‘Boven de deur van zijn werkkamer had Veldman een rood lampje dat brandde wanneer hij met een cliënt aan het werk was’, vertelt Eric me. ‘Ted vond dit maar onzin en hij heeft het laten weghalen…’ Ik heb er echt even op moeten kauwen, op dat rode lampje. In eerste instantie ben je geneigd te denken dat het de man of vrouw dient die behandeld wordt. Als je schaars gekleed op een onderzoeksbank ligt is het niet prettig als er ineens een vreemde binnenkomt, is de voor de hand liggende gedachte. Bij nadere beschouwing zou het rode lampje ook kunnen dienen om pottenkijkers te weren.
Een behandelaar die ongestoord zijn gang wil gaan, heeft ook belang bij zo’n lampje. En je hoeft dan niet direct aan seksueel grensoverschrijdend gedrag te denken. Het zou, om eens iets heel anders te noemen, ook te maken kunnen hebben met onzekerheden en onvolkomenheden in de beroepsuitoefening; waarvan iemand zich wel bewust is, maar waar hij of zij zich voor schaamt. En die uit angst om daarmee tegen de lamp te lopen maar beter buiten het zicht van collega’s kunnen blijven.
Binnen dat laatste referentiekader is het ook nogal defensief ingestoken: het risico dat iemand iets van jouw beperkingen waarneemt kan maar beter tot een minimum beperkt blijven. De vraag blijft dus, in algemene termen: waartoe dient het sein ‘niet storen’ op de deur van een zorgverlener?
In mijn tijd als psychiater was er regelmatig discussie over de therapeutische benadering van mensen met ernstige borderline problematiek. Volgens sommige therapeuten zou je uit zelfbescherming soms maar beter kunnen werken met de deur van je spreekkamer half open, om op niets gebaseerde klachten van de borderliner voor te zijn. Dat is pas gebrek aan vertrouwen, lijkt mij. En niet bevorderlijk voor het proces van iemand met diepgewortelde gevoelens van onveiligheid in de relatie met andere mensen. Je bevestigt dan toch iemands angsten, door je zo defensief op te stellen?
Als hulpverlener is je belangrijkste taak: het bewerkstelligen van een vertrouwensrelatie. Ook al voer je ‘slechts’ een kleine chirurgische ingreep uit aan een voet. En wat gaat daaraan vooraf? Zelfvertrouwen.
De dokter of therapeut die een rood lampje nodig heeft, is eerst en vooral op zoek naar de veiligheid in zichzelf. Er is pas een veilige werkrelatie mogelijk als de deur van de werkkamer op ieder moment kan openzwaaien, zonder dat dit tot schrik leidt bij de zorgprofessional.
Zolang hij of zij onbewust bang is om op iets betrapt te worden, ontbreekt er iets aan de veiligheid en zal de uitkomst van welke therapie dan ook daar niet beter van worden. Zacht uitgedrukt.
