In de afgelopen maanden meldden onderzoekers van de Britse University of Surrey dat ze het verkoudheidsvirus (coxsackievirus) hadden ingezet bij 15 gevallen van blaaskanker. Het bleek de tumoren in slechts een week te vernietigen.1

‘Het virus gaat de tumor binnen en vermenigvuldigt zich, als een soort virusfabriekje. Het verhit de tumoromgeving en richt zich heel specifiek op de kanker. Het bleek het minst toxisch te zijn van alles wat ik in jaren heb gezien,’ zegt hoofdonderzoeker professor Hardev Pandha.2 Ook bleek dat het virus – in tegenstelling tot chemotherapie, dat alle levende cellen doodt – geen gezonde cellen had aangevallen. In de meeste weefselmonsters was de kanker dramatisch teruggedrongen en in één geval was het compleet verdwenen.

‘Bij alle patiënten zagen we een afname van de tumorlast en meer sterfte van kankercellen en bij één patiënt was er al na een week geen spoor van kanker meer te bekennen, wat de potentiële effectiviteit van de behandeling wel aantoont. Vermeldenswaardig is ook dat bij geen van de patiënten noemenswaardige bijwerkingen optraden,’ vervolgt Pandha.

In de urinemonsters van de patiënten zaten ook kankercellen die werden ‘afgevoerd’, wat suggereert dat de therapie nog doorwerkt en doorgaat met het doden van kankercellen tijdens hun ontwikkeling.  Het virus zou volgens de onderzoekers binnen drie jaar ‘een universeel middel’ kunnen worden tegen alle vormen van kanker. Er lopen ook proeven met gevallen van borst-, darm- en longkanker en met een reeks huidziekten.

Op de markt brengen

Volgens dr. Nicola Annels, postdoc aan de universiteit van Surrey, zou virotherapie ‘een transformatie teweeg kunnen brengen in de manier waarop we kanker behandelen en het zou het einde kunnen inluiden van gevestigde behandelingen zoals chemotherapie’.

Er zijn al eerdere versies van oncolytische (kankerbestrijdende) virotherapie op de markt. In 2005 bracht de Chinese instantie voor medicijnregulering als eerste een oncolytisch virus (H101) op de markt als Oncorine, een genetisch gemodificeerd virus tegen hoofd- en nekkanker. De Amerikaanse regulerende overheidsinstantie FDA volgde tien jaar later met de goedkeuring van T-VEC, een gemodificeerde vorm van het herpesvirus, om de huidkanker melanoom te bestrijden. Regelgevers in Australië en in Europa gaven hun goedkeuring een jaar later.

Het heeft ontzettend lang op zich laten wachten, zelfs al vanaf begin 18e eeuw, toen artsen opmerkten dat kanker bij patiënten met een infectie in remissie ging – en soms helemaal verdween.
Tot zijn dood in 1936 pionierde de New Yorkse chirurg Dr. William Coley met de inzet van bacteriële vaccinaties ter behandeling van inoperabele tumoren (zie kader, p20) totdat de virotherapie naar de achtergrond werd verdrongen door nieuwe behandelingen zoals bestraling en chemotherapie.

De afgelopen jaren is er een heropleving te zien van het virotherapie-onderzoek en hoewel de belangrijkste doorbraak werd gemaakt door de onderzoekers van Surrey, lopen anderen niet ver achter. In een reageerbuisonderzoek werd het herpes simplex virus, dat een koortslip en keelpijn kan veroorzaken, ingezet om neuro-endocriene kankercellen (NEC) te doden.
NEC tast cellen in de maag, darmen en longen aan. Meestal wordt de tumor operatief verwijderd, maar volgens onderzoekers van het Duitse Centrum voor Kankeronderzoek is virotherapie een ‘veelbelovende’ nieuwe behandeling.3

De virotherapie zou ook kunnen worden toegepast bij dikkedarmkanker. Onderzoekers van Duke University Medical Center richten zich op deze vorm van kanker en volgens hen kunnen virussen een natuurlijk, op specifieke cellen gericht afleveringsmechanisme vormen.4

Mazelen, niet altijd slecht

De wereld wil het mazelenvirus uitroeien, maar dit virus doodt wel cellen van een agressieve en meestal dodelijke hersentumor genaamd glioblastoom. Onderzoekers van Tübingen University Hospital in Duitsland hebben met gemodificeerde mazelenvirussen reageerbuisonderzoek uitgevoerd op celculturen van glioblastoom. Zij zagen net als de onderzoekers van Surrey dat het virus een ontsteking veroorzaakte die uiteindelijk zorgde voor het afsterven van de kankercellen.5

Artsen van de Mayo Clinic experimenteerden een paar jaar eerder al met het mazelenvirus. Zij zetten dit in bij een uitbehandelde patiënte met een vorm van bloedkanker genaamd multipel myeloom (ziekte van Kahler).

De 49-jarige vrouw zag de Mayo Clinic als haar laatste kans, nadat ze al chemotherapie en twee stamceltransplantaties had gehad; toen ze op haar afspraak verscheen had ze al een tumor ter grootte van een golfbal op haar hoofd en waarschijnlijk nog slechts een paar weken te leven. Het Mayo-team diende haar een dosis van een genetisch gemodificeerd mazelenvirus toe dat voldoende was om 10 miljoen mensen te vaccineren.

De reactie kwam bijna onmiddellijk: binnen 5 minuten kreeg ze een denderende hoofdpijn en haar temperatuur steeg tot boven de 40°C, waarna ze begon te braken en rillen. De grote tumor verdween binnen 36 uur en binnen 2 weken waren alle sporen van kanker in haar lichaam uitgewist.
Het virus zorgt ervoor dat kankercellen zich aaneenvoegen en barsten, aldus Mayo Clinic onderzoeker dr. Angela Dispenzieri. Het zet ook het immuunsysteem aan tot het opsporen en opvegen van eventuele terugkerende kankercellen.6

‘Ik denk dat het lukte omdat we een veel hogere dosis hebben gegeven dan alle anderen,’ zegt Mayo-onderzoeker dr. Stephen Russell. ‘De hoeveelheid virus in de bloedbaan bepaalt hoeveel daarvan in de tumoren terechtkomt.’

Ook planten

Maar het gaat niet alleen om het gewone verkoudheidsvirus en het mazelenvirus; ook plantenvirussen, zoals het ‘koebonenmozaïekvirus’, en plantenbacteriën – die al worden gebruikt bij de fagenbehandeling (zie kader hieronder) – zouden kankerbestrijders kunnen worden. Na aanpassing van hun eiwitmantel (capside) fungeren deze virussen als bezorgsysteem, aldus onderzoekers van Rice University te Houston.7

De virussen vallen de achilleshiel van de kankercellen aan. Tijdens hun ontwikkeling verliezen kankercellen het vermogen om zichzelf tegen virale infecties te verweren, zo legt Grant McFadden van de Arizona State University uit.

‘De uitdaging ligt in het vinden van het juiste virus en het beslissen over hoe we het kunnen bewapenen en op de juiste plek bezorgen,’ zegt hij. In sommige tumoren kan de injectie direct worden toegediend, maar andere zijn onbereikbaar of zitten zelfs verspreid door het lichaam.8
In de meeste gevallen veroorzaakt de infectie ook koorts en bij het optreden van spontane remissie, waarbij de kanker op mysterieuze wijze verdwijnt, lijkt koorts de gemene deler te zijn. De remissies die de New Yorkse chirurg Coley onderzocht waren meestal het gevolg van een bacteriële infectie, hoewel onderzoekers nu aantonen dat virussen dezelfde genezende effecten hebben – tegen onze dodelijkste vijand.

Bronnen:
1 Clin Cancer Res, 2019; doi: 10.1158/1078-0432.CCR-18-4022
2 Daily Telegraph, July 4, 2019
3 Neuroendocrinology, 2019 Jun 13; doi: 10.1159/000500159
4 Expert Opin Biol Ther, 2005; 5: 1627–33
5 Mol Ther Oncolytics, 2018; 12: 147–61
6 Mayo Clin Proc, 2014; 789: 926–33
7 Wiley Interdiscip Rev Nanomed Nanobiotechnol, 2019; 11: e1545
8 Live Science, November 18, 2018


Terug naar bacteriën

Nu overmatig antibioticagebruik de opkomst van de superbacterie veroorzaakt, is fagentherapie – waarbij specifieke bacteriële virussen, ofwel bacteriofagen, worden ingezet tegen infecties – een mogelijk alternatief geworden. Deze behandeling, die in Rusland, Georgië en Polen al tachtig jaar of langer wordt uitgevoerd, werd ingezet bij de behandeling van wonden van soldaten in de Tweede Wereldoorlog, maar de ontdekking van penicilline zorgde voor een abrupt einde van het westerse onderzoek naar deze therapie.

Nu tonen onderzoekers opnieuw interesse en zijn er proeven uitgevoerd bij infecties zoals MRSA (ook wel bekend als de ziekenhuisbacterie), en in klinische proeven is de effectiviteit onderzocht tegen oorontsteking. Anderen keken naar een mogelijke behandeling tegen de maagbacterie E.coli. Dit jaar gaf de Amerikaanse FDA goedkeuring voor het eerste klinische onderzoek naar intraveneus toegediende fagentherapie.

Als kanker gewoon verdwijnt

William Coley was een jonge chirurg, pas afgestudeerd aan Harvard, toen hij – nadat hij het leven van een 17-jarig meisje met kanker niet had kunnen redden – geobsedeerd raakte door de ziekte en vooral door spontane remissies; die zeldzame gevallen waarbij kanker gewoon op onverklaarbare wijze verdwijnt. Maar toen Coley de medische literatuur erop nasloeg besefte hij dat de remissies niet zo geheimzinnig waren; ze volgden een patroon. De kankerpatiënt had een bacteriële infectie opgelopen die zorgde voor hoge koorts en vervolgens verdween de tumor.

Er was zelfs zo’n ziektegeval vlakbij Coley’s huis in New York. Op een dag aan het eind van de 19e eeuw bezocht hij Fred Stein, die in het laatste stadium van sarcoom (wekedelenkanker) had verkeerd. Maar na een aanval van wondroos, een ernstige huidinfectie veroorzaakt door de erysipelasbacterie, was de tumor volledig verdween.

De tumor was meerdere keren verwijderd, maar Stein kwam steeds terug en de chirurgen hadden hem opgegeven, vooral na de wondroosinfectie. Hij zei tegen Coley dat de infectie een torenhoge koorts had veroorzaakt toen die zich naar zijn gezicht en nek had verspreid, waar de tumor zat. Een paar weken later kreeg Stein weer een aanval, maar toen verdween zijn tumor. En nu zat hij daar, zeven jaar later, levend en wel zijn verhaal te vertellen aan Coley.

Coley ging terug naar het ziekenhuis waar hij werkte, bereidde een middel met de erysipelasbacterie en injecteerde het direct in een sarcoom in de nek van een patiënt. Binnen een uur was de patiënt misselijk en had rillingen, pijn en hoge koorts (40°C). De infectie hield tien dagen aan, maar al op de tweede dag begon de tumor in grootte af te nemen. Binnen twee weken was hij volledig verdwenen.

Dit was het begin van jarenlang klinisch onderzoek waarbij Coley proeven deed met verschillende vormen van kanker en verschillende bacteriemengsels. Zijn succespercentage was ongeveer 10 procent voor ongeneeslijke of niet chirurgisch te verwijderen kankers, maar zijn vakgenoten accepteerden zijn werk nooit, waardoor het grotendeels werd vergeten toen er nieuwe behandelingen zoals bestralingstherapie werden ingevoerd.

Wilt u dit artikel lezen?

Als abonnee kunt u dit artikel gratis lezen door in te loggen op uw account. Nog geen abonnee? Sluit nu een abonnement af.

Andere artikelen van Bryan Hubbard

De medicijnen zijn heerlijk

Het Laatste woord: De illusie van de goochelaar

Het laatste woord; Is het beter om niets te voelen?

Het laatste woord

Artsen weten wel beter

Column dr. Wendy Lin; Handzenuw in de knel

Anderhalf jaar geleden kwam een man in mijn praktijk. Hij was net gepensioneerd. Zijn hele leven was hij internationaal correspondent geweest, dus hij had veel tijd achter zijn toetsenbord doorgebracht. Tuinieren was de hobby waarin hij altijd zijn rust had gevonden....

Bryan Hubbard avatar

Over de auteur

Bryan Hubbard studeerde filosofie aan de universiteit van Londen. Hij is de echtgenoot van Lynne McTaggart en samen zijn zij directeur van twee uitgeverijen, WDDTY Publishing Ltd en New Age Publishing Ltd. Hij is uitgever van het maandblad What Doctors Don’t Tell You. ( Het moederblad van Medisch Dossier)
Lees meer artikelen van Bryan Hubbard