01-09-2019

Een nieuwe heup. Is het wel nodig?

Mensen krijgen steeds vaker een nieuwe heup. Maar fysiotherapeut Mitchell Yass denkt dat opereren vaak helemaal niet nodig is. Hij weet hoe u van uw pijn af kunt komen, zelfs als u al geopereerd bent.

Het vervangen van een totale heup is in de westerse wereld een van de meest uitgevoerde vrijwillige operaties. U kunt geen straat uitlopen zonder iemand tegen te komen die moeilijk loopt na een heupvervanging… en somber en teleurgesteld is over het resultaat.
En die mensen hebben volgens mij nog geluk gehad. Ik ken veel patiënten met een nieuwe heup die uiteindelijk een wandelstok, een rollator of zelfs een rolstoel nodig hadden. En dat na een ingreep waarvan werd gezegd dat de patiënt na een paar weken weer zou kunnen dansen. Het ergste van alles is dat de meesten van hen helemaal geen nieuwe heup nodig hadden.

In 2000 werd in de VS 138.700 keer een nieuwe heup geplaatst. In 2010 was dat aantal gestegen naar 310.800. De stijging gold voor alle leeftijdsgroepen boven de 50 jaar (55 64 jaar: 85 procent, 65 74 jaar: 62 procent, en vanaf 75 jaar: 68 procent).1 Ook in Nederland stijgt het aantal heupvervangingen: in 2010 kregen 23.338 mensen voor het eerst een nieuwe heup, en dit aantal neemt sindsdien elk jaar toe, tot 29.937 in 2017.2

Niet alleen het aantal totale heupvervangingen is in 10 jaar tijd met 250 procent gestegen, het aantal hersteloperaties (waarbij een eerdere heupprothese wordt vervangen door een nieuwe) stijgt ook gestaag. In de VS zijn het er inmiddels ongeveer 40.000 per jaar.3 In Nederland werden 2952 van deze hersteloperaties uitgevoerd in 2010; in 2017 waren dat er al 3911.2

Volgens artsen worden er tegenwoordig veel meer hersteloperaties uitgevoerd omdat er veel meer nieuwe heupen worden geplaatst, vooral bij jongere patiënten. En een heupprothese is na een aantal jaren versleten. In de 25 jaar dat ik dit werk doe, heb ik veel mensen met een nieuwe heup behandeld vanwege pijn. De meesten van hen hadden binnen enkele maanden na hun eerste heupoperatie een of meerdere hersteloperaties nodig. Hun kunstheup was niet versleten, maar omdat de patiënten pijn bleven houden na de operatie, concludeerde de chirurg dat er iets niet goed gegaan was bij de oorspronkelijke ingreep. Maar de pijn kwam heel ergens anders vandaan.

Onderzoekers van de Universiteit van Pennsylvania hebben op de jaarlijkse bijeenkomst van de Amerikaanse Academie van Orthopedisch Chirurgen (AAOS) in 2018 een onderzoek gepresenteerd waarin ze schatten dat in 2030 het aantal eerste heupvervangingen in de VS met 171 procent zal zijn gegroeid, tot 635.000 operaties per jaar. Voor hersteloperaties voor heupprothesen verwachten ze een groei van 142 procent (72.000 operaties). Voor het jaar 2060 verwachten de onderzoekers 1,23 miljoen eerste heupvervangingen (een stijging van 330 procent) en 110.000 hersteloperaties (een stijging van 219 procent).4

Een kwestie van geloven

Deze cijfers suggereren dat het aantal mensen dat geopereerd moet worden vanwege pijn in de heup de komende veertig jaar enorm zal toenemen. Dat komt grotendeels omdat een operatie de enige oplossing is voor deze mensen. Het is niet eenvoudig om te bepalen of u een nieuwe heup nodig hebt. Het gaat er vooral om wat en wie u gelooft. Als u ergens bij uw heup pijn hebt, maakt de arts een röntgenfoto of een MRI-scan. Als hij daarop ziet dat de ruimte tussen de botten in het gewricht kleiner is geworden, denkt de chirurg dat daar de oorzaak van de pijn ligt en dat u een operatie nodig hebt.

De chirurg zal op de beelden de afgenomen gewrichtsruimte aanwijzen tussen het dijbeen en de heupkom in het bekken: de twee botten die het heupgewricht vormen. Op basis van deze beelden zal hij zeggen dat er geen ruimte in uw heupgewricht zit, dat het gewricht nu bot-op-bot beweegt, en dat u geen andere keus hebt dan een nieuwe heup.

Maar bedenk dat de arts het beeld met het blote oog bekijkt. Zo kan hij onmogelijk onderscheid maken tussen een kwart, twee of vijf millimeter ruimte in het gewricht. En die ruimtes zijn allemaal groot genoeg om het gewricht te bewegen. Het vervangen van een heup alleen op basis van een röntgenfoto zou geen aanvaardbare medische praktijk mogen zijn. Bij mensen die helemaal geen pijn in hun heup hebben, kunnen vergelijkbare afwijkingen in het gewricht te zien zijn.

In een onderzoek uit 2015 door onderzoekers van de School of Medicine van de Universiteit van Boston werd gekeken naar een groep van bijna 1000 patiënten. Van de mensen met pijn in de heup had slechts 16 procent artrose (gewrichtsslijtage, te zien op een röntgenfoto). Omgekeerd was slechts 21 procent van de heupen waarop artrose te zien was pijnlijk. De resultaten van een tweede groep, van meer dan 4000 patiënten, kwamen hiermee overeen: slechts 9 procent van de patiënten met pijn in de heup had artrose, en slechts 24 procent van de patiënten met heupartrose had pijn.5

Onderzoekers van de Universiteit van Manchester in het Verenigd Koninkrijk vonden vergelijkbare resultaten. Zij rapporteerden dat je op röntgenfoto’s heel vaak kleine tot matige afwijkingen in de structuur van het gewricht ziet en dat die geen verband houden met pijn, terwijl grote afwijkingen zelden voorkomen, maar sterk verband houden met pijn.6

In een onderzoek met mensen zonder heupklachten of -pijn, waren bij 73 procent van de heupen afwijkingen te zien op MRI-beelden. Bij 69 procent waren scheurtjes te zien in de kraakbeenrand van de gewrichtskom.7

Bij mensen met en zonder pijn in de heup zijn op MRI-beelden ongeveer even vaak afwijkingen in de structuur van de heup te zien. Dan rijst de vraag: wat was er eerder, de afwijking of de pijn? Aangezien de meeste afwijkingen in de structuur van nature het gewricht aantasten, is het zeer waarschijnlijk dat de afwijking al aanwezig was voordat de pijn begon. En als bijna driekwart van de mensen zónder heuppijn een afwijkende structuur of aangetast gewricht blijkt te hebben, hoe kan iemand dan beweren dat die pijn veroorzaken?

In de 25 jaar dat ik diagnoses stel en pijn behandel, kon de pijn in 99 procent van de gevallen niet worden veroorzaakt door de afwijkingen in de structuur die op MRI- of röntgenbeelden te zien waren. De pijn zat namelijk niet in het heupgewricht zelf, maar in een spier die daarbij in de buurt ligt.

Het komt hierop neer: als artrose zichtbaar is op MRI- of röntgenbeelden, heeft dat alleen te maken met pijn in dat gebied als de artrose het bewegingsbereik van het gewricht beperkt. Elke poging om de oorzaak van pijn in het heupgebied te vinden is niet volledig als je de klachten niet goed interpreteert.

Ik heb duizenden keren voorkomen dat mensen een nieuwe heup kregen, alleen door te testen wat er precies aan de hand was. Ik heb ook duizenden mensen behandeld die wel een nieuwe heup hadden gekregen, maar daarna dezelfde pijn hielden. In beide situaties ontdekte ik dat het probleem in de spieren zat. Door de spieren te behandelen, werden deze mensen uiteindelijk verlost van hun klachten en konden ze alles weer doen.

Hoe weet u of uw botten direct tegen elkaar bewegen?

Laten we beginnen met de oorzaak die de orthopeed vaak als eerste noemt: dat bot over bot beweegt, zodat een nieuwe heup nodig is.
Een gewricht bestaat uit twee botten met daartussen, in de gewrichtsruimte, een laagje kraakbeen. Deze gewrichtsruimte met kraakbeen zorgt ervoor dat de botten over elkaar kunnen glijden. Dit is noodzakelijk om het gewricht zijn volledige bewegingsbereik te geven.

Als het laagje kraakbeen helemaal is weggesleten en er geen ruimte meer zit tussen de botten van een gewricht, dan kunnen de botten niet meer over elkaar glijden en wordt de beweging sterk beperkt. Niet alleen als de persoon zelf probeert het gewricht te buigen, maar ook als iemand anders dat doet. Als het gewricht niet verder kan buigen, voelt dat alsof het ene bot tegen het andere stoot: dat is bot-op-bot-contact.
Alleen zo’n groot verlies van bewegingsbereik rechtvaardigt de diagnose bot-op-bot-contact. Pijn alleen is geen reden voor deze diagnose.
In al die jaren, waarin ik duizenden patiënten heb behandeld die te horen hadden gekregen dat hun pijn kwam door te weinig kraakbeen in hun heupgewricht, hadden slechts twee of drie patiënten echt bot-op-bot-contact in de heup. Ik blijf me verbazen over de pijnlijke plaatsen van mensen, waarvan artsen zeggen dat de pijn door hun heupgewricht wordt veroorzaakt.

In bijna alle gevallen die ik heb behandeld en waarvan artsen zeiden dat het om een versleten heupgewricht ging, wist de patiënt zelfs niet eens waar zijn of haar heupgewricht precies zat. Veel mensen denken dat het heupgewricht boven in het bekken zit, maar dat is de bekkenrand.
Anderen wijzen naar de zijkant van hun bekken, omdat ze daar pijn voelen. In feite zitten de heupgewrichten ongeveer 10 cm onder de rand van het bekken (zie afbeelding hieronder). Om uw heupgewricht te vinden, legt u uw hand op de rand van uw bekken en beweegt u langs de zijkant van uw bekken ongeveer één handlengte omlaag, totdat u bot voelt uitsteken. Dat is de bovenkant (de kop) van het dijbeen, waar dat in het heupgewricht steekt.

Als uw pijn niet precies op deze plek zit, is een afwijking in de structuur van het heupgewricht (zoals artrose) niet de oorzaak van uw pijn. Specialisten beweren vaak dat pijn die u op een andere plaats voelt, uitstralende pijn vanuit het gewricht is, bijvoorbeeld als mensen klagen over pijn in hun lies.

Om dit te achterhalen, gaat u op uw andere zij liggen en laat u iemand anders proberen om de kop van uw dijbeen in uw heupgewricht te duwen. Als dit de pijn veroorzaakt die u meestal in uw lies voelt, dan is dat een goede aanwijzing dat de pijn in de lies inderdaad uitstraalt vanuit uw heupgewricht.

Maar het is waarschijnlijker dat deze test helemaal geen pijn in de lies veroorzaakt. Drukt u nu eens op de lies, op de plaats waar u de pijn meestal voelt. Als dat de pijn veroorzaakt of verergert, heeft u zojuist bewezen dat de pijn niet uitstraalt vanuit het heupgewricht, maar afkomstig is van een weefsel in de lies zelf, hoogstwaarschijnlijk in de kleermakersspier.

Als uw pijn boven het heupgewricht in het bekkengebied zit, is de kans groot dat hij van een verkrampte middelste bilspier komt. Deze spier houdt uw bekken op zijn plek en geeft evenwicht en stabiliteit, vooral als u op één been staat zoals tijdens het lopen of traplopen. Als die spier verkrampt is, veroorzaakt hij pijn vlak boven het heupgewricht, aan de zijkant van het bekken.

Als u pijn hebt in het gebied van de billen, dan komt die hoogstwaarschijnlijk van een verkrampte spier die de peervormige spier wordt genoemd. Deze spier loopt diagonaal vanaf het heiligbeen (het onderste deel van de wervelkolom) over de billen naar het heupgewricht. Als de middelste bilspier verkrampt is, probeert de peervormige spier te helpen evenwicht en stabiliteit te geven – wat uiteindelijk niet lukt.

Pijn aan de zijkant van de dij, en soms tot aan de knie, is vaak het resultaat van een verkrampte spier aan de buitenkant van de dij, die de ‘spanner van het peesblad van het bovenbeen’ wordt genoemd. Deze spier is bevestigd aan een pees (de iliotibiale band) die van de heup naar net onder de knie loopt. Ook deze spier helpt mee als de middelste bilspier niet goed werkt, wat kan leiden tot verkramping. Dus in al deze situaties – een peervormige spier, spanner peesblad bovenbeen of iliotibiale band die pijn veroorzaakt – is de werkelijke schuldige een verkrampte middelste bilspier.

De belangrijkste oorzaak daarvan is dat alle spieren die een taak moeten uitvoeren, evenveel of meer kracht moeten leveren dan ze nodig hebben voor die taak. Als een spier dat niet doet, raakt hij verkrampt en veroorzaakt pijn. En de peervormige spier en de spanner van het peesblad van het bovenbeen kunnen het krachtsverlies van de middelste bilspier niet compenseren.

Als uw pijn niet door artrose of een andere afwijking in de structuur van uw heup wordt veroorzaakt, hoe kunt u dan weten of een of meer van deze spiergroepen uw pijn veroorzaakt? Omdat spieren verantwoordelijk zijn voor zowel beweging als houding, moet er in één of beide enig verschil te zien zijn wanneer een spier verkrampt raakt. Daarom moet je de veranderde houding en bewegingspatronen onderzoeken om vast te stellen welk weefsel de klachten veroorzaakt.

Test 1: Uw evenwicht

De middelste bilspier loopt van de zijkant van het bekken naar het heupgewricht. Als u op één been staat of hurkt, buigt uw lichaam waarschijnlijk naar de kant van het opgetilde been. De middelste bilspier aan de buitenkant van het bekken, aan de kant van het been waarop u staat, probeert dan om tegenkracht te geven.

Als de spier evenveel of meer kracht geeft dan het lichaam dat naar binnen leunt, blijft u in evenwicht. U moet ook stabiel blijven staan en uw knie moet boven uw voet blijven.

Maar als de middelste bilspier te zwak is, valt u naar de kant van het opgetilde been, en als u probeert op één been te hurken, zal uw knie mogelijk naar binnen bewegen. Dat zijn allebei duidelijke tekenen van een verkrampte middelste bilspier.
Dus, als u pijn houdt in uw heupgebied en u denkt dat dat komt door een verkrampte middelste bilspier, dan kunt u dat eenvoudig bevestigen: dat klopt als u niet op één been kunt staan of hurken.

 

Test 2: Hoe goed kunt u lopen?

Als een verkrampte middelste bilspier de oorzaak is van pijn in het heupgebied, kunt u minder goed lopen. Als iemand aan één kant een verkrampte middelste bilspier heeft, zal hij bij het lopen vaak naar de andere kant overhellen.

Het lichaam compenseert deze onregelmatigheid met een waggelende gang: als u op het been met de zwakke middelste bilspier staat, leunt u naar diezelfde kant, dus uw lichaamsgewicht verplaatst zich van de kant tegenover het standbeen, waar het zou moeten zijn, naar dezelfde kant.
Hierdoor hebt u de middelste bilspier niet langer nodig om uw lichaamsgewicht te dragen als u op het been met de verkrampte spier staat. Deze manier van lopen komt ook vaak voor bij mensen die een nieuwe heup hebben. Dat komt doordat de ingreep de middelste bilspier nog zwakker heeft gemaakt, terwijl die zwakke spier waarschijnlijk juist de oorzaak van hun pijn was.

Test 3: Uw houding

Als uw middelste bilspier verkrampt is, is het moeilijk om de voet van het andere been van de grond te tillen, omdat uw bekken aan de andere kant omlaag komt zodat de ruimte tussen de heup en de grond kleiner wordt. Hierdoor raakt de tegenovergestelde voet de grond wanneer die tijdens het lopen naar voren zwaait.

Daardoor loopt u kans om te struikelen. Om dat te voorkomen, springt de vierzijdige lendenspier bij, die van de ribbenkast naar de bovenkant van het bekken loopt, door het bekken vanaf de ribbenkast omhoog te trekken. Die spier is daar niet voor gemaakt, dus die raakt ook verkrampt en wordt mogelijk ook korter. Dat leidt op zijn beurt weer tot een andere houding, die u kunt herkennen aan een ‘opgetilde’ heup tegenover de kant van de verkrampte middelste bilspier.

Leg uw handen aan beide zijden op de bekkenrand. Als de hand tegenover de bilspier die vermoedelijk verkrampt is hoger ligt, betekent dit dat de weefsels die uw klachten veroorzaken spieren zijn en dat uw klachten waarschijnlijk veroorzaakt worden door een verzwakte middelste bilspier.

Test 4: Bewegingsbereik

Het kan zijn dat u uw bovenbeen veel minder ver kunt bewegen vanuit uw heup, dat het voelt alsof u niet verder kunt bewegen omdat het ene bot over het andere schuift (denk eraan dat het hierbij niet om pijn gaat). Alleen dan komt de pijn waarschijnlijk door een afwijking in uw heupgewricht. In alle andere gevallen kunt u ervan uitgaan dat de structuur van uw gewricht niet de oorzaak is, zelfs als uw orthopeed een afwijking ziet op de röntgen- of MRI-beelden.

De botten van het heupgewricht
Het heupgewricht ligt ongeveer 10 cm onder de bekkenrand. De meeste pijn die aan het gewricht zelf wordt toegeschreven, is afkomstig van spieren die in de buurt liggen.

  • Heupkom
  • Dijbeenkop
  • Dijbeenhals
  • Dijbeen

Spieren in het heupgebied
De middelste bilspier, die vaak pijn veroorzaakt, verbindt de bovenkant van het dijbeen met de buitenkant van het bekken.

  • Grote bilspier
  • Middelste bilspier

Referenties
1. US CDC, National Center for Health Statistics Data Brief No. 186, februari 2015
2. www.lroi-rapportage.nl/hip-numbers-procedures-2010-2017
3. J Arthroplasty, 2017; 32: 2088-92
4. Sloan M, Sheth NP. Annual Meeting of the American Academy of Orthopaedic Surgeons, maart 2018
5. BMJ, 2015; h5983
6. Rheumatology (Oxford), 2005; 44: 337-41
7. Am J Sports Med, 2012; 40: 2720-4

Meer informatie vindt u op www.mitchellyass.com of in zijn (Engelstalige) boeken The pain cure Rx (Hay House, 2015) en The Yass method for pain-free movement (Hay House, 2018).

Maak een eind aan uw pijn

Als uw pijn afkomstig is van een verkrampte middelste bilspier of peervormige spier, moet u de heup-abductie, de hamstring-curl en de heup-extensie doen. Als de pijn afkomstig is van de iliotibiale band, moet u de heup-abductie, de knie-extensie en de heup-extensie doen.
Een ander mogelijk pijngebied waarvan het heupgewricht vaak de schuld krijgt, is pijn in de lies. Deze pijn is vaak een gevolg van een verkrampte kleermakersspier (zie hieronder). Als u op de kleermakersspier drukt en voelt dat dit weefsel de pijn veroorzaakt, doe dan de heup-abductie en heup-extensie, knie-extensie en verlenging van de kleermakersspier.

Heup-abductie (middelste bilspier)

Deze oefening kunt u zittend doen of liggend op uw zij. Zorg dat u uw been niet te ver naar buiten beweegt. Veel mensen denken dat oefeningen meer effect hebben als u de bewegingen zo groot mogelijk maakt. Hier geldt dat niet: bij te grote bewegingen gebruikt u de lage rugspier in plaats van de middelste bilspier.

De middelste bilspier kan het been niet verder zijwaarts bewegen dan tot uw been op één lijn met het heupgewricht is. Als u uw been verder zijwaarts beweegt, doet u dat met uw lage rugspier.

Ga op uw zij liggen. Buig uw onderste been en houd uw bovenste been gestrekt. Uw bovenste been moet op één lijn liggen met uw romp. Als uw been verder naar voren ligt, gebruikt u niet uw middelste bilspier maar een andere spier.

Beweeg uw bovenste been zijwaarts omhoog, van het onderste been vandaan, totdat uw been evenwijdig is met de grond. Probeer uw been iets naar binnen te draaien, zodat uw hiel het hoogste punt is. Dit is de meest gunstige houding om uw been met uw middelste bilspier op te tillen.

Als uw been evenwijdig met de grond is, laat u het weer zakken tot op het onderste been. Als u de oefening doet terwijl u staat, mag u uw been niet voorbij uw heupgewricht zijwaarts bewegen. Houd uw tenen naar binnen gericht en beweeg rustig terug.

Heup-extensie (grote bilspier)

Ook deze oefening kunt u zittend of staand doen. Leg de weerstandsband achter uw knie langs. Begin met een hoek van ongeveer 60 graden in uw heupgewricht (met uw bovenbeen schuin omhoog). Als u zit, beweegt u uw knie omlaag tot op het oppervlak waarop u zit. Als u staat, beweegt u uw knie tot een hoek van ongeveer 10 graden achter uw heup. Beweeg dan terug naar de uitgangspositie. Als u staat, zorg dan dat u uw rug bol houdt en dat de knie van uw standbeen niet ‘op slot’ (overstrekt) staat.

Hamstring-curl (hamstrings)

Ga zitten en plaats de weerstandsband onder uw hiel. Zorg dat u een stoel gebruikt die uw lichaam goed ondersteunt. Begin de oefening met uw been recht vooruit en uw knie net niet helemaal gestrekt, dus niet ‘op slot’. Buig de knie tot hij een rechte hoek maakt, en keer dan terug naar de uitgangspositie. Om nog beter alleen de hamstring te trainen, kunt u tijdens de oefening de tenen van het been waarmee u oefent optrekken, naar uw gezicht toe. Als u de oefening in een oefenruimte doet, met een ‘hamstring-curl-machine’, let er dan op dat het draaipunt van het apparaat op één lijn ligt met uw kniegewricht.

Knie-extensie (vierhoofdige dijspier)

Ga zitten en leg de weerstandsband om de voorkant van uw enkel. Houd de voet van uw andere been stevig op de grond en gebruik een stoel die uw lichaam goed ondersteunt. Begin met uw knie gebogen in een hoek van 90 graden. Strek uw knie dan tot hij bijna ‘op slot’ zit en beweeg vervolgens rustig terug naar de uitgangspositie. Let erop dat u de dij van het oefenbeen op de zitting van de stoel houdt. Uw dij mag niet omhoogkomen als u uw onderbeen optilt.

Oefening voor de kleermakersspier (verlengt de spier)

Houd u bij deze oefening aan iets stevigs vast, zodat u uw evenwicht niet verliest. Ga staan en leg de weerstandsband rond de hiel van het been dat u wilt versterken. Begin door de heup van het been dat u oefent te draaien, zodat de tenen iets naar binnen wijzen. Zet dan de voet van het oefenbeen achter de voet van het been waarop u staat. Zodra u uw voet achter uw andere voet hebt neergezet, brengt u hem weer rustig terug naar de uitgangspositie. Zorg dat de weerstand niet te groot of te klein is, zodat u de voet van het been dat u oefent achter de voet waarop u staat kunt zetten. De weerstand moet helpen om de kleermakersspier langer te maken. Omdat deze oefening ook met evenwicht te maken heeft, moet u voorzichtig de juiste hoeveelheid weerstand kiezen.

Hoe vaak moet u de oefeningen doen?

U moet de oefeningen drie keer per week doen, bijvoorbeeld op maandag, woensdag en vrijdag, of op dinsdag, donderdag en zaterdag. Op elke oefendag doet u 3 x 10 herhalingen. Na elke 10 herhalingen neemt u 1 minuut rust. Door de oefeningen niet vaker dan drie keer per week te doen, geeft u uw spieren de kans om te herstellen en sterker te worden.

Het belangrijkste in dit hele proces is dat u de weerstand met de weerstandsbanden of fitnessapparaten, of met dumbbels en gewichten, langzaam opbouwt. Uw inspanning zou moeten aanvoelen als een score 8 op een schaal van 10, waarbij 10 staat voor het gevoel dat u een spier gaat scheuren, en 0 voor het gevoel dat u helemaal niets doet. U oefent dan op ongeveer 80 procent van uw maximale kracht. Dat is de meest effectieve manier om uw spieren te versterken zonder blessures op te lopen. De spier gaat zich aanpassen aan de weerstand, hij wordt sterker en hoeft minder hard te werken.

Als de score van uw inspanning naar de 5 toe gaat, verhoogt u de weerstand. Dit kunt u doen door de band korter te maken, de band verder van het gewricht af te plaatsen, of een dikkere band te gebruiken. Zo kunt u weer een score van 8 bereiken. Vervolgens gaat u door met oefenen tot uw score weer 5 wordt, dan verhoogt u de weerstand opnieuw.

Als de weerstand voldoende toeneemt, wordt de spier sterker. Hij kan weer meer kracht leveren dan uw activiteit aan kracht kost. Zo komt u binnen een aantal weken van uw pijn af en kunt u alles weer doen.

In bijna alle gevallen is uw pijn geen medisch probleem, maar een kwestie van fitheid. Daar komt het op neer. Geen enkele medisch specialist is opgeleid of getraind om dit soort problemen aan te pakken. U bent zelf degene die de verantwoordelijkheid moet nemen om van uw pijn af te komen. De informatie in dit artikel kan u daarbij helpen.

Wilt u dit artikel lezen?

Als abonnee kunt u dit artikel gratis lezen door in te loggen op uw account. Nog geen abonnee? Sluit nu een abonnement af.

Andere archief artikelen

Het laatste woord; Patiënten en cliënten zijn vooral mensen

Als mens hebben we veel rollen. We zijn ouder en/of kind, partner, grootouder, buurman of -vrouw, collega, teammaat en nog veel meer. Op het moment dat iemand ernstig ziek wordt, blijft er vaak nog maar één rol over: die van patiënt. Voor iedereen is de zieke mens...

Eten als medicijn

De overgang vormt een kantelpunt in de gezondheid van elke vrouw. In Eten als medicijn: overgang legt gynaecoloog drs. Dorenda van Dijken uit hoe het vrouwenlichaam in deze levensfase verandert. Met haar adviezen én 75 recepten van culinair journalist Janneke...

Groeien met psychosynthese

In een souterrain aan de Amsterdamse Lijnbaansgracht zit de psychosynthese praktijk van Wim Verbeek (61). Een trap voert naar beneden, de wachtruimte in. Daarachter ligt zijn praktijk, warm en zacht verlicht. Verbeek, stevige handdruk en vriendelijke oogopslag, gaat...

Luister (niet) altijd naar je gevoel; Deel 1

In dit eerste deel van een tweeluik over ‘luisteren naar je gevoelens’ legt Cindy de Waard uit waarom dit zo belangrijk is. En waarom het niet altijd verstandig is om naar je gevoel te luisteren. Zij bekijkt het onderwerp vanuit een holistisch perspectief, met...

Je knie heeft zorg nodig

Vorig jaar kwam een man van 43 weer terug in mijn praktijk. Vier jaar eerder was hij bij mij geweest met knie-artroseklachten. De specialist had hem gezegd dat er geen genezing mogelijk was. Bezoeken aan meerdere behandelaars en acupuncturisten hadden hem ook niet...

Medisch Dossier avatar

Over de auteur